waarschuwing MAZDA MODEL 2 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 137 of 827

xWanneer de portieren vergrendeld
worden door het indrukken van de
vergrendeltoets op de zender of het
gebruik van de hulpsleutel terwijl
het anti-diefstal beveiligingssysteem
in staat van paraatheid is, zullen de
waarschuwingsknipperlichten
eenmaal knipperen om aan te geven
dat het systeem in staat van
paraatheid is.
▼$QQXOHUHQYDQGHLQEUDDNVHQVRU
0HWLQEUDDNVHQVRU
$OVKHWDQWLGLHIVWDOEHYHLOLJLQJVV\VWHHP
LQVWDDWYDQSDUDDWKHLGJHEUDFKWLVZDQQHHU
HUVSUDNHLVYDQHHQYDQRQGHUVWDDQGH
RPVWDQGLJKHGHQGHLQEUDDNVHQVRU
DQQXOHUHQRPWHYRRUNRPHQGDWKHWDODUP
RQQRGLJJHDFWLYHHUGZRUGW
x:DQQHHUGHDXWRZRUGWDFKWHUJHODWHQ
WHUZLMOHU]LFKHHQEHZHHJEDDUREMHFW
SDVVDJLHUVRIKXLVGLHUHQLQEHYLQGHQ
x:DQQHHUXHHQYRRUZHUSLQGHDXWR
DFKWHUODDWGDWKHHQHQZHHUNDQUROOHQ
]RDOVELMYRRUEHHOGZDQQHHUGHDXWRELM
WUDQVSRUWRSHHQVFKXLQDIORSHQGH
RQVWDELHOHRQGHUJURQGJHSODDWVWZRUGW
x:DQQHHUNOHLQHYRRUZHUSHQDFFHVVRLUHVLQGH
DXWR]LMQRSJHKDQJHQNOHGLQJDDQHHQ
NOHGLQJKDDNLVRSJHKDQJHQRIDQGHUH
YRRUZHUSHQ]LMQDDQJHEUDFKWGLHJHPDNNHOLMN
ELQQHQLQGHDXWRNXQQHQEHZHJHQ
x%LMKHWSDUNHUHQRSHHQSODDWVZDDU]LFK
VWHUNHWULOOLQJHQRIKDUGHJHOXLGHQ
YRRUGRHQ
x%LMKHWJHEUXLNYDQHHQKRJHGUXNRI
DXWRPDWLVFKHDXWRZDVLQVWDOODWLH
x:DQQHHUYRRUWGXUHQGVFKRNNHQHQWULOOLQJHQ
YDQKDJHORIGRQGHUHQEOLNVHPRSGHDXWR
ZRUGHQRYHUJHEUDFKW
x3RUWLHUHQYHUJUHQGHOGZRUGHQWHUZLMO
HHQUDDPLVRSHQEOLMYHQVWDDQ
x(HQH[WUDYHUZDUPLQJRIDSSDUDDWGDW
OXFKWVWURPHQHQWULOOLQJHQSURGXFHHUWLQ
JHEUXLNLVWHUZLMOKHWDQWLGLHIVWDO
EHYHLOLJLQJVV\VWHHPLQVWDDWYDQ
SDUDDWKHLGJHEUDFKWLV
OPMERKING
Als een portier of de achterklep/het
kofferdeksel gedurende 30 seconden
gesloten blijft, zullen alle portieren en de
achterklep/het kofferdeksel automatisch
opnieuw vergrendeld worden en zal het
anti-diefstalbeveiligingssysteem in staat
van paraatheid gebracht worden als een
ruit is open blijven staan.

9RRUKHWDQQXOHUHQYDQGHLQEUDDNVHQVRU
GHWRHWVRSGH]HQGHUELQQHQVHFRQGHQ
QDKHWLQGUXNNHQYDQGHYHUJUHQGHOWRHWV
LQGUXNNHQ
'HZDDUVFKXZLQJVNQLSSHUOLFKWHQ]XOOHQ
PDDONQLSSHUHQ
OPMERKING
xVoor het opnieuw inschakelen van de
inbraaksensor, het anti-diefstal
beveiligingssysteem uitschakelen en dit
vervolgens opnieuw in staat van
paraatheid brengen.
xDe inbraaksensor is in werking wanneer
het anti-diefstal beveiligingssysteem in
staat van paraatheid is gebracht. Voor
het annuleren van de inbraaksensor, op
de annuleertoets van de inbraaksensor
drukken wanneer het anti-diefstal
beveiligingssysteem in staat van
paraatheid is gebracht.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%HYHLOLJLQJVV\VWHHP


Page 138 of 827

▼8LWVFKDNHOHQYDQHHQLQVWDDWYDQ
SDUDDWKHLGJHEUDFKWV\VWHHP
(HQV\VWHHPGDWLQVWDDWYDQSDUDDWKHLGLV
JHEUDFKWNDQXLWJHVFKDNHOGZRUGHQPHW
JHEUXLNYDQHHQYDQRQGHUVWDDQGH
PHWKRGHV
x'HRQWJUHQGHOWRHWVRSGH]HQGHU
LQJHGUXNWZRUGW
x6WDUWHQYDQGHPRWRUPHWGH
VWDUWGUXNNQRS
x 0HWJHDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGH
SRUWLHUYHUJUHQGHOLQJVIXQFWLH
x,QGUXNNHQYDQHHQYHU]RHNVFKDNHODDU
RSGHSRUWLHUHQ
'HZDDUVFKXZLQJVNQLSSHUOLFKWHQ]XOOHQ
WZHHPDDONQLSSHUHQ
OPMERKING
Wanneer de portieren ontgrendeld worden
door het indrukken van de ontgrendeltoets
op de zender terwijl het anti-diefstal
beveiligingssysteem uitgeschakeld is,
zullen de waarschuwingsknipperlichten
tweemaal knipperen om aan te geven dat
het systeem uitgeschakeld is.
▼6WRS]HWWHQYDQKHW
ZDDUVFKXZLQJVDODUP
(HQJHDFWLYHHUGDODUPNDQXLWJHVFKDNHOG
ZRUGHQPHWJHEUXLNYDQHHQYDQ
RQGHUVWDDQGHPHWKRGHV
x,QGUXNNHQYDQGHRQWJUHQGHOWRHWVRIGH
NRIIHUGHNVHOWRHWV 6HGDQ RSGH]HQGHU
x6WDUWHQYDQGHPRWRUPHWGH
VWDUWGUXNNQRS
x 0HWJHDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGH
SRUWLHUYHUJUHQGHOLQJVIXQFWLH
x,QGUXNNHQYDQHHQYHU]RHNVFKDNHODDU
RSGHSRUWLHUHQ
x,QGUXNNHQYDQGHHOHNWULVFKH
DFKWHUNOHSNRIIHUGHNVHORSHQHU
ZDQQHHUXGHVOHXWHOPHHGUDDJW
'HZDDUVFKXZLQJVNQLSSHUOLFKWHQ]XOOHQ
WZHHPDDONQLSSHUHQ
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%HYHLOLJLQJVV\VWHHP


Page 164 of 827

23*(/(7
Als het KEY waarschuwingslampje
(rood) brandt of het
startdrukknopindicatielampje (oranje)
knippert, kan dit duiden op een
probleem in het motorstartsysteem. Dit
kan het starten van de motor of het op
ACC of ON zetten van het contact
verhinderen. Laat uw auto zo spoedig
mogelijk door een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) controleren.
OPMERKING
xOnder de volgende omstandigheden
gaat na het indrukken van de
startdrukknop het KEY
waarschuwingslampje (rood)
knipperen. Dit informeert de
bestuurder dat de startdrukknop niet
naar ACC overgeschakeld kan
worden als deze vanuit uit wordt
ingedrukt.
xDe sleutelbatterij is uitgeput.
xDe sleutel bevindt zich buiten het
werkingsbereik.
xDe sleutel bevindt zich op plaatsen
waar het moeilijk is voor het
systeem het signaal te ontvangen
(pagina 3-8).
xEr bevindt zich een sleutel van een
andere fabrikant in het
werkingsbereik die op de sleutel
lijkt.
x(Methode van geforceerd starten
van de motor)
Als het KEY waarschuwingslampje
(rood) brandt of het
startdrukknopindicatielampje
(oranje) knippert, kan dit erop
duiden dat de motor niet start met
gebruik van de normale
startmethode. Laat uw auto zo
spoedig mogelijk door een
deskundige reparateur (bij voorkeur
een officiële Mazda-reparateur)
controleren. In dit geval kan de
motor geforceerd gestart worden.
Houd de startdrukknop ingedrukt
totdat de motor start. Voor het
starten van de motor zijn overige
procedures zoals het aanwezig zijn
van de sleutel in de cabine en het
intrappen van het koppelingspedaal
(handgeschakelde versnellingsbak)
of het rempedaal (automatische
transmissie) vereist.
xWanneer de motor geforceerd gestart
wordt, blijft het KEY
waarschuwingslampje (rood)
branden en blijft het
startdrukknopindicatielampje
(oranje) knipperen.
x(Automatische transmissie)
Wanneer de keuzehendel in de
neutraalstand (N) staat, branden het
KEY indicatielampje (groen) en het
startdrukknopindicatielampje
(groen) niet.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 186 of 827

OPMERKING
x(Auto’s met type B audio)
Als dagteller TRIP A wordt teruggesteld
met behulp van de dagteller wanneer de
functie die de brandstofverbruikmonitor
aan de dagteller koppelt (terugstelt) is
ingeschakeld, worden de
brandstofverbruikgegevens in
samenhang met dagteller TRIP A
teruggesteld.
Zie Brandstofverbruikmonitor op pagina
4-98.
xEnkel door de dagtellers worden tienden
van kilometers geregistreerd.
xDe registratie van de dagteller wordt
gewist, wanneer:
xDe stroomtoevoer wordt onderbroken
(zekering is doorgeslagen of accu is
losgekoppeld).
xDe gereden afstand 9.999,9 km
overschrijdt.
%RRUGFRPSXWHU
7HUZLMOKHWFRQWDFWRS21VWDDWNDQGRRU
KHWLQGUXNNHQYDQGHNHX]HVFKDNHODDUGH
YROJHQGHLQIRUPDWLHZRUGHQJHVHOHFWHHUG
x*HVFKDWWHDIVWDQGGLHXNXQWDIOHJJHQ
PHWGHYRRUUDGLJHEUDQGVWRI
x+XLGLJHEUDQGVWRIYHUEUXLN
5DDGSOHHJHHQGHVNXQGLJHUHSDUDWHXU ELM
YRRUNHXUHHQRIILFLsOH0D]GDUHSDUDWHXU
DOVXSUREOHPHQKHHIWPHWGH
ERRUGFRPSXWHU
0RGXVYRRUDIVWDQGGLHPHWYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJG
%LMJHEUXLNYDQGH]HIXQFWLHZRUGWGH
DIVWDQG ELMEHQDGHULQJ EHUHNHQGGLHX
PHWGHYRRUUDGLJHEUDQGVWRINXQW
DIOHJJHQJHEDVHHUGRSKHW
EUDQGVWRIYHUEUXLN
'HDIVWDQGGLHPHWGHYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJGZRUGW
EHUHNHQGHQ]DOHONHVHFRQGHZRUGHQ
JHWRRQG
OPMERKING
xAlhoewel de indicatie voor de afstand
die kan worden afgelegd met de
voorradige brandstof een voldoende
resterend aantal kilometers aangeeft
alvorens bijtanken noodzakelijk wordt,
zo spoedig mogelijk bijtanken als het
brandstofpeil erg laag is of als het
waarschuwingslampje voor laag
brandstofpeil gaat branden.
xDe indicatie verandert mogelijk niet
tenzij u meer dan ongeveer 9 liter
brandstof tankt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\


Page 191 of 827

▼%RRUGFRPSXWHUHQ,1)2
VFKDNHODDU

7HUZLMOKHWFRQWDFWRS21VWDDWNDQGRRU
KHWLQGUXNNHQYDQGH,1)2VFKDNHODDUGH
YROJHQGHLQIRUPDWLHZRUGHQJHVHOHFWHHUG
x0RGXVYRRUDIVWDQGGLHPHWYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJG
x*HPLGGHOGEUDQGVWRIYHUEUXLNPRGXV
x+XLGLJHEUDQGVWRIYHUEUXLNPRGXV
x0RGXVYRRUJHPLGGHOGHULMVQHOKHLG
x5LMVQHOKHLGVDODUPPRGXV
5DDGSOHHJHHQGHVNXQGLJHUHSDUDWHXU ELM
YRRUNHXUHHQRIILFLsOH0D]GDUHSDUDWHXU
DOVXSUREOHPHQKHHIWPHWGH
ERRUGFRPSXWHU
0RGXVYRRUDIVWDQGGLHPHWYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJG
%LMJHEUXLNYDQGH]HIXQFWLHZRUGWGH
DIVWDQG ELMEHQDGHULQJ EHUHNHQGGLHX
PHWGHYRRUUDGLJHEUDQGVWRINXQW
DIOHJJHQJHEDVHHUGRSKHW
EUDQGVWRIYHUEUXLN

'HDIVWDQGGLHPHWGHYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJGZRUGW
EHUHNHQGHQ]DOHONHVHFRQGHZRUGHQ
JHWRRQG
(XURSHHVPRGHO
%HKDOYH(XURSHHVPRGHO
OPMERKING
xAlhoewel de indicatie voor de afstand die
kan worden afgelegd met de voorradige
brandstof een voldoende resterend aantal
kilometers aangeeft alvorens bijtanken
noodzakelijk wordt, zo spoedig mogelijk
bijtanken als het brandstofpeil erg laag is
of als het waarschuwingslampje voor laag
brandstofpeil gaat branden.
xDe indicatie verandert mogelijk niet tenzij
u meer dan ongeveer 9 liter brandstof
tankt.
xDe afstand die kan worden afgelegd met
de voorradige brandstof geeft bij
benadering de afstand aan die met de auto
gereden kan worden totdat alle
maatstrepen in de brandstofmeter (die de
resterende brandstofvoorraad aangeven)
verdwijnen.
xAls er geen historische
brandstofverbruiksgegevens zijn,
bijvoorbeeld nadat u uw auto zojuist heeft
aangeschaft of de gegevens als gevolg van
het losmaken van de accukabels zijn
gewist, is het mogelijk dat de feitelijke
afstand die met de voorradige brandstof
kan worden afgelegd van de aangegeven
hoeveelheid verschilt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 239 of 827

OPMERKING
xDe richtingaanwijzers kunnen niet
gebruikt worden wanneer de
waarschuwingsknipperlichten zijn
ingeschakeld.
xControleer de plaatselijk geldende
bepalingen betreffende het gebruik van
de waarschuwingsknipperlichten bij het
slepen van de auto om na te gaan of er
geen inbreuk wordt gedaan op de
wettelijke bepalingen.
xAls het rempedaal tijdens het rijden op
gladde wegen wordt ingetrapt, kan het
noodstopsignaalsysteem in werking
treden waardoor alle richtingaanwijzers
en signalen voor rijstrookverandering
gaan knipperen. Zie
Noodstopsignaalsysteem op pagina
4-87.
xWanneer het noodstopsignaalsysteem in
werking is, gaan alle richtingaanwijzers
automatisch snel knipperen om de
bestuurder van het voertuig achter u te
waarschuwen voor een plotselinge
noodstopsituatie. Zie
Noodstopsignaalsysteem op pagina
4-87.
7LMGHQVKHWULMGHQ
6FKDNHODDUVHQUHJHODDUV


Page 243 of 827

▼5HPEHNUDFKWLJLQJ
:DQQHHUKHWELMKHWDIUHPPHQLQ
QRRGVLWXDWLHVQRGLJLVKHWUHPSHGDDOPHW
HHQJURWHUHNUDFKWGDQQRUPDDOLQWH
GUXNNHQELHGWKHW
UHPEHNUDFKWLJLQJV\VWHHPUHPDVVLVWHQWLH
YRRUHHQYHUEHWHULQJYDQKHW
UHPYHUPRJHQ

:DQQHHUKHWUHPSHGDDONUDFKWLJZRUGW
LQJHGUXNWRIVQHOOHUZRUGWLQJHGUXNW
]XOOHQGHUHPPHQNUDFKWLJHULQZHUNLQJ
WUHGHQ
OPMERKING
xWanneer het rempedaal krachtig wordt
ingedrukt of sneller wordt ingedrukt, zal
het pedaal zachter aanvoelen, echter de
remmen zullen krachtiger in werking
treden. Dit is een normaal verschijnsel
bij het in werking treden van de
rembekrachtigingsfunctie en duidt niet
op een defect.
xWanneer het rempedaal krachtig wordt
ingedrukt of sneller wordt ingedrukt, is
er mogelijk een motor/
pomp-werkingsgeluid hoorbaar. Dit is
een normaal verschijnsel bij het in
werking treden van de rembekrachtiging
en duidt niet op een defect.
xHet rembekrachtigingsysteem is
ondergeschikt aan de werking van het
hoofdremsysteem van de auto.
1RRGVWRSVLJQDDOV\VWHHP
:DQQHHUXLQHHQVKHWUHPSHGDDOLQWUDSWELM
HHQVQHOKHLGYDQRQJHYHHUNPKRI
KRJHUZRUGWKHWQRRGVWRSVLJQDDOV\VWHHP
JHDFWLYHHUGHQJDDQGHULFKWLQJDDQZLM]HUV
DXWRPDWLVFKVQHONQLSSHUHQRPGH
EHVWXXUGHUVDFKWHUXWHZDDUVFKXZHQYRRU
KHWSORWVHOLQJUHPPHQ
OPMERKING
xKnippert
Wanneer u uw auto volledig tot stilstand
brengt terwijl alle richtingaanwijzers
snel knipperen, verandert het snel
knipperen van alle richtingaanwijzers
weer terug naar het normale
knipperpatroon. Wanneer de knop van
de waarschuwingsknipperlichten wordt
ingedrukt, worden alle
richtingaanwijzers uitgeschakeld.
xWe r k i n g
xWanneer het ABS actief is, is de kans
dat het noodstopsignaalsysteem in
werking treedt groter. Als het
rempedaal wordt ingetrapt op een
gladde weg, is het hierdoor mogelijk
dat alle richtingaanwijzers gaan
knipperen.
xHet noodstopsignaalsysteem wordt
niet geactiveerd wanneer op de knop
van de waarschuwingsknipperlichten
wordt gedrukt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
5HPPHQ


Page 273 of 827

De functies van het LDWS hebben beperkingen:
Blijf altijd uw baan aanhouden met behulp van het stuurwiel en rijd voorzichtig. Het systeem
is niet bestemd is om compensatie te geven voor onvoldoende voorzichtigheid van de
bestuurder en als u teveel op het LDWS vertrouwt kan dit tot ongelukken leiden. De
bestuurder is verantwoordelijk voor het veilig uitvoeren van rijstrookveranderingen en
overige manoeuvres. Let altijd nauwkeurig op de richting waarin de auto rijdt en de directe
omgeving ervan.
23*(/(7
Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen. Als de hoogte van de auto of de
dempingskracht van de vering wordt gewijzigd, kan het LDWS niet juist functioneren.
OPMERKING
xAls uw auto van zijn rijstrook afwijkt, wordt het LDWS in werking gesteld
(waarschuwingsgeluid en indicatielampje). Stuur de auto adequaat bij om de auto weer
naar het midden van de rijstrook te brengen.
xWanneer de richtingaanwijzerhendel wordt bediend om van rijstrook te veranderen, wordt
de LDWS waarschuwing automatisch uitgeschakeld. De LDWS waarschuwing wordt
werkzaam wanneer de richtingaanwijzerhendel teruggezet wordt en het systeem de witte
of gele strepen bespeurt.
xAls het stuurwiel, het gaspedaal of het rempedaal abrupt worden bediend en de auto dicht
in de buurt van een witte of gele streep komt, bepaalt het systeem dat de bestuurder van
rijstrook verandert en wordt de LDWS waarschuwing automatisch uitgeschakeld.
xHet is mogelijk dat het LDWS niet functioneert tijdens de periode onmiddellijk nadat de
auto van zijn rijstrook is afgeweken en het LDWS in werking is getreden, of wanneer de
auto binnen een korte periode van tijd herhaalde malen van de rijstrook is afgeweken.
xHet LDWS functioneert niet als de witte of gele strepen van de rijstrook niet bespeurd
worden.
xOnder de volgende omstandigheden bestaat de kans dat het LDWS de witte of gele strepen
niet correct kan bespeuren en dat het LDWS niet juist functioneert.
xAls een voorwerp dat op het instrumentenpaneel geplaatst is in de voorruit weerkaatst
wordt en door de camera wordt opgenomen.
xWanneer er zware bagage in de bagageruimte of op de achterzitting is geplaatst en de
auto overhelt.
xWanneer de bandenspanning niet op de voorgeschreven druk is afgesteld.
xWanneer de auto op de oprit/afrit van de pleisterplaats of het tolhek van een snelweg
rijdt.
xWanneer de witte of gele strepen minder goed zichtbaar zijn doordat deze vuil zijn of de
verf afgesleten is.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 275 of 827

▼:DQQHHUKHWV\VWHHPLQZHUNLQJLV
 :DQQHHUGH/':62))VFKDNHODDU
ZRUGWLQJHGUXNWJDDWKHWV\VWHHPRYHU
QDDUVWDQGE\HQJDDWKHW/':62))
LQGLFDWLHODPSMHLQGH
LQVWUXPHQWHQJURHSXLW
 5LMGWHUZLMOKHW/':62))
LQGLFDWLHODPSMHXLWLVQDDUKHWPLGGHQ
YDQGHULMVWURRN+HWV\VWHHP]DO
EHJLQQHQWHIXQFWLRQHUHQZDQQHHUDDQ
DOOHRQGHUVWDDQGHYRRUZDDUGHQLV
YROGDDQ
x'HDXWRULMGWLQKHWPLGGHQYDQGH
ULMVWURRNPHWGHZLWWHRIJHOHVWUHSHQ
DDQGHOLQNHURIUHFKWHU]LMGHRIDDQ
ZHHUV]LMGHQ
x'HULMVQHOKHLGLVRQJHYHHUNPK
RIKRJHU
x'HDXWRULMGWRSHHQUHFKWHZHJRIRS
HHQZHJPHWIODXZHERFKWHQ
+HW/':6V\VWHHPZHUNWQLHWLQGH
YROJHQGHJHYDOOHQ
x+HWV\VWHHPNDQGHZLWWHRIJHOH
VWUHSHQQLHWEHVSHXUHQ
x'HULMVQHOKHLGLVPLQGHUGDQ
RQJHYHHUNPK
x'HDXWRPDDNWHHQVFKHUSHERFKW
x'HDXWRPDDNWHHQERFKWPHWHHQ
QLHWDDQJHSDVWHVQHOKHLG
OPMERKING
xHet LDWS functioneert niet totdat het
systeem een witte of gele streep aan de
linker- of rechterzijde heeft bespeurd.
xWanneer het systeem een witte of gele
streep enkel aan één zijde bespeurt,
activeert het systeem alleen de
waarschuwing wanneer de auto afwijkt
aan de zijde waar de witte of gele streep
bespeurd wordt.
xDe afstand- en
waarschuwingsgevoeligheid die door
het systeem wordt gebruikt om de
mogelijkheid van een rijstrookafwijking
te bepalen kan gewijzigd worden.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-15.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 276 of 827

$XWRPDWLVFKHXLWVFKDNHOLQJ
,QGHYROJHQGHJHYDOOHQZRUGWKHW/':6
DXWRPDWLVFKXLWJHVFKDNHOGHQJDDWKHW
/':6ZDDUVFKXZLQJVODPSMHLQGH
LQVWUXPHQWHQJURHSEUDQGHQ
x'HWHPSHUDWXXUELQQHQLQGHFDPHUDLV
KRRJRIODDJ
x'HYRRUUXLWURQGRPGHFDPHUDLV
EHVODJHQ
x'HYRRUUXLWURQGRPGHFDPHUDZRUGW
GRRUHHQREVWDNHOJHEORNNHHUG
ZDDUGRRUKHWXLW]LFKWQDDUYRUHQ
EHOHPPHUGZRUGW
+HW/':6ZRUGWDXWRPDWLVFK
LQJHVFKDNHOGZDQQHHUDDQGHYRRUZDDUGHQ
YRRUKHWIXQFWLRQHUHQLVYROGDDQHQKHW
/':6ZDDUVFKXZLQJVODPSMHJDDWXLW
:DDUVFKXZLQJYRRUDXWRPDWLVFKH
XLWVFKDNHOLQJ
:DQQHHUGHYROJHQGHKDQGHOLQJHQZRUGHQ
XLWJHYRHUGEHSDDOWKHW/':6GDWGH
EHVWXXUGHUGHEHGRHOLQJKHHIWYDQULMVWURRN
WHZLVVHOHQHQZRUGWGH/':6
ZDDUVFKXZLQJDXWRPDWLVFKXLWJHVFKDNHOG
+HW/':6ZRUGWQDGDWGHEHVWXXUGHUGH
KDQGHOLQJKHHIWXLWJHYRHUGDXWRPDWLVFK
LQJHVFKDNHOG
x+HWVWXXUZLHOZRUGWDEUXSWJHGUDDLG
x+HWUHPSHGDDOZRUGWDEUXSWLQJHWUDSW
x+HWJDVSHGDDOZRUGWDEUXSWLQJHWUDSW
x'HULFKWLQJDDQZLM]HUKHQGHOZRUGW
EHGLHQG QDGDWGH
ULFKWLQJDDQZLM]HUKHQGHOLVWHUXJJH]HWLV
KHWPRJHOLMNGDWKHW/':6JHGXUHQGH
RQJHYHHUVHFRQGHQQLHWZHUNWGHWLMG
GLHQRGLJLVRPGHULMVWURRNFRUUHFWLHXLW
WHYRHUHQ 
OPMERKING
Nadat met de richtingaanwijzerhendel in
werking ongeveer 60 seconden zijn
verstreken, zal de LDWS waarschuwing in
werking treden als de auto dicht bij een
witte of gele streep komt.
▼8LWVFKDNHOHQYDQKHWV\VWHHP
'UXNRSGH/':62))VFKDNHODDURPKHW
/':6V\VWHHPXLWWHVFKDNHOHQ+HW
/':62))LQGLFDWLHODPSMHJDDWEUDQGHQ
▼5LMVWURRNDIZLMNLQJVZDDUVFKXZLQJVV
\VWHHP /':6 ZDDUVFKXZLQJ
$OVKHWV\VWHHPEHSDDOWGDWGH
PRJHOLMNKHLGYDQHHQULMVWURRNDIZLMNLQJ
EHVWDDWZRUGWGH/':6
ZDDUVFKXZLQJV]RHPHUJHDFWLYHHUGHQJDDW
KHW/':6ZDDUVFKXZLQJVODPSMH
NQLSSHUHQ%HGLHQKHWVWXXUZLHORS
JHVFKLNWHZLM]HHQVWXXUGHDXWRQDDUKHW
PLGGHQYDQGHULMVWURRN
$OVELMYRHUWXLJHQXLWJHUXVWPHWGH$FWLYH
'ULYLQJ'LVSOD\GHPRJHOLMNKHLGEHVWDDW
YDQHHQULMVWURRNDIZLMNLQJJHHIWKHW
V\VWHHPLQGHDFWLHIULMGHQGLVSOD\GH
ULFKWLQJDDQZDDULQZRUGWEHSDDOGGDWGH
DXWRYDQGHULMVWURRNDIZLMNW
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 ... 90 next >