air conditioning MAZDA MODEL 3 HATCHBACK 2015 Handleiding (in Dutch)

Page 482 of 741

5–116
Interieurvoorzieningen
Bluetooth®
Let op de volgende punten om
vermindering van de spraakherkenning
en spraakkwaliteit te voorkomen:
 




Tijdens de gesproken begeleiding
of het klinken van de zoemer is
gebruik van de spraakherkenning
niet mogelijk. Wacht totdat de
gesproken begeleiding of de pieptoon
is beëindigd alvorens uw opdrachten
uit te spreken.
 


 Dialecten of een andere bewoording
dan de handsfree prompts kunnen niet
door de spraakherkenning worden
herkend. Spreek in de bewoording
zoals voorgeschreven door de
spraakopdrachten.
 


 Het is niet nodig recht voor de
microfoon te gaan zitten of er
naar toe over te leunen. Spreek de
spraakopdrachten uit en houd daarbij
een veilige rijpositie aan.
 


 Spreek niet te langzaam of te luid.



 Spreek duidelijk, zonder te pauzeren
tussen woorden en getallen.
 


 Sluit bij gebruik van Bluetooth ®
handsfree de ramen en/of het schuifdak
om harde geluiden van buiten de auto
te verminderen of stel de luchtstroming
van het airconditioningsysteem lager af.
 


 Zorg er voor dat de luchtroosters de
luchtstroom niet omhoog naar de
microfoon richten.
OPMERKING
Als de prestaties van de
spraakherkenning onvoldoende zijn.
Zie Spraakherkenningleerfunctie
(gebruikerspraakregistratie) (Type A/
Type B) op pagina 5-118 .
Zie Oplossen van problemen op pagina
5-158 .
Beveiligingsinstelling (Type A/Type
B)
Als een wachtwoord is ingesteld, kan het
systeem niet geactiveerd worden tenzij het
wachtwoord wordt ingevoerd.
OPMERKING
Gebruik deze functie alleen wanneer u
geparkeerd staat. Dit is te afl eidend om
tijdens het rijden te proberen en u maakt
dan mogelijk teveel fouten zodat dit
weinig effectief is.
Wachtwoord instellen
1. Druk de opnementoets of sprekentoets
kort in.
2. Zeg: [Geluidssignaal] “Setup”
3. Prompt: “Selecteer één van
de volgende Koppelingsopties,
Bevestiging Prompts, Taal,
Wachtwoord, Selecteer Telefoon, of
Selecteer muziekspeler.”
4. Zeg: [Geluidssignaal] “Wacht woord”
5. Prompt: “Wachtwoord is
gedeactiveerd. Wilt u deze activeren?”
6. Zeg: [Geluidssignaal] “Ja”
7. Prompt: “Spreek een 4-cijferig
wachtwoord in. Onthoud dit
wachtwoord. Er zal om gevraagd
worden om dit systeem te gebruiken.”
8. Zeg: [Geluidssigaal] “XXXX” (Zeg
een gewenst 4-cijferig wachtwoord,
“PCode”.)
9. Prompt: “Wacht woord XXXX
(Wacht woord, PCode). is dit nummer
correct?”
10. Zeg: [Geluidssignaal] “Ja”
11. Prompt: “Wacht woord is
ingeschakeld.”
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 489 of 741

5–123
Interieurvoorzieningen
Bluetooth®
Overslaan van de gesproken begeleiding
(voor sneller gebruik)
Druk de sprekentoets in en laat deze los.
Storingzoeken voor spraakherkenning
Zeg “instructieprogramma” of “help”
als u in de spraakherkenningsmodus een
bedieningsmethode niet begrijpt.
Opdrachten die tijdens
spraakherkenning steeds gebruikt
kunnen worden
“ga terug” en “annuleren” zijn opdrachten
die tijdens spraakherkenning steeds
kunnen worden gebruikt.
Terug naar vorige bedieningsmodus
Zeg “ga terug” in de
spraakherkenningsmodus om terug te
keren naar de vorige bediening.
Annuleren
Zeg “annuleren” in de
spraakherkenningsmodus om het
Bluetooth
® handsfree-systeem op de
standbymodus in te stellen.
Let op de volgende punten om
vermindering van de spraakherkenning
en spraakkwaliteit te voorkomen:
 




Tijdens de gesproken begeleiding
of het klinken van de zoemer is
gebruik van de spraakherkenning
niet mogelijk. Wacht totdat de
gesproken begeleiding of de pieptoon
is beëindigd alvorens uw opdrachten
uit te spreken.
 


 Opdrachten die verband houden met
de telefoon zijn alleen beschikbaar
wanneer uw telefoon is aangesloten via
Bluetooth
® . Zorg er voor dat uw telefoon
via Bluetooth ® is aangesloten alvorens u
gesproken opdrachten geeft die verband
houden met de telefoon.
 


 Opdrachten voor muziekweergave, zoals
Artiest afspelen en Album afspelen
kunnen alleen in de USB audiomodus
gebruikt worden.
 


 Spreek niet te langzaam of te luid (geen
luide stem).
 


 Spreek duidelijk, zonder te pauzeren
tussen woorden en getallen.
 


 Dialecten of een andere bewoording
dan de handsfree prompts kunnen niet
door de spraakherkenning worden
herkend. Spreek in de bewoording
zoals voorgeschreven door de
spraakopdrachten.
 


 Het is niet nodig recht voor de
microfoon te gaan zitten of er
naar toe over te leunen. Spreek de
spraakopdrachten uit en houd daarbij
een veilige rijpositie aan.
 


 Sluit bij gebruik van Bluetooth ®
handsfree de ramen en/of het schuifdak
om harde geluiden van buiten de auto
te verminderen of stel de luchtstroming
van het airconditioningsysteem lager af.
 


 Zorg er voor dat de luchtroosters de
luchtstroom niet omhoog naar de
microfoon richten.
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 525 of 741

5–159
Interieurvoorzieningen
Bluetooth®
Probleem Oorzaak Oplossingsmethode
Wordt niet automatisch verbonden
wanneer de motor gestart wordt De paringinformatie wordt
bijgewerkt wanneer het
besturingssysteem van het apparaat
wordt bijgewerkt. Voer paring nogmaals uit.
*1 Instelling die de aanwezigheid opspoort van apparatuur buiten de Bluetooth
® eenheid
OPMERKING
  Bij het updaten van het besturingssysteem van de apparatuur bestaat de kans dat de
paringinformatie gewist wordt. Herprogrammeer in dit geval de paringinformatie in de
Bluetooth
® eenheid.   Als u uw telefoon paart die reeds in het verleden meerdere malen aan uw auto is
gepaard, dient u “Mazda” op uw mobiele apparaat te wissen. Voer vervolgens de
Bluetooth
® zoekprocedure nogmaals op uw mobiele apparaat uit en paar dit aan een
nieuw opgespoorde “Mazda”.
  Controleer alvorens u uw apparaat paart, dat Bluetooth ® op zowel uw telefoon als op
de auto “AAN” zijn.
Problemen die verband houden met de spraakherkenning
Probleem Oorzaak Oplossingsmethode
Slechte spraakherkenning
Buitengewoon langzame spraak. Buitengewoon harde spraak
(schreeuwen).
Spreken alvorens de pieptoon is
beëindigd.
Harde geluiden (gepraat of lawaai
van buiten/binnen de auto).
Luchtstroom van airconditioning
blaast tegen de microfoon.
Spreken in niet-standaard
uitdrukkingen (dialect). Betreffende de oorzaken die links
worden aangegeven, letten op de
manier waarop u spreekt. Ook
wanneer getallen achter elkaar
worden uitgesproken verbetert de
spraakherkenning als er tussen de
getallen geen pauze wordt ingelast. Verkeerde herkenning van nummers
Slechte spraakherkenning Er is een defect in de microfoon. Er is mogelijk een slechte
verbinding of een defect in
de microfoon. Raadpleeg een
deskundige reparateur, bij voorkeur
een offi ciële Mazda reparateur.
Spraakherkenning verband houdend
met de telefoon is uitgeschakeld Er is een probleem met de
verbinding tussen de Bluetooth
®
eenheid en het apparaat. Controleer op problemen met de
paring van de apparatuur of met de
verbinding, als er na het controleren
van de paringsituatie een defect is.
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 543 of 741

6–5
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
Onderhoudsfrequentie Aantal maanden of kilometers,naargelang de situatie welke zich het eerst
voordoet.
Maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 108
×1000 km 20 40 60 80 100 120 140 160 180
Bouten en moeren op chassis en carrosserie T T T T
Toestand van carrosserie (op roest, corrosie en
perforatie) Jaarlijks inspecteren.
Cabineluchtfi lter (indien voorzien) R R R R
Banden (inclusief reservewiel) (met afstelling
van de bandenspanning)
*11*12 I I I I I I I I I
Lekke band noodreparatieset (indien voorzien)
*13 Jaarlijks inspecteren.
Tabelsymbolen:
I : Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
R : Vernieuwen
C : Reinigen
T : Vastdraaien
Opmerkingen:
*1 Inspecteer in onderstaande landen de bougies elke 10.000 km of 12 maanden alvorens deze bij de genoemde
interval te vernieuwen.
Albanië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Letland, Macedonië, Moldavië, Montenegro, Roemenië,
Servië, Oekraïne
*2 Indien de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfi lter vaker gereinigd en indien
nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*3 Voer de correctie voor de hoeveelheid brandstofi nspuiting uit.
*4 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen elke 20.000
km of 12 maanden inspecteren.
a) Gebruik in bijzonder stoffi ge gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*5 Alleen in bepaalde landen van Europa kan er bij MZR 1.6, SKYACTIV-G 1.5, SKYACTIV-G 2.0 en
SKYACTIV-D 2.2 voertuigen een fl exibele instelling worden geselecteerd. Raadpleeg een offi ciële Mazda
reparateur voor details. Een fl exibele instelling kan worden ingesteld als het voertuig hoofdzakelijk wordt
gebruikt op plaatsen waar geen van onderstaande condities van toepassing zijn.
a) Gebruiksdoel van het voertuig is als politieauto, taxi of rijschoolauto.
b) Gebruik in bijzonder stoffi ge gebieden
c) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
Als fl exibel onderhoud wordt geselecteerd, berekent het voertuig de resterende gebruiksduur van de olie
op basis van de gebruiksomstandigheden van de motor en wordt u op de hoogte gesteld wanneer een
olieverversingsbeurt nodig is door het oplichten van het moersleutelsymbool in de instrumentengroep.
Vervang de motorolie en het fi lter wanneer het bericht/moersleutelsymbool verschijnt. Deze dienen tenminste
eenmaal per jaar of binnen de 20.000 km nadat de motorolie en het fi lter de laatste keer zijn vervangen
vernieuwd te worden.
Het systeem moet telkens wanneer de motorolie is vernieuwd worden teruggesteld, ongeacht de verschijning
van het bericht/moersleutelsymbool.
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 546 of 741

6–8
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
Opmerkingen:
*1 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen elke 10.000
km of korter inspecteren.
a) Gebruik in bijzonder stoffi ge gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*2 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, is het aan te bevelen elke
10.000 km of korter de motorolie te verversen en het oliefi lter te vernieuwen.
a) Gebruik in bijzonder stoffi ge gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*3 Indien de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfi lter vaker gereinigd en indien
nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*4 Bij het vervangen van de motorkoelvloeistof wordt het gebruik van FL-22 aanbevolen. Gebruik van andere
motorkoelvloeistof dan FL-22 kan ernstige schade aan de motor en het koelsysteem toebrengen.
*5 Inspecteer het elektrolietniveau van de accu, het soortelijk gewicht en het uiterlijk van de accu.
*6 Indien u een intensief gebruik van de remmen maakt (bijvoorbeeld, regelmatig met hoge snelheid of in
berggebieden rijdt), of wanneer de auto in zeer vochtige klimaten gebruikt wordt, de remvloeistof jaarlijks
verversen.
*7 Het initialiseren van het bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) moet zodanig worden uitgevoerd dat het
systeem normaal functioneert (indien voorzien).
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 548 of 741

6–10
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
Onderhoudsfrequentie Aantal maanden of kilometers,naargelang de situatie welke zich het eerst
voordoet.
Maanden 12 24 36 48 60 72 84 96 108 120 132 144
×1000 km 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150 165 180
Stofhoezen van aandrijfas I I I I I I I I I I I I
Uitlaatsysteem hitteschilden I I I I I I I I I I I I
Bouten en moeren op chassis en carrosserie T T T T T T T T T T T T
Scharnieren en sluithaken L L L L L L L L L L L L
Gehele elektrische systeem I I I I I I I I I I I I
Toestand van carrosserie (op roest, corrosie en
perforatie) Jaarlijks inspecteren.
Cabineluchtfi lter (indien voorzien) R R R R R R
Banden (inclusief reservewiel) (met afstelling
van de bandenspanning)
*9*10 I I I I I I I I I I I I
Lekke band noodreparatieset (indien voorzien)
*11 Jaarlijks inspecteren.
Tabelsymbolen:
I : Inspecteren: Inspecteren en reinigen, repareren, afstellen, bijvullen of indien nodig vernieuwen.
R : Vernieuwen
C : Reinigen
T : Vastdraaien
L : Smeren
Opmerkingen:
*1 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen elke 7500
km of 6 maanden inspecteren.
a) Gebruik in bijzonder stoffi ge gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*2 Indien de auto hoofdzakelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, is het aan te bevelen elke 7500
km of 6 maanden de motorolie te verversen en het oliefi lter te vernieuwen.
a) Gebruiksdoel van het voertuig is als politieauto, taxi of rijschoolauto.
b) Gebruik in bijzonder stoffi ge gebieden
c) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
d) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
e) Rijden bij extreme hitte
f) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 552 of 741

6–14
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
Opmerkingen:
*1 Inspecteer in onderstaande landen de bougies elke 10.000 km of 12 maanden alvorens deze bij de genoemde
interval te vernieuwen.
Armenië, Angola, Georgië, Hongkong, Jordanië, Macau, Nigeria, Syrië, El Salvador, Guatemala, Costa Rica,
Haïti, Bolivia, Honduras, Nicaragua, Peru, Britse Maagdeneilanden, Curaçao, Vietnam, Myanmar, Cambodja
*2 Voer de correctie voor de hoeveelheid brandstofi nspuiting uit.
*3 De aandrijfriemen van de airconditioning, indien voorzien, eveneens inspecteren.
Indien de auto voornamelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, de aandrijfriemen vaker
inspecteren dan de normaal aanbevolen intervallen.
a) Gebruik in bijzonder stoffi ge gebieden
b) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
c) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
d) Rijden bij extreme hitte
e) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*4 Indien de auto voornamelijk onder de volgende omstandigheden gebruikt wordt, is het aan te bevelen de
motorolie vaker te verversen en het oliefi lter vaker te vernieuwen dan de normaal aanbevolen intervallen.
a) Gebruiksdoel van het voertuig is als politieauto, taxi of rijschoolauto.
b) Gebruik in bijzonder stoffi ge gebieden
c) Wanneer men de motor vaak langdurig stationair laat draaien of veelvuldig met lage snelheden rijdt
d) Bij het rijden gedurende lange perioden bij lage buitentemperaturen of het regelmatig rijden van korte
afstanden
e) Rijden bij extreme hitte
f) Voortdurend rijden in bergachtige gebieden
*5 Bij SKYACTIV-D 2.2, na het verversen van de motorolie de motoroliegegevens terugstellen.
*6 Gebruik koelvloeistof type FL22 bij modellen met de inscriptie “FL22” op de radiateurdop zelf of op het
naburige gedeelte. Gebruik FL22 bij het verversen van de koelvloeistof.
*7 Indien de auto gebruikt wordt in gebieden met veel zand of stof, dient het luchtfi lter vaker gereinigd en indien
nodig vernieuwd te worden dan bij de normaal aanbevolen intervallen.
*8 Inspecteer het elektrolietniveau van de accu, het soortelijk gewicht en het uiterlijk van de accu. Indien de auto in
buitengewoon hete en koude gebieden gebruikt wordt, het elektrolietniveau van de accu, het soortelijk gewicht
en het uiterlijk van de accu elke 10.000 km of 6 maanden inspecteren. Bij de onderhoudsvrije accu is alleen een
inspectie van het uiterlijk vereist.
*9 Indien u een intensief gebruik van de remmen maakt (bijvoorbeeld, regelmatig met hoge snelheid of in
berggebieden rijdt), of wanneer de auto in zeer vochtige klimaten gebruikt wordt, de remvloeistof jaarlijks
verversen.
*10 Het initialiseren van het bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) moet zodanig worden uitgevoerd dat het
systeem normaal functioneert (indien voorzien).
*11 Controleer de uiterste gebruiksdatum van de bandreparatievloeistof elk jaar tijdens het uitvoeren van periodiek
onderhoud. Vervang de fl es met bandreparatievloeistof door een nieuwe voor het verstrijken van de uiterste
gebruiksdatum.
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 609 of 741

*Bepaalde modellen.6–71
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
19 CNG 15 A —
20 AT 15 A Transmissiebesturingssysteem
21 R.WIPER 15 A Achterruitenwisser
*
22 A/C 7,5 A Airconditioning
23 ENGINE3 15 A Motorbesturingssysteem
24 ENGINE2 15 A Motorbesturingssysteem
25 ENGINE1 15 A Motorbesturingssysteem
26 GLOW SIG 5 A Motorbesturingssysteem
*
27 EVVT 20 A Motorbesturingssysteem *
28 WIPER 20 A Voorruitenwisser en ruitensproeier
29 DCDC REG 30 A Voor beveiliging van diverse circuits *
30 FUEL PUMP2 30 A —
31 ADD FAN DE 40 A Koelventilator *
32 P.WINDOW1 30 A Elektrische ruitbediening
33 H/L LOW R 15 A Koplamp (dimlicht) (Rechts) *2
34 H/L LOW L
HID L 15 A Koplamp (Links) *1 , koplamp dimlicht (Links) *2
35 METER1 10 A Instrumentengroep
36 IG2 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
37 LPG 30 A —
38 FAN DE 40 A Koelventilator
*
39 DCDC DE 40 A Voor beveiliging van diverse circuits *
40 SRS1 7,5 A Airbag
41 ENGINE. IG1 15 A Motorbesturingssysteem
42 C/U IG1 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
43 — — —
*1 Met xenon gasontlading koplampen
*2 Met halogeen koplampen
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 652 of 741

7–30
Als er zich een probleem voordoet
Oververhitting
Oververhitting
Indien het waarschuwingslampje voor
hoge motorkoelvloeistoftemperatuur gaat
branden, de auto vermogen verliest of u
een luid tikkend of pingelend geluid hoort,
is de motor waarschijnlijk oververhit.
WAARSCHUWING
Zet het contact uit en let er op dat
de ventilator niet draait alvorens te
proberen in de buurt van de
koelventilator te werken:
Werken in de buurt van de
koelventilator wanneer deze draait is
gevaarlijk. Als de motor is stopgezet
en de temperatuur in de motorruimte
hoog is, kan de ventilator gedurende
onbepaalde tijd blijven draaien.
U zou door de ventilator ernstige
verwondingen kunnen oplopen.
Geen van de
koelsysteemdoppen verwijderen
wanneer de motor en de radiateur heet
zijn:
Wanneer de motor en de radiateur heet
zijn, kan kokend hete koelvloeistof en
stoom onder druk naar buiten spuiten
en ernstig letsel veroorzaken.
De motorkap UITSLUITEND openen
nadat er geen stoom meer uit de
motorruimte komt:
Stoom van een oververhitte motor is
gevaarlijk. De ontsnappende stoom kan
ernstige brandwonden veroorzaken.
Als het waarschuwingslampje voor hoge
motorkoelvloeistoftemperatuur gaat
branden:
1. Rijd naar de kant van de weg en
breng de auto op een veilige plaats tot
stilstand.
2. Schakel bij een automatische
transmissie in stand P (parkeren)
of schakel bij een handgeschakelde
versnellingsbak in de neutraalstand.
3. Trek de handrem aan.
4. Schakel de airconditioning uit.
5. Controleer of er koelvloeistof of stoom
uit de motorruimte ontsnapt.
Als er stoom uit de motorruimte
komt:
Niet te dicht in de buurt van de
voorzijde van de auto komen. Zet de
motor stop.
Wacht totdat er geen stoom meer
naar buiten komt, open vervolgens de
motorkap en start de motor.
Indien er geen kokende koelvloeistof
of stoom naar buiten komt:
De motorkap openen en de motor
stationair laten draaien om deze
geleidelijk te laten afkoelen.
OPGELET
Als de koelventilator niet functioneert
terwijl de motor draait, zal de
motortemperatuur toenemen. Zet de
motor stop en neem contact op met een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
offi ciële Mazda reparateur.
6. Controleer of de koelventilator draait
en zet vervolgens de motor stop nadat
de temperatuur gedaald is.
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page 733 of 741

10–5
Index
i-stop waarschuwingszoemer .............. 7-57
In de volgende gevallen wordt een
waarschuwingszoemer geactiveerd ..... 7-54
120 km/h waarschuwingszoemer ... 7-59
i-ELOOP waarschuwingspieptoon ... 7-57
i-stop waarschuwingszoemer ........ 7-57
Rijsnelheidsalarm .......................... 7-57
Sleutel-in-auto-achtergelaten
waarschuwingspieptoon (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-56
Sleutel-in-bagageruimte-achtergelaten
waarschuwingspieptoon (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-56
Sleutel-uit-auto-verwijderd
waarschuwingspieptoon ................ 7-56
Verzoekschakelaar-buiten-werking
waarschuwingspieptoon (met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-56
Waarschuwingen van Mazda Radar
Cruise Control (MRCC) systeem
... 7-58
Waarschuwingsgeluid
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS)
......................................... 7-58
Waarschuwingspieptoon
buitentemperatuur ......................... 7-57
Waarschuwingspieptoon elektronische
stuurvergrendeling ......................... 7-58
Waarschuwingspieptoon van
snelheidsbegrenzer ........................ 7-58
Waarschuwingspieptoon voor niet-
uitgeschakeld contact (STOP) ....... 7-55
Waarschuwingszoemer
motortoerental ............................... 7-59
Waarschuwingszoemer
rijbaanveranderingcontrolesysteem
(RVM) ........................................... 7-58
Waarschuwingszoemer van
stuurbekrachtiging ......................... 7-59
Waarschuwingszoemer voor
bandenspanning ............................. 7-57 Waarschuwingszoemer voor systeem
van airbag/voorspanners van voorste
veiligheidsgordels ......................... 7-54
Waarschuwingszoemer voor
veiligheidsgordel ........................... 7-55
Waarschuwing voor botsing .......... 7-59
Waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting ............. 7-54
Indikatielampjes .................................. 4-49
Gloeibougie ................................... 4-52
Lage
motorkoelvloeistoftemperatuur ..... 4-52
Sleutel ............................................ 4-52
Inhouden ............................................... 9-8
Inrijden ................................................ 3-60
Installatie van niet-originele onderdelen en
accessoires ............................................. 8-3
Instrumentengroep .............................. 4-28
Instrumentenpaneelverlichting ............ 4-32
Interieurverlichting ........................... 5-162
Bagageruimteverlichting ............. 5-162
Kaartleeslampen .......................... 5-162
Kofferruimteverlichting .............. 5-162
Plafondlampen............................. 5-162 K
Kaartleeslampen ................................ 5-162
Kilometerteller en dagteller ................ 4-29
Kindersloten van achterportieren ........ 3-24
Kinderzitje
Categorieën kinderzitjes ................ 2-32
Installeren van een kinderzitje ...... 2-32
Installeren van kinderzitjes ........... 2-41
Tabel voor geschiktheid van
kinderzitjes voor diverse
zitposities....................................... 2-38
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van
een kinderzitje ............................... 2-27
Klimaatregelsysteem ............................. 5-2
Automatische airconditioning ....... 5-10
Automatische airconditioning met
tweevoudige werkingszone ........... 5-14
/C\FCA'(&0#A'FKVKQPKPFD

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 next >