ABS MAZDA MODEL 3 HATCHBACK 2016 Handleiding (in Dutch)

Page 343 of 819

4–17 9
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
De rijstrookassistent (LAS) en het rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem (LDWS) gaan
in de volgende gevallen over naar de standby-toestand:
 


 Het systeem kan de witte (gele) rijstrookstrepen niet bespeuren.



 De rijsnelheid is minder dan ongeveer 60 km/h.



 Het ABS/TCS/DSC is in bedrijf.



 Het DSC is uitgeschakeld.
 (Als de DSC wordt uitgeschakeld terwijl het systeem operationeel is, klinkt er een
waarschuwingszoemer en gaat het systeem over naar de standby-toestand.)
 


 De auto maakt een scherpe bocht.



 Het stuurwiel wordt abrupt gedraaid.



 Het rempedaal is ingedrukt.



 Wanneer de rijstrook buitengewoon smal of breed is.


Page 402 of 819

4–238
Tijdens het rijden
Bandenspanningcontrolesysteem
*Bepaalde modellen.
Bandenspanningcontrolesysteem *
Het bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) controleert de bandenspanning van alle
vier banden. Als de bandenspanning van één of meerdere banden te laag is, waarschuwt
het systeem de bestuurder door middel van het waarschuwingslampje van het
bandenspanningcontrolesysteem in de instrumentengroep en een pieptoon. Het systeem
controleert de bandenspanning indirect op basis van de gegevens die door de ABS
wielsnelheidssensors worden verzonden.
Om het systeem correct te kunnen laten werken, dient het systeem met de voorgeschreven
bandenspanning (waarde op bandenspanningslabel) geïnitialiseerd te worden. Volg de
procedure en voer de initialisatie uit.
Zie Initialiseren van het bandenspanningcontrolesysteem op pagina 4-241 .
Het waarschuwingslampje gaat knipperen als het systeem defect is.
Zie Waarschuwingslampjes op pagina 4-47 .
ABS wielsnelheidssensor


Page 418 of 819

4–254
Tijdens het rijden
Parkeersensorsysteem
OPMERKING
  Breng geen accessoires aan binnen het detectiebereik van de sensoren. Dit kan de
werking van het systeem hinderen.
  Afhankelijk van de soort hindernis en de omgevingscondities, kan het detectiebereik
van een sensor verminderd worden, of bestaat de kans dat de sensoren de hindernissen
niet kunnen opsporen.
  Het is mogelijk dat het systeem onder de volgende omstandigheden niet normaal
werkt:
 


 Wanneer zich modder, ijs of sneeuw aan het sensorgedeelte heeft vastgehecht
(wanneer dit wordt verwijderd, werkt het systeem weer normaal).
 


 Wanneer het sensorgedeelte is bevroren (wanneer het ijs ontdooid is, werkt het
systeem weer normaal).
 


 Wanneer de sensor met een hand wordt afgedekt.



 Wanneer de sensor aan een krachtige schok is blootgesteld.



 Wanneer de auto buitengewoon scheef staat.



 Onder buitengewoon hete of koude weersomstandigheden.



 Wanneer er met de auto over oneffenheden, op hellingen of op onverharde of met
gras bedekte wegen wordt gereden.
 


 Alles dat in de buurt van de auto ultrageluid voortbrengt, zoals de claxon van
een andere auto, het motorgeluid van een motor¿ ets, het luchtremgeluid van een
vrachtwagen of de sensoren van een andere auto.
 


 Wanneer met de auto bij zware regenval wordt gereden of bij rijomstandigheden die
opspattend water veroorzaken.
 


 Wanneer een in de handel verkrijgbare staafantenne of een antenne voor
zendapparatuur in de auto is geïnstalleerd.
 


 Wanneer de auto in de richting gaat van een hoge of vierkante stoeprand.



 Wanneer de hindernis zich te dicht bij de sensor bevindt. 

 Hindernissen onder de bumper worden mogelijk niet opgespoord. Hindernissen
die lager zijn dan de bumper of smal zijn worden mogelijk in eerste instantie wel
opgespoord maar worden naarmate de auto de hindernis dichter nadert niet meer
opgespoord.
  Het is mogelijk dat de volgende soorten hindernissen niet opgespoord worden:




 Dunne voorwerpen zoals kabel of touw



 Materialen die geluidsgolven gemakkelijk absorberen zoals katoen of sneeuw



 Hoekvormige voorwerpen



 Bijzonder lange voorwerpen, en die welke breed zijn aan de bovenzijde



 Kleine, korte voorwerpen 

 Laat het systeem altijd inspecteren door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda reparateur als de bumpers een schok of stoot hebben gekregen, ook bij
een klein ongeluk. Als de sensoren een afwijking hebben, kunnen ze hindernissen niet
opsporen.


Page 678 of 819

6–76
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
*Bepaalde modellen.
Beschrijving van het zekeringenpaneel
Zekeringenblok (Motorruimte)
Multiplex trage zekering
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
1 FOG 15 A Mistlampen voor *
2 H/L HI 20 A Koplampen (grootlicht)
3 H/CLEAN 20 A Koplampsproeier *
4 STOP 10 A Remlichten, mistlamp achter *
5 ROOM 15 A Plafondlamp
6
7,5 A Motorbesturingssysteem *
7 FUEL WARM 15 A Brandstofverwarmer *
8 HAZARD 25 A Waarschuwingsknipperlichten, richtingaanwijzers
9 ABS/DSCS 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit *
10 METER2 7,5 A —
11 AUDIO2 7,5 A Audio-installatie *
12 BOSE 25 A Model uitgerust met Bose ® geluidsinstallatie *
13 AUDIO1 15 A Audio-installatie *
14 FUEL PUMP 15 A Brandstofsysteem *
15 HID R DRL 15 A Koplamp (Rechts) *1
16 AT PUMP 15 A Transmissiebesturingssysteem *
17 HORN 15 A Claxon
18 TAIL 15 A Lampen van achterlichten, kentekenplaatverlichting,
positielampen
19 ST HEATER 15 A Verwarmd stuurwiel
*


Page 680 of 819

6–78
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
*Bepaalde modellen.
Zekeringenblok (Linkerzijde)
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
1 P.WINDOW3
P. S E AT D 30 A Elektrische zittingafstelling
*
2 D.LOCK 25 A Centrale portiervergrendeling
3 P.WINDOW2 25 A Elektrische ruitbediening
4 SEAT WARM 20 A Stoelverwarming
*
5 R.OUTLET3 15 A —
6 SRS2/ESCL 15 A Elektronische stuurvergrendeling
7 SUNROOF 10 A Schuifdak
*
8 M.DEF 7,5 A Spiegelverwarming *
9 R.OUTLET1 15 A Stekkerbussen voor accessoires *
10 MIRROR 7,5 A Elektrisch bediende buitenspiegels
11 F.OUTLET 15 A Stekkerbussen voor accessoires
12 ABS IG
A T I N D 7,5 A AT schakelstandindicator
*
13 SRS1 7,5 A —
14 METER1 10 A —
15 C/U IG1 15 A —


Page 730 of 819

7–38
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
Signaal Waarschuwing
Waarschuwing van
elektronisch
remkrachtverdelingssysteem
Als de stuureenheid van het elektronisch remkrachtverdelingssysteem vaststelt dat
bepaalde onderdelen niet goed functioneren, is het mogelijk dat de stuureenheid het
remwaarschuwingslampje en het ABS waarschuwingslampje tegelijkertijd laat branden.
Er is vermoedelijk een probleem in het elektronisch remkrachtverdelingssysteem.
WAARSCHUWING
Rijd niet wanneer zowel het ABS waarschuwingslampje als het
remwaarschuwingslampje beide branden. Laat de auto naar een deskundige
reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur slepen om de remmen zo
spoedig mogelijk te laten inspecteren:
Rijden terwijl het ABS waarschuwingslampje en remwaarschuwingslampje
tegelijkertijd branden is gevaarlijk.
Wanneer beide lampjes branden, kunnen de achterwielen tijdens een noodstop
sneller gaan blokkeren dan onder normale omstandigheden.
Laadsysteemwaarschuwingslampje
Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, duidt dit op een probleem
met de dynamo of het laadsysteem.
Rijd naar de kant van de weg en breng de auto op een veilige plaats tot stilstand.
Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur.
OPGELET
Wanneer het waarschuwingslampje van het laadsysteem brandt, niet met de auto
doorrijden omdat de motor plotseling zou kunnen stoppen.


Page 732 of 819

7–40
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
Signaal Waarschuwing
Indicatielampje voor
defecte
stuurbekrachtiging Het lampje gaat branden/knipperen als er een defect is in de elektrische
stuurbekrachtiging.
Als het lampje gaat branden/knipperen, de auto op een veilige plaats tot stilstand
brengen en het stuurwiel niet draaien. Als het lampje na enige tijd uit gaat, is er geen
probleem. Neem contact op met een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële
Mazda reparateur als het lampje blijft branden/knipperen.
OPMERKING
Als het indicatielampje brandt/knippert, zal de stuurbekrachtiging niet normaal
functioneren. In dat geval kan het stuurwiel alsnog gedraaid worden, echter het
sturen gaat dan zwaarder dan normaal of het is mogelijk dat het stuurwiel tijdens
het draaien trilt.
Als tijdens stilstand of uiterst langzaam rijden het stuurwiel bij herhaling naar
links en naar rechts gedraaid wordt, is het mogelijk dat de defectbeveiliging van
het stuurbekrachtigingssysteem in werking treedt waardoor het sturen zwaarder
wordt. Dit duidt echter niet op een probleem. Parkeer in dit geval de auto op een
veilige plaats en wacht enkele minuten totdat het systeem weer normaal werkt.
Neem contact op met een of¿ ciële Mazda reparateur en laat de auto
inspecteren
Als een van de volgende waarschuwingslampjes of het indicatielampje gaat branden/
knipperen, is er mogelijk een defect in het systeem. Raadpleeg een deskundige reparateur,
bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur, om uw auto te laten inspecteren.
Signaal Waarschuwing
Waarschuwingslampje
van anti-blokkeer
remsysteem (ABS) Wanneer het ABS waarschuwingslampje van het ABS systeem tijdens het rijden
blijft branden, geeft dit aan dat de ABS besturingseenheid een defect in het systeem
vastgesteld heeft. In dat geval zal het remsysteem op dezelfde wijze werken als bij een
auto zonder ABS.
Als dit gebeurt, dient u zo spoedig mogelijk een deskundige reparateur, bij voorkeur
een of¿ ciële Mazda reparateur te raadplegen.
OPMERKING
Wanneer de motor met behulp van een hulpaccu gestart wordt, is het toerental
ongelijkmatig en is het mogelijk dat het ABS waarschuwingslampje gaat branden.
In dit geval is dit het gevolg van een nagenoeg uitgeputte accu en duidt dit niet op
een defect in het ABS systeem.
(Modellen met DSC)
Wanneer het ABS waarschuwingslampje brandt werkt het
rembekrachtigingsysteem niet.


Page 759 of 819

8–3
Informatie voor de eigenaar
Garantie
Installatie van niet-originele onderdelen en accessoires
Het aanbrengen van technische wijzigingen aan de originele staat van uw Mazda kan van
invloed zijn op de veiligheid van uw auto. Dergelijke technische wijzigingen omvatten
niet alleen het gebruik van niet geschikte onderdelen, maar ook accessoires, uitrusting of
hulpstukken, zoals velgen en banden.
Originele Mazda onderdelen en originele Mazda accessoires zijn speci¿ ek ontworpen voor
Mazda automobielen.
Andere dan de hierboven vermelde onderdelen en accessoires zijn niet door Mazda
geïnspecteerd en goedgekeurd tenzij dit door Mazda uitdrukkelijk wordt vermeld. Wij
kunnen niet garant staan voor de geschiktheid van dergelijke producten. Mazda kan niet
aansprakelijk gesteld worden voor enigerlei schade veroorzaakt door het gebruik van
dergelijke producten.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig bij het kiezen en installeren van aanvullende elektrische apparatuur,
zoals mobiele telefoons, zend- en ontvanginstallaties, stereo-systemen en auto-
alarmsystemen:
Een simpele fout bij het kiezen of het installeren van verkeerde aanvullende apparatuur
of het kiezen van een verkeerde installateur is gevaarlijk. Essentiële systemen kunnen
beschadigd worden, hetgeen het afslaan van de motor, activering van de airbag (SRS),
buiten werking treden van het ABS/TCS/DSC systeem of brand in de wagen kan
veroorzaken.
Mazda kan niet aansprakelijk gesteld worden voor dood, letsel of onkosten die het gevolg
kunnen zijn van het installeren van aanvullende niet-originele onderdelen of accessoires.


Page 808 of 819

10–2
Index
1
120 km/h waarschuwingszoemer ........ 7-60
A
Aanbevolen olie .................................. 6-26
Aanbevolen smeermiddelen .................. 9-7
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem
(AFS)................................................. 4-122
Accu .................................................... 6-44
Inspectie van het niveau van het accu-
elektroliet....................................... 6-46
Laden ............................................. 6-47
Onderhoudspunt ............................ 6-46
Technische gegevens ....................... 9-6
Vernieuwen .................................... 6-47
Accu is uitgeput .................................. 7-25
Starten met een hulpaccu .............. 7-25
Achterklep ........................................... 3-25
Achterruitensproeier ........................... 4-89
Achterruitenwisser .............................. 4-88
Achterruitverwarming ......................... 4-90
Achterruit ...................................... 4-90
Achterste kledinghaken ..................... 5-175
Achteruitkijkmonitor ......................... 4-243
Afstelling van de beeldkwaliteit ... 4-252
Afwijking tussen de werkelijke
wegsituatie en het weergegeven
beeld ............................................ 4-251
Gebruik van de
achteruitkijkmonitor .................... 4-248
Gebruik van de display................ 4-247
Overschakelen naar de
achteruitkijkmonitordisplay ........ 4-244
Plaats van
achteruitparkeercamera ............... 4-244
Weergavebereik op het scherm ... 4-245
Achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA).............................................. 4-155
Achterzitting ......................................... 2-9
Active Driving Display ....................... 4-43
Adaptieve LED koplampen (ALH) ... 4-123 Afmetingen ......................................... 9-11
Afstandbediende portiervergrendeling ... 3-4
Afstandherkenninghulpsysteem
(DRSS) .............................................. 4-149
Indicatie op display ..................... 4-150
Afstelbare snelheidsbegrenzer .......... 4-189
Activering/deactivering ............... 4-193
Afstelbare
snelheidsbegrenzerdisplay........... 4-190
Hoofdindicatie van afstelbare
snelheidsbegrenzer (wit) ............. 4-191
Indicatie (wit)/indicatielampje (groen)
van instelfunctie van afstelbare
snelheidsbegrenzer ...................... 4-191
Instellen van het systeem ............ 4-194
Tijdelijk annuleren van het
systeem ........................................ 4-195
Waarschuwingspieptoon
snelheidsbegrenzer ...................... 4-192
Airbagsystemen ................................... 2-45
Als de Active Driving Display niet
functioneert ......................................... 7-63
Als een waarschuwingslampje gaat
branden of knipperen .......................... 7-36
Anti-blokkeer remsysteem (ABS) ..... 4-102
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Met inbraaksensor) ............................ 3-57
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Zonder inbraaksensor) ....................... 3-62
Anti-wielspin regeling (TCS) ........... 4-103
TCS/DSC indicatielampje ........... 4-104
Asbak ................................................ 5-175
Audiobedieningsschakelaar
Afstellen van het volume .............. 5-78
Audio-uit toets ............................... 5-79
Zoektoets ....................................... 5-78


Page:   < prev 1-10 11-20