audio MAZDA MODEL 6 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 646 of 842

6–17
Onderhoud en verzorging
Periodieke onderhoudsbeurten
Onderhoudsmonitor
Onderhoudsmonitor (Type A/Type B audio)
“Olie verversen” met À exibele instelling *1 is beschikbaar. Raadpleeg een of¿ ciële
Mazda reparateur voor details *2 . Wanneer de À exibele instelling voor het tijdstip van het
verversen van de motorolie is geselecteerd, gaat het moersleutelindicatielampje in de
instrumentengroep branden wanneer de resterende gebruiksduur van de olie minder is dan
1.000 km of het resterende aantal dagen minder is dan 15 (naargelang de situatie welke zich
het eerst voordoet).
Terugstelmethode
Houd met het contact uitgeschakeld de keuzeschakelaar ingedrukt en schakel het contact
vervolgens in. Blijf de keuzeschakelaar gedurende 5 seconden of langer ingedrukt houden.
Het hoofdwaarschuwingslampje gaat gedurende enkele seconden knipperen wanneer het
resetten voltooid is.

Keuzeschakelaar

*1 Er is een À exibele instelling voor het tijdstip van het verversen van de motorolie
beschikbaar (alleen bepaalde modellen). Op basis van de gebruiksomstandigheden van
de motor, berekent de boordcomputer in uw auto de resterende gebruiksduur van de olie.
*2 Wanneer de À exibele instelling voor het tijdstip van het verversen van de motorolie is
geselecteerd, moet het systeem bij elke olieverversing teruggesteld worden, ongeacht het
verschijnen van het moersleutelindicatielampje.

Onderhoudsmonitor (Type C/Type D audio)
1. Selecteer het pictogram op het thuisscherm voor het tonen van het “Applicaties”
scherm.
2. Selecteer “Monitor voertuigstatus” voor het weergeven van de huidige waarschuwingen.
3. Selecteer “Onderhoud” voor het tonen van het onderhoudsbeurtenscherm.
4. Verander het tabblad en selecteer het instellingsitem dat u wilt veranderen.



Page 699 of 842

6–70
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
3. Trek de zekering recht uit met
behulp van de zekeringtrekker welke
aangebracht is op het zekeringenblok in
de motorruimte.


4. Controleer de zekering en vervang deze
als deze is doorgeslagen.

NormaalDoorgeslagen

5. Druk een nieuwe zekering van
hetzelfde amperage op de plaats
en controleer of deze goed in de
klemmen vastzit. Als dit niet het
geval is, de zekering door een
deskundige reparateur laten installeren.
Bij voorkeur een of¿ ciële Mazda
reparateur.
Indien er geen reserve-zekering meer
beschikbaar is, kunt u een zekering van
dezelfde capaciteit gebruiken van een
circuit dat voor het rijden met de auto
niet essentieel is, zoals het AUDIO of
OUTLET circuit.
OPGELET
Vervang een zekering steeds door
een originele Mazda zekering of
gelijkwaardige van dezelfde capaciteit.
Anders bestaat de kans op beschadiging
van de elektrische installatie.
6. Breng de afdekking aan en controleer
dat deze stevig op zijn plaats zit.

Vervangen van de zekeringen onder de
motorkap
Controleer het zekeringenblok in de
motorruimte, indien de koplampen
of andere elektrische onderdelen niet
functioneren en de zekeringen in het
interieur in orde zijn. Indien een zekering
is doorgeslagen, dient deze te worden
vervangen. Handel in een dergelijk geval
als volgt:


1. Controleer of de contactschakelaar
uitgeschakeld is en dat de overige
schakelaars uit zijn.
2. Verwijder de kap van het
zekeringenblok.




Page 701 of 842

6–72
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
*Bepaalde modellen.
Beschrijving van het zekeringenpaneel
Zekeringenblok (Motorruimte)


BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
1 ADD FAN GE 30 A Koelventilator *
2 IG2 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
3 INJECTOR 30 A Motorbesturingssysteem
*
4 FAN DE 40 A Koelventilator *
5 P.WINDOW1 30 A Elektrische ruitbediening *
6 — — —
7 ADD FAN DE 40 A Koelventilator
*
8 EVVT
SCR1 20 A Motorbesturingssysteem
*
9 DEFOG 40 A Achterruitverwarming
10 DCDC DE 40 A Voor beveiliging van diverse circuits
*
11 FAN GE 30 A Koelventilator *
12 EPB L 20 A Elektrische handrem (Links)
13 AUDIO 40 A Audio-installatie
*
14 EPB R 20 A Elektrische handrem (Rechts)
15 ENG.MAIN 40 A Motorbesturingssysteem
16
ABS/DSC M 50 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
17

50 A Voor beveiliging van diverse circuits
18 WIPER 20 A Voorruitenwisser en ruitensproeier


Page 702 of 842

6–73
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
*Bepaalde modellen.
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
19 HEATER 40 A Airconditioning
20 DCDC REG 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
*
21 ENGINE.IG1 7,5 A Motorbesturingssysteem
22 C/U IG1 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
23 H/L LOW L
HID L 15 A Koplamp (dimlicht) (Links)
24 H/L LOW R 15 A Koplamp (dimlicht) (Rechts)
25 ENGINE3 15 A Motorbesturingssysteem
26 ENGINE2 15 A Motorbesturingssysteem
27 ENGINE1 15 A Motorbesturingssysteem
28 AT 15 A Transmissieregelsysteem
* , contactschakelaar
29 H/CLEAN 20 A Koplampsproeier *
30 A/C 7,5 A Airconditioning
31 AT PUMP 15 A Transmissiebesturingssysteem
*
32 STOP 10 A Remlichten, mistlamp achter *
33 R.WIPER 15 A Achterruitenwisser * , anti-diefstal beveiligingssysteem *
34 H/L HI 20 A Koplampen (grootlicht)
35 HID R
ST.HEATER 15 A Verwarmd stuurwiel
*
36 FOG 15 A Mistlampen voor
*
37

7,5 A Motorbesturingssysteem
38 AUDIO2 7,5 A Audio-installatie
39 GLOW SIG 5 A Motorbesturingssysteem
*
40 METER2 7,5 A Instrumentengroep *
41 METER1 10 A Instrumentengroep
42 SRS1 7,5 A Airbag
43 BOSE 25 A Model uitgerust met Bose
® geluidsinstallatie *
44 AUDIO1 15 A Audio-installatie
45 ABS/DSC S 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
46 FUEL PUMP 15 A Brandstofsysteem
*
47 FUEL WARM 25 A Brandstofverwarmer *
48 TAIL 15 A Achterlichten, kentekenplaatlampen *
49 FUEL PUMP2
SCR2 25 A Brandstofsysteem
*
50 HAZARD 25 A Waarschuwingsknipperlichten, richtingaanwijzers,
achterlichten, positielampen, kentekenplaatverlichting
51 DRL 15 A Dagverlichting
*
52 R.OUTLET2 15 A Stekkerbussen voor accessoires
53 HORN 15 A Claxon
54 ROOM 15 A Plafondlamp


Page 712 of 842

6–83
Onderhoud en verzorging
Verzorging van het uiterlijk
 


 Als plastic onderdelen zoals de bumpers
onvoorzien in aanraking komen met
chemicaliën of vloeistoffen zoals
benzine, olie, motorkoelvloeistof of
accuvloeistof, kan dit verkleuring,
vlekken of afbladdering van de
laklaag veroorzaken. Veeg dergelijke
chemicaliën of vloeistoffen onmiddellijk
af met behulp van een zachte doek.
 


 Er zijn autowasinrichtingen die
werken met hoge watertemperatuur
en hoge waterdruk, afhankelijk van
het type hogedruk-autowasinstallatie.
Als het sproeiermondstuk van de
autowasinrichting te dicht bij de auto
wordt gehouden, of als deze gedurende
langere tijd op één plaats gericht blijft,
kunnen plastic onderdelen vervormd
raken of kan de laklaag beschadigd
worden.
 


 Gebruik geen was die schuurmiddelen
bevat (polijstmiddel). Anders kan
dit beschadiging van de laklaag
veroorzaken.
 


 Gebruik verder ook geen elektrisch
of persluchtgereedschap voor het
aanbrengen van was. Anders kunnen
door de opgewekte wrijvingswarmte
plastic onderdelen vervormd raken of
kan de laklaag beschadigd worden.

Verzorging van het
interieur
WAARSCHUWING
Spuit geen water in de cabine van het
voertuig:
Water spuiten in de cabine van het
voertuig is gevaarlijk, aangezien
elektrische apparatuur zoals de audio-
installatie en schakelaars nat kunnen
worden wat defecten of brand in het
voertuig kan veroorzaken.
OPMERKING
  Veeg het interieur niet af met behulp
van alcohol, chloorbleekmiddel of
organische oplosmiddelen zoals
verdunner, benzeen en benzine.
Anders kan dit verkleuring of
vlekken veroorzaken.
  Hard wrijven met een harde
borstel of doek kan beschadiging
veroorzaken.
Als het interieur van het voertuig door
een van het onderstaande verontreinigd is
geraakt, dit onmiddellijk met behulp van
een zachte doek verwijderen.
Wanneer dit niet wordt schoongemaakt,
kan dit verkleuring, vlekken, barsten of
afschilfering van de laklaag veroorzaken
en zal later verwijderen moeilijk zijn.
 


 Dranken of parfum



 Vet of olie



 Vlekken


Page 754 of 842

7–37
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
Als een waarschuwingslampje gaat branden of knipperen
Als een van de waarschuwingslampjes gaat branden/knipperen, voor het betreffende lampje
de juiste actie ondernemen. Er is geen probleem als het lampje uit gaat, echter als het lampje
niet uit gaat of opnieuw gaat branden/knipperen, een of¿ ciële Mazda reparateur raadplegen.
(Voertuigen met type C/type D audio)
De gegevens van de betreffende waarschuwing kunnen op de middendisplay gecontroleerd
worden.

1. Als het waarschuwingslampje gaat branden, selecteer dan het pictogram op het
thuisscherm voor het weergeven van het toepassingenscherm.
2. Selecteer “Monitor voertuigstatus” voor het weergeven van de huidige waarschuwingen.
3. Selecteer “Waarschuwing” voor het weergeven van de huidige waarschuwingen.
4. Selecteer de betreffende waarschuwing voor het tonen van de details van de
waarschuwing.

Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand
Als een van onderstaande waarschuwingslampjes gaat branden, is er mogelijk een defect in
het systeem. Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand en neem contact
op met een of¿ ciële Mazda reparateur.

Signaal Waarschuwing
Remwaarschuwingslampje
Als het remsysteemwaarschuwingslampje blijft branden, bestaat de kans dat het
remvloeistofniveau laag is of dat er een probleem is met het remsysteem. Breng
de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand en neem contact op met een
deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur.
WAARSCHUWING
Niet rijden wanneer het remwaarschuwingslampje brandt. Neem contact op met
een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur om de
remmen zo spoedig mogelijk te laten inspecteren:
Rijden terwijl het remwaarschuwingslampje brandt is gevaarlijk. Het geeft
aan dat de remmen wellicht totaal niet functioneren of dat ze op elk moment
volledig buiten bedrijf kunnen raken. Laat de remmen onmiddellijk inspecteren
indien dit lampje blijft branden nadat u gecontroleerd heeft of de handrem
volledig ontspannen is.
OPGELET
Ook is het mogelijk dat het effectieve remvermogen vermindert, zodat u het
rempedaal krachtiger moet intrappen dan normaal om de auto tot stilstand te
brengen.


Page 772 of 842

7–55
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
Berichten die verschijnen op de display
Als een bericht wordt getoond op de middendisplay (Type C/type D audio), overeenkomstig
het getoonde bericht de juiste maatregel nemen (op kalme wijze).


(Displayvoorbeeld)

Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand
Als de volgende berichten in de middendisplay worden getoond (Type C/type D audio), is er
mogelijk een defect in een voertuigsysteem. Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand
en neem contact op met een of¿ ciële Mazda reparateur.

Display Aangegeven toestand

Wordt getoond als de motorkoelvloeistoftemperatuur
buitengewoon is toegenomen.

Wordt getoond als er een defect is in het laadsysteem.


Page 824 of 842

9–17
Technische gegevens
Gebruikersinstellingen
Onderwerp Bijzonderheid Fabrieksinstelling Beschikbare
instellingen
Methode
voor
wijzigen
van
instellingen


Rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) (pagina 4-190 )
Het type waarschuwing van de
rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) kan worden gewijzigd.
Trilling Trilling/
Pieptoon/
Ribbel A —

De intensiteit/volume van
de waarschuwing van de
rijstrookassistent (LAS) en het
rijstrookafwijkingwaarschuwingssysteem
(LDWS) kan worden gewijzigd. Trilling Laag Hoog/Laag A —

Ribbel Laag Hoog/
Midden/
Laag A —


Pieptoon Laag Hoog/Laag A —


Dodehoekmonitor
(BSM) (pagina 4-148 ) Het systeem kan zodanig worden
gewijzigd dat de dodehoekmonitor
(BSM) does niet functioneert.
*1 Aan Aan/Uit A —

Volume van waarschuwingszoemer
*3 Hoog Hoog/
Laag/
Uit A —

Afstandherkenninghulpsysteem
(DRSS) (pagina 4-164 )
Het systeem kan zodanig
worden gewijzigd dat het
Afstandherkenninghulpsysteem (DRSS)
niet functioneert.
*1 Aan Aan/Uit A —


De afstand waarbij het voorliggend
voertuig aangegeven in de display oranje
oplicht kan gewijzigd worden. Dicht Veraf/Mid./
Dicht A —


Vermoeidheidswaarschuwing
(DAA) (pagina 4-168 ) Het systeem kan zodanig
gewijzigd worden dat de
vermoeidheidswaarschuwing (DAA) niet
werkt.
*1 Aan Aan/Uit A —


Verkeersbordherkenningsysteem
(TSR) *4 (pagina 4-156 )
Het verkeersbordherkenningsysteem
(TSR) kan op buiten werking ingesteld
worden.
*1 Aan Aan/Uit A —

Het waarschuwingspatroon voor de
waarschuwing te hoge snelheid kan
worden gewijzigd. Uit Uit/
Visueel/

Audio en
visueel A —


Het activeringstijdstip voor de
waarschuwing te hoge snelheid kan
worden gewijzigd.
0 0/ 5/ 10 A —



Page 829 of 842

9–22
Technische gegevens
Gebruikersinstellingen
*1 Hoewel deze systemen kunnen worden uitgeschakeld, is dit tegenstrijdig met het doel van het systeem en het
wordt dan ook door Mazda aanbevolen deze systemen ingeschakeld te laten.
*2 Bij voertuigen met een andere audio-installatie dan het type met schermtoetsbediening, kan het
waarschuwingsgeluid niet veranderd worden. Het waarschuwingsgeluid is enkel een pieptoon.
*3 Enkel het volume van de waarschuwingszoemer tijdens de werking van de dodehoekmonitor
(BSM) kan gewijzigd worden. Het volume van de waarschuwingszoemer tijdens de werking van het
achteruitrijwaarschuwingssysteem (RCTA) kan niet gewijzigd worden.
*4 Dit systeem functioneert alleen wanneer het navigatiesysteem in werking is.
*5 Als de automatische ruitenwisserregeling op Uit wordt gezet, verandert de stand van de ruitenwisserhendel

naar intervalwerking.
*6 Ook als de werkingstijd van de achterruitverwarming is veranderd naar Continu, is het mogelijk dat als gevolg
van het effect van de buitentemperatuur de werking na 15 minuten stopt.
*7 Verander de lichtsterkte van de omgevingsverlichting terwijl de positielampen of de koplampen zijn
ingeschakeld.
*8 Wanneer ingesteld op OFF, blijft de omgevingsverlichting uit, ongeacht of de positielampen of koplampen aan
of uit zijn. Deze zullen echter aan of uit gaan in samenhang met het instapverlichtingssysteem.
*9 Weergave alleen beschikbaar vanaf de middendisplay.





Page 832 of 842

10–3
Index
Anti-blokkeer remsysteem (ABS) ..... 4-109
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Met inbraaksensor) ............................ 3-59
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Zonder inbraaksensor) ....................... 3-64
Anti-wielspin regeling (TCS) ........... 4-110
TCS/DSC indicatielampje ........... 4-111
Asbak ................................................ 5-169
Audiobedieningsschakelaar
Afstellen van het volume .............. 5-72
Audio-uit toets ............................... 5-73
Zoektoets ....................................... 5-72
Audio-installatie .................................. 5-15
Antenne ......................................... 5-15
Audiobedieningsschakelaar........... 5-71
Audioset [Type A/Type B
(niet-aanraakscherm)] ................... 5-30
Audioset [Type C/Type D
(aanraakscherm)] ........................... 5-47
AUX/USB modus.......................... 5-74
Bedieningstips voor
audio-installatie ............................. 5-15
Automatische transmissie ................... 4-66
Actieve Aangepaste Overschakeling
(AAS) ............................................ 4-70
Bedieningsorganen van de
automatische transmissie ............... 4-66
Directe modus ............................... 4-78
Modus voor handbediende
overschakeling............................... 4-71
Rijtips ............................................ 4-79
Schakelblokkeersysteem ............... 4-67
Schakelstanden .............................. 4-68 B
Bagageruimteverlichting ................... 5-159
Banden ................................................ 6-46
Bandenspanning ............................ 6-46
Lekke band ...................................... 7-4
Noodreservewiel ........................... 6-49
Onderling verwisselen van de
banden ........................................... 6-47
Sneeuwbanden............................... 3-72
Sneeuwkettingen ........................... 3-73
Technische gegevens ..................... 9-12
Vernieuwen van een band.............. 6-49
Vernieuwen van een velg .............. 6-50
Bandenspanningcontrolesysteem ...... 4-249
Bedrijfstoestanddisplay ..................... 4-119
Bekerhouder ...................................... 5-164
Berichten die verschijnen op de
display ................................................. 7-55
Berichten die verschijnen op de multi-
informatiedisplay ................................ 7-54
Beveiligingssysteem
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Met inbraaksensor) ...................... 3-59
Anti-diefstal beveiligingssysteem
(Zonder inbraaksensor) ................. 3-64
Start-blokkeersysteem ................... 3-57
Bevestigingsriem voor
gevarendriehoek .................................... 7-3
Binnenspiegel ...................................... 3-48
Bluetooth
® ........................................... 5-93
Bluetooth® audio (Type A) .......... 5-141
Bluetooth® audio
(Type C/Type D).......................... 5-144
Bluetooth
® handsfree (Type A) ... 5-122
Bluetooth® handsfree
(Type C/Type D).......................... 5-131
Oplossen van problemen ............. 5-155
Boordcomputer ................................... 4-35


Page:   < prev 1-10 ... 81-90 91-100 101-110 111-120 121-130