airbag off MAZDA MODEL 6 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 26 of 991

9RRU]RUJVPDDWUHJHOHQELMJHEUXLNYDQGH]LWWLQJHQ
:$$56&+8:,1*
Zorg er voor dat de afstelbare onderdelen van een zitting op hun plaats vergrendeld zijn:
Niet goed vergrendelde afstelbare zittingen en rugleuningen zijn gevaarlijk. Bij plotseling
stoppen of een botsing kan de zitting of de rugleuning in beweging komen, hetgeen letsel kan
veroorzaken. Zorg er voor dat de afstelbare onderdelen van de zittingen goed op hun plaats
vergrendeld zijn door te proberen de zitting naar voren en naar achteren te schuiven en de
rugleuningen heen en weer te duwen.
Laat kinderen nooit een zitting afstellen:
Toestaan dat kinderen een zitting afstellen is gevaarlijk, aangezien dit ernstig letsel kan
veroorzaken wanneer de handen of voeten van het kind tussen de zitting beklemd raken.
Niet rijden met ontgrendelde rugleuning:
Alle rugleuningen spelen een belangrijke rol bij uw bescherming in een auto. Het niet
vergrendelen van de rugleuning is gevaarlijk, aangezien tijdens plotseling afremmen of een
botsing passagiers van hun plaats geslingerd kunnen worden en inzittenden door bagage
geraakt kunnen worden, hetgeen ernstig letsel kan veroorzaken. Duw telkens na het afstellen
van de rugleuning, ook als er geen overige passagiers zijn, de rugleuning even heen en weer
om te controleren of deze goed op zijn plaats vergrendeld is.
Een stoel uitsluitend afstellen wanneer de auto tot stilstand gebracht is:
Als de stoel tijdens het rijden wordt afgesteld, kan de zitpositie onstabiel worden en kan deze
onverwacht bewegen. Dit kan ongelukken veroorzaken.
De voorzittingen niet wijzigen of vervangen:
Het aanbrengen van wijzigingen of het vernieuwen van de voorzittingen zoals het
vernieuwen van de bekleding of het losdraaien van bouten is gevaarlijk. De voorzittingen
bevatten airbagcomponenten die van essentieel belang zijn voor het aanvullend
beveiligingssysteem. Het aanvullend beveiligingssysteem kan door dergelijke wijzigingen
beschadigd worden, hetgeen tot ernstig letsel kan leiden. Raadpleeg een officiële Mazda
reparateur als uitbouwen of opnieuw inbouwen van de voorzittingen om een of andere reden
noodzakelijk is.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
=LWWLQJHQ


Page 27 of 991

Rijd niet met beschadigde voorzittingen:
Rijden met beschadigde voorzittingen, zoals zitkussens die gescheurd of tot op het urethaan
beschadigd zijn, is gevaarlijk. De voorzittingen die belangrijke airbagcomponenten bevatten
kunnen door een botsing beschadigd worden, ook als het een botsing is die voor het activeren
van de airbags niet krachtig genoeg is. Bij een eventuele volgende botsing zal een airbag
mogelijk niet geactiveerd worden, hetgeen tot letsel kan leiden. Laat na een botsing de
voorzittingen, de voorspanners van de veiligheidsgordels van de voorzittingen en de airbags
altijd door een officiële Mazda reparateur inspecteren.
Rijd niet met de rugleuningen van de voorzittingen in achterover geleunde positie:
Tijdens het rijden in achterover geleunde positie zitten is gevaarlijk, aangezien de
veiligheidsgordels dan niet de optimale bescherming bieden. Tijdens een aanrijding of bij
plotseling afremmen, zou u onder de heupgordel kunnen glijden en ernstig inwendig letsel
kunnen oplopen. Voor een maximale bescherming, steeds goed achter op de zitting
plaatsnemen en rechtop zitten.
Plaats geen voorwerp zoals een kussen tussen de rugleuning en uw rug:
Het plaatsen van een voorwerp zoals een kussen tussen de rugleuning en uw rug is gevaarlijk
omdat u geen veilige rijhouding kunt aanhouden en de veiligheidsgordel bij een botsing niet
de volledige bescherming kan bieden, wat een ernstig ongeval met mogelijk dodelijk letsel
kan veroorzaken.
Plaats geen voorwerpen onder de zitting:
Het voorwerp kan beklemd raken en tot gevolg hebben dat de zitting niet goed vergrendeld
wordt waardoor een ongeluk veroorzaakt kan worden.
Nooit lading hoger dan de rugleuningen opstapelen:
Bagage of overige lading die hoger wordt opgestapeld dan de rugleuningen is gevaarlijk. In
het geval van een botsing of plotseling afremmen kunnen deze voorwerpen naar voren
geslingerd worden waardoor passagiers geraakt kunnen worden en letsel kunnen oplopen.
Zorg er voor dat bagage en lading alvorens te gaan rijden goed wordt vastgemaakt:
Lading die tijdens het rijden niet is vastgemaakt is gevaarlijk aangezien deze bij plotseling
afremmen of een botsing kan gaan schuiven of in elkaar gedrukt kan worden en letsel kan
veroorzaken.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
=LWWLQJHQ


Page 53 of 991

Rijd niet met een auto met een beschadigde veiligheidsgordel:
Gebruik van een beschadigde veiligheidsgordel is gevaarlijk. Bij een ongeluk kan het
gordelmateriaal van de veiligheidsgordel die op dat moment werd gedragen beschadigd
raken. Een beschadigde veiligheidsgordel kan tijdens een aanrijding geen voldoende
bescherming bieden. Laat een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur alle veiligheidsgordelsystemen die tijdens een aanrijding in gebruik waren
inspecteren alvorens deze weer in gebruik te nemen.
Laat uw veiligheidsgordels onmiddellijk vernieuwen als de voorspanner of drukbegrenzer
geactiveerd werd:
Laat na een botsing altijd onmiddellijk een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda reparateur de voorspanners van de veiligheidsgordels en de airbags inspecteren. Juist
zoals de airbags functioneren de voorspanners en drukbegrenzers van de veiligheidsgordels
slechts eenmaal en moeten deze na elke botsing waarbij deze geactiveerd werden worden
vernieuwd. Als de voorspanners van de veiligheidsgordels en drukbegrenzers niet vernieuwd
worden, zal het risico van letsel bij een botsing toenemen.
Dragen van de schoudergordel:
Een schoudergordel die op verkeerde wijze wordt gedragen is gevaarlijk. Zorg er steeds voor
dat de schoudergordel over uw schouder en in de nabijheid van uw nek wordt geplaatst,
maar nooit onder de arm, op de nek zelf of op de bovenarm.
Dragen van de heupgordel:
Een heupgordel die te hoog wordt gedragen is gevaarlijk. Bij een aanrijding wordt de schok
van de botsing dan rechtstreeks op de onderbuik overgebracht, hetgeen ernstig letsel kan
veroorzaken. Zorg er voor dat de heupgordel nauwsluitend past en draag deze zo laag
mogelijk om de heupen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
9HLOLJKHLGVJRUGHOV\VWHHP


Page 58 of 991

0HW,Q]LWWHQGHYRRUSDVVDJLHU
GHWHFWLHV\VWHHP
9HUGHULVKHWYRRUVSDQQHUV\VWHHPYRRUGH
YRRUSDVVDJLHUHYHQDOVGHYRRUHQ
]LMDLUEDJYDQGHSDVVDJLHUV]LWWLQJ
LQJHULFKWRPHQNHOWHZRUGHQJHDFWLYHHUG
ZDQQHHUGHLQ]LWWHQGHYRRUSDVVDJLHU
GHWHFWLHVHQVRUEHVSHXUWGDWHHQSDVVDJLHU
RSGHYRRUSDVVDJLHUV]LWWLQJKHHIW
SODDWVJHQRPHQ
=LHYRRUELM]RQGHUKHGHQ,Q]LWWHQGH
YRRUSDVVDJLHUGHWHFWLHVHQVRU SDJLQD
 

'UXNEHJUHQ]HU
+HWEHJUHQ]LQJV\VWHHP]RUJWHUYRRUGDWGH
JRUGHORSHHQJHFRQWUROHHUGHPDQLHU
ORVVHUJHPDDNWZRUGWRPGHGUXNGLHGRRU
GHJRUGHORSKHWERYHQOLFKDDPYDQGH
LQ]LWWHQGHZRUGWXLWJHRHIHQGWHUHGXFHUHQ
$OKRHZHOGHJURRWVWHGUXNRSHHQ
YHLOLJKHLGVJRUGHOELMIURQWDOHERWVLQJHQ
ZRUGWXLWJHRHIHQGKHHIWGHGUXNEHJUHQ]HU
HHQDXWRPDWLVFKHPHFKDQLVFKHIXQFWLHHQ
NDQELMYROGRHQGHEHZHJLQJYDQGH
LQ]LWWHQGHELMHONVRRUWRQJHYDO
JHDFWLYHHUGZRUGHQ
2RNZDQQHHUGHYRRUVSDQQHUVQLHW
JHDFWLYHHUGZHUGHQGLHQWGH
GUXNEHJUHQ]LQJVIXQFWLHGRRUHHQ
GHVNXQGLJHUHSDUDWHXUELMYRRUNHXUHHQ
RIILFLsOH0D]GDUHSDUDWHXUJHFRQWUROHHUG
WHZRUGHQ:$$56&+8:,1*
Maak enkel gebruik van de
veiligheidsgordels op de wijze zoals in dit
instructieboekje wordt aangegeven:
Verkeerde plaatsing van de
veiligheidsgordels is gevaarlijk. Als deze
niet op de juiste wijze worden gedragen,
kunnen de voorspanner- en
begrenzingsystemen van de
veiligheidsgordels tijdens een ongeval geen
adequate bescherming bieden, hetgeen
ernstig letsel tot gevolg kan hebben. Zie
voor meer bijzonderheden over het dragen
van de veiligheidsgordels, “Vastmaken van
de veiligheidsgordels” (pagina 2-32).
Laat uw veiligheidsgordels onmiddellijk
vernieuwen als de voorspanner of
drukbegrenzer geactiveerd werd:
Laat na een botsing altijd onmiddellijk een
deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda reparateur de
voorspanners van de veiligheidsgordels en
de airbags inspecteren. Juist zoals de
airbags functioneren de voorspanners en
drukbegrenzers van de veiligheidsgordels
slechts eenmaal en moeten deze na elke
botsing waarbij deze geactiveerd werden
worden vernieuwd. Als de voorspanners
van de veiligheidsgordels en
drukbegrenzers niet vernieuwd worden, zal
het risico van letsel bij een botsing
toenemen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
9HLOLJKHLGVJRUGHOV\VWHHP


Page 59 of 991

Breng nooit wijzigingen aan de onderdelen
of de bedrading aan en gebruik nooit
elektronische testapparatuur op het
voorspannersysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen aan
onderdelen of de bedrading van het
voorspannersysteem, zoals bijvoorbeeld
het gebruik van elektronische
testapparatuur is gevaarlijk. De kans
bestaat dat het systeem dan per ongeluk
geactiveerd of onbruikbaar gemaakt
wordt, waardoor dit tijdens een ongeval
niet in werking kan treden. De kans bestaat
dan dat bestuurder, voorpassagier of
monteurs ernstig letsel oplopen.
Ruim het voorspannersysteem op de juiste
wijze op:
Het op verkeerde wijze opruimen van het
voorspannersysteem of het slopen van een
auto waarvan het voorspannersysteem
niet eerst onklaar is gemaakt, is gevaarlijk.
Ernstig letsel kan het gevolg zijn wanneer
niet alle veiligheidsmaatregelen in acht
worden genomen. Laat een deskundige
reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda
reparateur het voorspannersysteem veilig
opruimen of een auto uitgerust met een
voorspannersysteem slopen.
OPMERKING
xHet is mogelijk dat het
voorspannersysteem niet functioneert,
afhankelijk van het type botsing. Zie
voor bijzonderheden, Criteria voor SRS
airbag activering (pagina 2-71).
xBij het in werking treden van de airbags
en de voorspanners zal er enige rook
(een niet-toxisch gas) vrijkomen. Dit
duidt echter niet op brand. Dit gas heeft
normaal geen effect op de inzittenden,
echter bij personen met gevoelige huid
is het mogelijk dat er een lichte
huidirritatie optreedt. Als er restanten
van de activering van de airbags of van
het voorspannersysteem van de
veiligheidsgordels op de huid of in de
ogen terechtkomt, dit zo spoedig
mogelijk met water afspoelen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
9HLOLJKHLGVJRUGHOV\VWHHP


Page 63 of 991

Vermijd het plaatsen van een naar voren gericht kinderzitje op de voorpassagierszitting tenzij
dit niet te vermijden is:
Bij een botsing kan de kracht van een airbag die wordt opgeblazen ernstig of dodelijk letsel
aan het kind toebrengen. Als het installeren van een naar voren gericht kinderzitje op de
voorpassagierszitting niet te vermijden is, de voorpassagierszitting zover mogelijk naar
achteren schuiven en het zitkussen (hoogte-afstelbaar zitkussen) in de hoogste stand zetten
waarbij de veiligheidsgordel waarmee het kinderzitje is bevestigd stevig is aangetrokken.
Onder bepaalde omstandigheden is het vervoeren van een kind in een kinderzitje op de
voorpassagierszitting gevaarlijk (met Inzittende voorpassagier detectiesysteem):
Uw auto is uitgerust met een inzittende voorpassagier detectiesensor. Ook al is uw auto
uitgerust met de inzittende voorpassagier detectiesensor, als u de voorpassagierszitting moet
gaan gebruiken voor het meenemen van een kind, neemt bij gebruik van een kinderzitje op de
voorpassagierszitting onder de volgende omstandigheden het gevaar toe dat de
voorpassagiersairbag wordt geactiveerd en dat het kind ernstig of dodelijk letsel oploopt.
¾Het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de voorpassagiersairbag gaat niet
branden wanneer u het kind in het kinderzitje laat plaatsnemen.
¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen op de zitting geplaatst waarop het kinderzitje is
geïnstalleerd.
¾Een achterpassagier of bagage drukt tegen de rugleuning van de voorpassagierszitting aan
of trekt deze naar beneden.
¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen op de rugleuning geplaatst of aan de hoofdsteun
gehangen.
¾De zitting is afgewassen.
¾Er is vloeistof op de zitting gemorst.
¾De voorpassagierszitting is naar achteren geschoven en drukt tegen bagage of andere
voorwerpen aan die erachter zijn geplaatst.
¾De rugleuning van de voorpassagierszitting raakt de achterzitting.
¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen geplaatst tussen de voorpassagierszitting en de
bestuurdersstoel.
¾Er is een elektrisch apparaat op de voorpassagierszitting geplaatst.
¾Er is een extra elektrisch apparaat, zoals een zittingverwarmer, bovenop de
voorpassagierszitting geïnstalleerd.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
.LQGHU]LWMH


Page 86 of 991

Breng geen wijzigingen aan een voorportier aan en laat geen beschadigingen onhersteld.
Laat een beschadigd voorportier altijd door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda-reparateur inspecteren:
Het aanbrengen van wijzigingen aan een voorportier of het niet herstellen van
beschadigingen is gevaarlijk. Elk van de voorportieren is voorzien van een zij-impactsensor
welke onderdeel vormt van het aanvullend beveiligingssysteem. Als gaten worden geboord in
een voorportier, een portierluidspreker blijvend wordt verwijderd, of een beschadigd portier
niet wordt hersteld, kan de werking van de sensor nadelig beïnvloed worden zodat deze de
druk van de impact van een zijdelingse botsing niet meer correct kan bespeuren. Als een
sensor een zijdelingse botsing niet correct kan bespeuren, bestaat de kans dat de zij- en
gordijn-airbags en de voorspanner van de voorste veiligheidsgordel niet normaal
functioneren waardoor de inzittenden ernstig letsel kunnen oplopen.
Breng geen wijzigingen aan in het aanvullend beveiligingssysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen in de onderdelen of de bedrading van het aanvullend
beveiligingssysteem is gevaarlijk. U kunt het per ongeluk in werking stellen of buiten gebruik
stellen. Breng geen enkele wijziging aan in het aanvullend beveiligingssysteem. Hieronder
vallen het aanbrengen van stuurbekleding, etiketten of wat dan ook op de airbagmodules.
Hieronder valt ook het installeren van extra elektrische apparatuur op of nabij de onderdelen
en de bedrading van het systeem. Een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda
reparateur kan de speciale aandacht besteden die bij het uitbouwen en inbouwen van de
voorzittingen nodig is. Het is van belang de bedrading en de aansluitingen van de airbag te
beschermen om er voor te zorgen dat de airbags niet per ongeluk in werking treden en dat de
bestuurdersstoelpositiesensor niet beschadigd wordt en de airbag-aansluiting van de
zittingen onbeschadigd blijft.
Plaatsen geen bagage of overige voorwerpen onder de voorzittingen:
Het plaatsen van bagage of overige voorwerpen onder de voorzittingen is gevaarlijk. De kans
bestaat dat onderdelen die essentieel zijn voor de werking van het aanvullend
beveiligingssysteem beschadigd worden en in het geval van een botsing aan de zijkant is het
mogelijk dat de bijbehorende airbags niet geactiveerd worden, hetgeen ernstig of dodelijk
letsel tot gevolg kan hebben. Om beschadiging van onderdelen die essentieel zijn voor de
werking van het aanvullend beveiligingssysteem te voorkomen, geen bagage of andere
voorwerpen onder de voorzittingen plaatsen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 87 of 991

Rijd niet met een auto met beschadigde onderdelen van het systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanners:
Geactiveerde of beschadigde componenten van het airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem dienen na elke botsing waarbij deze geactiveerd of
beschadigd werden te worden vernieuwd. Alleen een getrainde deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda-reparateur kan deze systemen volledig beoordelen om te zien of
deze bij een volgend ongeval zullen functioneren. Rijden met een geactiveerde of
beschadigde airbag of voorspannermodule geeft u verminderde beveiliging bij een volgend
ongeval, waardoor de kans bestaat op ernstig of dodelijk letsel.
De airbagonderdelen in het interieur niet verwijderen:
Het verwijderen van onderdelen zoals de voorzittingen, het voordashboard, het stuurwiel of
delen van de voorruit- en achterruitstijlen en langs de dakrand die airbagonderdelen of
sensoren bevatten is gevaarlijk. In deze onderdelen zijn belangrijke airbagcomponenten
ingebouwd. De airbag zou onvoorzien geactiveerd kunnen worden en daardoor ernstig letsel
kunnen veroorzaken. Laat deze onderdelen altijd door een
officiële Mazda reparateur
verwijderen.
Ruim het airbagsysteem op de juiste wijze op:
Het op ondeskundige wijze opruimen van een airbag of slopen van een auto met airbags die
onder stroom staan, kan uiterst gevaarlijk zijn. Ernstig letsel kan het gevolg zijn wanneer niet
alle veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. Laat een deskundige reparateur, bij
voorkeur een
officiële Mazda reparateur het airbagsysteem veilig opruimen of een auto
uitgerust met een airbagsysteem slopen.
OPMERKING
xDe activering van een airbag gaat gepaard met een hard opblaasgeluid en enige
rookontwikkeling. Beide veroorzaken echter geen letsel, alhoewel de weefselstructuur van
de airbags als gevolg van wrijving lichte huidverwondingen kan veroorzaken op
lichaamsdelen die niet door kleding beschermd zijn.
xIn het geval u uw Mazda gaat verkopen, dient u de nieuwe eigenaar te informeren omtrent
de aanwezigheid van de aanvullende beveiligingssystemen en hem/haar aan te raden zich
op de hoogte te stellen van de verband houdende instructies, zoals beschreven in het
instructieboekje.
xDit buitengewoon zichtbaar aangebracht label waarschuwt tegen het gebruik van naar
achteren gerichte kinderzitjes op de voorpassagierszitting.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 103 of 991

¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen geplaatst tussen de voorpassagierszitting en de
bestuurdersstoel.
¾Er is een elektrisch apparaat op de voorpassagierszitting geplaatst.
¾Er is een extra elektrisch apparaat, zoals een zittingverwarmer, bovenop de
voorpassagierszitting geïnstalleerd.
De voor- en zij-airbags en het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner van de
voorpassagiersstoel worden uitgeschakeld als het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje
van de voorpassagiersairbag gaat branden.
23*(/(7
¾Om er zeker van te zijn dat de voor-airbag juist wordt geactiveerd en beschadiging van de
sensor in de voorstoelzitting wordt voorkomen:
¾Plaats geen scherpe voorwerpen op de voorstoelzitting en laat er geen zware bagage op
achter.
¾Mors geen vloeistoffen op of onder de voorstoelen.
¾Let altijd op de volgende punten om er voor te zorgen dat de sensoren goed kunnen
functioneren:
¾Zet de voorstoelen zover mogelijk naar achteren, ga altijd rechtop tegen de rugleuningen
zitten en maak op de juiste wijze gebruik van de veiligheidsgordels.
¾Als u uw kind meeneemt op de passagiersstoel, het kinderzitje goed vastmaken en de
passagiersstoel zover mogelijk naar achteren schuiven binnen de positie waarin het
kinderzitje kan worden geïnstalleerd.
OPMERKING
xHet systeem heeft ongeveer 10 seconden nodig om het systeem van de voor- en zij-airbags
van de voorpassagierszitting en het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner
beurtelings in of uit te schakelen.
xHet is mogelijk dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
voorpassagiersairbag bij herhaling gaat branden als bagage of andere voorwerpen op de
voorpassagierszitting worden geplaatst, of als de temperatuur in het interieur van de auto
onverwacht verandert.
xHet is mogelijk dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
voorpassagiersairbag gedurende 10 seconden gaat branden als de elektrostatische
capaciteit van de voorpassagierszitting verandert.
xDe kans bestaat dat het waarschuwingslampje van airbag/gordelspannersysteem gaat
branden als de voorpassagierszitting aan een zware schok wordt blootgesteld.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 104 of 991

xAls het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de voorpassagiersairbag niet gaat
branden na het installeren van een kinderzitje op de voorpassagierszitting, eerst uw
kinderzitje opnieuw installeren volgens de procedure aangegeven in dit instructieboekje.
Vervolgens, als het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
voorpassagiersairbag nog steeds niet brandt, het kinderzitje op de achterzitting monteren
en zo spoedig mogelijk een officiële Mazda-reparateur raadplegen.
xAls het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de voorpassagiersairbag gaat
branden direct zodra een inzittende op de voorpassagierszitting heeft plaatsgenomen, de
passagier opnieuw zijn houding laten aanpassen door te gaan zitten met de voeten op de
bodem en vervolgens de veiligheidsgordel opnieuw vast te maken. Als het
airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de voorpassagiersairbag blijft branden,
de passagier op de achterzitting laten plaatsnemen. Als niet op de achterzitting kan
worden plaatsgenomen, de voorpassagierszitting zo ver mogelijk naar achteren schuiven.
Raadpleeg zo spoedig mogelijk een officiële Mazda-reparateur.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page:   1-10 11-20 next >