ABS MAZDA MODEL CX-30 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 152 of 759

xNeem snelheid terug bij het rijden
met sterke zijwind of tegenwind.
WAARSCHUWING
Nooit tijdens het afdalen van
hellingen de motor afzetten:
Het afzetten van de motor bij het
afdalen van hellingen is gevaarlijk. De
stuurbekrachtiging en de
rembekrachtiging zullen dan buiten
werking gesteld worden, hetgeen
beschadiging van het
aandrijfmechanisme tot gevolg kan
hebben. Verlies van de
stuurbekrachtiging of rembekrachtiging
kan tot een ongeluk leiden.
Moeilijke
rijomstandigheden
▼Moeilijke rijomstandigheden
WAARSCHUWING
Wees uiterst voorzichtig als het nodig
is op een glad wegdek terug te
schakelen:
Het op een glad wegdek
terugschakelen bij een
handgeschakelde versnellingsbak of
naar een lage versnelling bij een
automatische transmissie is gevaarlijk.
Door de plotselinge verandering in de
draaisnelheid van de banden kunnen
de banden gaan slippen. Dit kan er toe
leiden dat u de macht over het stuur
verliest en een ongeluk veroorzaakt.
Bij het rijden met zware regenval,
sneeuw, ijzel, door modder, zand of
onder soortgelijke gevaarlijke
omstandigheden:
xRijd voorzichtig en neem extra
remafstand in acht.
xVermijd abrupt remmen en
plotseling draaien van het stuurwiel.
xHet rempedaal niet pompend
indrukken. Blijf het rempedaal
ingedrukt houden.
Zie het Anti-blokkeerremsysteem
(ABS) op pagina 4-92.
xIndien de auto vast is komen te
zitten, een lagere versnelling kiezen
en langzaam accelereren. Voorkom
dat de voorwielen gaan slippen.
xGebruik zand, zout,
sneeuwkettingen, tapijten of plaats
ander anti-slip materiaal onder de
voorwielen voor meer aandrijfkracht
bij het wegrijden op een gladde
ondergrond, zoals ijs of
opeengehoopte sneeuw.
Alvorens te gaan rijden
Rijtips
3-62

Page 158 of 759

Doorwaden van water
▼Doorwaden van water
WAARSCHUWING
Droog remmen die nat geworden zijn
door langzaam te rijden, het
gaspedaal los te laten en het
rempedaal enkele malen licht in te
trappen totdat de remwerking weer
normaal wordt:
Rijden met natte remmen is gevaarlijk.
De grotere remafstand of het naar één
kant trekken van de auto tijdens het
remmen kan een ernstig ongeluk
veroorzaken. Licht afremmen geeft aan
of het remvermogen verminderd is.
OPGELET
Rijd niet met de auto op wegen die
overstroomd zijn, aangezien dit
kortsluiting in de elektrische/
elektronische onderdelen kan
veroorzaken, of beschadiging of
afslaan van de motor als gevolg van
waterabsorptie. Neem contact op met
een deskundige reparateur (bij
voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) indien met de auto
door diep water is gereden.
Informatie betreffende de
turbolader (SKYACTIV-D
1.8)
▼Informatie betreffende de
turbolader
(SKYACTIV-D 1.8)
OPGELET
¾Laat de motor na het rijden op de
snelweg of na een lange rit bergop of
na het langdurig trekken van een
aanhanger tenminste 30 seconden
stationair draaien alvorens deze stop
te zetten. Anders bestaat de kans op
beschadiging van de turbolader.
Wanneer echter i-stop in werking is,
is stationair draaien onnodig.
¾Wanneer het motortoerental wordt
opgejaagd of te hoog wordt
opgevoerd, vooral nadat de motor
pas gestart is, kan de turbolader
beschadigd worden.
¾Om beschadiging van de motor te
voorkomen, is deze zodanig
ontworpen dat hoog opvoeren van
het motortoerental vlak nadat de
motor in buitengewoon koud weer
gestart is niet mogelijk is.
De turbolader vermeerdert in hoge
mate het motorvermogen. De
geavanceerde constructie zorgt voor
een verbeterde werking en een
vermindering van onderhoud.
Neem de volgende punten in acht om
de turbolader optimaal te kunnen
laten functioneren.
1. Ververs de motorolie en vernieuw
het oliefilter overeenkomstig het
schema van Periodieke
onderhoudsbeurten.
Zie Europa op pagina 6-3.
Alvorens te gaan rijden
Rijtips
3-68

Page 171 of 759

4Tijdens het rijden
Informatie
betreffende veilig rijden en stoppen.
Motor start/stop....................... 4-4
Contactschakelaar................. 4-4
De motor starten................... 4-6
Stopzetten van de motor...... 4-12
i-stop
*................................. 4-13
Cilinderdeactivering
*............ 4-22
Instrumentengroep en display..........
............................................ 4-23
Instrumentengroep en
display................................ 4-23
Instrumentengroep.............. 4-23
Active Driving Display.......... 4-43
Bediening van de handgeschakelde
versnellingsbak....................... 4-46
Schakelpatroon van de
handgeschakelde
versnellingsbak.................... 4-46
Automatische transmissie.........4-49
Regeling van de automatische
transmissie.......................... 4-49
Schakelblokkeersysteem....... 4-50
Transmissiestanden.............. 4-51
Modus voor handbediende
overschakeling..................... 4-53
Directe modus
*.................... 4-60
Rijtips................................. 4-61
Schakelaars en regelaars.......... 4-62
Lichtschakelaar.................... 4-62
Mistachterlicht
*....................4-67
Richtingaanwijzers en signalen
voor rijstrookverandering...... 4-68
Voorruitenwissers en
ruitensproeier...................... 4-70
Achterruitenwisser en
ruitensproeier...................... 4-74
Koplampsproeier
*................ 4-75
Achterruitverwarming...........4-75
Claxon................................ 4-77
Waarschuwingsknipperlichten ......
.......................................... 4-77
Remmen................................ 4-79
Remsysteem........................ 4-79
AUTOHOLD........................ 4-85
Noodstopsignaalsysteem...... 4-90
Hellingwegrijsysteem
(HLA).................................. 4-90
ABS/TCS/DSC/Off-Road
Traction Assist.........................4-92
Anti-blokkeerremsysteem
(ABS).................................. 4-92
Anti-wielspinregeling
(TCS).................................. 4-93
Dynamische stabiliteitsregeling
(DSC)................................. 4-95
Off-Road Traction Assist
*...... 4-96
M Hybrid............................... 4-98
M Hybrid............................ 4-98
*Bepaalde modellen.4-1

Page 205 of 759

▼Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampjes
Deze lampjes gaan branden of knipperen om de gebruiker te informeren over de
bedrijfstoestand van het systeem of om een systeemdefect te melden.
Signaal Waarschuwing Zie
(Rood)Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje remsysteem
*17-57
Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje ABS*1
Waarschuwing
van elektro-
nisch rem-
krachtverde-
lingssysteem
7-58
ABS waarschu-
wing
7-60
Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje laadsysteem*17-58
Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje motorolie*17-59
Waarschuwingsindicatie hoge motorkoelvloeistoftemperatuur 7-59
Storingsindicatie/indicatielampje stuurbekrachtiging*17-60
Hoofdwaarschuwingsindicatie 7-61
(Oranje)Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje rembesturingssys-
teem*17-61
Waarschuwingsindicatie Brake Override 7-61
Motorwaarschuwingsindicatie/-lampje*17-61
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
4-35

Page 260 of 759

Noodstopsignaalsysteem
▼Noodstopsignaalsysteem
Wanneer u ineens het rempedaal
intrapt bij een snelheid van ongeveer
55 km/h of hoger, wordt het
noodstopsignaalsysteem geactiveerd
en gaan de richtingaanwijzers
automatisch snel knipperen om de
bestuurders achter u te waarschuwen
voor het plotseling remmen.
OPMERKING
xKnippert
Wanneer u uw auto volledig tot
stilstand brengt terwijl alle
richtingaanwijzers snel knipperen,
verandert het snel knipperen van alle
richtingaanwijzers weer terug naar
het normale knipperpatroon. De
richtingaanwijzerlampen worden
uitgeschakeld wanneer u uw voet
van het rempedaal haalt.
xWerking
xWanneer het ABS actief is, is de
kans dat het
noodstopsignaalsysteem in
werking treedt groter. Als het
rempedaal wordt ingetrapt op een
gladde weg, is het hierdoor
mogelijk dat alle richtingaanwijzers
gaan knipperen.
xHet noodstopsignaalsysteem wordt
niet geactiveerd wanneer op de
knop van de
waarschuwingsknipperlichten
wordt gedrukt.
Hellingwegrijsysteem
(HLA)
▼Hellingwegrijsysteem (HLA)
Het HLA-systeem biedt ondersteuning
bij het optrekken na een stop op een
helling. Wanneer het rempedaal wordt
losgelaten en het gaspedaal wordt
ingetrapt om op te trekken na een stop
op een helling, voorkomt de functie
dat de auto wegrolt. Het
HLA-systeem
functioneert ook wanneer op een
helling achteruit wordt gereden.
De remkracht blijft automatisch
behouden nadat het rempedaal op
een steile helling wordt losgelaten.
Bij handgeschakelde auto’s werkt het
HLA-systeem wanneer de auto
achterwaarts kantelt met de
versnellingshendel in een
vooruitversnelling en wanneer de auto
voorwaarts kantelt met de
versnellingshendel in stand R.
Bij auto’s met automatische transmissie
werkt het HLA-systeem wanneer de
auto achterwaarts kantelt met de
keuzehendel in een vooruitversnelling
en wanneer de auto voorwaarts kantelt
met de keuzehendel in stand R.
WAARSCHUWING
Vertrouw niet blindelings op het
systeem het
HLA:
Het HLA is een hulpinrichting voor het
vanuit stilstand wegrijden op een
helling. Het systeem functioneert enkel
gedurende ongeveer 2 seconden en
daarom is het gevaarlijk bij het
wegrijden vanuit stilstand enkel op het
systeem te vertrouwen, omdat de auto
plotseling in beweging zou kunnen
komen (wegrollen) en een ongeluk
veroorzaken.
Tijdens het rijden
Remmen
4-90

Page 262 of 759

Anti-blokkeerremsysteem
(ABS)
▼Anti-blokkeerremsysteem (ABS)
De besturingseenheid van het
ABS-systeem houdt de snelheid van elk
wiel voortdurend in het oog. Zodra
een van de wielen op het punt staat te
blokkeren, zorgt het ABS systeem er
voor dat de remkracht op het
betreffende wiel automatisch met
korte tussenpozen onderbroken wordt.

Het is mogelijk dat de bestuurder dan
een lichte trilling in het rempedaal
voelt en een kloppend geluid in het
remsysteem hoort. Dit is de normale
werking van het
ABS-systeem. Blijf het
rempedaal ingetrapt houden zonder
de remmen te pompen.

Het waarschuwingslampje gaat
branden als het systeem defect is.
Zie ABS waarschuwingsindicatie/
waarschuwingslampje op pagina
7-60.
WAARSCHUWING
Het ABS systeem kan niet beschouwd
worden als remedie voor onveilige
rijtechnieken:
Het ABS systeem biedt geen vrijwaring
tegen onveilig of roekeloos rijgedrag ,
buitensporig hoge snelheden,
bumperkleven (het te dicht achter een
ander voertuig rijden), rijden op ijs en
sneeuw of aquaplaning (vanwege een
laag water op het wegdek wordt de
wrijvingskracht van de banden
verminderd). Ongelukken blijven dan
nog steeds mogelijk.
OPMERKING
xHoud er rekening mee dat de
remafstand langer is op wegen met
een losse bovenlaag, (zoals sneeuw
of grind) welke zich vaak boven op
het verharde wegdek bevindt. Onder
dergelijke omstandigheden kan het
voorkomen dat een auto met een
conventioneel remsysteem sneller tot
stilstand komt omdat bij het slippen
van de wielen een laag los materiaal
door de banden als een blok
opgestuwd wordt.
xBij het starten van de motor of
onmiddellijk na het wegrijden met
de auto kan het werkingsgeluid van
het ABS systeem hoorbaar zijn, dit
duidt echter niet op een defect.
Tijdens het rijden
ABS/TCS/DSC/Off-Road Traction Assist
4-92

Page 263 of 759

Anti-wielspinregeling
(TCS)
▼Anti-wielspinregeling (TCS)
De anti-wielspinregeling (TCS) zorgt
via regeling van het motorkoppel en de
remmen voor een verhoging van de
aandrijfkracht en een verbetering van
de veiligheid. Wanneer door het TCS
systeem het doorspinnen van een van
de aangedreven wielen wordt
geregistreerd, wordt het motorkoppel
verminderd om verlies van
aandrijfkracht te voorkomen.

Dit betekent dat op een glad wegdek
de motor automatisch wordt afgesteld
voor het leveren van de optimale
aandrijfkracht voor de aangedreven
wielen, om doorspinnen en verlies van
aandrijfkracht te beperken.

Het waarschuwingslampje gaat
branden als het systeem defect is.
Zie TCS/DSC Indicatie/
indicatielampje (gaat branden) op
pagina 7-64.
WAARSCHUWING
De anti-wielspinregeling (TCS) kan
dus niet beschouwd worden als
remedie voor onveilige rijtechnieken:
De anti-wielspinregeling (TCS) biedt
geen vrijwaring tegen onveilig of
roekeloos rijgedrag , buitensporig hoge
snelheden, bumperkleven (het te dicht
achter een ander voertuig rijden) of
aquaplaning (vanwege een laag water
op het wegdek wordt de
wrijvingskracht van de banden
verminderd). Ongelukken blijven dan
nog steeds mogelijk.
Gebruik winterbanden of
sneeuwkettingen en rijd met
verminderde snelheid wanneer wegen
met sneeuw en/of ijs overdekt zijn:
Rijden zonder de juiste
aandrijfkrachthulpmiddelen op wegen
die met sneeuw en/of ijs overdekt zijn
is gevaarlijk. De anti-wielspinregeling
(TCS) alleen kan geen voldoende
aandrijfkracht leveren en ongelukken
blijven dan nog steeds mogelijk.
OPMERKING
Voor het uitschakelen van de TCS, op
de TCS OFF schakelaar drukken
(pagina 4-94).
▼TCS/DSC indicatielampje
Dit indicatielampje blijft gedurende
enkele seconden branden wanneer het
contact op ON gezet wordt. Als het
TCS of DSC systeem in werking is, gaat
het indicatielampje knipperen.

Als het lampje blijft branden, is er
mogelijk een defect in het TCS, DSC of
het rembekrachtigingssysteem en
bestaat de kans dat deze niet correct
functioneren. Breng uw auto naar een
deskundige reparateur (bij voorkeur
een officiële Mazda-reparateur).
OPMERKING
xAfgezien van het knipperen van het
indicatielampje, is een licht
“afremmend” geluid van de motor
hoorbaar. Dit geeft aan dat het
TCS/DSC systeem juist werkt.
xOp gladde oppervlakken zoals verse
sneeuw, zal het onmogelijk zijn een
hoog toerental te bereiken wanneer
het TCS systeem is ingeschakeld.
Tijdens het rijden
ABS/TCS/DSC/Off-Road Traction Assist
4-93

Page 264 of 759

▼TCS OFF indicatielampje*
Dit indicatielampje blijft gedurende
enkele seconden branden wanneer het
contact op ON gezet wordt.
Dit lampje gaat ook branden wanneer
op de TCS OFF schakelaar wordt
gedrukt en het TCS systeem wordt
uitgeschakeld.
Zie de TCS OFF schakelaar op pagina
4-94.

Als het lampje blijft branden wanneer
het TCS systeem niet is uitgeschakeld,
uw auto naar een deskundige
reparateur (bij voorkeur een
officiële
Mazda-reparateur) brengen. Er is
mogelijk een defect in het DSC
systeem.
▼TCS OFF schakelaar*
Druk op de TCS OFF schakelaar om
het TCS systeem uit te schakelen. Het
TCS OFF indicatielampje in de
instrumentengroep en het TSC OFF
schakelaarindicatielampje gaan
branden.
1. TSC OFF schakelaarindicatielampje

Druk nogmaals op de schakelaar om
het TCS systeem opnieuw in te
schakelen. Het TCS OFF
indicatielampje en het TSC OFF
schakelaarindicatielampje gaan uit.
OPMERKING
xWanneer het TCS systeem is
ingeschakeld en u probeert de auto
vrij te krijgen wanneer deze vast is
komen te zitten, of wanneer u
probeert uit vers gevallen sneeuw
weg te rijden, zal het TCS systeem
(onderdeel van het DSC systeem)
geactiveerd worden. Door het
indrukken van het gaspedaal zal het
motorvermogen niet toenemen
zodat het moeilijk kan zijn de auto
vrij te krijgen. Schakel in dit geval het
TCS systeem uit.
xAls het TCS systeem uitgeschakeld is
wanneer de motor wordt stopgezet,
zal dit automatisch geactiveerd
worden wanneer het contact op ON
wordt gezet.
xDoor het TCS systeem ingeschakeld
te laten wordt de beste
aandrijfkracht verkregen.
xAls de TCS OFF schakelaar
gedurende 10 seconden of langer
ingedrukt wordt gehouden, treedt de
defectbeveiligingsfunctie van de TCS
OFF schakelaar in werking en wordt
het TCS systeem automatisch
geactiveerd. Het TCS OFF
indicatielampje gaat uit zodra het
TCS systeem geactiveerd wordt.
Tijdens het rijden
ABS/TCS/DSC/Off-Road Traction Assist
4-94*Bepaalde modellen.

Page 265 of 759

Dynamische
stabiliteitsregeling (DSC)
▼Dynamische stabiliteitsregeling
(DSC)
De Dynamische stabiliteitsregeling
(DSC) regelt automatisch het
remvermogen en het motorkoppel in
samenhang met systemen zoals ABS en
TCS voor de regeling van de zijslip
tijdens het rijden op een glad wegdek
of bij het maken van plotselinge
uitwijkmanoeuvres voor een
verbetering van de veiligheid.

Zie ABS (pagina 4-92) en TCS (pagina
4-93).

De DSC regeling functioneert bij
snelheden hoger dan 20 km/h.

Het waarschuwingslampje gaat
branden als het systeem defect is.
Zie TCS/DSC Indicatie/
indicatielampje (gaat branden) op
pagina 7-64.
WAARSCHUWING
De Dynamische stabiliteitsregeling
mag niet beschouwd worden als
remedie voor onveilige rijtechnieken:
De Dynamische Stabiliteitsregeling
(DSC) biedt geen vrijwaring tegen
onveilig of roekeloos rijgedrag ,
buitensporig hoge snelheden,
bumperkleven (het te dicht achter een
ander voertuig rijden) en aquaplaning
(vanwege een laag water op het
wegdek wordt de wrijvingskracht van
de banden verminderd). Ongelukken
blijven dan nog steeds mogelijk.
OPGELET
¾Wanneer de volgende punten niet in
acht worden genomen bestaat de
kans dat het DSC systeem niet
correct werkt:
¾Gebruik banden van de juiste maat
die voor uw Mazda zijn
gespecificeerd op alle 4 wielen.
¾Gebruik banden van hetzelfde
merk, soort en
profielpatroon op
alle 4 wielen.
¾Niet tezamen gebruiken met
versleten banden.
¾Het is mogelijk dat het DSC systeem
niet correct functioneert wanneer
sneeuwkettingen worden gebruikt of
wanneer een noodreservewiel is
gemonteerd omdat de diameter van
de band verandert.
OPMERKING
Als er een probleem is met het
DSC-systeem, werkt het
hellingwegrijsysteem (HLA) mogelijk
niet.
Zie Hellingwegrijsysteem (HLA) op
pagina 4-90.
▼TCS/DSC indicatielampje
Dit indicatielampje blijft gedurende
enkele seconden branden wanneer het
contact op ON gezet wordt. Als het
TCS of DSC systeem in werking is, gaat
het indicatielampje knipperen.

Als het lampje blijft branden, is er
mogelijk een defect in het TCS, DSC of
het rembekrachtigingssysteem en
bestaat de kans dat deze niet correct
functioneren. Breng uw auto naar een
Tijdens het rijden
ABS/TCS/DSC/Off-Road Traction Assist
4-95

Page 266 of 759

deskundige reparateur (bij voorkeur
een officiële Mazda-reparateur).Off-Road Traction Assist*
▼Off-Road Traction Assist
Wanneer de banden van de auto vast
komen te zitten in modder, zand of
diepe sneeuw, wordt het
Off-Road
Traction Assist systeem geactiveerd om
doorspinnen te voorkomen en
ondersteuning te bieden bij het weer
loskrijgen van vastgelopen banden.
Dit is geen functie voor off-road rijden.
Rijd niet over ruwe rotswegen en
rivierbeddingen.
WAARSCHUWING
Vertrouw niet blindelings op het
Off-Road Traction Assist systeem.
Het Off-Road Traction Assist systeem
heeft beperkingen. Rijd altijd veilig en
houd rekening met de wegsituatie. Rijd
niet roekeloos, anders kan dit een
ongeluk tot gevolg hebben. Rijd
bovendien niet onder de volgende
omstandigheden terwijl het
Off-Road
Traction Assist systeem actief is. Anders
kan dit onderdelen van het
aandrijfmechanisme negatief
beïnvloeden en een ongeluk tot gevolg
hebben.
¾Er wordt met de auto gereden op
verharde wegen.
¾Er worden een noodreservewiel van
een andere dan de voorgeschreven
maat gebruikt.
¾Er worden sneeuwkettingen gebruikt.
Ga niet off-road rijden met de auto.
Off-Road Traction Assist is een functie
die ondersteuning biedt bij het weer
loskrijgen van vastgelopen banden.
Vermijd ook continu gebruik van deze
functie op modderige, zanderige,
zwaar besneeuwde of oneffen wegen.
Tijdens het rijden
ABS/TCS/DSC/Off-Road Traction Assist
4-96*Bepaalde modellen.

Page:   1-10 11-20 next >