radio MAZDA MODEL CX-30 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 92 of 759

Sleutels
▼Sleutels
WAARSCHUWING
Laat nooit de sleutel in uw auto achter
wanneer er zich kinderen in bevinden
en bewaar ze op een plaats waar uw
kinderen ze niet kunnen vinden en er
niet mee kunnen spelen:
Het is gevaarlijk kinderen in een auto
achter te laten waarvan de sleutel in
het contact steekt. Dit kan tot gevolg
hebben dat iemand ernstig letsel
wordt toegebracht of zelfs tot een
ongeluk met dodelijke afloop leiden.
Kinderen vinden deze sleutels mogelijk
interessant speelgoed en zouden de
elektrische ruitbediening of andere
functies in werking kunnen stellen of
zelfs de auto in beweging kunnen
zetten.
OPGELET
¾Aangezien de sleutel (zender)
gebruik maakt van radiogolven van
lage intensiteit, bestaat de kans dat
deze onder de volgende
omstandigheden niet correct
functioneert:
¾De sleutel (zender) wordt
meegedragen samen met
communicatieapparatuur zoals
mobiele telefoons.
¾De sleutel (zender) komt in
contact met of wordt afgedekt
door een metalen voorwerp.
¾De sleutel (zender) bevindt zich in
de buurt van elektronische
apparatuur zoals personal
computers.
¾Er is niet-originele Mazda
apparatuur in de auto
geïnstalleerd.
¾Er bevindt zich apparatuur welke
radiogolven uitzendt in de buurt
van de auto.
¾Het is mogelijk dat de sleutel
(zender) buitengewoon veel
batterijvermogen verbruikt als deze
radiogolven van hoge intensiteit
ontvangt. Plaats de sleutel (zender)
niet in de buurt van elektronische
apparatuur zoals televisies of
personal computers.
¾Volg onderstaande instructies om
beschadiging van de sleutel (zender)
te voorkomen:
¾Laat de sleutel (zender) niet vallen.
¾Laat de sleutel (zender) niet nat
worden.
¾Demonteer de sleutel (zender)
niet.
¾Stel de sleutel (zender) niet bloot
aan hoge temperaturen op
plaatsen zoals het
instrumentenpaneel of de
motorkap, onder direct zonlicht.
¾Stel de sleutel (zender) niet bloot
aan magnetische velden van
enigerlei aard.
¾Plaats geen zware voorwerpen op
de sleutel (zender).
¾Plaats de sleutel (zender) niet in
een ultrasonisch
reinigingsapparaat.
¾Plaats geen magnetische
voorwerpen in de buurt van de
sleutel (zender).

OPMERKING
De bestuurder dient de sleutel
(zender) bij zich te dragen om ervoor
te zorgen dat het systeem correct
werkt.
Alvorens te gaan rijden
Sleutels
3-2

Page 100 of 759

Geavanceerde
afstandbediende
portiervergrendeling
*
▼Geavanceerde afstandbediende
portiervergrendeling
WAARSCHUWING
Radiogolven van de sleutel kunnen
van invloed zijn op medische
apparatuur zoals pacemakers:
Alvorens de sleutel te gebruiken in de
nabijheid van personen die medische
apparatuur gebruiken, de fabrikant van
de apparatuur of uw arts vragen of de
radiogolven van de sleutel van invloed
zijn op de apparatuur.
Met de geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie kunt u het
portier, de achterklep en de afsluitklep
van de brandstoftankdop
vergrendelen/ontgrendelen of de
achterklep openen terwijl u de sleutel
bij u draagt.
Systeemdefecten of waarschuwingen
worden aangegeven door de volgende
waarschuwingspieptonen.
xWaarschuwingszoemer
aanraaksensor-buiten-werking
Zie Waarschuwingszoemer
aanraaksensor-buiten-werking (met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) op
pagina 7-78.
xWaarschuwingszoemer
portiervergrendelschakelaar-achterkl
ep-buiten-werking
Zie Waarschuwingszoemer
portiervergrendelschakelaar-achterkl
ep-buiten-werking (met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) op
pagina 7-78.
xWaarschuwingszoemer
sleutel-in-bagageruimte-achtergelate
n
Zie Waarschuwingszoemer
sleutel-in-bagageruimte-achtergelate
n (Met geavanceerde
afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) op
pagina 7-78.
xWaarschuwingszoemer
sleutel-in-auto-achtergelaten
Zie Waarschuwingszoemer
Sleutel-in-auto-achtergelaten (met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) op
pagina 7-79.
OPMERKING
De functies van het geavanceerde
afstandbediende
portiervergrendelingssysteem kunnen
buiten werking gesteld worden om
mogelijke nadelige invloeden op een
gebruiker die een pacemaker of andere
medische apparatuur draagt te
voorkomen. Als het systeem buiten
werking is gesteld, zult u de motor niet
kunnen starten wanneer u de sleutel bij
u draagt. Raadpleeg een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) voor
bijzonderheden. Als het geavanceerde
afstandbediende
portiervergrendelingssysteem buiten
werking is gesteld, kunt u de motor
starten door het volgen van de
procedure die wordt aangegeven voor
wanneer de sleutelbatterij uitgeput is.
Zie Motorstartfunctie wanneer
sleutelbatterij uitgeput is op pagina
4-9.
Alvorens te gaan rijden
Geavanceerde afstandbediende portiervergrendeling
3-10*Bepaalde modellen.

Page 101 of 759

Werkingsbereik
▼Werkingsbereik
Het systeem werkt uitsluitend wanneer
de bestuurder zich in de auto of
binnen het werkingsbereik bevindt en
de sleutel bij zich heeft.
OPMERKING
Wanneer de batterij bijna uitgeput is of
op plaatsen waar er radiogolven met
hoge intensiteit of storing is, bestaat de
kans dat het werkingsbereik kleiner
wordt of dat het systeem niet
functioneert. Zie voor het bepalen van
het vernieuwen van de batterij
Afstandbediende portiervergrendeling
op pagina 3-4.
▼Vergrendelen/Ontgrendelen met
de aanraaksensor
1. Buitenantenne
2. 80 cm
3. Werkingsbereik
OPMERKING
xDe kans bestaat dat het systeem niet
werkt als u zich te dicht bij de ramen
of de portierkrukken bevindt.
xAls de sleutel op de volgende
plaatsen is achtergelaten en u de
auto verlaat, bestaat de kans dat de
portieren afhankelijk van de
condities van de radiogolven
vergrendeld worden, ook als de
sleutel in de auto is achtergelaten.
xRondom het instrumentenpaneelxIn een opbergvak zoals het
dashboardkastje of de
middenconsole
xVlakbij communicatieapparatuur
zoals een mobiele telefoon
▼Vergrendelen met de
portiervergrendelschakelaar/
Ontgrendelen met de elektrisch
bediende achterklepopener
1. Buitenantenne
2. 80 cm
3. Werkingsbereik
Alvorens te gaan rijden
Geavanceerde afstandbediende portiervergrendeling
3-11

Page 103 of 759

xAls de sleutel op de volgende
plaatsen is achtergelaten en u de
auto verlaat, bestaat de kans dat de
portieren afhankelijk van de
condities van de radiogolven
vergrendeld worden, ook als de
sleutel in de auto is achtergelaten.
xRondom het instrumentenpaneelxIn een opbergvak zoals het
dashboardkastje of de
middenconsole
xVlakbij communicatieapparatuur
zoals een mobiele telefoon
xWanneer het contact in ACC of ON
wordt gezet, voorkomt de
buitensluitingspreventiefunctie dat u
uzelf uit de auto kunt buitensluiten.
Alle portieren, de afsluitklep van de
brandstoftankdop en de achterklep
zullen automatisch ontgrendeld
worden als deze vergrendeld worden
met behulp van de centrale
portiervergrendeling wanneer een
van de portieren of de achterklep
geopend is.
De buitensluitingspreventiefunctie
werkt niet wanneer het contact is
uitgeschakeld.
Wanneer alle portieren, de
afsluitklep van de brandstoftankdop
en de achterklep worden
vergrendeld via de centrale
portiervergrendeling terwijl een
portier of de achterklep open is,
worden de gesloten deuren, de
afsluitklep van de brandstoftankdop
en de achterklep vergrendeld.
Daarna, wanneer alle portieren en
de achterklep zijn gesloten, worden
alle portieren en de achterklep
vergrendeld. Als de sleutel zich
echter in de auto bevindt, worden
alle portieren, de afsluitklep van de
brandstoftankdop en de achterklep
automatisch ontgrendeld.
(Met geavanceerde
afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie)
Gedurende ongeveer 10 seconden is
een pieptoon hoorbaar om de
bestuurder er op attent te maken dat
de sleutel in de auto is achtergelaten.
(Zonder geavanceerde
afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie)
De claxon klinkt tweemaal om de
bestuurder er op attent te maken dat
de sleutel in de auto is achtergelaten.
x(Portierontgrendel(regel)systeem
met botsingsdetectie)
Dit systeem ontgrendelt automatisch
de portieren, de afsluitklep van de
brandstoftankdop en de achterklep
in het geval de auto bij een ongeluk
is betrokken om de passagiers in
staat te stellen het voertuig
onmiddellijk te verlaten en te
voorkomen dat zij binnenin
opgesloten raken. In het geval de
auto een botsing te verwerken krijgt
die krachtig genoeg is om de airbags
op te blazen en het contact is
ingeschakeld, worden ongeveer 6
seconden na het tijdstip van het
ongeval alle portieren, de afsluitklep
van de brandstoftankdop en de
achterklep automatisch ontgrendeld.
Het is mogelijk dat de portieren, de
afsluitklep van de brandstoftankdop
en de achterklep niet ontgrendelen,
afhankelijk van hoe de botsing wordt
opgevangen, de kracht van de
botsing en andere omstandigheden
die zich bij het ongeval voordoen.
Als systemen die verband houden
met de portieren of de accu defect
zijn geraakt, worden de portieren, de
afsluitklep van de brandstoftankdop
en de achterklep mogelijk niet
ontgrendeld, afhankelijk van uw type
auto.
Alvorens te gaan rijden
Portieren en sloten
3-13

Page 145 of 759

¾Als de motor niet met de correcte
sleutel gestart kan worden en het
beveiligingssysteemindicatielampje
blijft branden of knipperen, is er
mogelijk een defect in het systeem.
Raadpleeg een deskundige
reparateur (bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur).
OPMERKING
xDe sleutels bevatten een unieke
elektronische code. In verband
hiermee en om veiligheidsredenen is
er een wachttijd voor het verkrijgen
van een vervangende sleutel. Deze
sleutels zijn uitsluitend verkrijgbaar
via een
officiële Mazda reparateur.
xHoud steeds een reservesleutel bij de
hand voor het geval er een sleutel
verloren raakt. Raadpleeg in het
geval van verlies van een sleutel zo
spoedig mogelijk een
officiële
Mazda reparateur.
xAls u een sleutel verliest, zal een
officiële Mazda reparateur de
elektronische codes van uw
resterende sleutels en het
start-blokkeersysteem opnieuw
instellen. Breng alle resterende
sleutels naar een officiële Mazda
reparateur om deze opnieuw te laten
instellen.
Starten van uw auto met een sleutel
waarvan de code niet opnieuw is
ingesteld zal niet mogelijk zijn.
▼Werking
OPMERKING
xDe kans bestaat dat de motor niet
start en dat het
beveiligingssysteemindicatielampje
brandt of knippert als de sleutel op
plaatsen gelegd wordt waar het
moeilijk is voor het systeem het
signaal te ontvangen, zoals op het
instrumentenpaneel of in het
dashboardkastje. Breng de sleutel
naar een plaats binnen het
signaalbereik, zet het contact uit en
start vervolgens de motor opnieuw.
xHet is mogelijk dat uw
start-blokkeersysteem storing
ondervindt van signalen van een TV
of radiozender, van zend/ontvang
apparatuur of van een mobiele
telefoon. Als u de juiste sleutel
gebruikt en u de motor niet kunt
starten, het
beveiligingssysteemindicatielampje
controleren.
In staat van paraatheid brengen
Het systeem is in staat van paraatheid
wanneer het contact vanuit ON op uit
gezet wordt.
Het
beveiligingssysteemindicatielampje in
de instrumentengroep knippert elke 2
seconden totdat het systeem buiten
werking gesteld wordt.
Buiten werking stellen
Het systeem wordt buiten werking
gesteld wanneer het contact met
behulp van de correcte
Alvorens te gaan rijden
Beveiligingssysteem
3-55

Page 176 of 759

De motor starten
▼De motor starten
WAARSCHUWING
Radiogolven van de sleutel kunnen
van invloed zijn op medische
apparatuur zoals pacemakers:
Alvorens de sleutel te gebruiken in de
nabijheid van personen die medische
apparatuur gebruiken, de fabrikant van
de apparatuur of uw arts vragen of de
radiogolven van de sleutel van invloed
zijn op de apparatuur.
OPMERKING
xU dient de sleutel met u mee te
dragen omdat in de sleutel een
start-blokkeerchip is ingebouwd die
op korte afstand met het
motorstuursysteem moet
communiceren.
xDe motor kan gestart worden
wanneer de startdrukknop vanuit uit,
ACC of ON wordt ingedrukt.
xDe functies van het
startdrukknopsysteem (functie
waarmee de motor gestart kan
worden door enkel het meedragen
van de sleutel) kunnen buiten
werking gesteld worden om
mogelijke nadelige invloeden op een
gebruiker die een pacemaker of
andere medische apparatuur draagt
te voorkomen. Als het systeem
buiten werking is gesteld, zult u de
motor niet kunnen starten wanneer u
de sleutel bij u draagt. Raadpleeg
een deskundige reparateur (bij
voorkeur een officiële
Mazda-reparateur) voor
bijzonderheden. Als de functies van
het startdrukknopsysteem buiten
werking zijn gesteld, kunt u de motor
starten door het volgen van de
procedure die wordt aangegeven
voor wanneer de sleutelbatterij
uitgeput is.
Zie Motorstartfunctie wanneer
sleutelbatterij uitgeput is op pagina
4-9.
xNa het starten van een koude motor,
neemt het motortoerental toe en
wordt een gierend geluid vanuit de
motorruimte hoorbaar.
Dit is om de uitlaatgasreiniging te
verbeteren en duidt niet op defecte
onderdelen.
1. Zorg ervoor dat u de sleutel bij u
draagt.
2. De inzittenden dienen hun
veiligheidsgordels vast te maken.
3. Zorg er voor dat de handrem
aangetrokken is.
4. Blijf het rempedaal stevig intrappen
totdat de motor volledig gestart is.
5.(Handgeschakelde
versnellingsbak)
Blijf het koppelingspedaal stevig
intrappen totdat de motor volledig
gestart is.
Tijdens het rijden
Motor start/stop
4-6

Page 279 of 759

Afstand tussen voertuigen en rijstrook
aanhouden
Cruising & Traffic Support (CTS)...........
..................................... pagina 4-168
Snelheidsregeling
Afstelbare snelheidsbegrenzer
(ASL)............................. pagina 4-187
Intelligente snelheidsondersteuning
(ISA).............................. pagina 4-191
▼Anti-botsingtechnologie
De anti-botsingtechnologie is
ontworpen om de bestuurder te
helpen botsingen te voorkomen of de
ernst daarvan te verminderen in
situaties waar deze niet voorkomen
kunnen worden.
Vermindering van de ernst van een
botsing
Vooruit rijden
Smart Brake Support (SBS) ..................
..................................... pagina 4-197
Achteruit rijden
Smart Brake Support [Rear]
(SBS-R).......................... pagina 4-200
Smart Brake Support [Rear Crossing] (S
BS-RC).......................... pagina 4-204
▼Camera en Sensoren
Vooruitrijcamera (FSC)
De vooruitrijcamera (FSC) bespeurt
rijstrookaanduidingen en herkent
koplampen, achterlichten en
stadsverlichting tijdens het rijden in het
donker. Bovendien worden ook
voorliggers, voetgangers of obstakels
bespeurd. De volgende systemen
maken gebruik van de vooruitrijcamera
(FSC).
xKoplampregelsysteem (HBC)xAdaptieve LED-koplampen (ALH)
xRijstrookafwijkingswaarschuwingssyst
eem (LDWS)
xVerkeersbordherkenningsysteem
(TSR)
xDistance & Speed Alert (DSA)xVermoeidheidswaarschuwing (DAA)xMazda Radar Cruise Control
(MRCC)
xMazda Radar Cruise Control met
Stop & Go-functie (MRCC met Stop
& Go-functie)
xRijstrookassistent (LAS)xCruising & Traffic Support (CTS)xSmart Brake Support (SBS)
De vooruitrijcamera (FSC) is
ingebouwd aan de bovenzijde van de
voorruit nabij de binnenspiegel.
Zie Vooruitrijcamera (FSC) op pagina
4-241.
Voorste radarsensor
De voorste radarsensor detecteert
radiogolven die de radarsensor heeft
verzonden en die weerkaatst worden
door een voorliggend voertuig. De
volgende systemen maken gebruik van
de voorste radarsensor.
xDistance & Speed Alert (DSA)xMazda Radar Cruise Control
(MRCC)
xMazda Radar Cruise Control met
Stop & Go-functie (MRCC met Stop
& Go-functie)
xCruising & Traffic Support (CTS)xSmart Brake Support (SBS)
De voorste radarsensor is gemonteerd
achter de radiateurgrille.
Zie Voorste radarsensor op pagina
4-245.
Voorste zijradarsensor
De voorste zijradarsensoren detecteren
radiogolven die de radarsensoren
hebben verzonden en die weerkaatst
worden door een voorliggend voertuig.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-109

Page 280 of 759

De volgende systemen maken gebruik
van de voorste zijradarsensor.
xVooruitrijwaarschuwingssysteem
(FCTA)
De voorste zijradarsensoren zijn
geïnstalleerd in de voorbumper, één
aan de linkerzijde en één aan de
rechterzijde.
Zie Voorste zijradarsensor op pagina
4-248.
Achterste zijradarsensor
De achterste zijradarsensoren zendt
radiogolven uit en detecteert
radarsensoren die worden weerkaatst
worden door een voertuig dat van
achteren nadert of door een obstakel.
De volgende systemen maken gebruik
van de achterste zijradarsensor.
xDodehoekmonitor (BSM)xAchteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA)
xSmart Brake Support [Rear Crossing]
(SBS-RC)
De achterste zijradarsensoren zijn
geïnstalleerd in de achterbumper, één
aan de linkerzijde en één aan de
rechterzijde.
Zie Achterste zijradarsensor op pagina
4-249.
Achterste ultrasonische sensor/
hoeksensor/zijsensor
De ultrasonische sensor detecteert de
ultrasonische golven die door de
ultrasonische sensoren worden
uitgezonden en op hun beurt worden
weerkaatst door obstakels aan de
achterzijde. De volgende systemen
maken gebruik van de ultrasonische
sensor.
xSmart Brake Support [Rear] (SBS-R)xSmart Brake Support [Rear Crossing]
(SBS-RC)
De ultrasonische sensoren zijn
gemonteerd in de achterbumper.
Zie Achterste ultrasonische sensor/
hoeksensor/zijsensor op pagina
4-251.
Voorcamera/zijcamera’s/
achtercamera
De voorcamera, zijcamera’s en
achtercamera maken beelden van de
omgeving rondom de auto. De 360°
rondomkijkmonitor maakt gebruik van
elke camera.
Er zijn camera’s geïnstalleerd op de
voorbumper, de portierspiegels en de
achterklep.
Zie “Voorcamera/zijcamera’s/
achtercamera” op pagina 4-251.
Driver Monitoring-camera
De Driver Monitoring-camera
detecteert veranderingen in het gezicht
van de bestuurder en maakt een
inschatting van de vermoeidheid en
slaperigheid van de bestuurder. De
volgende systemen maken gebruik van
de Driver Monitoring-camera.
xDriver Monitoring (DM)
De Driver Monitoring-camera is
gemonteerd in de middendisplay.
Zie Driver Monitoring-camera op
pagina 4-252.
▼i-ACTIVSENSE statussymbool
(waarschuwings-/
risicovermijdingssysteem)
Het systeem stelt de bestuurder op de
hoogte van de status van de volgende
systemen met de kleur of de OFF
indicatie van het i-ACTIVSENSE
statussymbool (waarschuwings-/
risicovermijdingssysteem).
xRijstrookafwijkingswaarschuwingssyst
eem (LDWS)
xDodehoekmonitor (BSM)
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-110

Page 294 of 759

1. Plaatsen waar de breedte tussen
de vangrails of muren aan
weerszijden van de auto smaller
wordt.

1. De muren aan de ingang en
uitgangen van tunnels, afritten.

xDe kans bestaat dat een BSM
waarschuwingsindicatielampje gaat
knipperen of dat de
waarschuwingszoemer enkele malen
wordt geactiveerd bij het afslaan op
een kruising in een stad.
xSchakel de BSM uit wanneer u een
aanhanger trekt of wanneer u
hulpuitrusting zoals een
fietsdrager
aan de achterzijde van de auto hebt
geïnstalleerd. Anders zullen de
radiogolven van de radar
geblokkeerd raken waardoor het
systeem niet meer normaal zal
functioneren.
xWanneer een originele Mazda
trekhaak wordt gebruikt, dan wordt
de BSM automatisch uitgeschakeld.
xIn de volgende gevallen kan het
moeilijk zijn de BSM
waarschuwingsindicatielampjes die
op de portierspiegels zijn
aangebracht te zien branden/
knipperen.
xWanneer de portierspiegels bedekt
zijn met sneeuw of ijs.
xWanneer de voorportierruit
beslagen is of bedekt is met
sneeuw, ijs of modder.
xDe achterste zijradarsensor van de
BSM is onderhevig aan de
betreffende radiogolfbepalingen van
het land waarin met de auto wordt
gereden. Wanneer het systeem in het
buitenland wordt gebruikt, dan kan
het zijn dat het systeem moet
worden uitgeschakeld.
Zie Achterste zijradarsensor op
pagina 4-249.
xHet systeem schakelt over naar het
achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) functie wanneer de
versnellingshendel (handgeschakelde
versnellingsbak) of de keuzehendel
(automatische transmissie) in de
achteruitstand (R) gezet wordt.
Zie
Achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA) op pagina 4-143.
▼Dodehoekmonitor (BSM)
waarschuwingsindicatielampjes/
display-indicator/
dodehoekmonitor (BSM)
waarschuwingszoemer
Het BSM-systeem attendeert de
bestuurder op de aanwezigheid van
voertuigen in naastgelegen rijstroken of
aan de achterzijde van de auto met
behulp van het BSM
waarschuwingsindicatielampje, het
waarschuwingsgeluid en de
display-indicator wanneer de systemen
operationeel zijn.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-124

Page 311 of 759

Multi-informatiedisplay
Active Driving Display (modellen met
Active Driving Display)
360° rondomkijkmonitor (modellen
met 360° rondomkijkmonitor)
Wanneer de auto wordt bestuurd
Als er de kans bestaat op een botsing
met een naderend voertuig, dan wordt
een waarschuwingsindicatie
weergegeven op de volgende display
(oranje pijl) en wordt tegelijkertijd het
waarschuwingsgeluid geactiveerd.
Multi-informatiedisplay
Active Driving Display (modellen met
Active Driving Display)
360° rondomkijkmonitor (modellen
met 360° rondomkijkmonitor)
OPMERKING
xHet systeem kan onder de volgende
omstandigheden worden
geactiveerd, zelfs wanneer er geen
voertuig nadert:
xEr bevindt zich direct naast uw
auto een voorwerp dat de
radiogolven van de radar
weerkaatst, zoals een geparkeerd
voertuig, een vangrail of een muur.
xEr stoppen voertuigen in het
gebied rond uw auto zoals bij
drukte op de weg.
xEen voertuig dat van de voorzijde
of de zijkant nadert remt af.
xEen voertuig dat van de voorzijde
of linkerzijde nadert slaat recht
voor uw auto rechts- of linksaf.
Tijdens het rijden
i-ACTIVSENSE
4-141

Page:   1-10 11-20 21-30 31-40 40 next >