airbag MAZDA MODEL CX-5 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 724 of 889

6–66
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
*Bepaalde modellen.
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
15 ENG.MAIN 40 A Motorbesturingssysteem
16 ABS/DSC M 50 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
17 FAN DE 40 A Koelventilator
*
18 WIPER 20 A Voorruitenwisser en ruitensproeier
19 HEATER 40 A Airconditioning
20 ADD FAN GE 30 A Koelventilator
*
21 ENGINE.IG1 7,5 A Motorbesturingssysteem
22 C/U IG1 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
23 AUDIO2 7,5 A Audio-installatie
24 METER2 7,5 A Instrumentengroep
*
25 ENGINE3 15 A Motorbesturingssysteem
26 ENGINE2 15 A Motorbesturingssysteem
27 ENGINE1 15 A Motorbesturingssysteem
28 AT 15 A Transmissiebesturingssysteem
* , Contactschakelaar
29 H/CLEAN 20 A Koplampsproeier *
30 A/C 7,5 A Airconditioning *
31 AT PUMP 15 A Transmissiebesturingssysteem *
32 HORN 15 A Claxon
33 R.WIPER 15 A Achterruitenwisser
34 H/L HI 20 A Koplampen (grootlicht)
35 ST.HEATER 15 A Verwarmd stuurwiel
*
36 FOG 15 A Mistlichten *
37

7,5 A Motorbesturingssysteem
38 H/L LOW L 15 A Koplamp (dimlicht) (Links)
39 ENGINE4 15 A —
40 — — —
41 METER1 10 A Instrumentengroep
42 SRS1 7,5 A Airbag
43 BOSE 25 A Model uitgerust met Bose
® geluidsinstallatie *
44 AUDIO1 15 A Audio-installatie
45 ABS/DSC S 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
46 FUEL PUMP 15 A Brandstofsysteem
*
47 FUEL WARM 25 A Brandstofverwarmer *
48 TAIL 15 A Achterlichten, kentekenplaatlampen
49 SCR2
FUEL PUMP2 25 A —
50 HAZARD 25 A Waarschuwingsknipperlichten, richtingaanwijzers,
achterlichten, positielampen
51 H/L LOW R 15 A Koplamp (dimlicht) (Rechts)

Page 745 of 889

7–7
Als er zich een probleem voordoet
Mazda ERA-GLONASS (Rusland)
OPMERKING
  Automatische noodoproepen kunnen niet door de gebruiker worden geannuleerd. 
 Een noodoproep wordt door het callcenter beëindigd. De gebruiker kan de noodoproep
niet beëindigen.
  Als de auto bij een botsing een impact van een bepaald niveau of meer ontvangt, wordt
een automatische oproep gedaan, ook als de airbags niet geactiveerd worden.
1. Als de auto bij een botsing een impact van een bepaald niveau of meer ontvangt, begint
de Mazda ERA-GLONASS automatisch te werken.
2. Het indicatielampje (groen) op de Mazda ERA-GLONASS schakelaar gaat langzaam
knipperen (met tussenpozen van 0,5 seconden) en er wordt een oproep gedaan naar het
callcenter.

Groen

3. Wanneer de verbinding met het callcenter tot stand is gekomen, gaat het indicatielampje
(groen) wat sneller knipperen (met tussenpozen van 0,3 seconden) en klinkt er
tegelijkertijd een pieptoon en de verzending van de voertuiginformatie begint.
4. De pieptoon klinkt en de spraakoproep met het callcenter begint wanneer de verzending
van de voertuiginformatie is voltooid of nadat sinds het begin van de verzending
ongeveer 20 seconden zijn verstreken.
5. Als er geen verbinding kan worden gemaakt, gaat het indicatielampje (rood) branden en
gaat het indicatielampje (groen) snel knipperen (met tussenpozen van 0,15 seconden) en
klinkt tegelijkertijd de pieptoon.
Maak in dit geval een handmatige verbinding met behulp van de Mazda ERA-
GLONASS schakelaar omdat een automatische verbinding niet mogelijk is.

Groen
(Knippert)Rood
(Gaat
branden)

Page 764 of 889

7–26
Als er zich een probleem voordoet
Lekke band
12. Plak de snelheidsbeperkingsticker op
de snelheidsmeter.



WAARSCHUWING
Bevestig de snelheidsbeperkingsticker
op een plaats waar deze voor de
bestuurder goed zichtbaar is:
 
 Aanbrengen van de
snelheidsbeperkingsticker op het
stuurwiel is gevaarlijk aangezien
deze de activering van airbag kan
hinderen wat ernstig letsel tot gevolg
kan hebben.
  Breng de sticker op geen andere
plaats aan dan op de plaats
aangegeven in de illustratie van de
snelheidsmeter. 13. Bevestig de compressorslang aan het
bandventiel.


Ventiel Compressorslang

14. Steek de stekker van de compressor in
de stekkerbus voor accessoires in het
interieur en zet het contact op ACC
(pagina 5-172 ).


Stekker van compressor
Compressor
Middenconsole
OPGELET
  Controleer alvorens de stekker van
de compressor uit de elektrische
insteekbus te verwijderen of de aan/
uit schakelaar van de compressor
uitgeschakeld is.
  De compressor kan met behulp
van de druktoets schakelaar in- en
uitgeschakeld worden.

Page 795 of 889

7–57
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
*Bepaalde modellen.
Signaal Waarschuwing

Waarschuwingslampje
voor systeem van
airbag/voorspanners
van veiligheidsgordels
Een defect in het systeem wordt aangeduid als het waarschuwingslampje constant knippert,
constant brandt of helemaal niet brandt wanneer het contact op ON gezet wordt. Bij elk
van deze gevallen dient u zo spoedig mogelijk een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda-reparateur te raadplegen. Het systeem zal dan wellicht in het geval van een
aanrijding niet in werking treden.
WAARSCHUWING
Sleutel nooit zelf aan de systemen van airbag/veiligheidsgordelvoorspanners en laat
altijd alle onderhoud en reparatie door een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda-reparateur, uitvoeren:
Het zelf uitvoeren van onderhoud of sleutelen aan de systemen is gevaarlijk. De kans
bestaat dat een airbag/voorspanner onvoorzien geactiveerd of buiten werking gesteld
wordt.

(Knippert)
Waarschuwingslampje van
bandenspanningscontrolesysteem
*
Als er een defect is in het bandenspanningcontrolesysteem, gaat het
bandenspanningswaarschuwingslampje knipperen. Laat uw auto zo spoedig mogelijk door
een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda-reparateur controleren.
WAARSCHUWING
Als het waarschuwingslampje van het bandenspanningcontrolesysteem gaat branden
of knipperen of als de waarschuwingszoemtoon voor lage bandenspanning wordt
gegeven, onmiddellijk de rijsnelheid verminderen en plotseling manoeuvreren en
remmen vermijden:
Als het waarschuwingslampje van het bandenspanningcontrolesysteem gaat branden
of knipperen of als de waarschuwingszoemtoon voor lage bandenspanning wordt
gegeven, is het gevaarlijk met hoge snelheden te rijden of plotseling te manoeuvreren
of te remmen. De kans bestaat dat u de macht over het stuur verliest en een ongeluk
veroorzaakt.
Om te bepalen of u een langzaam leeglopende band of een lekke band heeft, de
auto op een veilige plaats parkeren waar u visueel de toestand van de band kunt
controleren en bepalen of de band voldoende lucht heeft om verder te gaan naar een
plaats waar lucht bijgevuld kan worden en het systeem opnieuw gecontroleerd kan
worden door een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur
of een bandenreparatiewerkplaats.
Het TPMS waarschuwingslampje mag nooit genegeerd worden:
Negeren van het TPMS waarschuwingslampje is gevaarlijk, ook als u de reden weet
waarom het brandt. Laat het probleem zo spoedig mogelijk verhelpen alvorens dit
tot een ernstigere situatie leidt, zoals het plotseling lek raken van een band met een
gevaarlijk ongeluk als mogelijk gevolg.

Page 809 of 889

7–71
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
In de volgende gevallen
wordt een
waarschuwingszoemer
geactiveerd
Waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting
Als de verlichting is ingeschakeld en het
contact op ACC of uit gezet wordt, zal er
een continue pieptoon klinken zodra het
bestuurdersportier geopend wordt.
OPMERKING
  Wanneer het contact op
ACC gezet wordt, heeft de
“Waarschuwingspieptoon voor
niet-uitgeschakeld contact (STOP)”
(pagina 7-72 ) voorrang boven
de waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting.
  Een gebruikersfunctie is
beschikbaar voor het veranderen
van het geluidsvolume voor
de waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting.
 Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-12 .
Waarschuwingszoemer voor
airbag/gordelspannersysteem
Als er een probleem is met de systemen
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels en het oplichten van het
waarschuwingslampje, zal er elke minuut
gedurende ongeveer 5 seconden een
waarschuwingszoemer klinken.
Het geluid van de waarschuwingszoemer
voor het systeem van airbag en
veiligheidsgordelvoorspanners zal
gedurende ongeveer 35 minuten hoorbaar
blijven. Laat uw auto zo spoedig mogelijk
door een deskundige reparateur, bij
voorkeur een of¿ ciële Mazda-reparateur,
inspecteren.
WAARSCHUWING
Rijd niet met de auto wanneer de
waarschuwingszoemer voor het systeem
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels klinkt:
Rijden met de auto terwijl de
waarschuwingszoemer voor het systeem
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels klinkt is gevaarlijk.
Bij een botsing zullen de airbags en
het systeem van de voorspanners van
de veiligheidsgordels niet in werking
treden, hetgeen ernstig of mogelijk
dodelijk letsel tot gevolg kan hebben.
Neem contact op met een deskundige
reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële
Mazda reparateur om de auto zo
spoedig mogelijk te laten inspecteren.

Page 821 of 889

8–3
Informatie voor de eigenaar
Garantie
Installatie van niet-originele onderdelen en accessoires
Het aanbrengen van technische wijzigingen aan de originele staat van uw Mazda kan van
invloed zijn op de veiligheid van uw auto. Dergelijke technische wijzigingen omvatten
niet alleen het gebruik van niet geschikte onderdelen, maar ook accessoires, uitrusting of
hulpstukken, zoals velgen en banden.

Originele Mazda-onderdelen en originele Mazda-accessoires zijn speci¿ ek ontworpen voor
Mazda-auto’s.
Andere dan de hierboven vermelde onderdelen en accessoires zijn niet door Mazda
geïnspecteerd en goedgekeurd tenzij dit door Mazda uitdrukkelijk wordt vermeld. Wij
kunnen niet garant staan voor de geschiktheid van dergelijke producten. Mazda kan niet
aansprakelijk gesteld worden voor enigerlei schade veroorzaakt door het gebruik van
dergelijke producten.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig bij het kiezen en installeren van aanvullende elektrische apparatuur,
zoals mobiele telefoons, zend- en ontvanginstallaties, stereo-systemen en auto-
alarmsystemen:
Een simpele fout bij het kiezen of het installeren van verkeerde aanvullende apparatuur
of het kiezen van een verkeerde installateur is gevaarlijk. Essentiële systemen kunnen
beschadigd worden, hetgeen het afslaan van de motor, activering van de airbag (SRS),
buiten werking treden van het ABS/TCS/DSC systeem of brand in de wagen kan
veroorzaken.
Mazda kan niet aansprakelijk gesteld worden voor dood, letsel of onkosten die het gevolg
kunnen zijn van het installeren van aanvullende niet-originele onderdelen of accessoires.

Page 850 of 889

8–32
Informatie voor de eigenaar
Elektromagnetische compatibiliteit
Elektromagnetische compatibiliteit
Uw Mazda is getest en goedgekeurd inzake bepaling UNECE *1 10 welke verband houdt met
elektromagnetische compatibiliteit. Radio Frequentie (RF) zendapparatuur (bijv. mobiele
telefoons, amateur radiozenders, enz.) mag enkel in uw Mazda geïnstalleerd worden als
deze voldoet aan de parameters die in onderstaande tabel worden getoond.

*1 UNECE staat voor Economische Raad van de Verenigde Naties voor Europa (United
Nations Economic Commission for Europe).


Het is uw verantwoordelijkheid er voor te zorgen dat alle apparatuur die u heeft
geïnstalleerd voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen. Laat alle apparatuur installeren
door deskundige monteurs.
OPGELET
  Installeer geen zendontvangapparaat, microfoons, luidsprekers of enig ander voorwerp
in het werkingsbereik van het airbagsysteem.
  Bevestig de antennekabel niet aan de oorspronkelijke bedrading, brandstoÀ eidingen of
remleidingen van de auto. Probeer zo veel mogelijk te voorkomen dat de antennekabel
parallel loopt met de bedradingsbundels.
  Houd antenne- en spanningskabels op een afstand van tenminste 100 mm van
elektronische modules en airbags.
  Vermijd het gebruik van de sigarettenaansteker of de insteekbus voor accessoires als
een stroomvoorziening voor RF-zendontvangapparatuur.

Page 876 of 889

10–2
Index
A
Aanbevolen olie .................................. 6-27
Aanbevolen smeermiddelen .................. 9-6
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem
(AFS)................................................. 4-132
Accu .................................................... 6-43
Inspectie van het accu-elektrolytniveau
van de accu .................................... 6-45
Onderhoud ..................................... 6-45
Opladen ......................................... 6-46
Technische gegevens ....................... 9-6
Vervangen ...................................... 6-46
Accu is uitgeput .................................. 7-37
Probleem ....................................... 7-37
Achterklep ........................................... 3-26
Afdekking bagageruimte ............... 3-36
Wanneer de achterklep niet geopend
kan worden .................................... 7-79
Achterruit
Achterruitverwarming ................... 4-94
Achterruitensproeier ........................... 4-93
Achterruitenwisser .............................. 4-93
Achterruitverwarming ......................... 4-94
Achterste kledinghaken ..................... 5-180
Achteruitkijkmonitor ......................... 4-266
Afstelling van beeldkwaliteit ...... 4-279
Afwijking tussen werkelijke
wegsituatie en weergegeven
beeld ............................................ 4-277
Bediening van
achteruitparkeercamera ............... 4-272
Gebruik van de display................ 4-270
Overschakelen naar
achteruitkijkmonitordisplay ........ 4-268
Plaats van
achteruitparkeercamera ............... 4-267
Weergavebereik op het scherm ... 4-268
Achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA).............................................. 4-163
Achterzitting ....................................... 2-12
Active Driving Display ....................... 4-49
Adaptieve LED-koplampen (ALH) .. 4-136 Afmetingen ........................................... 9-8
Afstandbediend
portiervergrendelingssysteem ............... 3-4
Afstandherkenningshulpsysteem
(DRSS) .............................................. 4-155
Indicatie op display ..................... 4-156
Afstelbare snelheidsbegrenzer
(ASL) ................................................ 4-215
Activering/deactivering ............... 4-220
Afstelbare snelheidsbegrenzer (ASL)
display ......................................... 4-217
Hoofdindicatie afstelbare
snelheidsbegrenzer (ASL)
(wit) ............................................. 4-218
Instelindicatie afstelbare
snelheidsbegrenzer (ASL)
(groen) ......................................... 4-218
Systeem instellen ......................... 4-222
Systeem tijdelijk annuleren ......... 4-223
Waarschuwingszoemer
snelheidsbegrenzer ...................... 4-218
Airbagsystemen ................................... 2-54
Als de Active Driving Display niet
functioneert ......................................... 7-80
Als een waarschuwingslampje gaat
branden of knipperen .......................... 7-49
Anti-blokkeerremsysteem (ABS) ...... 4-114
Anti-diefstal beveiligingssysteem ....... 3-65
Anti-wielspinregeling (TCS) ............ 4-115
TCS/DSC indicatielampje ........... 4-116
TCS OFF indicatielampje ........... 4-116
TCS OFF schakelaar ................... 4-116
Armsteunvak ..................................... 5-177
Asbak ................................................ 5-180
Audiobedieningsschakelaar
Afstellen van het volume .............. 5-17
Audio-uit toets ............................... 5-17
Zoektoets ....................................... 5-18

Page 883 of 889

10–9
Index
S
SRS-airbags
Beperkingen SRS-airbag ............... 2-72
Controle ......................................... 2-80
Criteria voor activering
SRS-airbag .................................... 2-70
Inzittende voorpassagier
detectiesysteem ............................. 2-74
Onderdelen aanvullend
beveiligingssysteem ...................... 2-62
Werking SRS-airbags .................... 2-64
Schuifdak ............................................ 3-60
Signalen voor
rijstrookverandering ................... 4-87, 4-88
Sleepmethoden .................................... 7-44
Slepen
Haak .............................................. 7-46
Slepen in noodgevallen
Sleephaken .................................... 7-46
Sleepmethoden .............................. 7-44
Sleutels .................................................. 3-2
Sleutel-uit functie .......................... 3-10
Zender ............................................. 3-5
Sleutel-uit functie ................................ 3-10
Smart Brake Support remhulpsysteem
(SBS) ................................................. 4-238
Indicatielampje (rood) van Smart
Brake Support remhulpsysteem
(SBS) ........................................... 4-240
Stopzetten van werking van Smart
Brake Support remhulpsysteem
(SBS) ........................................... 4-240
Waarschuwing voor botsing ........ 4-240
Smering van de carrosserie ................. 6-37
Snelheidsmeter .................................... 4-30
Spiegels
Binnenspiegel ................................ 3-51
Buitenspiegels ............................... 3-48
Spiegelverwarming ............................. 4-95 Stadsverkeer-remassistent [Achteruit]
(SCBS R) .......................................... 4-232
Stopzetten van werking van
stadsverkeer-remassistent [Achteruit]
(SCBS R) ..................................... 4-237
Stadsverkeer-remassistent [Vooruit]
(SCBS F) ........................................... 4-228
Indicatielampje (rood) van
stadsverkeer-remassistent
(SCBS) ........................................ 4-230
Stopzetten van werking van
stadsverkeer-remassistent [Vooruit]
(SCBS F) ..................................... 4-231
Waarschuwing voor botsing ........ 4-230
Start-Blokkeersysteem ........................ 3-63
Starten in noodgevallen
Leegraken van de brandstoftank
(SKYACTIV-D 2.2) ...................... 7-41
Starten door aanduwen .................. 7-40
Starten van een verzopen motor
(SKYACTIV-G 2.0 en SKYACTIV-G
2.5) ................................................ 7-40
Starten met een hulpaccu .................... 7-37
Stekkerbus voor accessoires ............. 5-172
Stoelen ................................................... 2-6
Achterzitting .................................. 2-12
Hoofdsteun .................................... 2-21
Rijpositiegeheugen .......................... 2-9
Voorstoel ......................................... 2-6
Zittingverwarmer achterstoel ........ 2-19
Zittingverwarmer voorstoel ............. 2-8
Stuurbekrachtiging ............................ 4-127
Stuurwiel ............................................. 3-46
Claxon ........................................... 4-97
Systeem van uitlaatgasreiniging
(SKYACTIV-D 2.2) ............................ 3-42
Systeem van uitlaatgasreiniging
(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G
2.5) ...................................................... 3-41

Page 885 of 889

10–11
Index
W
Waarschuwingen van Mazda Radar Cruise
Control (MRCC) systeem ................... 7-76
Waarschuwingen van Mazda Radar Cruise
Control met Stop & Go-functie (MRCC
met Stop & Go-functie) systeem ......... 7-77
Waarschuwingsgeluid van het
LDWS ................................................. 7-77
Waarschuwingsgeluid wordt geactiveerd
AUTOHOLD
waarschuwingszoemer .................. 7-75
waarschuwingsgeluid van het
LDWS ........................................... 7-77
Waarschuwingsindicatie/
waarschuwingslampjes ....................... 4-54

Waarschuwingsknipperlichtschakelaar ... 4-98
Waarschuwingszoemer 120 km/h ....... 7-75
Waarschuwingszoemer
bandenspanning ................................... 7-76
Waarschuwingszoemer
buitentemperatuur ............................... 7-74
Waarschuwingszoemer dodehoekmonitor
(BSM) ................................................. 7-76
Waarschuwingszoemer elektrisch bediende
achterklep ............................................ 7-74
Waarschuwingszoemer elektrische
handrem (EPB) .................................... 7-75
Waarschuwingszoemer elektronische
stuurvergrendeling .............................. 7-74
Waarschuwingszoemer sleutel-
in-auto-achtergelaten (met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) .............. 7-74
Waarschuwingszoemer sleutel-in-
bagageruimte-achtergelaten (met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) .............. 7-73
Waarschuwingszoemer sleutel-uit-auto-
verwijderd ........................................... 7-73
Waarschuwingszoemer
snelheidsbegrenzer .............................. 7-78 Waarschuwingszoemer
stuurbekrachtiging ............................... 7-76
Waarschuwingszoemer
verzoekschakelaar-buiten-werking
(met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) .............. 7-73
Waarschuwingszoemer voor airbag/
gordelspannersysteem ......................... 7-71
Waarschuwingszoemer voor
gordelspannersysteem ......................... 7-72
Waarschuwingszoemer voor niet-
uitgeschakeld contact (STOP) ............. 7-72

Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 next >