Accu storin MAZDA MODEL CX-5 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 130 of 889

3–30
Alvorens te gaan rijden
Portieren en sloten
OPGELET
  Controleer bij het sluiten van de
elektrisch bediende achterklep
op de aanwezigheid van vreemde
voorwerpen rondom de grendelplaat.
Als vreemde voorwerpen de
grendelplaat blokkeren, sluit de
achterklep mogelijk niet goed.
Grendelplaat
  Installeer geen andere accessoires op
de elektrisch bediende achterklep dan
de aangegeven accessoires. Anders
kan de achterklep niet automatisch
openen/sluiten en een storing
veroorzaken.
  Ga voorzichtig te werk bij het
schakelen tussen elektrische en
handmatige bediening van de
elektrisch bediende achterklep.
De elektrisch bediende achterklep
kan onverwacht openen/sluiten,
afhankelijk van de stand ervan, en dit
kan letsel veroorzaken.
OPMERKING
  Oefen geen onnodige druk op de
elektrisch bediende achterklep uit
wanneer deze elektrisch geopend/
gesloten wordt. Onnodige druk op
de achterklep kan er toe leiden dat
de richting waarin deze zich beweegt
automatisch wordt omgekeerd.
Bovendien kan dit een storing
veroorzaken.
  De elektrisch bediende achterklep
gaat mogelijk niet elektrisch open/
dicht wanneer de auto op een helling
is geparkeerd, bij harde wind of als
er veel sneeuw op de achterklep ligt.
  Als de zekering van de elektrisch
bediende achterklep is gesprongen,
kan de achterklep niet worden
geopend met de schakelaar van de
elektrisch bediende achterklep of
de elektrische achterklepopener.
Gebruik de noodontgrendelhendel
om de achterklep te openen.
  Sluit de elektrisch bediende
achterklep volledig alvorens de
accu van de auto los te koppelen.
Als de accu wordt losgekoppeld
terwijl de achterklep open staat, kan
deze niet automatisch geopend of
gesloten worden nadat de accu weer
is aangekoppeld. In dat geval moet
de achterklep handmatig volledig
worden gesloten om het automatisch
volledig openen/sluiten weer
mogelijk te maken.
  Als het systeem gewicht detecteert,
bijvoorbeeld een met veel sneeuw
bedekte achterklep, wanneer deze
elektrisch wordt geopend, is driemaal
een pieptoon hoorbaar en stopt de
bediening van de achterklep.

Page 238 of 889

4–50
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
OPGELET
  (Met type automatisch opklappen)  Probeer niet handmatig de hoek van de Active Driving Display af te stellen of deze te
openen of te sluiten. Vingerafdrukken op de display maken deze moeilijk zichtbaar en
het overmatig kracht uitoefenen tijdens de bediening kan beschadiging veroorzaken.
  (Met type automatisch opklappen)  Plaats geen voorwerpen in de buurt van de Active Driving Display. De kans bestaat dat
de Active Driving Display niet functioneert of beschadigd wordt wanneer deze tijdens
zijn werking gehinderd wordt.
  Plaats geen dranken in de buurt van de Active Driving Display. Als water of andere
vloeistoffen op de Active Driving Display worden gemorst, kan dit beschadiging
veroorzaken.
  Plaats geen voorwerpen boven de Active Driving Display en plak geen stickers op de
stofdichte plaat/optische ontvanger aangezien deze storing zullen veroorzaken.
  Er is een sensor ingebouwd die de helderheid van de display regelt. Als de optische
ontvanger wordt afgedekt, zal de displayhelderheid verminderen waardoor deze
moeilijk zichtbaar wordt.
  Stel de optische ontvanger niet bloot aan sterke lichtinval. Anders kan dit beschadiging
veroorzaken.
OPMERKING
  Bij het dragen van een zonnebril met gepolariseerde glazen wordt de zichtbaarheid
van de Active Driving Display verminderd als gevolg van de eigenschappen van de
display.
  Als de accu werd verwijderd en opnieuw is geïnstalleerd of de accuspanning laag is,
kan de afgestelde positie afwijken.
  Het is mogelijk dat de display moeilijk zichtbaar is of dat tijdelijk hinder wordt
ondervonden als gevolg van weersomstandigheden zoals regen, sneeuw, licht en
temperatuur.
  Als de audio-installatie wordt verwijderd, kan de Active Driving Display niet worden
gebruikt.

Page 497 of 889

5–21
Interieurvoorzieningen
Voordat u de audio-installatie gaat gebruiken
OPMERKING
  Het is mogelijk dat deze modus niet
bruikbaar is afhankelijk van het
draagbare audio-apparaat dat wordt
aangesloten.
  Lees alvorens de ingang voor extra
apparatuur/USB poort te gebruiken,
de instructiehandleiding voor het
draagbare audioapparaat.
  Gebruik een universele,
impedantievrije (3,5
) stereo
ministekker voor aansluiting van de
draagbare audio-installatie op de
ingang voor extra apparatuur. Lees
alvorens de ingang voor extra
apparatuur te gebruiken de instructies
van de fabrikant voor het aansluiten
van draagbare audioapparatuur op de
ingang voor extra apparatuur.
  Om te voorkomen dat de accu
uitgeput raakt, de hulpaansluitingen
niet gedurende langere tijd gebruiken
wanneer de motor stopgezet is of
stationair draait.
  Wanneer apparatuur wordt
aangesloten op de ingang voor extra
apparatuur of USB poort, kan er
zich storing voordoen afhankelijk
van de aangesloten apparatuur. Als
de apparatuur is aangesloten op de
stekkerbus voor accessoires van de
auto, kan de storing gereduceerd
worden door de apparatuur uit de
stekkerbus voor accessoires los te
maken.
Gebruik van het USB poort/ingang
voor extra apparatuur
Ty p e A


USB-poortIngang voor
extra apparatuur

Ty p e B


USB-poortIngang voor extra apparatuur

Aansluiting van een apparaat
1. Open het consoledeksel.
2. Als de ingang voor extra apparatuur
of USB-poort voorzien is van een
afdekkapje, het afdekkapje verwijderen.
(Type A)
3. Sluit de stekker van het apparaat aan op
de USB poort.

Page 632 of 889

5–156
Interieurvoorzieningen
Bijlage
W a t u m o e t w e t e n
WAARSCHUWING
Stel de audio-installatie enkel af
wanneer de auto stilstaat:
Stel de bedieningstoetsen van de
audio-installatie niet tijdens het rijden
af. Afstellen van de audio-installatie
tijdens het rijden is gevaarlijk,
aangezien u hierdoor van de besturing
van de auto kan worden afgeleid,
waardoor een ernstig ongeluk kan
ontstaan.
Ook al zijn de
audiobedieningsschakelaars op het
stuurwiel aanwezig, is het de bedoeling
dat u leert de schakelaars te bedienen
zonder er naar te kijken, zodat u tijdens
het rijden uw maximale aandacht op de
weg kunt houden.
OPGELET
Stel voor veilig rijden het audiovolume
af op een niveau waarbij de geluiden
van buiten de auto voor u goed
hoorbaar blijven, zoals bijvoorbeeld
autoclaxons en vooral sirenes van
hulpverleningsvoertuigen.
OPMERKING
  Om te voorkomen dat de accu
uitgeput raakt, de audio-installatie
niet gedurende langere tijd aan laten
staan terwijl de motor niet draait.
  Als een mobiele telefoon of een CB
radio in of bij de auto wordt gebruikt,
kan dit tot gevolg hebben dat de
audio-installatie storing te horen
geeft, dit duidt er echter niet op dat
de installatie defect is.
Geen vloeistof op de audio-installatie
morsen.


Geen andere voorwerpen dan CD's naar
binnen in de gleuf steken.


Radio-ontvangst
AM karakteristieken
AM signalen buigen rondom obstakels als
gebouwen en bergen en worden door de
ionosfeer weerkaatst.
Dit is de reden waarom deze signalen
langere afstanden kunnen overbruggen dan
FM signalen.

Page 649 of 889

5–173
Interieurvoorzieningen
Interieuruitrusting
OPGELET
  Let op de volgende punten om
beschadiging van de stekkerbus voor
accessoires of het defect raken van
het elektrische circuit te voorkomen:
 


 Gebruik geen accessoires met een
stroomverbruik dat hoger is dan
120 W (12 V gelijkstroom, 10 A).
 


 Gebruik geen accessoires die geen
originele Mazda accessoires of
daaraan gelijkwaardig zijn.
 


 Sluit het kapje wanneer de
stekkerbus voor accessoires niet
gebruikt wordt om te voorkomen
dat vreemde voorwerpen en
vloeistoffen in de stekkerbus voor
accessoires terechtkomen.
 


 Steek de stekker op correcte wijze
in de stekkerbus voor accessoires.
 


 Steek de sigarettenaansteker niet in
de stekkerbus voor accessoires.
 
 Bij de audioweergave kan storing
optreden, afhankelijk van de
apparatuur die op de stekkerbus voor
accessoires is aangesloten.
  Het is mogelijk dat door aansluiting
van bepaalde apparatuur op de
stekkerbus voor accessoires
problemen met het elektrische
systeem van de auto veroorzaakt
worden, wat er toe kan leiden dat
het waarschuwingslampje gaat
branden. Maak de aangesloten
apparatuur los en controleer dat
het probleem is opgelost. Als het
probleem is opgelost, de apparatuur
uit de stekkerbus verwijderen en
het contact uitzetten. Raadpleeg als
het probleem niet is opgelost een
deskundige reparateur, bij voorkeur
een of¿ ciële Mazda reparateur.
OPMERKING
Om te voorkomen dat de accu uitgeput
raakt, de stekkerbus niet gedurende
langere tijd gebruiken wanneer de motor
stopgezet is of stationair draait.
Gebruik van de stekkerbus voor
accessoires
1. Open het kapje.
2. Leid het aansluitsnoer door de
uitsparing van de console en steek
de stekker in de stekkerbus voor
accessoires.


Plug

Page 661 of 889

6–3
Onderhoud en verzorging
Essentiële informatie
De storingsdiagnosestekker is uitsluitend bestemd voor het aansluiten van de speciale
apparatuur voor het uitvoeren van storingsdiagnose aan het voertuig.
Sluit geen andere apparatuur aan dan de speciale storingsdiagnoseapparatuur voor
onderhoud. Als andere apparatuur dan de storingsdiagnoseapparatuur wordt aangesloten,
kan dit de elektrische apparatuur van het voertuig beschadigen of uitputting van de accu
veroorzaken.

Storingsdiagnosestekker