Versnelling MAZDA MODEL CX-5 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 246 of 875

▼6QHOKHLGVOLPLHWYRRUVFKDNHOVWDQG RYHUVFKDNHOHQ
,QGHKDQGJHVFKDNHOGHPRGXVLVGHVQHOKHLGVOLPLHWYRRUHONHVFKDNHOVWDQGDOVYROJW
LQJHVWHOG:DQQHHUGHNHX]HKHQGHOZRUGWEHGLHQGELQQHQKHWEHUHLNYDQGHVQHOKHLGVOLPLHW
ZRUGWGHYHUVQHOOLQJRYHUJHVFKDNHOG

2SVFKDNHOHQ
'HYHUVQHOOLQJZRUGWQLHWRSJHVFKDNHOGZDQQHHUGHULMVQHOKHLGODJHULVGDQGH
VQHOKHLGVOLPLHW
7HUXJVFKDNHOHQ
'HYHUVQHOOLQJZRUGWQLHWWHUXJJHVFKDNHOGZDQQHHUGHULMVQHOKHLGKRJHULVGDQGH
VQHOKHLGVOLPLHW
$OVGHULMVQHOKHLGKRJHULVGDQGHVQHOKHLGVOLPLHWHQGHYHUVQHOOLQJQLHWWHUXJVFKDNHOW
NQLSSHUWGHVFKDNHOVWDQGLQGLFDWRUPDDORPGHEHVWXXUGHUWHZDDUVFKXZHQGDWGH
YHUVQHOOLQJQLHWNDQZRUGHQRYHUJHVFKDNHOG
.LFNGRZQ
:DQQHHUKHWJDVSHGDDOWLMGHQVKHWULMGHQYROOHGLJZRUGWLQJHWUDSWVFKDNHOWGHYHUVQHOOLQJ
WHUXJ
:DQQHHUKHW7&6V\VWHHPLVXLWJHVFKDNHOGLVGHNLFNGRZQIXQFWLHHFKWHUEXLWHQZHUNLQJ
OPMERKING
In de blokkeermodus van de tweede versnelling wordt bij gebruik van de kickdown de
versnelling ook teruggeschakeld.
$XWRPDWLVFKWHUXJVFKDNHOHQ
'HYHUVQHOOLQJVFKDNHOWDXWRPDWLVFKWHUXJDIKDQNHOLMNYDQGHULMVQHOKHLGWLMGHQVKHW
DIUHPPHQRSGHPRWRU
7LMGHQVKHWULMGHQ
$XWRPDWLVFKHWUDQVPLVVLH


Page 247 of 875

OPMERKING
Als de auto in de blokkeermodus van de tweede versnelling tot stilstand komt, blijft de
versnelling in de tweede.
7LMGHQVKHWULMGHQ
$XWRPDWLVFKHWUDQVPLVVLH


Page 268 of 875

5HPV\VWHHP
▼9R H W U H P
'H]HDXWRLVXLWJHUXVWPHWHHQEHNUDFKWLJG
UHPV\VWHHPGDWELMQRUPDDOJHEUXLN
]LFK]HOIDXWRPDWLVFKDIVWHOW

,QKHWJHYDOGHUHPEHNUDFKWLJLQJXLWYDOW
WHQJHYROJHYDQKHWDIVODDQYDQGHPRWRU
RIHQLJHDQGHUHUHGHQNXQWXGHDXWR
DOVQRJWLMGLJWRWVWLOVWDQGEUHQJHQGRRUKHW
UHPSHGDDOPHWHHQJURWHUHNUDFKWGDQ
QRUPDDOLQWHGUXNNHQ'HUHPDIVWDQG
ZRUGWGDQHFKWHUODQJHUGDQJHEUXLNHOLMN
:$$56&+8:,1*
Laat de auto nadat de motor is afgeslagen
of stopgezet niet doorrijden, maar zoek een
veilige plaats op om te stoppen:
De auto laten doorrijden wanneer de
motor is afgeslagen of stopgezet is
gevaarlijk. Voor het indrukken van het
rempedaal is dan meer kracht vereist en
wanneer u het rempedaal pompend blijft
indrukken, bestaat de kans dat de
rembekrachtiging wegvalt. Dit heeft een
langere remweg tot gevolg en kan zelfs
ongelukken veroorzaken.
Schakel bij afdaling van steile hellingen in
een lagere versnelling:
Het is gevaarlijk wanneer u tijdens het
rijden uw voet onafgebroken op het
rempedaal laat rusten of over lange
afstanden de remmen continu gebruikt. Dit
veroorzaakt oververhitting van de
remmen, hetgeen een langere remweg en
zelfs volledige weigering van de remmen
tot gevolg kan hebben. Dit kan er toe
leiden dat u de macht over het stuur
verliest en een ongeluk veroorzaakt.
Vermijd doorlopend gebruik van de
remmen.
Droog remmen die nat geworden zijn door
langzaam te rijden, het gaspedaal los te
laten en het rempedaal enkele malen licht
in te trappen totdat de remwerking weer
normaal wordt:
Rijden met natte remmen is gevaarlijk. De
grotere remafstand of het naar één kant
trekken van de auto tijdens het remmen
kan een ernstig ongeluk veroorzaken. Licht
afremmen geeft aan of het remvermogen
verminderd is.
23*(/(7
¾Laat uw voet tijdens het rijden niet op het
koppelingspedaal of rempedaal rusten
en houd het koppelingspedaal niet
onnodig halverwege ingetrapt. Anders
kan dit onderstaande gevolgen hebben:
¾De onderdelen van koppeling en rem
zullen sneller slijten.
¾De remmen kunnen oververhit raken
waardoor de remwerking nadelig
beïnvloed wordt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
5HPPHQ


Page 271 of 875

7\SH$LQVWUXPHQWHQJURHS
(UZRUGWHHQEHULFKWJHWRRQGLQGH
PXOWLLQIRUPDWLHGLVSOD\LQGH
LQVWUXPHQWHQJURHS
=LH%HULFKWHQGLHYHUVFKLMQHQRSGH
PXOWLLQIRUPDWLHGLVSOD\RSSDJLQD
7\SH%LQVWUXPHQWHQJURHS
+HWLQGLFDWLHODPSMHYDQ
UHPSHGDDOEHGLHQLQJYHUHLVW JURHQ LQGH
LQVWUXPHQWHQJURHSJDDWEUDQGHQ
(Groen)
$XWRPDWLVFKYULM]HWWHQYDQGHKDQGUHP
$OVKHWJDVSHGDDOZRUGWLQJHWUDSWWHUZLMO
GHKDQGUHPLVDDQJHWURNNHQHQDDQDOOH
RQGHUVWDDQGHYRRUZDDUGHQLVYROGDDQ
ZRUGWGHKDQGUHPDXWRPDWLVFKYULMJH]HW
•:DQQHHUGHPRWRUGUDDLW
•+HWEHVWXXUGHUVSRUWLHULVJHVORWHQ
•'HYHLOLJKHLGVJRUGHOYDQGHEHVWXXUGHU
LVYDVWJHPDDNW
+DQGJHVFKDNHOGHYHUVQHOOLQJVEDN
•'HYHUVQHOOLQJVKHQGHOVWDDWLQHHQ
DQGHUHVWDQGGDQQHXWUDDO
•+HWNRSSHOLQJVSHGDDOZRUGWKDOYHUZHJH
LQJHWUDSW
$XWRPDWLVFKHWUDQVPLVVLH
•'HNHX]HKHQGHOVWDDWLQVWDQG'0RI5
OPMERKING
Als het gaspedaal door iets, zoals de voet
van de bestuurder, wordt aangeraakt
terwijl de motor draait en de handrem is
aangetrokken, is het mogelijk dat de
handrem automatisch wordt vrijgezet. Als
u niet van plan bent meteen weg te rijden,
zet dan de versnellingshendel
(handgeschakelde versnellingsbak) in de
neutraalstand of zet de keuzehendel
(automatische transmissie) in de stand P
of N.
▼:DDUVFKXZLQJVODPSMH
+HWZDDUVFKXZLQJVODPSMHJDDWEUDQGHQ
DOVKHWV\VWHHPGHIHFWLV
=LH³&RQWDFWRSQHPHQPHWHHQRIILFLsOH
0D]GDUHSDUDWHXUHQGHDXWRODWHQ
LQVSHFWHUHQ´RSSDJLQD
7LMGHQVKHWULMGHQ
5HPPHQ


Page 275 of 875

•De AUTOHOLD functie wordt geannuleerd wanneer de keuzehendel/versnellingshendel
naar stand R wordt verplaatst terwijl de auto op een horizontale ondergrond staat of met
de voorzijde naar een helling is gericht (zie hieronder).
Vlakke ondergrond : Achteruit rijden (keuzehendel/versnellingshendel in R)
Auto kantelt voorwaarts Auto kantelt achterwaarts
AUTOHOLD: Werkt AUTOHOLD:
Werkt niet, geannuleerd AUTOHOLD:
Werkt niet, geannuleerd
▼▼$872+2/'LVLQJHVFKDNHOG
'UXNRSGH$872+2/'VFKDNHODDU
ZDQQHHUKHWLQGLFDWLHODPSMH$872+2/'
VWDQGE\JDDWEUDQGHQZRUGWGH
$872+2/'IXQFWLHLQJHVFKDNHOG
Indicatielampje
AUTOHOLD stand-by
OPMERKING
Wanneer aan alle onderstaande
voorwaarden is voldaan, gaat het
indicatielampje AUTOHOLD stand-by
branden wanneer de AUTOHOLD
schakelaar wordt ingedrukt en wordt de
AUTOHOLD functie ingeschakeld.
•Het contact wordt op ON gezet (motor
draait of wordt gestopt door i-stop).
•De veiligheidsgordel van de bestuurder
is vastgemaakt.
•Het bestuurdersportier is gesloten.
•Er is geen probleem met de
AUTOHOLD functie.
$872+2/'LQVFKDNHOHQHQUHPPHQ
JHDFWLYHHUGKRXGHQ
 7UDSKHWUHPSHGDDOLQHQEUHQJGHDXWR
YROOHGLJWRWVWLOVWDQG
 +HWLQGLFDWLHODPSMH$872+2/'
DFWLHILQGHLQVWUXPHQWHQJURHSJDDW
EUDQGHQHQGHUHPPHQEOLMYHQ
JHDFWLYHHUG
 'HDXWREOLMIWLQGHVWLOVWDQGSRVLWLH
VWDDQ]HOIVZDQQHHUKHWUHPSHGDDO
ZRUGWORVJHODWHQ
7LMGHQVKHWULMGHQ
5HPPHQ


Page 277 of 875

•Wanneer ongeveer 10 minuten of meer
zijn verstreken sinds de AUTOHOLD
functie werd geactiveerd, wordt de
handrem automatisch aangetrokken.
Aangezien de AUTOHOLD functie
opnieuw wordt geactiveerd wanneer de
handrem wordt vrijgezet, worden de
remmen weer door de AUTOHOLD
functie geactiveerd.
•(Voertuig met handgeschakelde
versnellingsbak)
Wanneer u de auto op een aflopende
helling vooruit of achteruit rijdt,
koppelingspedaal intrappen, de
versnellingshendel naar de gepaste
stand voor het rijden in de gewenste
richting verplaatsen en vervolgens het
gaspedaal intrappen om de
AUTOHOLD-functie vrij te geven.
▼$872+2/'V\VWHHPLV
XLWJHVFKDNHOG
7UDSKHWUHPSHGDDOLQHQGUXNYHUYROJHQV
GH$872+2/'VFKDNHODDULQ'H
$872+2/'IXQFWLHZRUGWXLWJHVFKDNHOG
HQKHWLQGLFDWLHODPSMH$872+2/'
VWDQGE\JDDWXLW
Indicatielampje
AUTOHOLD stand-by
OPMERKING
•Wanneer het rempedaal niet wordt
ingetrapt, zoals bij het rijden, kan de
AUTOHOLD functie alleen worden
uitgeschakeld door de AUTOHOLD
schakelaar in te drukken.
•(Zonder multi-informatiedisplay)
Als de AUTOHOLD schakelaar wordt
ingedrukt zonder dat het rempedaal
wordt ingetrapt terwijl de AUTOHOLD
functie actief is (indicatielampje
AUTOHOLD actief brandt), gaat het
indicatielampje rempedaalbediening
vereist (groen) in de instrumentengroep
branden om de bestuurder erop te
wijzen dat het rempedaal moet worden
ingetrapt.
(Groen)
(Met multi-informatiedisplay)
Als de AUTOHOLD schakelaar wordt
ingedrukt zonder dat het rempedaal
wordt ingetrapt terwijl de AUTOHOLD
functie actief is (indicatielampje
AUTOHOLD actief brandt in
instrumentengroep), wordt de melding
“Rempedaal moet worden ingetrapt om
Auto-Hold systeem vrij te zetten”
weergegeven in de
multi-informatiedisplay om de
bestuurder erop te wijzen dat het
rempedaal moet worden ingetrapt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
5HPPHQ


Page 279 of 875

+HOOLQJZHJULMV\VWHHP
+/$
+/$LVHHQIXQFWLHZHONHGHEHVWXXUGHU
KHOSWELMKHWYDQXLWVWLOVWDQGZHJULMGHQRS
HHQKHOOLQJ:DQQHHUGHEHVWXXUGHURSHHQ
KHOOLQJKHWUHPSHGDDOORVODDWHQKHW
JDVSHGDDOLQWUDSWYRRUNRPWGHIXQFWLHGDW
GHDXWRZHJUROW'HUHPNUDFKWEOLMIW
DXWRPDWLVFKEHKRXGHQQDGDWKHW
UHPSHGDDORSHHQVWHLOHKHOOLQJZRUGW
ORVJHODWHQ
%LMYRHUWXLJHQPHWHHQKDQGJHVFKDNHOGH
YHUVQHOOLQJVEDNIXQFWLRQHHUWKHW+/$RS
HHQDIORSHQGHKHOOLQJZDQQHHUGH
YHUVQHOOLQJVKHQGHOLQGHVWDQG5
DFKWHUXLW VWDDWHQRSHHQRSORSHQGH
KHOOLQJZDQQHHUGHYHUVQHOOLQJVKHQGHOLQ
HHQDQGHUHVWDQGGDQ5 DFKWHUXLW VWDDW
%LMYRHUWXLJHQPHWHHQDXWRPDWLVFKH
WUDQVPLVVLHIXQFWLRQHHUWKHW+/$RSHHQ
DIORSHQGHKHOOLQJZDQQHHUGHNHX]HKHQGHO
LQGHVWDQG5 DFKWHUXLW VWDDWHQRSHHQ
RSORSHQGHKHOOLQJZDQQHHUGH
NHX]HKHQGHOLQHHQYRRUXLWYHUVQHOOLQJ
VWDDW
:$$56&+8:,1*
Vertrouw niet blindelings op het systeem
het HLA:
Het HLA is een hulpinrichting voor het
vanuit stilstand wegrijden op een helling.
Het systeem functioneert enkel gedurende
ongeveer twee seconden en daarom is het
gevaarlijk bij het wegrijden vanuit stilstand
enkel op het systeem te vertrouwen, omdat
de auto plotseling in beweging zou kunnen
komen (wegrollen) en een ongeluk
veroorzaken.
De auto zou anders kunnen wegrollen
afhankelijk van de belading en of er al dan
niet een aanhangwagen getrokken wordt.
Bij voertuigen met handgeschakelde
versnellingsbak kan de auto echter alsnog
wegrollen afhankelijk van hoe het
koppelingspedaal of het gaspedaal
bediend wordt.
Controleer alvorens met de auto te gaan
rijden steeds de veiligheid rondom de auto.
OPMERKING
•Het HLA functioneert niet op een lichte
helling. Bovendien verandert de
hellingsgraad waarbij het systeem in
werking treedt afhankelijk van de
belasting van de auto.
•Het HLA functioneert niet als de
handrem is aangetrokken, de auto niet
volledig tot stilstand is gebracht of het
koppelingspedaal is losgelaten.
•De kans bestaat dat tijdens het
functioneren van het HLA het rempedaal
stroef aanvoelt en trilt, echter dit duidt
niet op een defect.
•Wanneer het TCS/DSC indicatielampje
brandt werkt het HLA niet.
Zie “Contact opnemen met een officiële
Mazda-reparateur en de auto laten
inspecteren” op pagina 7-39.
•Het HLA wordt niet uitgeschakeld als de
TCS OFF schakelaar ingedrukt wordt
om het TCS systeem uit te schakelen.
•(Automatische transmissie)
Hoewel het HLA tijdens stationair-stop
niet functioneert, werkt de
hellingstopfunctie om te voorkomen dat
de auto wegrolt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
5HPPHQ


Page 310 of 875

:$$56&+8:,1*
Controleer altijd visueel de omgeving alvorens de rijstrookverandering daadwerkelijk uit te
voeren:
Het systeem is enkel bedoeld om bij het maken van een rijstrookverandering u te helpen op
achteropkomende voertuigen te controleren. Als gevolg van bepaalde beperkingen ten
aanzien van de werking van dit systeem, bestaat de kans dat het BSM
waarschuwingsindicatielampje, het waarschuwingsgeluid en de weergave van een
waarschuwingsindicatie op het scherm niet of met vertraging wordt geactiveerd, alhoewel er
zich een voertuig in de naastgelegen rijstrook bevindt. Neem het als bestuurder altijd tot uw
verantwoordelijkheid te controleren op achteropkomend verkeer.
OPMERKING
•De BSM functioneert wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:
•Het contact op ON wordt gezet.
•Het BSM OFF indicatielampje in de instrumentengroep is uit.
•De rijsnelheid is ongeveer 30 km/h of hoger.
•De BSM zal onder de volgende omstandigheden niet functioneren.
•De rijsnelheid valt terug tot beneden ongeveer 25 km/h alhoewel het BSM OFF
indicatielampje uit is.
•De versnellingshendel (handgeschakelde versnellingsbak)/keuzehendel (automatische
transmissie) wordt in stand R gezet en de auto rijdt achteruit.
•Bij een kleine draaicirkel (maken van een scherpe bocht, afslaan op kruisingen).
•In de volgende gevallen gaat het BSM OFF indicatielampje branden en wordt de werking
van het systeem stopgezet. Laat de auto zo spoedig mogelijk door een officiële
Mazda-reparateur inspecteren als het BSM OFF indicatielampje blijft branden.
•Er wordt een probleem in het systeem bespeurd, inclusief de BSM
waarschuwingsindicatielampjes.
•Er is een grote afwijking ontstaan in de montagepositie van een radarsensor (achter).
•Er heeft zich een grote hoeveelheid sneeuw of ijs verzameld op de achterbumper nabij
een radarsensor (achter). Verwijder alle sneeuw, ijs of modder van de achterbumper.
•Rijden gedurende langere perioden op met sneeuw bedekte wegen.
•De temperatuur in de buurt van de radarsensoren (achter) is buitengewoon hoog als
gevolg van het langdurig rijden op hellingen tijdens de zomer.
•De accuspanning is afgenomen.
•Onder de volgende omstandigheden kunnen de radarsensoren (achter) geen grote
objecten bespeuren of kunnen deze moeilijk bespeurd worden.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 312 of 875

•De kans bestaat dat een BSM waarschuwingsindicatielampje gaat knipperen of dat de
waarschuwingszoemer en de weergave van een waarschuwingsindicatie op het scherm
enkele malen worden geactiveerd bij het afslaan op een kruising in een stad.
•Schakel de BSM uit wanneer u een aanhanger trekt of wanneer u hulpuitrusting zoals een
fietsdrager aan de achterzijde van de auto hebt geïnstalleerd. Anders zullen de
radiogolven van de radar geblokkeerd raken waardoor het systeem niet meer normaal zal
functioneren.
•In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn de BSM waarschuwingsindicatielampjes die
op de portierspiegels zijn aangebracht te zien branden/knipperen.
•Wanneer de portierspiegels bedekt zijn met sneeuw of ijs.
•Wanneer de voorportierruit beslagen is of bedekt is met sneeuw, ijs of modder.
•Het systeem schakelt over naar de functie van het achteruitrijwaarschuwingssysteem
wanneer de versnellingshendel (handgeschakelde versnellingsbak) of de keuzehendel
(automatische transmissie) in de achteruitstand (R) gezet wordt.
Zie Achteruitrijwaarschuwingssysteem (RCTA) op pagina 4-152.
▼'RGHKRHNPRQLWRU %60 ZDDUVFKXZLQJVLQGLFDWLHODPSMHV'RGHKRHNPRQLWRU
%60 ZDDUVFKXZLQJV]RHPHU
+HW%60RIDFKWHUXLWULMZDDUVFKXZLQJVV\VWHHP 5&7$ DWWHQGHHUWGHEHVWXXUGHURSGH
DDQZH]LJKHLGYDQYRHUWXLJHQLQQDDVWJHOHJHQULMVWURNHQRIDDQGHDFKWHU]LMGHYDQGHDXWR
PHWEHKXOSYDQKHW%60ZDDUVFKXZLQJVLQGLFDWLHODPSMHKHWZDDUVFKXZLQJVJHOXLGHQGH
GLVSOD\LQGLFDWRU YRHUWXLJHQPHWPXOWLLQIRUPDWLHGLVSOD\HQ$FWLYH'ULYLQJ'LVSOD\
%60 ZDQQHHUGHV\VWHPHQRSHUDWLRQHHO]LMQ
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 334 of 875

•Terwijl het MRCC systeem in gebruik is, wordt dit zelfs niet geannuleerd als de
versnellingshendel gebruikt wordt en vindt bedoeld afremmen op de motor niet plaats. Als
snelheidsvermindering vereist is, de instelling voor de rijsnelheid verlagen of het
rempedaal intrappen.
•Bij het starten van de motor of onmiddellijk na het wegrijden met de auto kan het
werkingsgeluid van de automatische rem hoorbaar zijn, dit duidt echter niet op een defect.
•De remlichten branden terwijl het automatisch afremmen van het MRCC systeem in
werking is, het is echter mogelijk dat deze niet branden wanneer de auto op een aflopende
helling rijdt met de ingestelde rijsnelheid of met constante snelheid rijdt en een
voorliggend voertuig volgt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 next >