all MAZDA MODEL CX-5 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 90 of 875

¾Een voorpassagier zit zoals getoond in de volgende afbeelding:
¾Een achterpassagier duwt met de voeten tegen de voorpassagierszitting.
¾Het zitkussen van de voorpassagierszitting wordt omhoog geduwd door bagage of andere
voorwerpen die zijn geplaatst onder de voorpassagierszitting of tussen de
voorpassagierszitting en de bestuurdersstoel.
¾Er is een voorwerp, zoals een kussen, geplaatst op de voorpassagiersstoel of tussen de rug
van de passagier en de rugleuning.
¾Er is een zittinghoes over de voorpassagiersstoel geplaatst.
¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen op de zitting geplaatst waarop het kinderzitje is
geïnstalleerd.
¾Een achterpassagier of bagage drukt tegen de rugleuning van de voorpassagierszitting aan
of trekt deze naar beneden.
¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen op de rugleuning geplaatst of aan de hoofdsteun
gehangen.
¾De zitting is afgewassen.
¾Er is vloeistof op de zitting gemorst.
¾De voorpassagierszitting is naar achteren geschoven en drukt tegen bagage of andere
voorwerpen aan die erachter zijn geplaatst.
¾De rugleuning van de voorpassagierszitting raakt de achterzitting.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 91 of 875

¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen geplaatst tussen de voorpassagierszitting en de
bestuurdersstoel.
¾Er is een elektrisch apparaat op de voorpassagierszitting geplaatst.
¾Er is een extra elektrisch apparaat, zoals een zittingverwarmer, bovenop de
voorpassagierszitting geïnstalleerd.
De voor- en zij-airbags en het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner van de
voorpassagiersstoel worden uitgeschakeld als het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje
van de voorpassagiersairbag gaat branden.
23*(/(7
¾Om er zeker van te zijn dat de voor-airbag juist wordt geactiveerd en beschadiging van de
sensor in de voorstoelzitting wordt voorkomen:
¾Plaats geen scherpe voorwerpen op de voorstoelzitting en laat er geen zware bagage op
achter.
¾Mors geen vloeistoffen op of onder de voorstoelen.
¾Let altijd op de volgende punten om er voor te zorgen dat de sensoren goed kunnen
functioneren:
¾Zet de voorstoelen zover mogelijk naar achteren, ga altijd rechtop tegen de rugleuningen
zitten en maak op de juiste wijze gebruik van de veiligheidsgordels.
¾Als u uw kind meeneemt op de passagiersstoel, het kinderzitje goed vastmaken en de
passagiersstoel zover mogelijk naar achteren schuiven binnen de positie waarin het
kinderzitje kan worden geïnstalleerd.
OPMERKING
•Het systeem heeft ongeveer 10 seconden nodig om het systeem van de voor- en zij-airbags
van de voorpassagierszitting en het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner
beurtelings in of uit te schakelen.
•Het is mogelijk dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
voorpassagiersairbag bij herhaling gaat branden als bagage of andere voorwerpen op de
voorpassagierszitting worden geplaatst, of als de temperatuur in het interieur van de auto
onverwacht verandert.
•Het is mogelijk dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
voorpassagiersairbag gedurende 10 seconden gaat branden als de elektrostatische
capaciteit van de voorpassagierszitting verandert.
•De kans bestaat dat het waarschuwingslampje van airbag/gordelspannersysteem gaat
branden als de voorpassagierszitting aan een zware schok wordt blootgesteld.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 92 of 875

•Als het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de voorpassagiersairbag niet gaat
branden na het installeren van een kinderzitje op de voorpassagierszitting, eerst uw
kinderzitje opnieuw installeren volgens de procedure aangegeven in dit instructieboekje.
Vervolgens, als het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
voorpassagiersairbag nog steeds niet brandt, het kinderzitje op de achterzitting monteren
en zo spoedig mogelijk een officiële Mazda-reparateur raadplegen.
•Als het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de voorpassagiersairbag gaat
branden direct zodra een inzittende op de voorpassagierszitting heeft plaatsgenomen, de
passagier opnieuw zijn houding laten aanpassen door te gaan zitten met de voeten op de
bodem en vervolgens de veiligheidsgordel opnieuw vast te maken. Als het
airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de voorpassagiersairbag blijft branden,
de passagier op de achterzitting laten plaatsnemen. Als niet op de achterzitting kan
worden plaatsgenomen, de voorpassagierszitting zo ver mogelijk naar achteren schuiven.
Raadpleeg zo spoedig mogelijk een officiële Mazda-reparateur.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 96 of 875

6OHXWHOV
:$$56&+8:,1*
Laat nooit de sleutel in uw auto achter
wanneer er zich kinderen in bevinden en
bewaar ze op een plaats waar uw kinderen
ze niet kunnen vinden en er niet mee
kunnen spelen:
Het is gevaarlijk kinderen in een auto
achter te laten waarvan de sleutel in het
contact steekt. Dit kan tot gevolg hebben
dat iemand ernstig letsel wordt
toegebracht of zelfs tot een ongeluk met
dodelijke afloop leiden. Kinderen vinden
deze sleutels mogelijk interessant
speelgoed en zouden de elektrische
ruitbediening of andere functies in werking
kunnen stellen of zelfs de auto in beweging
kunnen zetten.
23*(/(7
¾Aangezien de sleutel (zender) gebruik
maakt van radiogolven van lage
intensiteit, bestaat de kans dat deze
onder de volgende omstandigheden niet
correct functioneert:
¾De sleutel wordt meegedragen samen
met communicatieapparatuur zoals
mobiele telefoons.
¾De sleutel komt in contact met of
wordt afgedekt door een metalen
voorwerp.
¾De sleutel bevindt zich in de buurt van
elektronische apparatuur zoals
personal computers.
¾Er is niet-originele Mazda apparatuur
in de auto geïnstalleerd.
¾Er bevindt zich apparatuur welke
radiogolven uitzendt in de buurt van
de auto.
¾Het is mogelijk dat de sleutel (zender)
buitengewoon veel batterijvermogen
verbruikt als deze radiogolven van hoge
intensiteit ontvangt. Plaats de sleutel niet
in de buurt van elektronische apparatuur
zoals televisies of personal computers.
¾Volg onderstaande instructies om
beschadiging van de sleutel (zender) te
voorkomen:
¾Laat de sleutel niet vallen.
¾Laat de sleutel niet nat worden.
¾Demonteer de sleutel niet.
¾Stel de sleutel niet bloot aan hoge
temperaturen op plaatsen zoals het
dashboard of de motorkap, onder
direct zonlicht.
¾Stel de sleutel niet bloot aan
magnetische velden van enigerlei
aard.
¾Plaats geen zware voorwerpen op de
sleutel.
¾De sleutel niet in een ultrasonisch
reinigingsapparaat plaatsen.
¾Geen magnetische voorwerpen in de
buurt van de sleutel brengen.

$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV


Page 98 of 875

•:DDUVFKXZLQJV]RHPHU
VOHXWHOXLWDXWRYHUZLMGHUG
=LH:DDUVFKXZLQJV]RHPHU
VOHXWHOXLWDXWRYHUZLMGHUGRSSDJLQD

,QJHYDOXSUREOHPHQKHHIWPHWGHIXQFWLHV
YDQGHVOHXWHOUDDGSOHHJWXHHQ
GHVNXQGLJHUHSDUDWHXUELMYRRUNHXUHHQ
RIILFLsOH0D]GDUHSDUDWHXU

$OVXZVOHXWHOYHUORUHQLVJHUDDNWRI
JHVWROHQLV]RVSRHGLJPRJHOLMNFRQWDFW
RSQHPHQPHWHHQRIILFLsOH
0D]GDUHSDUDWHXUYRRUHHQQLHXZHVOHXWHO
HQGHYHUORUHQRIJHVWROHQVOHXWHO
RQEUXLNEDDUODWHQPDNHQ
23*(/(7
Veranderingen of
modificaties die niet
uitdrukkelijk zijn goedgekeurd door de
partij die verantwoordelijk is voor de
compliantie kunnen de garantie op de
apparatuur ongeldig maken.
OPMERKING
•De werking van het afstandbediende
portiervergrendelingssysteem kan als
gevolg van plaatselijke omstandigheden
variëren.
•Het afstandbediende
portiervergrendelingssysteem is volledig
operationeel (portier/achterklep
vergrendelen/ontgrendelen) wanneer het
contact uit gezet is. Het systeem
functioneert niet als het contact in een
andere stand dan uit wordt gezet.
•Indien de sleutel niet functioneert
wanneer u een toets indrukt of de
gebruiksafstand te klein wordt, is de
batterij mogelijk bijna uitgeput. Zie voor
het plaatsen van een nieuwe batterij
Vervangen van de sleutelbatterij (pagina
6-43).
•De levensduur van de batterij is
ongeveer 1 jaar. Vervang de batterij
door een nieuwe als het KEY
indicatielampje (groen) in de
instrumentengroep gaat knipperen (bij
voertuigen met type A
instrumentengroep (pagina 4-50),
worden berichten getoond in de
instrumentengroep). Het wordt
aanbevolen de batterij ongeveer
eenmaal per jaar te vernieuwen, omdat
de kans bestaat dat het KEY
waarschuwingslampje/indicatielampje
niet gaat branden of knipperen,
afhankelijk van hoe snel de batterij
uitgeput is geraakt.
•Extra sleutels zijn verkrijgbaar bij een
officiële Mazda reparateur. Per auto
kunnen in totaal 6 sleutels met de
afstandbediende
portiervergrendelingsfuncties gebruikt
worden. Breng wanneer u extra sleutels
nodig heeft alle sleutels naar een
officiële Mazda reparateur.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV


Page 99 of 875

▼=HQGHU
Bedieningstoetsen Werkingsindicatielampje
OPMERKING
•De koplampen worden in-/uitgeschakeld
door bediening van de zender. Zie
Vertrekverlichting op pagina 4-77.
•(Met anti-diefstal beveiligingssysteem)
De waarschuwingsknipperlichten
knipperen wanneer het anti-diefstal
beveiligingssysteem in staat van
paraatheid is gebracht of uitgeschakeld
wordt.
Zie Anti-diefstal beveiligingssysteem op
pagina 3-60.
•(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie (Europese
modellen))
De instelling kan zodanig veranderd
worden dat een pieptoon hoorbaar
wordt voor bevestiging wanneer de
portieren en de achterklep met behulp
van de sleutel vergrendeld/ontgrendeld
worden.
(Met geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie (Behalve
Europese modellen))
Er kan een pieptoon klinken voor
bevestiging wanneer de portieren en de
achterklep vergrendeld/ontgrendeld
worden met behulp van de sleutel.
Indien gewenst, kan de zoemtoon
worden uitgeschakeld.
Het volume van de zoemtoon kan
eveneens veranderd worden.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-13.
Verander de instelling aan de hand van de
volgende procedure.
1. Schakel het contact uit en sluit alle
portieren en de achterklep.
2. Open het bestuurdersportier.
3. Houd binnen 30 seconden na het
openen van het bestuurdersportier de
LOCK toets op de sleutel gedurende
tenminste 5 seconden ingedrukt.
De zoemtoon klinkt op het momenteel
ingestelde volume. De instelling
verandert telkens wanneer de LOCK
toets op de sleutel wordt ingedrukt en
de pieptoon klinkt met het ingestelde
volume. (Als pieptoon-uit de actieve
instelling is, zal de pieptoon niet
klinken.)
4. Voer een van onderstaande
handelingen uit om de verandering van
de instelling te voltooien:
•Wanneer het contact op ACC of ON
wordt gezet.
•Sluiten van het bestuurdersportier.
•Openen van de achterklep.
•Wanneer de sleutel gedurende tien
seconden niet wordt gebruikt.
•Indrukken van een willekeurige toets
behalve de LOCK toets op de sleutel.
•Indrukken van een
verzoekschakelaar.
:DQQHHUGHWRHWVHQZRUGHQLQJHGUXNW
JDDWKHWEHGULMIVLQGLFDWLHODPSMHNQLSSHUHQ
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV


Page 100 of 875

9HUJUHQGHOWRHWV
'UXNYRRUKHWYHUJUHQGHOHQYDQGH
SRUWLHUHQHQGHDFKWHUNOHSRSGH
YHUJUHQGHOWRHWVHQGH
ZDDUVFKXZLQJVNQLSSHUOLFKWHQ]XOOHQ
HHQPDDONQLSSHUHQ
0HWJHDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGH
SRUWLHUYHUJUHQGHOLQJVIXQFWLH %HKDOYH
(XURSHVHPRGHOOHQ
(UZRUGWHHQPDDOHHQSLHSWRRQJHJHYHQ
OPMERKING
•(Europees model)
De portieren en de achterklep kunnen
niet vergrendeld worden door het
indrukken van de vergrendeltoets terwijl
een ander portier open staat. De
waarschuwingsknipperlichten zullen
eveneens niet knipperen.
(Behalve Europese modellen)
De portieren en de achterklep kunnen
niet vergrendeld worden door het
indrukken van de vergrendeltoets
wanneer een van de portieren of de
achterklep geopend is. De
waarschuwingsknipperlichten zullen
eveneens niet knipperen.
•(Met i-stop functie (Europese
modellen))
Wanneer de sleutel uit de auto wordt
verwijderd, alle portieren gesloten
worden en de LOCK toets op de sleutel
wordt ingedrukt terwijl de i-stop functie
in werking is (motor is stopgezet), zal
het contact uitgeschakeld worden en
zullen alle portieren vergrendeld worden
(stuurwiel wordt eveneens vergrendeld).
Zie i-stop op pagina 4-14.
•Controleer of na het indrukken van de
toets alle portieren en de achterklep
vergrendeld zijn.
•(Met dubbel
portiervergrendelingssysteem)
Door de vergrendeltoets binnen drie
seconden tweemaal in te drukken wordt
het dubbel portiervergrendelingssysteem
geactiveerd.
Zie Dubbel
portiervergrendelingssysteem op pagina
3-20.
•(Met anti-diefstal beveiligingssysteem)
Wanneer de portieren vergrendeld
worden door het indrukken van de
vergrendeltoets op de sleutel terwijl het
anti-diefstal beveiligingssysteem in staat
van paraatheid is, zullen de
waarschuwingsknipperlichten eenmaal
knipperen om aan te geven dat het
systeem in staat van paraatheid is.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV


Page 101 of 875

2QWJUHQGHOWRHWV
'UXNYRRUKHWRQWJUHQGHOHQYDQGH
SRUWLHUHQHQGHDFKWHUNOHSRSGH
RQWJUHQGHOWRHWVHQGH
ZDDUVFKXZLQJVNQLSSHUOLFKWHQ]XOOHQ
WZHHPDDONQLSSHUHQ
0HWJHDYDQFHHUGHDIVWDQGEHGLHQGH
SRUWLHUYHUJUHQGHOLQJVIXQFWLH %HKDOYH
(XURSHVHPRGHOOHQ
(UZRUGWWZHHPDDOHHQSLHSWRRQJHJHYHQ
OPMERKING
•(Automatische hervergrendelfunctie)
Na het ontgrendelen met behulp van de
sleutel, zullen alle portieren en de
achterklep automatisch vergrendeld
worden als een van de volgende
handelingen niet binnen ongeveer 30
seconden wordt uitgevoerd. Als uw auto
uitgerust is met een anti-diefstal
beveiligingssysteem, zullen de
waarschuwingsknipperlichten knipperen
bij wijze van bevestiging.
De tijd die nodig is om de portieren
automatisch te vergrendelen kan
gewijzigd worden.
Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-13.
•Een portier of de achterklep wordt
geopend.
•Het contact in een andere stand dan
uit wordt gezet.
•(Met anti-diefstal beveiligingssysteem)
Wanneer de portieren ontgrendeld
worden door het indrukken van de
ontgrendeltoets op de sleutel terwijl het
anti-diefstal beveiligingssysteem
uitgeschakeld is, zullen de
waarschuwingsknipperlichten tweemaal
knipperen om aan te geven dat het
systeem uitgeschakeld is.
.QRSHOHNWULVFKEHGLHQGHDFKWHUNOHS

'UXNRPGHDFKWHUNOHSWHRSHQHQVOXLWHQ
JHGXUHQGHppQVHFRQGHRIODQJHURSGH
VFKDNHODDUYDQGHHOHNWULVFKEHGLHQGH
DFKWHUNOHSDOVGHDFKWHUNOHSJHKHHO
JHVORWHQJHRSHQGLV
'HZDDUVFKXZLQJVNQLSSHUOLFKWHQ]XOOHQ
WZHHPDDONQLSSHUHQHQGHDFKWHUNOHS
RSHQWVOXLWQDGDWGHSLHSWRQHQKHEEHQ
JHNORQNHQ
Type A Type B
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHXWHOV

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 106 of 875

3RUWLHUVORWHQ
:$$56&+8:,1*
Neem dus altijd alle kinderen en huisdieren
met u mee of laat een verantwoordelijke
persoon bij hen achter:
Het alleen achterlaten van kinderen of
huisdieren in een geparkeerde auto is
gevaarlijk. Bij warm weer kan de
temperatuur in een auto dusdanig hoog
oplopen dat dit hersenbeschadiging of
zelfs de dood kan veroorzaken.
Laat nooit de sleutel in uw auto achter
wanneer er zich kinderen in bevinden en
bewaar ze op een plaats waar uw kinderen
ze niet kunnen vinden en er niet mee
kunnen spelen:
Het is gevaarlijk kinderen in een auto
achter te laten waarvan de sleutel in het
contact steekt. Dit kan tot gevolg hebben
dat iemand ernstig letsel wordt
toegebracht of zelfs tot een ongeluk met
dodelijke afloop leiden.
Sluit altijd alle ramen en het schuifdak,
vergrendel de portieren en de achterklep en
neem de sleutel met u mee wanneer u uw
auto onbeheerd achterlaat:
Het niet-vergrendeld achterlaten van uw
auto is gevaarlijk, aangezien kinderen zich
in een hete auto zouden kunnen opsluiten,
hetgeen een dodelijke afloop kan hebben.
Ook is een auto die niet vergrendeld is een
gemakkelijk doelwit voor dieven en
inbrekers.
Controleer altijd na het sluiten van de
portieren en de achterklep of deze goed
gesloten zijn:
Niet goed gesloten portieren en achterklep
zijn gevaarlijk. Als met de auto wordt
gereden terwijl een van de portieren en de
achterklep niet goed gesloten is, kan het
portier en de achterklep plotseling open
gaan en een ongeval veroorzaken.
Controleer alvorens een portier en de
achterklep te openen steeds de veiligheid
rondom de auto:
Het plotseling openen van een portier en de
achterklep is gevaarlijk. Dit kan een
ongeval veroorzaken wanneer een
passerende auto of voetganger geraakt
wordt.
23*(/(7
¾Controleer altijd de situatie rondom de
auto alvorens de portieren en de
achterklep te openen/sluiten en wees
voorzichtig bij harde wind of wanneer u
op een helling parkeert. Niet goed letten
op de situatie rondom de auto is
gevaarlijk, omdat dan de kans bestaat
dat vingers tussen het portier en de
achterklep beklemd raken of een
passerende voetganger geraakt wordt,
wat een onvoorzien ongeval of letsel kan
veroorzaken.
OPMERKING
•Zet de motor altijd stop en sluit de
portieren. Laat bovendien ter
voorkoming van diefstal nooit
waardevolle voorwerpen in het interieur
achter.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
3RUWLHUHQHQVORWHQ


Page 107 of 875

•Als de sleutel op de volgende plaatsen is
achtergelaten en u de auto verlaat,
bestaat de kans dat de portieren
afhankelijk van de condities van de
radiogolven vergrendeld worden, ook
als de sleutel in de auto is achtergelaten.
•Rondom het instrumentenpaneel
•In een opbergvak zoals de
handschoenenkast of de
middenconsole
•Vlakbij communicatieapparatuur
zoals een mobiele telefoon
•De buitensluitingpreventiefunctie
voorkomt dat u uzelf uit de auto kunt
buitensluiten.
(Europees model)
Alle portieren en de achterklep zullen
automatisch ontgrendeld worden als
deze vergrendeld worden met behulp van
de centrale portiervergrendeling
wanneer een van de portieren geopend
is.
Als alle portieren gesloten zijn, worden
alle portieren vergrendeld, ook als de
achterklep open staat.
(Behalve Europese modellen)
Alle portieren en de achterklep zullen
automatisch ontgrendeld worden als
deze vergrendeld worden met behulp van
de centrale portiervergrendeling
wanneer een van de portieren of de
achterklep geopend is.
•(Portierontgrendel(regel)systeem met
botsingsdetectie)
*
Dit systeem ontgrendelt automatisch de
portieren en de achterklep in het geval
de auto bij een ongeluk is betrokken om
de passagiers in staat te stellen het
voertuig onmiddellijk te verlaten en te
voorkomen dat zij binnenin opgesloten
raken. In het geval de auto een botsing
te verwerken krijgt die krachtig genoeg
is om de airbags op te blazen en het
contact is ingeschakeld, worden
ongeveer 6 seconden na het tijdstip van
het ongeval alle portieren en de
achterklep automatisch ontgrendeld.
Het is mogelijk dat de portieren en de
achterklep niet ontgrendelen afhankelijk
van hoe de botsing wordt opgevangen,
de kracht van de botsing en andere
omstandigheden die zich bij het ongeval
voordoen.
Als systemen die verband houden met de
portieren of de accu defect zijn geraakt,
worden de portieren en de achterklep
mogelijk niet ontgrendeld, afhankelijk
van uw type auto.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
3RUWLHUHQHQVORWHQ

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 ... 170 next >