all MAZDA MODEL CX-5 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 163 of 875

5LMGHQLQGHZLQWHU
+HWZRUGWDDQEHYROHQHHQQRRGXLWUXVWLQJ
PHHWHYRHUHQ+DQGLJHGDDUYRRULQ
DDQPHUNLQJNRPHQGHKXOSPLGGHOHQ]LMQ
ELMYRRUEHHOGVQHHXZNHWWLQJHQHHQ
UXLWHQNUDEEHUHHQ]DNMHPHW]DQGRI]RXW
HHQQRRGODPSHHQNOHLQHVSDGHHQ
VWDUWNDEHOV
9UDDJHHQGHVNXQGLJHUHSDUDWHXUELM
YRRUNHXUHHQRIILFLsOH0D]GDUHSDUDWHXU
GHYROJHQGHSXQWHQWHFRQWUROHUHQ
•=RUJHUYRRUGDWGHUDGLDWHXUGHMXLVWH
KRHYHHOKHLGDQWLYULHVEHYDW
=LH0RWRUNRHOYORHLVWRIRSSDJLQD
•&RQWUROHHUGHWRHVWDQGYDQGHDFFXHQ
GHNDEHOV/DJHWHPSHUDWXUHQ
YHUPLQGHUHQGHFDSDFLWHLWYDQHONHDFFX
•*HEUXLNHHQPRWRUROLHGLHJHVFKLNWLV
YRRUGHODDJVWHRPJHYLQJVWHPSHUDWXUHQ
ZDDUELMPHWGHDXWRZRUGWJHUHGHQ
SDJLQD 
•&RQWUROHHUKHWRQWVWHNLQJVV\VWHHPRS
ORVVHDDQVOXLWLQJHQHQEHVFKDGLJLQJ
•*HEUXLNVSURHLHUYORHLVWRIPHWHHQ
DQWLYULHVRSORVPLGGHOPDDUJHEUXLN
JHHQNRHOYORHLVWRIRIDQWLYULHVXLWKHW
NRHOV\VWHHP SDJLQD 
OPMERKING
•Verwijder de sneeuw alvorens te gaan
rijden. Sneeuwresten op de voorruit zijn
gevaarlijk aangezien deze het uitzicht
kunnen belemmeren.
•Oefen geen overmatige kracht uit op een
ruitenkrabber bij het verwijderen van ijs
of bevroren sneeuw van het spiegelglas
en de voorruit.
•Gebruik nooit warm of heet water voor
het verwijderen van sneeuw of ijs van
ruiten en spiegels aangezien dit barsten
in het glas kan veroorzaken.
•Rijd langzaam. Als sneeuw of ijs zich op
de remonderdelen heeft vastgezet, kan
dit een nadelige invloed op de
remwerking hebben. Rijd in een
dergelijke situatie langzaam, laat het
gaspedaal los en trap het rempedaal
enkele malen licht in totdat de
remwerking weer normaal wordt.
▼:LQWHUEDQGHQ
:$$56&+8:,1*
Gebruik uitsluitend banden van dezelfde
maat en soort (sneeuwbanden,
radiaalbanden of niet-radiaalbanden) op
alle vier wielen:
Gebruik van banden van een verschillende
maat of soort is gevaarlijk. De
bestuurbaarheid van uw auto kan
daardoor bijzonder nadelig beïnvloed
worden, hetgeen tot ongelukken kan
leiden.
23*(/(7
Controleer de geldende bepalingen
alvorens spijkerbanden aan te brengen.
OPMERKING
Als uw auto uitgerust is met een
bandenspanningscontrolesysteem, bestaat
de kans dat bij het gebruik van banden met
staaldraadversteviging in de zijwanden het
systeem niet correct functioneert (pagina
4-273).
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
5LMWLSV


Page 164 of 875

*HEUXLNZLQWHUEDQGHQRSDOOHYLHU
ZLHOHQ
'HPD[LPXPWRHJHVWDQHVQHOKHLGYRRUXZ
ZLQWHUEDQGHQRIGHZHWWHOLMNEHSDDOGH
VQHOKHLGVEHSHUNLQJHQQLHWRYHUVFKULMGHQ
(XURSD
.LHVZDQQHHUXVQHHXZEDQGHQJDDW
JHEUXLNHQGHYRRUJHVFKUHYHQPDDWHQ
EDQGHQVSDQQLQJ SDJLQD 
▼6QHHXZNHWWLQJHQ
,QIRUPHHUQDDUGHSODDWVHOLMNHEHSDOLQJHQ
DOYRUHQVVQHHXZNHWWLQJHQWHJDDQ
JHEUXLNHQ
23*(/(7
¾Het gebruik van sneeuwkettingen kan de
bestuurbaarheid van de auto nadelig
beïnvloeden.
¾Rijd nooit sneller dan 50 km/h of de door
de kettingfabrikant aanbevolen snelheid,
naargelang welke snelheid lager is.
¾Rijd voorzichtig en vermijd oneffenheden
en gaten in het wegdek en het maken
van scherpe bochten.
¾Voorkom het blokkeren van de wielen
door te sterk afremmen.
¾Probeer nooit een sneeuwketting aan te
brengen op het noodreservewiel,
aangezien dit beschadiging van de auto
en de band tot gevolg kan hebben.
Bij bepaalde modellen is de auto niet
uitgerust met een van fabriekswege
uitgerust noodreservewiel.
¾Gebruik geen sneeuwkettingen op
wegen die vrij zijn van sneeuw of ijs.
Hierdoor kunnen de banden en de
sneeuwkettingen beschadigd worden.
¾Aluminium velgen kunnen door het
gebruik van sneeuwkettingen bekrast of
anderszins beschadigd worden.
OPMERKING
Als uw auto uitgerust is met een
bandenspanningscontrolesysteem, bestaat
de kans dat bij het gebruik van
sneeuwkettingen het systeem niet correct
functioneert.
%UHQJGHVQHHXZNHWWLQJHQHQNHORSGH
YRRUEDQGHQDDQ
*HEUXLNJHHQVQHHXZNHWWLQJHQRSGH
DFKWHUEDQGHQ
.LH]HQYDQGHMXLVWHVQHHXZNHWWLQJHQ
(XURSD
0D]GDJHHIWGHYRRUNHXUDDQKHWJHEUXLN
YDQNHWWLQJHQPHW]HVKRHNLJHVWDOHQ
VSDQULQJHQ.LHVKHWMXLVWHW\SH
RYHUHHQNRPVWLJXZEDQGHQPDDW
%DQGHQPDDW 6QHHXZNHWWLQJ
5 =HVKRHNLJW\SH
5 =HVKRHNLJW\SH
OPMERKING
Alhoewel Mazda de voorkeur geeft aan het
gebruik van kettingen met zeshoekige
stalen spanringen, mogen alle soorten
kettingen worden gebruikt die binnen de
aangegeven montagespecificaties vallen.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
5LMWLSV


Page 174 of 875

▼9HLOLJKHLGVNHWWLQJHQ
9HLOLJKHLGVNHWWLQJHQGLHQHQJHEUXLNWWHZRUGHQELMZLM]HYDQYRRU]RUJVPDDWUHJHOLQKHW
JHYDOGHDDQKDQJHUSHURQJHOXNYDQGHWUHNKDDNORV]RXUDNHQ'H]HNHWWLQJHQGLHQHQ
NUXLVHOLQJVRQGHUGHWRQJSODDWYDQGHDDQKDQJHUDDQJHEUDFKWWHZRUGHQHQDDQGHWUHNVWDQJ
EHYHVWLJGWHZRUGHQ/DDWYROGRHQGHVSHOLQJRYHU]RGDWYROOHGLJHERFKWHQPRJHOLMN]LMQ
5DDGSOHHJYRRUQDGHUHELM]RQGHUKHGHQGHOLWHUDWXXUGLHWHUEHVFKLNNLQJZRUGWJHVWHOGGRRU
XZDDQKDQJHURIWUHNKDDNIDEULNDQW
:$$56&+8:,1*
Controleer vóór vertrek of de veiligheidsketting stevig aan zowel de aanhanger als aan het
trekkende voertuig is bevestigd:
Het trekken van een aanhanger zonder gebruik te maken van een veiligheidsketting die stevig
aan zowel de aanhanger als aan het trekkende voertuig is bevestigd, is gevaarlijk. Als er
schade ontstaat aan de aanhangerkoppeling of de trekstangkogel, kan de aanhanger naar
een andere rijbaan uitzwenken en een botsing veroorzaken.
▼$DQKDQJHUYHUOLFKWLQJ
23*(/(7
Sluit het verlichtingssysteem van een aanhanger niet rechtstreeks aan op het
verlichtingssysteem van uw Mazda. Hierdoor kan de elektrische installatie en het
verlichtingssysteem van uw auto beschadigd raken. Neem voor het aansluiten van de
verlichting van een aanhanger contact op met een officiële Mazda dealer.
▼$DQKDQJHUUHPV\VWHHP
&RQWUROHHUGHWDEHOYDQPD[LPXPDDQKDQJHUJHZLFKWHQLQ*HZLFKWVEHSHUNLQJHQ SDJLQD
 HQDOVKHWJHZLFKWYDQXZDDQKDQJHUGHZDDUGHDDQJHJHYHQLQ727$/(
$$1+$1*(5*(:,&+7 $DQKDQJHU]RQGHUUHP RYHUVFKULMGWLVHHQDDQKDQJHUUHP
YHUHLVW
,QGLHQXZDDQKDQJHUYDQHHQUHPV\VWHHPLVYRRU]LHQGLHQWGLWWHYROGRHQDDQDOOH
ODQGHOLMNHJHOGHQGHYRRUVFKULIWHQ
:$$56&+8:,1*
Sluit geen hydraulisch aanhanger-remsysteem op het remsysteem van uw auto aan:
Wanneer een hydraulisch aanhanger-remsysteem rechtstreeks wordt aangesloten op het
remsysteem van de auto, kan dit tot onvoldoende remvermogen leiden waardoor de kans
bestaat op letsel.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
6OHSHQ


Page 186 of 875

•Laat bij het starten van de motor
het koppelingspedaal
(handgeschakelde
versnellingsbak) of het rempedaal
(automatische transmissie) niet los
totdat het
voorgloei-indicatielampje in de
instrumentengroep uitgaat, na het
indrukken van de startdrukknop.
•Als voor het starten van de motor
het koppelingspedaal
(handgeschakelde
versnellingsbak) of het rempedaal
(automatische transmissie) wordt
losgelaten, het koppelingspedaal
(handgeschakelde
versnellingsbak) of het rempedaal
(automatische transmissie)
nogmaals intrappen en de
startdrukknop indrukken om de
motor te starten.
 /DDWGHPRWRUQDKHWVWDUWHQRQJHYHHU
JHGXUHQGHWLHQVHFRQGHQVWDWLRQDLU
GUDDLHQ LQ'XLWVODQGYHUERGHQ 
OPMERKING
•(Duitsland)
Ga na het starten van de motor
onmiddellijk rijden. Gebruik echter
geen hoge motortoerentallen totdat
de motor de normale
bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
•(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G
2.5)
•Ongeacht of de motor warm of koud
is, dient deze zonder gebruik van het
gaspedaal gestart te worden.
•Zie Starten van een verzopen
motor onder Starten in
noodgevallen als de motor de
eerste keer niet start. Laat uw auto
inspecteren door een officiële
Mazda reparateur als de motor
nog niet start (pagina 7-26).
•(SKYACTIV-D 2.2)
Als de buitentemperatuur lager is
dan ongeveer –10 °C, wordt het
maximale motortoerental na het
starten van de motor mogelijk
gedurende ongeveer 3 minuten niet
bereikt om de motor te beschermen.
•(Voertuig met handgeschakelde
versnellingsbak met i-stop functie)
Als de motor als gevolg van afslaan
is gestopt, kan deze opnieuw worden
gestart door het koppelingspedaal in
te trappen binnen 3 seconden nadat
de motor is gestopt.
De motor kan onder de volgende
omstandigheden ook als het
koppelingspedaal wordt ingetrapt
niet opnieuw worden gestart:
•Het bestuurdersportier geopend is.
•De veiligheidsgordel van de
bestuurder is niet vastgemaakt.
•Na het afslaan van de motor is het
koppelingspedaal niet volledig
losgelaten.
•Het koppelingspedaal wordt
ingetrapt terwijl de motor niet
volledig is stopgezet.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 190 of 875

LVWRS
'HLVWRSIXQFWLH]HWGHPRWRUDXWRPDWLVFKVWRSZDQQHHUGHDXWRELMHHQYHUNHHUVOLFKWVWLO
VWDDWRILQKHWYHUNHHUYDVWNRPWWH]LWWHQHQKHUVWDUWYHUYROJHQVGHPRWRUDXWRPDWLVFKRP
KHWULMGHQWHKHUYDWWHQ+HWV\VWHHPGUDDJWELMWRWHHQYHUPLQGHUGEUDQGVWRIYHUEUXLNPLQGHU
XLWVWRRWYDQXLWODDWJDVVHQHQGRHWKHWJHOXLGYDQKHWVWDWLRQDLUGUDDLHQYHUGZLMQHQZDQQHHU
GHPRWRULVVWRSJH]HW
6WRSSHQHQKHUVWDUWHQYDQGHPRWRU
OPMERKING
•Het i-stop indicatielampje (groen) gaat in onderstaande gevallen branden:
•Wanneer de motor gestopt is.
•Wanneer tijdens het rijden aan de voorwaarden voor het stoppen van de motor is
voldaan.
•Het i-stop indicatielampje (groen) gaat uit wanneer de motor herstart.
+DQGJHVFKDNHOGHYHUVQHOOLQJVEDN
$872+2/'EHGLHQLQJXLWJHVFKDNHOG
 %UHQJGHDXWRWRWVWLOVWDQGGRRUHHUVWKHWUHPSHGDDOHQYHUYROJHQVKHWNRSSHOLQJVSHGDDO
LQWHWUDSSHQ
 =HWWHUZLMOXKHWNRSSHOLQJVSHGDDOLQWUDSWGHYHUVQHOOLQJVKHQGHOLQGHQHXWUDDOVWDQG'H
PRWRUVWRSWQDGDWKHWNRSSHOLQJVSHGDDOLVORVJHODWHQ
 6.<$&7,9*6.<$&7,9*
'HPRWRUKHUVWDUWDXWRPDWLVFKZDQQHHUXKHWNRSSHOLQJVSHGDDOLQWUDSWRIGLWEHJLQWORVWH
ODWHQ
OPMERKING
Het moment waarop de motor herstart verschilt afhankelijk van de kracht waarmee het
rempedaal wordt ingetrapt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 194 of 875

OPMERKING
Onder de volgende omstandigheden duurt het enige tijd voordat de motor wordt stopgezet
•De accu is om een of andere reden uitgeput geraakt, zoals wanneer er langere tijd niet
met de auto is gereden.
•De omgevingstemperatuur is hoog of laag.
•Nadat de accupolen om een of andere reden zijn losgekoppeld, zoals voor het vervangen
van de accu.
•(SKYACTIV-D 2.2)
Nadat roetdeeltjes (PM) door het roetfilter (DPF) zijn verwijderd.
Motor herstart niet
Als na het stoppen van de motor de volgende handelingen worden uitgevoerd, zal om
veiligheidsredenen de motor niet herstarten. Start in dergelijke gevallen de motor met
behulp van de normale methode.
•(Europees model)
•De motorkap geopend wordt.
•De veiligheidsgordel van de bestuurder is losgemaakt en het bestuurdersportier wordt
geopend.
De tijd dat de motor stop staat is kort of het duurt lang voordat de motor de volgende keer
wordt gestopt
•De omgevingstemperatuur is hoog of laag.
•De accu is uitgeput.
•Het stroomverbruik van de elektrische onderdelen van de auto is hoog.
Wanneer de motor is gestopt, herstart de motor automatisch
Onder de volgende omstandigheden herstart de motor automatisch.
•De i-stop OFF schakelaar wordt ingedrukt totdat de zoemer klinkt.
•De airconditioning wordt gebruikt met de regelknop voor de luchtstroomfunctie in de
stand
.
•(Automatische airconditioning)
•De temperatuurinstelknop van de airconditioning staat in de stand voor maximale
verwarming of maximale koeling (A/C ON).
•De interieurtemperatuur verschilt in hoge mate van de ingestelde temperatuur van de
airconditioning.
•Het rempedaal wordt op een helling een weinig losgelaten en de auto begint in beweging
te komen.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 199 of 875

•'HYHLOLJKHLGVJRUGHOYDQGHEHVWXXUGHULVORVJHPDDNWHQKHWEHVWXXUGHUVSRUWLHUZRUGW
JHRSHQG
• %HKDOYH(XURSHHVPRGHO
• +DQGJHVFKDNHOGHYHUVQHOOLQJVEDN
:DQQHHUGHYHUVQHOOLQJVKHQGHOLQHHQDQGHUHVWDQGGDQQHXWUDDOVWDDWLVHHQJHOXLG
KRRUEDDUZDQQHHUKHWSRUWLHUZRUGWJHRSHQGWHUZLMOGHPRWRUJHVWRSWLV,QGDWJHYDO
KHUVWDUWGHPRWRURPYHLOLJKHLGVUHGHQHQQLHWDXWRPDWLVFK=HWGHYHUVQHOOLQJVKHQGHOLQ
GHQHXWUDDOVWDQGHQVWDUWGHPRWRU
OPMERKING
De volgende gevallen kunnen duiden op een storing in het systeem. Laat uw auto bij een
deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda-reparateur controleren.
•Het lampje gaat niet branden wanneer het contact op ON wordt gezet.
•Het lampje blijft branden ook al is tijdens het draaien van de motor de i-stop OFF
schakelaar ingedrukt.
:DQQHHUKHWODPSMHNQLSSHUW
+HWODPSMHEOLMIWNQLSSHUHQDOVHUHHQGHIHFWLQKHWV\VWHHPLV/DDWXZDXWRELMHHQ
GHVNXQGLJHUHSDUDWHXUELMYRRUNHXUHHQRIILFLsOH0D]GDUHSDUDWHXUFRQWUROHUHQ
LVWRSLQGLFDWLHODPSMH JURHQ
:DQQHHUKHWODPSMHEUDQGW
•+HWODPSMHJDDWEUDQGHQZDQQHHUGHPRWRUJHVWRSWLVHQJDDWXLWZDQQHHUGHPRWRU
KHUVWDUW
• %HKDOYH(XURSHHVPRGHO
+HWODPSMHJDDWEUDQGHQZDQQHHUWLMGHQVKHWULMGHQDDQGHYRRUZDDUGHQYRRUKHWVWRSSHQ
YDQGHPRWRULVYROGDDQ
:DQQHHUKHWODPSMHNQLSSHUW
• +DQGJHVFKDNHOGHYHUVQHOOLQJVEDN
• 6.<$&7,9*6.<$&7,9*
:DQQHHUXKHWNRSSHOLQJVSHGDDOLQWUDSWRIGLWEHJLQWORVWHODWHQKHUVWDUWGHPRWRU
DXWRPDWLVFKHQKHWODPSMHJDDWXLW
• 6.<$&7,9'
'RRUKHWLQWUDSSHQYDQKHWNRSSHOLQJVSHGDDOKHUVWDUWGHPRWRUDXWRPDWLVFKHQKHW
ODPSMHJDDWXLW
• (XURSHHVPRGHO
+HWODPSMHNQLSSHUWZDQQHHUGHPRWRUJHVWRSWLVHQKHWEHVWXXUGHUVSRUWLHUZRUGWJHRSHQG
RPGHEHVWXXUGHUHURSWHDWWHQGHUHQGDWGHPRWRUJHVWRSWLV+HWODPSMHJDDWXLWZDQQHHU
KHWEHVWXXUGHUVSRUWLHUJHVORWHQZRUGW
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 209 of 875

0RGXVYRRUDIVWDQGGLHPHWYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJG
%LMJHEUXLNYDQGH]HIXQFWLHZRUGWGH
DIVWDQG ELMEHQDGHULQJ EHUHNHQGGLHX
PHWGHYRRUUDGLJHEUDQGVWRINXQW
DIOHJJHQJHEDVHHUGRSKHW
EUDQGVWRIYHUEUXLN

'HDIVWDQGGLHPHWGHYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJGZRUGW
EHUHNHQGHQ]DOHONHVHFRQGHZRUGHQ
JHWRRQG
(XURSHHVPRGHO
%HKDOYH(XURSHHVPRGHO
OPMERKING
•Alhoewel de indicatie voor de afstand
die kan worden afgelegd met de
voorradige brandstof een voldoende
resterend aantal kilometers aangeeft
alvorens bijtanken noodzakelijk wordt,
zo spoedig mogelijk bijtanken als het
brandstofpeil erg laag is of als het
waarschuwingslampje voor laag
brandstofpeil gaat branden.
•De indicatie verandert mogelijk niet
tenzij u meer dan ongeveer 9 liter
brandstof tankt.
•De afstand die kan worden afgelegd met
de voorradige brandstof geeft bij
benadering de afstand aan die met de
auto gereden kan worden totdat alle
maatstrepen in de brandstofmeter (die
de resterende brandstofvoorraad
aangeven) verdwijnen.
•Als er geen historische
brandstofverbruikgegevens zijn,
bijvoorbeeld nadat u uw auto zojuist
heeft aangeschaft of de gegevens als
gevolg van het losmaken van de
accukabels zijn gewist, is het mogelijk
dat de feitelijke afstand die met de
voorradige brandstof kan worden
afgelegd van de aangegeven
hoeveelheid verschilt.
*HPLGGHOGEUDQGVWRIYHUEUXLNPRGXV
'H]HPRGXVWRRQWKHWJHPLGGHOGH
EUDQGVWRIYHUEUXLNGRRUKHWEHUHNHQHQYDQ
KHWWRWDOHEUDQGVWRIYHUEUXLNHQGHWRWDDO
DIJHOHJGHDIVWDQGVLQGVGHDDQNRRSYDQGH
DXWRKHWRSQLHXZDDQVOXLWHQYDQGHDFFX
QDORVNRSSHOLQJRIKHWWHUXJVWHOOHQYDQGH
JHJHYHQV+HWJHPLGGHOGH
EUDQGVWRIYHUEUXLNZRUGWEHUHNHQGHQHONH
PLQXXWJHWRRQG
(XURSHHVPRGHO
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\


Page 213 of 875

7HONHQVZDQQHHURSGH,1)2VFKDNHODDUZRUGWJHGUXNWYHUDQGHUHQGHJHJHYHQVRSKHW
VFKHUP
Druk op de INFO schakelaarDruk op de INFO schakelaar
Druk op de INFO schakelaarDruk op de INFO schakelaar
Druk op de INFO schakelaar
Druk op de INFO schakelaar
Huidig brandstofverbruik,
Dagteller A, Gemiddeld
brandstofverbruik,
Buitentemperatuur,
Kilometerteller,
Brandstofmeter
Huidig brandstofverbruik,
Dagteller B, Gemiddeld
brandstofverbruik,
Buitentemperatuur,
Kilometerteller,
Brandstofmeter
Motorkoelvloeistoftemperatuurmeter,
Onderhoudsmonitor,
Buitentemperatuur, Kilometerteller,
Brandstofmeteri-ACTIVSENSE display,
Buitentemperatuur,
Kilometerteller, Brandstofmeter
Waarschuwingsbericht,
Buitentemperatuur,
Kilometerteller,
Brandstofmeter
*3
*1
*2
*3: Wordt alleen tijdens een waarschuwing weergegeven.
*1: Zonder selectief katalytisch
reductiesysteem (SCR)
*2: Met selectief katalytisch
reductiesysteem (SCR)Motorkoelvloeistoftemperatuurmeter,
Resterende AdBlue®, Maximum
rijafstand, Buitentemperatuur,
Kilometerteller, Brandstofmeter
Motorkoelvloeistoftemperatuurmeter,
Afstand die met de voorradige
brandstof kan worden afgelegd,
Buitentemperatuur, Kilometerteller,
Brandstofmeter
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\


Page 217 of 875

▼$IVWDQGGLHPHWYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJG
'LWWRRQWGHDIVWDQGELMEHQDGHULQJGLHX
PHWGHYRRUUDGLJHEUDQGVWRINXQW
DIOHJJHQJHEDVHHUGRSKHW
EUDQGVWRIYHUEUXLN
'HDIVWDQGGLHPHWGHYRRUUDGLJH
EUDQGVWRINDQZRUGHQDIJHOHJGZRUGW
EHUHNHQGHQ]DOHONHVHFRQGHZRUGHQ
JHWRRQG

OPMERKING
•Alhoewel de indicatie voor de afstand
die kan worden afgelegd met de
voorradige brandstof een voldoende
resterend aantal kilometers aangeeft
alvorens bijtanken noodzakelijk wordt,
zo spoedig mogelijk bijtanken als het
brandstofpeil erg laag is of als het
waarschuwingslampje voor laag
brandstofpeil gaat branden.
•De indicatie verandert alleen wanneer u
meer dan ongeveer 9 liter brandstof
tankt.
•De afstand die kan worden afgelegd met
de voorradige brandstof geeft bij
benadering de afstand aan die met de
auto gereden kan worden totdat alle
maatstrepen in de brandstofmeter die de
resterende brandstofvoorraad aangeven
verdwijnen.
•Als er geen historische
brandstofverbruikgegevens zijn,
bijvoorbeeld nadat u uw auto zojuist
heeft aangeschaft of de gegevens als
gevolg van het losmaken van de
accukabels zijn gewist, is het mogelijk
dat de feitelijke afstand die met de
voorradige brandstof kan worden
afgelegd van de aangegeven
hoeveelheid verschilt.
7LMGHQVKHWULMGHQ
,QVWUXPHQWHQJURHSHQGLVSOD\


Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 81-90 91-100 ... 170 next >