air conditioning MAZDA MODEL CX-5 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 134 of 875

▼0RWRUXLWODDWJDVVHQ .RROPRQR[LGH
:$$56&+8:,1*
Niet met uw auto rijden als u uitlaatgas binnen in de auto ruikt:
Uitlaatgas is gevaarlijk. Dit gas bevat koolmonoxide (CO), dat kleurloos, geurloos en giftig is.
Bij inademing kan dit bewusteloosheid en verstikking veroorzaken. Als u uitlaatgassen in de
auto ruikt, alle ramen volledig openen en onmiddellijk contact opnemen met een deskundige
reparateur, bij voorkeur een officiële Mazda-reparateur.
Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte draaien:
Het laten draaien van de motor in een afgesloten ruimte, zoals een garage, is gevaarlijk.
Uitlaatgas dat giftige koolmonoxide bevat kan gemakkelijk het interieur binnendringen. Dit
kan bewusteloosheid en verstikking veroorzaken.
Open de ramen of stel de verwarming of de airconditioning af op aanvoer van verse
buitenlucht wanneer u de motor stationair laat draaien:
Uitlaatgas is gevaarlijk. Wanneer de auto met gesloten ramen stilstaat en u de motor
gedurende langere tijd zelfs in een open ruimte laat draaien, bestaat de kans dat uitlaatgas,
dat giftige koolmonoxide bevat, het interieur binnendringt. Dit kan bewusteloosheid en
verstikking veroorzaken.
Verwijder de sneeuw van de onderzijde en rondom uw auto, vooral rondom de uitlaat,
alvorens de motor te starten:
Het laten draaien van de motor wanneer de auto in diepe sneeuw geparkeerd staat is
gevaarlijk. De uitlaatpijp kan door de sneeuw geblokkeerd raken, waardoor het uitlaatgas het
interieur kan binnendringen. Aangezien uitlaatgas giftig koolmonoxide bevat, kunnen de
inzittenden van de auto bewusteloos of zelfs verstikt raken.
$OYRUHQVWHJDDQULMGHQ
%UDQGVWRIHQHPLVVLH


Page 189 of 875

6WRS]HWWHQYDQGHPRWRU
:$$56&+8:,1*
De motor niet tijdens het rijden stopzetten:
Het tijdens het rijden stopzetten van de
motor om een andere reden dan in een
noodgeval is gevaarlijk. Wanneer de motor
tijdens het rijden wordt stopgezet heeft dit
door het verlies van de rembekrachtiging
een vermindering van remvermogen tot
gevolg wat een ongeluk en ernstig letsel
kan veroorzaken.
 %UHQJGHDXWRYROOHGLJWRWVWLOVWDQG
 +DQGJHVFKDNHOGHYHUVQHOOLQJVEDN
6FKDNHORYHUQDDUGHQHXWUDDOVWDQGHQ
WUHNGHKDQGUHPKHQGHODDQ
$XWRPDWLVFKHWUDQVPLVVLH
=HWGHNHX]HKHQGHOLQGHVWDQG3HQ
WUHNGHKDQGUHPKHQGHODDQ
 'UXNRSGHVWDUWGUXNNQRSRPGHPRWRU
VWRSWH]HWWHQ'HFRQWDFWVWDQGLVXLW
23*(/(7
¾Zorg er voor dat wanneer u de auto
verlaat de startdrukknop is uitgezet.
¾(SKYACTIV-D 2.2)
Als de motor bij herhaling wordt gestart
en gestopt voordat deze is opgewarmd,
kan de motor versnellen terwijl de auto is
gestopt om de motor intern te reinigen.
Zet de motor pas uit wanneer de motor
op normale snelheid draait.
OPMERKING
•(SKYACTIV-G 2.0, SKYACTIV-G 2.5)
Het is mogelijk dat de koelventilator in de
motorruimte gedurende enkele minuten
nadat het contact vanuit ON op OFF gezet
is gaat draaien, ongeacht of de
airconditioning aan of uit is, voor het snel
koelen van de motorruimte.
•Als het systeem bespeurt dat de resterende
batterijcapaciteit van de sleutel laag is
wanneer het contact van ON op ACC of
OFF wordt gezet, wordt het volgende
aangegeven.
Vervang de batterij door een nieuwe
alvorens de sleutel onbruikbaar wordt.
Zie Vervangen van de sleutelbatterij op
pagina 6-43.
(Voertuig uitgerust met type A
instrumentengroep)
Een bericht wordt aangegeven op de
display van de instrumentengroep.
(Voertuig uitgerust met type B
instrumentengroep)
Het KEY indicatielampje (groen) knippert
gedurende ongeveer 30 seconden.
Zie Waarschuwings-/indicatielampjes op
pagina 4-50.
•(Automatische transmissie)
Als de motor wordt stopgezet terwijl de
keuzehendel in een andere stand dan P
staat, zal het contact overschakelen naar
ACC.
▼0RWRUQRRGVWRS
:DQQHHUWHUZLMOGHPRWRUGUDDLWRIWLMGHQV
KHWULMGHQGHVWDUWGUXNNQRSFRQWLQX
LQJHGUXNWZRUGWJHKRXGHQRIHHQDDQWDO
PDOHQDFKWHUHHQVQHOZRUGWLQJHGUXNW]DO
GHPRWRURQPLGGHOOLMNZRUGHQVWRSJH]HW
+HWFRQWDFWVFKDNHOWRYHUQDDU$&&
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 194 of 875

OPMERKING
Onder de volgende omstandigheden duurt het enige tijd voordat de motor wordt stopgezet
•De accu is om een of andere reden uitgeput geraakt, zoals wanneer er langere tijd niet
met de auto is gereden.
•De omgevingstemperatuur is hoog of laag.
•Nadat de accupolen om een of andere reden zijn losgekoppeld, zoals voor het vervangen
van de accu.
•(SKYACTIV-D 2.2)
Nadat roetdeeltjes (PM) door het roetfilter (DPF) zijn verwijderd.
Motor herstart niet
Als na het stoppen van de motor de volgende handelingen worden uitgevoerd, zal om
veiligheidsredenen de motor niet herstarten. Start in dergelijke gevallen de motor met
behulp van de normale methode.
•(Europees model)
•De motorkap geopend wordt.
•De veiligheidsgordel van de bestuurder is losgemaakt en het bestuurdersportier wordt
geopend.
De tijd dat de motor stop staat is kort of het duurt lang voordat de motor de volgende keer
wordt gestopt
•De omgevingstemperatuur is hoog of laag.
•De accu is uitgeput.
•Het stroomverbruik van de elektrische onderdelen van de auto is hoog.
Wanneer de motor is gestopt, herstart de motor automatisch
Onder de volgende omstandigheden herstart de motor automatisch.
•De i-stop OFF schakelaar wordt ingedrukt totdat de zoemer klinkt.
•De airconditioning wordt gebruikt met de regelknop voor de luchtstroomfunctie in de
stand
.
•(Automatische airconditioning)
•De temperatuurinstelknop van de airconditioning staat in de stand voor maximale
verwarming of maximale koeling (A/C ON).
•De interieurtemperatuur verschilt in hoge mate van de ingestelde temperatuur van de
airconditioning.
•Het rempedaal wordt op een helling een weinig losgelaten en de auto begint in beweging
te komen.
7LMGHQVKHWULMGHQ
0RWRUVWDUWVWRS


Page 431 of 875

•Als de vooruitrijcamera (FSC) niet normaal kan werken als gevolg van hoge
temperaturen, worden de systeemfuncties die verband houden met de vooruitrijcamera
(FSC) tijdelijk stopgezet en gaan de volgende waarschuwingslampjes branden. Dit duidt
echter niet op een defect. Laat het gedeelte rondom de vooruitrijcamera (FSC) afkoelen
door bijvoorbeeld het inschakelen van de airconditioning.
•Koplampregelsysteem (HBC) waarschuwingslampje (oranje)
•Adaptieve LED-koplampen (ALH) waarschuwingslampje (oranje)
•Waarschuwingsindicatie rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingswaarschuwingssysteem (LDWS)
•Waarschuwingsindicatie Mazda Radar Cruise Control met Stop & Go-functie (MRCC
met Stop & Go-functie)
•Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje (oranje) Smart Brake Support
remhulpsysteem/stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS)
•Als de vooruitrijcamera (FSC) bespeurt dat de voorruit vuil of beslagen is, worden de
systeemfuncties die verband houden met de vooruitrijcamera (FSC) tijdelijk stopgezet en
gaan de volgende waarschuwingslampjes branden. Dit duidt echter niet op een probleem.
Verwijder het vuil van de voorruit of druk op de voorruitontwasemingsschakelaar en
ontwasem de voorruit.
•Koplampregelsysteem (HBC) waarschuwingslampje (oranje)
•Adaptieve LED-koplampen (ALH) waarschuwingslampje (oranje)
•Waarschuwingsindicatie rijstrookassistent (LAS) en
rijstrookafwijkingswaarschuwingssysteem (LDWS)
•Waarschuwingsindicatie Mazda Radar Cruise Control met Stop & Go-functie (MRCC
met Stop & Go-functie)
•Waarschuwingsindicatie/waarschuwingslampje (oranje) Smart Brake Support
remhulpsysteem/stadsverkeer-remassistent (SBS/SCBS)
•Als er duidelijk barsten of beschadiging als gevolg van bijvoorbeeld steenslag op de
voorruit zichtbaar zijn, de voorruit altijd laten vervangen. Raadpleeg voor vervanging
een officiële Mazda reparateur.
•(Met geavanceerde stadsverkeer-remassistent (Advanced SCBS))
•De vooruitrijcamera (FSC) herkent voetgangers wanneer aan alle onderstaande
voorwaarden is voldaan:
•De lengte van een voetganger is ongeveer 1 tot 2 meter.
•Contouren, zoals die van het hoofd, beide schouders of benen kunnen worden
bepaald.
7LMGHQVKHWULMGHQ
L$&7,96(16(


Page 487 of 875

%HGLHQLQJYDQGH
OXFKWURRVWHUV
▼$IVWHOOHQYDQGHOXFKWURRVWHUV
5LFKWHQYDQGHOXFKWVWURRP
9RRUKHWDIVWHOOHQYDQGHULFKWLQJYDQGH
OXFKWVWURRPGHDIVWHONQRSYHUSODDWVHQ
OPMERKING
•Wanneer de airconditioning gebruikt
wordt bij vochtig warm weer, bestaat de
kans dat het systeem mist uit de
luchtstroomroosters blaast. Dit is geen
teken van defect, maar het gevolg van
vochtige lucht die plotseling wordt
afgekoeld.
•De luchtstroomroosters kunnen volledig
worden geopend en gesloten door de
bediening van de regelknop.
=LMOXFKWURRVWHUV
Knop
Regelknop
Openen
Sl
0LGGHOVWHOXFKWURRVWHUV
Knop
RegelknopSluiten Openen
* Bepaalde modellen
$FKWHUVWHOXFKWURRVWHUV
KnopRegelknop
Sluiten Openen
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
.OLPDDWUHJHOV\VWHHP

%HSDDOGHPRGHOOHQ

Page 490 of 875

+DQGEHGLHQGW\SH
TAanjagerre
Functiek
A/C sLuchtinlaatkAchterruitv
▼▼5HJHOVFKDNHODDUV
7HPSHUDWXXUUHJHONQRS
'H]HNQRSUHJHOWGHWHPSHUDWXXU'UDDL
GH]HUHFKWVRPYRRUYHUKRJLQJYDQ
WHPSHUDWXXUHQOLQNVRPYRRUYHUODJLQJ
YDQWHPSHUDWXXU
$DQMDJHUUHJHONQRS
'RRUPLGGHOYDQGH]HUHJHONQRSNXQQHQ
YHUVFKLOOHQGHDDQMDJHUVQHOKHGHQJHNR]HQ
ZRUGHQ
'HDDQMDJHUKHHIW]HYHQVQHOKHGHQ
)XQFWLHNHX]HUHJHONQRS
'UDDLGHIXQFWLHNHX]HUHJHONQRSYRRUKHW
NLH]HQYDQGHOXFKWVWURRPIXQFWLH SDJLQD
 
OPMERKING
•De functiekeuzeregelknop kan ingesteld
worden op de tussenstanden (
) tussen
elke modus. Stel de regelknop in op een
tussenstand als u de luchtstroom tussen
de twee standen wilt verdelen.
•Wanneer bijvoorbeeld de
functiekeuzeregelknop in de
stand
tussen de standen
en staat, is de
luchtstroom vanaf de vloer minder dan
die van de
positie.
$&VFKDNHODDU
'UXNGH$&VFKDNHODDULQRPGH
DLUFRQGLWLRQLQJLQWHVFKDNHOHQ+HW
LQGLFDWLHODPSMHRSGHVFKDNHODDUJDDW
EUDQGHQ]RGUDGHDDQMDJHUUHJHONQRSRS
HHQZLOOHNHXULJHVWDQGEHKDOYH2))
LQJHVWHOGZRUGW

'UXNYRRUKHWXLWVFKDNHOHQYDQGH
DLUFRQGLWLRQLQJGHVFKDNHODDUQRJPDDOVLQ
OPMERKING
Wanneer de buitentemperatuur in de
nabijheid komt van 0 °C, het
airconditioningsysteem niet gebruiken.
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
.OLPDDWUHJHOV\VWHHP


Page 492 of 875

$FKWHUUXLWYHUZDUPLQJVVFKDNHODDU
'UXNYRRUKHWRQWGRRLHQYDQGHDFKWHUUXLW
GHDFKWHUUXLWYHUZDUPLQJVVFKDNHODDULQ
=LH$FKWHUUXLWYHUZDUPLQJRSSDJLQD
▼9HUZDUPLQJ
 =HWGHIXQFWLHNHX]HUHJHONQRSLQGH
VWDQG

 =HWGHOXFKWLQODDWNHX]HVFKDNHODDULQGH
VWDQGYRRUDDQYRHUYDQEXLWHQOXFKW
LQGLFDWLHODPSMHLVXLW 
 =HWGHWHPSHUDWXXUUHJHONQRSLQGH
VWDQGYRRUYHUZDUPGHOXFKW
 6WHOGHDDQMDJHUUHJHONQRSLQRSGH
JHZHQVWHVQHOKHLG
 ,QGLHQYHUZDUPLQJPHWRQWYRFKWLJLQJ
JHZHQVWLVGHDLUFRQGLWLRQLQJ
LQVFKDNHOHQ
OPMERKING
•Wanneer de voorruit beslaat, de
functiekeuzeregelknop in de stand
zetten.
•Indien koelere lucht op gezichtsniveau
gewenst is, de functiekeuzeregelknop in
de stand
zetten en de
temperatuurregelknop afstellen zodat
een optimaal comfort gehandhaafd
blijft.
•De lucht die naar de vloer stroomt is
warmer dan de lucht die naar het
gezicht gevoerd wordt (behalve wanneer
de temperatuurregelknop in de hoogste
of laagste stand gezet is).
▼.RHOLQJ
 =HWGHIXQFWLHNHX]HUHJHONQRSLQGH
VWDQG

 =HWGHWHPSHUDWXXUUHJHONQRSLQGH
VWDQGYRRUNRXGHOXFKW
 6WHOGHDDQMDJHUUHJHONQRSLQRSGH
JHZHQVWHVQHOKHLG
 6FKDNHOGHDLUFRQGLWLRQLQJLQGRRUKHW
LQGUXNNHQYDQGH$&VFKDNHODDU
 6WHOQDGDWKHWNRHOHQLVEHJRQQHQGH
DDQMDJHUUHJHONQRSHQ
WHPSHUDWXXUUHJHONQRSQDDUZHQVDI
YRRUKHWKDQGKDYHQYDQGHPHHVW
FRPIRUWDEHOHWHPSHUDWXXU
23*(/(7
Als de airconditioning wordt gebruikt
tijdens het oprijden van lange hellingen of
in druk verkeer, waarschuwingsindicatie/
waarschuwingslampje voor hoge
motorkoelvloeistoftemperatuur in het oog
houden om te zien of dit oplicht of knippert
(pagina 4-50).
De airconditioning kan dan oververhitting
van de motor veroorzaken. Schakel de
airconditioning uit indien het
waarschuwingslampje oplicht of knippert
(pagina 7-28).
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
.OLPDDWUHJHOV\VWHHP


Page 494 of 875

OPMERKING
•Schakel voor maximale ontwaseming de
airconditioning in, zet de
temperatuurregelknop in de hoogste
stand en draai de aanjagerregelknop
volledig rechtsom.
•Indien warme lucht bij de voetenruimte
gewenst is, de functiekeuzeregelknop in
de stand
zetten.
•In de stand wordt de stand voor
aanvoer van buitenlucht automatisch
gekozen. De luchtinlaatkeuzeschakelaar
kan niet veranderd worden naar de
stand voor gerecirculeerde lucht.
▼2QWYRFKWLJHQ
6FKDNHOGHDLUFRQGLWLRQLQJELMNRHORI
NRXGZHHULQRPGHYRRUUXLWHQGH
]LMUXLWHQWHKHOSHQRQWZDVHPHQ
 =HWGHIXQFWLHNHX]HUHJHONQRSLQGH
JHZHQVWHVWDQG
 =HWGHOXFKWLQODDWNHX]HVFKDNHODDULQGH
VWDQGYRRUDDQYRHUYDQEXLWHQOXFKW
LQGLFDWLHODPSMHLVXLW 
 =HWGHWHPSHUDWXXUUHJHONQRSLQGH
JHZHQVWHVWDQG
 6WHOGHDDQMDJHUUHJHONQRSLQRSGH
JHZHQVWHVQHOKHLG
 6FKDNHOGHDLUFRQGLWLRQLQJLQGRRUKHW
LQGUXNNHQYDQGH$&VFKDNHODDU
OPMERKING
Eén van de functies van de airconditioning
is ontvochtiging van de lucht, en voor het
gebruik van deze functie hoeft de
temperatuur niet op koud ingesteld te
worden. Dus stel de temperatuurregelknop
in op de gewenste stand (warm of koud) en
schakel de airconditioning in wanneer u
de lucht in het interieur wenst te
ontvochtigen.
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
.OLPDDWUHJHOV\VWHHP


Page 497 of 875

OPMERKING
•De airconditioning werkt wanneer de
A/C schakelaar wordt ingedrukt, ook als
de airco uit is.
•De A/C ECO functie is bedoeld voor een
energiebesparend gebruik van het
klimaatregelsysteem. “A/C ECO” wordt
getoond om aan te geven dat het
klimaatregelsysteem optimaal is
ingesteld.
•Wanneer de buitentemperatuur in de
nabijheid komt van 0 °C, het
airconditioningsysteem niet gebruiken.
/XFKWLQODDWNHX]HVFKDNHODDU
'HVWDQGHQYRRUDDQYRHUYDQEXLWHQOXFKW
RIUHFLUFXOHUHQGHOXFKWNXQQHQZRUGHQ
JHNR]HQ'UXNRSGHVFKDNHODDUYRRUKHW
NLH]HQYDQGHVWDQGYRRUDDQYRHUYDQ
EXLWHQOXFKWRIUHFLUFXOHUHQGHOXFKW
6WDQGYRRUUHFLUFXOHUHQGHOXFKW

'HDDQYRHUYDQEXLWHQOXFKWLVDIJHVORWHQ
*HEUXLNGH]HVWDQGELMKHWULMGHQGRRU
WXQQHOVELMKHWULMGHQLQGUXNYHUNHHU
SODDWVHQPHWKRJHFRQFHQWUDWLHVYDQ
XLWODDWJDVVHQ RIZDQQHHUVQHOOHNRHOLQJ
JHZHQVWLV
6WDQGYRRUDDQYRHUYDQEXLWHQOXFKW


%XLWHQOXFKWZRUGWKHWLQWHULHXU
ELQQHQJHODWHQ*HEUXLNGH]HVWDQGYRRU
YHQWLODWLHRIRQWGRRLHQYDQGHYRRUUXLW
:$$56&+8:,1*
Bij koud of regenachtig weer de stand
niet gebruiken:
Gebruik van de
stand bij koud of
regenachtig weer is gevaarlijk aangezien
dit het beslaan van de ruiten veroorzaakt.
Uw uitzicht wordt dan belemmerd,
hetgeen een ernstig ongeluk tot gevolg kan
hebben.
'8$/VFKDNHODDU
*HEUXLNGH'8$/VFKDNHODDUYRRUKHW
YHUDQGHUHQYDQGHPRGXVWXVVHQGH
LQGLYLGXHOH EHVWXXUGHUHQSDVVDJLHU
EHGLHQLQJVPRGXVHQGHJHNRSSHOGH
VLPXOWDQH PRGL
,QGLYLGXHOHEHGLHQLQJVPRGXV
LQGLFDWLHODPSMHEUDQGW
'HWHPSHUDWXXULQVWHOOLQJNDQYRRUGH
EHVWXXUGHUHQYRRUSDVVDJLHULQGLYLGXHHO
JHUHJHOGZRUGHQ
*HNRSSHOGHPRGXV LQGLFDWLHODPSMHLV
XLW
'HWHPSHUDWXXULQVWHOOLQJYRRUGH
EHVWXXUGHUHQYRRUSDVVDJLHUZRUGW
JHOLMNWLMGLJJHUHJHOG
9RRUUXLWRQWZDVHPLQJVVFKDNHODDU
'UXNRSGHVFKDNHODDUYRRUKHW
RQWZDVHPHQYDQGHYRRUUXLWHQGH
YRRUSRUWLHUUXLWHQ
=LH2QWGRRLHQHQRQWZDVHPHQYDQGH
YRRUUXLWRSSDJLQD
,QWHULHXUYRRU]LHQLQJHQ
.OLPDDWUHJHOV\VWHHP