ABS MAZDA MODEL MX-5 2015 Handleiding (in Dutch)

Page 281 of 615

4–137
Tijdens het rijden
Bandenspanningcontrolesysteem
*Bepaalde modellen.
Bandenspanningcontrolesysteem (Voertuig met
conventionele banden)
*
Het bandenspanningcontrolesysteem (TPMS) controleert de bandenspanning van alle
vier banden. Als de bandenspanning van één of meerdere banden te laag is, waarschuwt
het systeem de bestuurder door middel van het waarschuwingslampje van het
bandenspanningcontrolesysteem in de instrumentengroep en een pieptoon. Het systeem
controleert de bandenspanning indirect op basis van de gegevens die door de ABS
wielsnelheidssensors worden verzonden.
Om het systeem correct te kunnen laten werken, dient het systeem met de voorgeschreven
bandenspanning (waarde op bandenspanningslabel) geïnitialiseerd te worden. Volg de
procedure en voer de initialisatie uit.
Zie Initialiseren van het bandenspanningcontrolesysteem op pagina 4-140 .
Het waarschuwingslampje gaat knipperen als het systeem defect is.
Zie Waarschuwingslampjes op pagina 4-33 .
ABS wielsnelheidssensor
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 292 of 615

4–14 8
Tijdens het rijden
Parkeersensorsysteem
OPMERKING
  Breng geen accessoires aan binnen het detectiebereik van de sensoren. Dit kan de
werking van het systeem hinderen.
  Afhankelijk van de soort hindernis en de omgevingscondities, kan het detectiebereik
van een sensor verminderd worden, of bestaat de kans dat de sensoren de hindernissen
niet kunnen opsporen.
  Het is mogelijk dat het systeem onder de volgende omstandigheden niet normaal
werkt:
 


 Wanneer zich modder, ijs of sneeuw aan het sensorgedeelte heeft vastgehecht
(wanneer dit wordt verwijderd, werkt het systeem weer normaal).
 


 Wanneer het sensorgedeelte is bevroren (wanneer het ijs ontdooid is, werkt het
systeem weer normaal).
 


 Wanneer de sensor met een hand wordt afgedekt.



 Wanneer de sensor aan een krachtige schok is blootgesteld.



 Wanneer de auto buitengewoon scheef staat.



 Onder buitengewoon hete of koude weersomstandigheden.



 Wanneer er met de auto over oneffenheden, op hellingen of op onverharde of met
gras bedekte wegen wordt gereden.
 


 Alles dat in de buurt van de auto ultrageluid voortbrengt, zoals de claxon van
een andere auto, het motorgeluid van een motorfi ets, het luchtremgeluid van een
vrachtwagen of de sensoren van een andere auto.
 


 Wanneer met de auto bij zware regenval wordt gereden of bij rijomstandigheden die
opspattend water veroorzaken.
 


 Wanneer een in de handel verkrijgbare staafantenne of een antenne voor
zendapparatuur in de auto is geïnstalleerd.
 


 Wanneer de auto in de richting gaat van een hoge of vierkante stoeprand.



 Wanneer de hindernis zich te dicht bij de sensor bevindt. 

 Hindernissen onder de bumper worden mogelijk niet opgespoord. Hindernissen
die lager zijn dan de bumper of smal zijn worden mogelijk in eerste instantie wel
opgespoord maar worden naarmate de auto de hindernis dichter nadert niet meer
opgespoord.
  Het is mogelijk dat de volgende soorten hindernissen niet opgespoord worden:




 Dunne voorwerpen zoals kabel of touw



 Materialen die geluidsgolven gemakkelijk absorberen zoals katoen of sneeuw



 Hoekvormige voorwerpen



 Bijzonder lange voorwerpen, en die welke breed zijn aan de bovenzijde



 Kleine, korte voorwerpen
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 488 of 615

6–56
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
*Bepaalde modellen.
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
19 AT PUMP 20 A Transmissiebesturingssysteem *
20 AT 15 A Transmissiebesturingssysteem *
21 D LOCK 25 A Centrale portiervergrendeling
22 H/L RH 20 A Koplamp (Rechts)
23
ENG
B2 7,5 A Motorbesturingssysteem
24 TAIL 20 A Lampen van achterlichten, kentekenplaatverlichting,
positielampen
25 DRL 15 A —
26 ROOM 25 A Plafondlamp
27 FOG 15 A —
28 H/CLEAN 20 A Koplampsproeier
*
29 STOP 10 A Remlichten, mistlamp achter *
30 HORN 15 A Claxon
31 H/L LH 20 A Koplamp (Links)
32 ABS/DSC S 30 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
33 HAZARD 15 A Waarschuwingsknipperlichten, richtingaanwijzers
34 FUEL PUMP 15 A Brandstofsysteem
35
ENG
B3 5 A —
36 WIPER 20 A Voorruitenwissers
37
CABIN
B 50 A Voor beveiliging van diverse circuits
38 — — —
39 — — —
40 ABS/DSC M 50 A ABS, regelsysteem voor dynamische stabiliteit
41 EVVT
A/R PUMP 20 A Motorbesturingssysteem
42 EVPS 30 A Rembesturingssysteem
43 FAN1 30 A Koelventilator
44 FAN2 40 A —
45 ENG.MAIN 40 A Motorbesturingssysteem
46 EPS 60 A Stuurbekrachtigingsysteem
47 DEFOG 30 A Achterruitverwarming
48 IG2 30 A Voor beveiliging van diverse circuits
49 INJECTOR 30 A Motorbesturingssysteem
50 HEATER 40 A Airconditioning
51 — — —
52 — — —
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 537 of 615

7–35
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indikatielampjes en waarschuwingszoemers
Signaal Waarschuwing
(Rood)
Waarschuwing
van elektronisch
remkrachtverdelingssysteem
Als de stuureenheid van het elektronisch remkrachtverdelingssysteem vaststelt dat
bepaalde onderdelen niet goed functioneren, is het mogelijk dat de stuureenheid het
remwaarschuwingslampje en het ABS waarschuwingslampje tegelijkertijd laat branden.
Er is vermoedelijk een probleem in het elektronisch remkrachtverdelingssysteem.
WAARSCHUWING
Rijd niet wanneer zowel het ABS waarschuwingslampje als het
remwaarschuwingslampje beide branden. Laat de auto naar een deskundige
reparateur, bij voorkeur een offi ciële Mazda reparateur slepen om de remmen zo
spoedig mogelijk te laten inspecteren:
Rijden terwijl het ABS waarschuwingslampje en remwaarschuwingslampje
tegelijkertijd branden is gevaarlijk.
Wanneer beide lampjes branden, kunnen de achterwielen tijdens een noodstop
sneller gaan blokkeren dan onder normale omstandigheden.
Laadsysteemwaarschuwingslampje
Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, geeft dit een storing aan
in de dynamo of in het laadsysteem.
Rijd naar de kant van de weg en breng de auto op een veilige plaats tot stilstand.
Raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een offi ciële Mazda reparateur.
OPGELET
Wanneer het waarschuwingslampje van het laadsysteem brandt, niet met de auto
doorrijden omdat de motor plotseling zou kunnen stoppen.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 540 of 615

7–38
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indikatielampjes en waarschuwingszoemers
*Bepaalde modellen.
Signaal Waarschuwing
Waarschuwingslampje
van anti-blokkeer
remsysteem (ABS) Wanneer het ABS waarschuwingslampje van het ABS systeem tijdens het rijden
blijft branden, geeft dit aan dat de ABS besturingseenheid een defect in het systeem
vastgesteld heeft. In dat geval zal het remsysteem op dezelfde wijze werken als bij een
auto zonder ABS.
Als dit gebeurt, dient u zo spoedig mogelijk een deskundige reparateur, bij voorkeur
een offi ciële Mazda reparateur te raadplegen.
OPMERKING
Wanneer de motor met behulp van een hulpaccu gestart wordt, is het toerental
ongelijkmatig en is het mogelijk dat het ABS waarschuwingslampje gaat branden.
In dit geval is dit het gevolg van een nagenoeg uitgeputte accu en duidt dit niet op
een defect in het ABS systeem.
Laad de accu.
Wanneer het ABS waarschuwingslampje brandt werkt het
rembekrachtigingsysteem niet.
Motorwaarschuwingslampje
Als dit indikatielampje tijdens het rijden gaat branden, bestaat de kans dat er een
probleem met de auto is. Noteer de rijomstandigheden waarbij het lampje begon te
branden en raadpleeg een deskundige reparateur, bij voorkeur een offi ciële Mazda
reparateur.
Het motorwaarschuwingslampje kan in de volgende gevallen gaan branden:
Wanneer er een probleem is met de elektrische installatie van de motor. Wanneer er een probleem is met het systeem van de uitlaatgasreiniging. Wanneer het niveau van de brandstof in de tank bijzonder laag is of wanneer de tank
nagenoeg leeg is.
De brandstoftankdop ontbreekt of is niet goed vastgedraaid.
Als het motorwaarschuwingslampje blijft branden of continu knippert, niet met hoge
snelheden rijden en zo spoedig mogelijk een deskundige reparateur, bij voorkeur een
offi ciële Mazda reparateur raadplegen.
(Oranje)
i-stop
waarschuwingslampje
*
Wanneer het lampje brandt
De volgende gevallen kunnen duiden op een storing in het systeem. Laat uw auto bij
een deskundige reparateur, bij voorkeur een offi ciële Mazda reparateur controleren.
Het lampje gaat niet branden wanneer het contact op ON wordt gezet. Het lampje blijft branden ook al is tijdens het draaien van de motor de i-stop OFF
schakelaar ingedrukt.
Wanneer het lampje knippert
Het lampje blijft knipperen als er een defect in het systeem is. Laat uw auto bij een
deskundige reparateur, bij voorkeur een offi ciële Mazda reparateur controleren.
(Oranje)
i-ELOOP
waarschuwingslampje
*
Het lampje gaat branden als er een defect is in het i-ELOOP systeem. Raadpleeg een
deskundige reparateur, bij voorkeur een offi ciële Mazda reparateur.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 563 of 615

8–3
Informatie voor de eigenaar
Garantie
Installatie van niet-originele onderdelen en accessoires
Het aanbrengen van technische wijzigingen aan de originele staat van uw Mazda kan van
invloed zijn op de veiligheid van uw auto. Dergelijke technische wijzigingen omvatten
niet alleen het gebruik van niet geschikte onderdelen, maar ook accessoires, uitrusting of
hulpstukken, zoals velgen en banden.
Originele Mazda onderdelen en originele Mazda accessoires zijn specifi ek ontworpen voor
Mazda automobielen.
Andere dan de hierboven vermelde onderdelen en accessoires zijn niet door Mazda
geïnspecteerd en goedgekeurd tenzij dit door Mazda uitdrukkelijk wordt vermeld. Wij
kunnen niet garant staan voor de geschiktheid van dergelijke producten. Mazda kan niet
aansprakelijk gesteld worden voor enigerlei schade veroorzaakt door het gebruik van
dergelijke producten.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig bij het kiezen en installeren van aanvullende elektrische apparatuur,
zoals mobiele telefoons, zend- en ontvanginstallaties, stereo-systemen en auto-
alarmsystemen:
Een simpele fout bij het kiezen of het installeren van verkeerde aanvullende apparatuur
of het kiezen van een verkeerde installateur is gevaarlijk. Essentiële systemen kunnen
beschadigd worden, hetgeen het afslaan van de motor, activering van de airbag (SRS),
buiten werking treden van het ABS/TCS/DSC systeem of brand in de wagen kan
veroorzaken.
Mazda kan niet aansprakelijk gesteld worden voor dood, letsel of onkosten die het gevolg
kunnen zijn van het installeren van aanvullende niet-originele onderdelen of accessoires.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 596 of 615

10–2
Index
1
120 km/h waarschuwingszoemer ........ 7-56
A
Aanbevolen olie .................................. 6-20
Aanbevolen smeermiddelen .................. 9-5
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem
(AFS)................................................... 4-98
Accu .................................................... 6-32
Inspectie van het niveau van het accu-
elektroliet....................................... 6-34
Laden ............................................. 6-35
Onderhoudspunt ............................ 6-34
Technische gegevens ....................... 9-4
Vernieuwen .................................... 6-35
Accu is uitgeput .................................. 7-22
Starten met een hulpaccu .............. 7-22
Achtermistlicht .................................... 4-64
Achterruitverwarming ......................... 4-72
Achterruit ...................................... 4-72
Spiegel ........................................... 4-73
Achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA).............................................. 4-116
Actieve motorkap
waarschuwingszoemer ........................ 7-52
Afmetingen ........................................... 9-6
Afsluitklep van brandstoftankdop
Wanneer de afsluitklep van de
brandstofvuldop niet kan worden
geopend ......................................... 7-28
Afstandbediende portiervergrendeling ... 3-4 Afstelbare snelheidsbegrenzer .......... 4-120
Activering/deactivering ............... 4-123
Afstelbare
snelheidsbegrenzerdisplay........... 4-121
Hoofdindikatielampje van afstelbare
snelheidsbegrenzer (oranje) ........ 4-121
Indikatielampje van instelfunctie van
afstelbare snelheidsbegrenzer
(groen) ......................................... 4-121
Instellen van het systeem ............ 4-124
Tijdelijk annuleren van het
systeem ........................................ 4-125
Waarschuwingspieptoon
snelheidsbegrenzer ...................... 4-122
Airbagsystemen ................................... 2-38
Als een waarschuwingslampje gaat
branden of knipperen .......................... 7-33
Anti-blokkeer remsysteem (ABS) ....... 4-81
Anti-diefstal beveiligingssysteem ....... 3-51
Anti-diefstal beveiligingssysteem (Met
inbraaksensor) ..................................... 3-51
Anti-wielspin regeling (TCS) ............. 4-82
TCS/DSC indikatielampje ............. 4-83
Asbak ................................................ 5-134
Audiobedieningsschakelaar
Afstellen van het volume .............. 5-68
Audio-uit toets ............................... 5-69
Zoektoets ....................................... 5-68
Audio-installatie .................................. 5-15
AUX/USB/iPod modus ................. 5-69
Antenne ......................................... 5-15
Audiobedieningsschakelaar........... 5-67
Audioset (Type A) ......................... 5-29
Audioset (Type B/Type C) ............ 5-43
Bedieningstips voor
audio-installatie ............................. 5-15
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 607 of 615

2
Kinderrückhaltesysteme und Sitzpositionen
Befestigung von Kinderrückhaltesystemen mit den Isofix-Verankerungen
Für die Installation eines Kinderrückhaltesystems auf dem Beifahrersitz wird auf die
Anweisungen des Kinderrückhaltesystemherstellers und auf “Verwendung der
Isof
ix-Verankerung” im Abschnitt 2 verwiesen.
GewichtsgruppeGrößen-
klasseBefestigung
Sitzpositionen
Beifahrersitz Isofix-Positionen
CarrycotF
GISO/L1
ISO/L2
(1)X
X
X
Gruppe 0 bis zu 10 kgEISO/R1 X
(1) X
Gruppe 0 bis zu 13 kg
E
DISO/R1
ISO/R2
C ISO/R3
(1) IL
*1
X
X
X
Gruppe 1 9 kg — 18 kgD
CISO/R2
ISO/R3
B ISO/F2
B1 ISO/F2X IUF X
X
IUF
AISO/F3X
(1) IL
*2
Gruppe 2 15 kg — 25 kg(1) IL*3
Gruppe 3 22 kg — 36 kg(1) IL*3
(1) Für die CRS ohne ISO/XX-Größenklassenangabe (A bis G) muss der Autohersteller für die
anwendbare Gewichtsklasse das empfohlene zum Fahrzeug passende Isofix-Kinderrückhaltesystem
für die einzelnen Positionen ang
eben.
Buchstabenbezeichnung für die oben stehende Ta belle:
IUF = Für geeignete nach vorne gerichtete Isofix-Kinderrückhaltesysteme der universellen Kategorie,
zugelassen für die
se Gewichtsklasse.
IL = Für geeignete besondere Isofix-Kinderrückhaltesysteme (CRS), die in der beiliegenden Liste
aufgeführt sind.
Diese Isofix CRS sind für die Kategorien “besondere Fahrzeuge”, “b
egrenzt” und “halbuniversell”.
*1 Ein an EasyFix Base angebrachtes CabrioFix-Kinderrückhaltesystem, beide von MAXI-COSI®
erhältlich, kann installiert werden.
*2 Ein an FamilyFix Base angebrachtes Pearl-Kinderrückhaltesystem, beide von MAXI-COSI
® erhältlich,
kann installiert werden.
*3 BRITAX RÖMER
® KIDFIX oder BRITAX RÖMER® KIDFIX XP lässt sich installieren.
X = für Isofix-Kinderrückhaltesysteme der Gewichtsklasse bzw. der Größenklasse ungeeignete
Isofix-Position.

Page:   < prev 1-10 11-20