airbag MAZDA MODEL MX-5 2015 Handleiding (in Dutch)

Page 72 of 615

2–56
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
WAARSCHUWING
  Het zitkussen van de passagierszitting wordt omhoog geduwd door bagage of
andere voorwerpen die zijn geplaatst onder de passagierszitting of tussen de
passagierszitting en de bestuurdersstoel.
  Er is een voorwerp, zoals een kussen, geplaatst op de passagierszitting of tussen de
rug van de passagier en de rugleuning.
  Er is een zittinghoes over de passagierszitting geplaatst. 
 Er is bagage of er zijn andere voorwerpen op de zitting geplaatst waarop het
kinderzitje is geïnstalleerd.
  De zitting is afgewassen. 
 Er is vloeistof op de zitting gemorst. 
 De passagierszitting is naar achteren geschoven en drukt tegen bagage of andere
voorwerpen aan die erachter zijn geplaatst.
  Er is bagage of er zijn andere voorwerpen geplaatst tussen de passagierszitting en de
bestuurdersstoel.
  Er is een elektrisch apparaat op de passagierszitting geplaatst. 
 Er is een extra elektrisch apparaat, zoals een zittingverwarmer, bovenop de
passagierszitting geïnstalleerd.
De systemen van voor- en zij-airbags van de passagierszitting en de
veiligheidsgordelvoorspanner worden uitgeschakeld als het airbag-uitgeschakeld OFF-
indikatielampje van de passagiersairbag gaat branden.
OPGELET
  Om er zeker van te zijn dat de voor-airbag juist wordt geactiveerd en beschadiging van
de sensor in het zitkussen wordt voorkomen:
 


 Plaats geen scherpe voorwerpen op het zitkussen of laat er geen zware bagage op
achter.
 


 Mors geen vloeistoffen op of onder de zittingen.


 Let altijd op de volgende punten om er voor te zorgen dat de sensoren goed kunnen
functioneren:
 


 Stel de zittingen zover mogelijk naar achteren af, ga altijd rechtop tegen de
rugleuningen te zitten en maak op de juiste wijze gebruik van de veiligheidsgordels.
 


 Als u uw kind meeneemt op de passagierszitting, het kinderzitje goed vastmaken en
de passagierszitting zover mogelijk naar achteren schuiven.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 73 of 615

2–57
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
OPMERKING
  Het systeem heeft ongeveer 10 seconden nodig om het systeem van de voor- en zij-
airbags van de passagierszitting en het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner
beurtelings in of uit te schakelen.
  Het is mogelijk dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indikatielampje van de
passagiersairbag bij herhaling gaat branden als bagage of andere voorwerpen op de
passagierszitting worden geplaatst, of als de temperatuur in het interieur van de auto
plotseling verandert.
  Het is mogelijk dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indikatielampje van de
passagiersairbag gedurende 10 seconden gaat branden als de elektrostatische capaciteit
van de passagierszitting verandert.
  De kans bestaat dat het waarschuwingslampje van het systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanner gaat branden als de passagierszitting aan een zware
schok wordt blootgesteld.
  Als het airbag-uitgeschakeld OFF-indikatielampje van de passagiersairbag niet
gaat branden na het installeren van een kinderzitje op de passagierszitting, eerst
uw kinderzitje opnieuw installeren volgens de procedure aangegeven in dit
instruktieboekje. Vervolgens, als het airbag-uitgeschakeld OFF-indikatielampje van
de passagiersairbag nog steeds niet brandt, zo spoedig mogelijk een offi ciële Mazda
reparateur raadplegen.
  Als het airbag-uitgeschakeld OFF-indikatielampje van de passagiersairbag gaat
branden direct zodra een inzittende op de passagierszitting heeft plaatsgenomen, de
passagier opnieuw zijn houding laten aanpassen door te gaan zitten met de voeten
op de bodem en vervolgens de veiligheidsgordel opnieuw vast te maken. Als het
airbag-uitgeschakeld OFF-indikatielampje van de passagiersairbag blijft branden,
de passagierszitting zover mogelijk naar achteren schuiven. Raadpleeg zo spoedig
mogelijk een offi ciële Mazda reparateur.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 74 of 615

2–58
Belangrijke veiligheidsuitrusting
SRS airbags
Constante controle
De volgende onderdelen van de airbagsystemen en de actieve motorkap worden door een
diagnosesysteem gecontroleerd:
 


 Impactsensoren en diagnosemodule (SAS eenheid)



 Voorste airbagsensors



 Airbagmodules



 Zij-impactsensors 



 Waarschuwingslampje voor systeem van airbag/voorspanner van veiligheidsgordel



 Voorspanners van veiligheidsgordels



 Aanverwante bedrading
(Met inzittende passagier detectiesysteem)
 


 Indikatielampje van de deactiveringsschakelaar van de passagiersairbag



 Inzittende passagier detectiesensor



 Inzittende passagier detectiemodule
(Met actieve motorkap)
 


 Actieve motorkap sensoren



 Actieve motorkap modules



 Actieve motorkap waarschuwingslampje
De diagnosemodule controleert constant of het systeem bedrijfsklaar is. Dit begint zodra het
contact op ON is gezet en gaat door terwijl er met de auto wordt gereden.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 92 of 615

3–14
Alvorens te gaan rijden
Portieren en sloten
*Bepaalde modellen.
OPMERKING
 

(Portierontgrendel(regel)systeem
met collisiedetectie)*
 Dit systeem ontgrendelt automatisch
de portieren, het kofferdeksel en de
afsluitklep van de brandstofvuldop in
het geval de auto bij een ongeluk is
betrokken om de passagiers in staat
te stellen het voertuig onmiddellijk
te verlaten en te voorkomen dat
zij binnenin opgesloten raken. In
het geval de auto een botsing te
verwerken krijgt die krachtig genoeg
is om de airbags op te blazen en
het contact is ingeschakeld, worden
ongeveer 6 seconden na het tijdstip
van het ongeval beide portieren, het
kofferdeksel en de afsluitklep van
de brandstofvuldop automatisch
ontgrendeld.
 Het is mogelijk dat de portieren, het
kofferdeksel en de afsluitklep van de
brandstofvuldop niet ontgrendelen
afhankelijk van hoe de botsing
wordt opgevangen, de kracht van de
botsing en andere omstandigheden
die zich bij het ongeval voordoen.
 Als systemen die verband houden
met de portieren of de accu defect
zijn geraakt, zullen de portieren, het
kofferdeksel en de afsluitklep van de
brandstofvuldop niet ontgrendelen.
OPMERKING
 

 Bij het openen van een portier,
worden de elektrisch bediende ruiten
automatisch een klein stuk geopend.
Bij het sluiten van het portier,
worden de elektrisch bediende ruiten
automatisch gesloten. Deze functie
dient om een goede afdichting te
waarborgen en betekent niet dat er
een probleem is.
 Als de voertuigaccu vanwege
onderhoud of om andere redenen
is losgekoppeld, worden de
elektrisch bediende ruiten niet
automatisch geopend of gesloten.
Als de elektrisch bediende ruiten
niet openen of sluiten, moet het
mechanisme voor automatisch
openen/sluiten van de ruiten
teruggesteld worden.
 Zie Gebruik van de elektrische
ruitbediening op pagina 3-38 .
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 178 of 615

4–34
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
*Bepaalde modellen.
Signaal Waarschuwingslampjes Pagina
Motorwaarschuwingslampje *1 7-33
(Rood) Waarschuwingslampje voor hoge
motorkoelvloeistoftemperatuur*1 7-33
(Oranje) * i-stop waarschuwingslampje *1 4-18
(Oranje) * i-ELOOP waarschuwingslampje *1 7-33
* Waarschuwingslampje voor automatische transmissie *1 7-33
Indikatielampje voor defecte stuurbekrachtiging *1 7-33
Waarschuwingslampje voor systeem van airbag/voorspanners
van veiligheidsgordels *1 7-33
* Actieve motorkap waarschuwingslampje *1 7-33
Waarschuwingslampje voor laag brandstofpeil 7-33
Veiligheidsgordelwaarschuwingslampje 7-33
Open-portier waarschuwingslampje 7-33
* 120 km/h waarschuwingslampje *1 7-33
* Waarschuwingslampje voor laag sproeiervloeistofniveau 7-33
* Waarschuwingslampje van bandenspanningcontrolesysteem *1 7-33
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 181 of 615

4–37
Tijdens het rijden
Instrumentengroep en display
*Bepaalde modellen.
Signaal Indikatielampjes Pagina
* Keuzemodusindikatie 4-94
Verlichting-aan indikatielampje 4-57
* Indikatielampje voor mistachterlicht 4-64
* Indikatielampje van de deactiveringsschakelaar van de
passagiersairbag*1 2-53
*1 Het lampje gaat branden wanneer het contact wordt ingeschakeld voor een werkingscontrole en gaat enkele
seconden later uit of wanneer de motor gestart wordt. Als het lampje niet gaat branden of blijft branden, de auto
door een deskundige reparateur laten inspecteren, bij voorkeur een offi ciële Mazda reparateur.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 194 of 615

4–50
Tijdens het rijden
Transmissie
*Bepaalde modellen.
WAARSCHUWING
Houd uw handen op de rand van het
stuurwiel wanneer u met uw vingers de
stuurversnellingschakelaars bedient:
Het plaatsen van uw handen binnen
de rand van het stuurwiel bij gebruik
van de stuurversnellingschakelaars is
gevaarlijk. Als de bestuurdersairbag bij
een botsing geactiveerd zou worden,
zou deze tegen uw handen kunnen
slaan en letsel veroorzaken.
OPMERKING
  Tijdens langzaam rijden is het
mogelijk dat de versnellingen niet
automatisch opgeschakeld worden.
  Laat tijdens het rijden in de
handbediende overschakelfunctie
de naald van de toerentalmeter
niet in de RODE ZONE komen.
Verder zal bij het volledig
intrappen van het gaspedaal de
handbediende overschakelfunctie
overschakelen naar de automatische
overschakelfunctie.
 Wanneer het DSC systeem is
uitgeschakeld, is deze functie
geannuleerd. Als echter continu met
hoge toerentallen wordt gereden,
zal de transmissie automatisch
opschakelen om de motor te
beschermen.
OPMERKING
  De stuurversnellingschakelaar kan
tijdelijk gebruikt worden als de
keuzehendel tijdens het rijden in de
stand D staat. De automatische
overschakelfunctie wordt weer terug
ingesteld wanneer de UP schakelaar
(
) voldoende lang naar
achteren getrokken wordt.
Handbediend terugschakelen
Terugschakelen van de versnellingen is
mogelijk met behulp van de keuzehendel
of de stuurversnellingschakelaars
* .
M6 : M5 : M4 : M3 : M2: M1
Gebruik van de keuzehendel
Voor terugschakelen naar een lagere
versnelling, de keuzehendel eenmaal licht
naar voren
duwen.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 195 of 615

4–51
Tijdens het rijden
Transmissie
*Bepaalde modellen.
Gebruik van de
stuurversnellingschakelaar*
Voor het terugschakelen naar een lagere
versnelling met behulp van de
stuurversnellingschakelaars, de DOWN
schakelaar
eenmaal met uw vingers naar
u toe trekken.
DOWN schakelaar (-)
WAARSCHUWING
Op gladde wegen of bij hoge snelheden
niet plotseling afremmen op de motor:
Het terugschakelen tijdens het rijden
op natte of met sneeuw of ijs overdekte
wegen, of tijdens het rijden met hoge
snelheden veroorzaakt plotseling
afremmen op de motor, hetgeen
gevaarlijk is. Door de plotselinge
verandering in de draaisnelheid van
de banden kunnen de banden gaan
slippen. Dit kan er toe leiden dat u de
macht over het stuur verliest en een
ongeluk veroorzaakt.
Houd uw handen op de rand van het
stuurwiel wanneer u met uw vingers de
stuurversnellingschakelaars bedient:
Het plaatsen van uw handen binnen
de rand van het stuurwiel bij gebruik
van de stuurversnellingschakelaars is
gevaarlijk. Als de bestuurdersairbag bij
een botsing geactiveerd zou worden,
zou deze tegen uw handen kunnen
slaan en letsel veroorzaken.
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 487 of 615

6–55
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Beschrijving van het zekeringenpaneel
Zekeringenblok (Motorruimte)
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
1 ENG IG3 5 A —
2 ENG IG2 5 A —
3 HORN2 7,5 A Claxon
4 C/U IG1 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
5 ENG IG1 7,5 A Motorbesturingssysteem
6 — — —
7 INTERIOR 15 A Plafondlamp
8 ENG
B
7,5 A Motorbesturingssysteem
9 AUDIO2 15 A Audio-installatie
10 METER1 10 A Instrumentengroep
11 SRS1 7,5 A Airbag
12 — — —
13 RADIO 7,5 A Audio-installatie
14 ENGINE3 20 A Motorbesturingssysteem
15 ENGINE1 10 A Motorbesturingssysteem
16 ENGINE2 15 A Motorbesturingssysteem
17 AUDIO1 25 A Audio-installatie
18 A/C MAG 7,5 A Airconditioning
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page 514 of 615

7–12
Als er zich een probleem voordoet
Lekke band
OPMERKING
Gooi de lege fl es van de
bandreparatievloeistof na gebruik
niet weg. Breng de lege fl es van
de bandreparatievloeistof naar een
offi ciële Mazda reparateur wanneer
de band vernieuwd wordt. De lege
fl es van de bandreparatievloeistof zal
noodzakelijk zijn om de gebruikte
bandreparatievloeistof uit de band te
verwijderen en op te ruimen.
14. Monteer daarna de inspuitslang aan
het uitsteeksel van de fl es om lekkage
van achtergebleven afdichtmiddel te
voorkomen.
Uitsteeksel
15. Bevestig de snelheidsbeperkingsticker
op een plaats waar deze voor de
bestuurder goed zichtbaar is.
WAARSCHUWING
Bevestig de snelheidsbeperkingsticker
niet op het stootkussengedeelte van het
stuurwiel:
Bevestigen van de
snelheidsbeperkingsticker op het
stootkussengedeelte van het stuurwiel
is gevaarlijk, omdat de kans bestaat
dat de airbag dan niet normaal
functioneert (activeert), wat ernstig
letsel kan veroorzaken. Bevestig
de sticker ook niet op plaatsen
waar waarschuwingslampjes of de
snelheidsmeter niet gezien kunnen
worden.
16. Trek de luchtcompressorslang en
de luchtcompressorstekker uit de
luchtcompressor.
Compressorslang
.9@&7%/&@&EJUJPOJOEC

Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 next >