airbag MAZDA MODEL MX-5 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 46 of 631

:$$56&+8:,1*
Installeer altijd een juniorenzitje altijd in de
juiste zittingpositie:
Het plaatsen van een juniorenzitje zonder
eerst de tabel “Geschiktheid van
kinderzitjes voor diverse zittingposities” te
raadplegen is gevaarlijk. Een juniorenzitje
dat op de verkeerde zitting wordt
geïnstalleerd kan niet op de juiste wijze
worden bevestigd. Bij een botsing zou het
kind iets of iemand in de auto kunnen
raken en ernstig letsel kunnen oplopen,
mogelijk met dodelijke afloop.
Alvorens u een kinderzitje op de
passagierszitting gaat installeren, de
passagierszitting zo ver mogelijk naar
achteren plaatsen:
*1
Bij een botsing kan de kracht van een
airbag die wordt opgeblazen ernstig of
dodelijk letsel aan het kind toebrengen.
Controleer altijd dat het
airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje
van de passagiersairbag brandt.

*1 De achterste stand is voor het
installeren van bepaalde kinderzitjes
mogelijk niet geschikt.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
.LQGHU]LWMH


Page 55 of 631

$OVXZDXWRLVRRNXLWJHUXVWPHWHHQLQ]LWWHQGHSDVVDJLHUGHWHFWLHV\VWHHP]LHYRRU
ELM]RQGHUKHGHQ³,Q]LWWHQGHSDVVDJLHUGHWHFWLHV\VWHHP´ SDJLQD 
$OVXZDXWRLVXLWJHUXVWPHWHHQLQ]LWWHQGHSDVVDJLHUGHWHFWLHV\VWHHPJDDWKHW
DLUEDJXLWJHVFKDNHOGLQGLFDWLHODPSMHYDQGHSDVVDJLHUVDLUEDJJHGXUHQGHHHQEHSDDOGHWLMG
EUDQGHQQDGDWKHWFRQWDFWRS21LVJH]HW


(HQNLQGGDWWHNOHLQLVRPJHEUXLNWHNXQQHQPDNHQYDQHHQYHLOLJKHLGVJRUGHOGLHQWRSGH
MXLVWHZLM]HEHYHLOLJGWHZRUGHQYLDKHWJHEUXLNYDQHHQNLQGHU]LWMH SDJLQD 

%HSDDOQDXZNHXULJZHONNLQGHU]LWMHYRRUXZNLQGQRRG]DNHOLMNLVHQYROJ]RZHOGH
ULFKWOLMQHQYRRULQVWDOODWLHLQGLWLQVWUXFWLHERHNMHDOVGHLQVWUXFWLHVYDQGHIDEULNDQWYDQKHW
NLQGHU]LWMH
:$$56&+8:,1*
In auto's uitgerust met airbags dienen veiligheidsgordels gedragen te worden:
Het uitsluitend vertrouwen op de airbags voor bescherming tijdens een aanrijding is
gevaarlijk. Airbags alleen kunnen geen ernstig letsel voorkomen. De betreffende airbags
worden uitsluitend opgeblazen bij het eerste ongeval, zoals een frontale, bijna frontale of
zijdelingse botsing met een gematigde of grotere kracht. De inzittenden dienen dus altijd hun
veiligheidsgordels te dragen.

Controleer bij gebruik van een kinderzitje altijd dat het airbag-uitgeschakeld
OFF-indicatielampje van de passagiersairbag brandt (Met inzittende passagier
detectiesysteem):
Het vervoeren van een kind in een kinderzitje dat op de passagiersstoel is geplaatst terwijl het
airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de passagiersairbag niet brandt is uiterst
gevaarlijk. Bij een ongeluk bestaat de kans dat een airbag wordt opgeblazen en ernstig letsel,
mogelijk met dodelijk afloop, aan het kind toebrengt dat in het kinderzitje vervoerd wordt.
Controleer altijd dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de passagiersairbag
brandt.
Zie Inzittende detectiesysteem op pagina 2-49.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 56 of 631

Uiterst gevaarlijk! Gebruik nooit een achterwaarts gericht kinderzitje op de passagiersstoel
welke voorzien is van een airbag die geactiveerd zou kunnen worden:
Gebruik NOOIT een achterwaarts gericht kinderzitje op een zitting die aan de voorzijde door
een ACTIEVE AIRBAG beveiligd is. Dit kan DODELIJK of ERNSTIG LETSEL aan het KIND
toebrengen.
Zelfs bij een gematigde botsing kan het kinderzitje door een activerende airbag geraakt
worden en met kracht naar achteren verplaatst worden, waardoor het kind ernstig of dodelijk
letsel zou kunnen oplopen. Als uw auto is uitgerust met een inzittende passagier
detectiesysteem, altijd controleren dat het airbag-uitgeschakeld OFF-indicatielampje van de
passagiersairbag brandt.
Ga niet te dicht bij de airbags van bestuurder en passagier zitten:
Het te dichtbij de airbagmodules van bestuurder en passagier zitten of er handen of voeten
op plaatsen is uiterst gevaarlijk. De airbags van bestuurder en passagier worden met grote
kracht en snelheid opgeblazen. Als iemand er zich te dichtbij bevindt kan dit ernstig letsel
veroorzaken. De bestuurder dient altijd alleen de rand van het stuurwiel vast te houden. De
passagier dient beide voeten op de vloer te houden. De inzittenden dienen hun stoelen zover
mogelijk naar achteren te zetten en altijd rechtop tegen de rugleuningen te zitten en op de
juiste wijze gebruik te maken van de veiligheidsgordels.
Bij auto's met zij-airbags niet te dicht bij een portier gaan zitten of tegen de portieren leunen:
Het te dichtbij de zij-airbagmodules zitten of er handen op plaatsen is uiterst gevaarlijk. Een
zij-airbags wordt met grote kracht en snelheid rechtstreeks vanuit de buitenste schouder van
de rugleuning van de voorzitting opgeblazen en breidt zich uit langs het voorportier aan de
zijde waar de auto geraakt is. Ernstig letsel kan worden veroorzaakt als iemand in de
zittingen te dicht bij het portier zit of tegen een raam leunt. Ook kan door tegen het portier in
slaap te vallen of tijdens het rijden uit het raam van het bestuurdersportier te hangen de
zij-airbag geblokkeerd worden, waardoor de voordelen van de aanvullende beveiliging
ongedaan gemaakt worden. Geef de zij-airbags voldoende ruimte om te functioneren door
tijdens het rijden in het midden van de zitting plaats te nemen en de veiligheidsgordels op de
juiste wijze te dragen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 57 of 631

Ga in het midden van de zitting zitten en draag de veiligheidsgordels op de juiste wijze:
Het te dichtbij de zij-airbagmodules zitten of er handen op plaatsen of tegen het portier
geleund slapen of uit de ramen hangen is uiterst gevaarlijk. De zij-airbags worden met grote
kracht en snelheid direct langs het portier aan de zijde waar de auto geraakt is opgeblazen.
Als iemand zich te dicht bij het portier bevindt, kan dit ernstig letsel veroorzaken. Geef de
zij-airbags voldoende ruimte om te functioneren door tijdens het rijden in het midden van de
zitting plaats te nemen en de veiligheidsgordels op de juiste wijze te dragen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar de airbags van bestuurder en
passagier geactiveerd worden:
Het bevestigen van een voorwerp aan de airbagmodules van bestuurder en passagier of iets
voor de modules plaatsen is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het voorwerp de activering van
de voor-airbag kunnen hinderen en aan de inzittenden letsel kunnen toebrengen.
Bevestig geen voorwerpen op of in de buurt van de plaats waar een zij-airbag geactiveerd
wordt:
Het bevestigen van voorwerpen aan de zitting op zodanige manier dat de buitenste zijde van
de zitting op enigerlei wijze wordt afgedekt, is gevaarlijk. Bij een aanrijding zou het voorwerp
de werking van de zij-airbag welke vanuit de buitenste zijde van de zittingen wordt
opgeblazen kunnen hinderen, waardoor de aanvullende beveiliging van het
zij-airbagsysteem ongedaan gemaakt wordt of de airbag in een richting kunnen sturen die
gevaarlijk is. Verder bestaat de kans dat de airbag opengesneden wordt en dat het gas
ontsnapt.
Hang geen opbergnetten, kaartzakjes of rugzakken met riemen aan de zittingen. Gebruik
nooit zittinghoezen op de zittingen. Houd de zij-airbagmodules in uw zittingen steeds vrij van
obstakels, zodat de zij-airbags bij een botsing vanaf de zijkant ongehinderd in werking
kunnen treden.
Raak nadat de airbags zijn opgeblazen de onderdelen van het aanvullend
beveiligingssysteem niet aan:
Aanraken van de onderdelen van het aanvullend beveiligingssysteem nadat de airbags zijn
opgeblazen is gevaarlijk. Onmiddellijk na het opblazen zijn deze bijzonder heet. Hierdoor
bestaat de kans op brandwonden.
Monteer dus nooit uitrusting aan de voorzijde van uw wagen:
Monteren van uitrusting aan de voorzijde van de wagen, zoals een frontale crashbar
(kangoeroe crashbar, vee crashbar, aanduwstang, of dergelijke), sneeuwploeg of lieren is
gevaarlijk. Dit kan een nadelige invloed hebben op het systeem van de airbag crash sensoren.
Hierdoor zouden de airbags onvoorzien geactiveerd kunnen worden of wordt verhinderd dat
de airbags tijdens een aanrijding worden opgeblazen. De inzittenden zouden als gevolg
hiervan ernstig letsel kunnen oplopen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 58 of 631

Geen wijzigingen aan de vering aanbrengen:
Wijzigen van de vering van de wagen is gevaarlijk. Als de hoogte van de wagen of de vering
veranderd wordt, zal de wagen een botsing niet meer correct kunnen registreren, hetgeen een
onjuiste of onverwachte activering van de airbag tot gevolg kan hebben waarbij de kans
bestaat op ernstig letsel.
Breng geen wijzigingen aan een portier aan en laat geen beschadigingen onhersteld. Laat
een beschadigd portier altijd door een deskundige reparateur, bij voorkeur een officiële
Mazda-reparateur inspecteren:
Het aanbrengen van wijzigingen aan een portier of het niet herstellen van beschadigingen is
gevaarlijk. Elk van de portieren is voorzien van een zij-impactsensor welke onderdeel vormt
van het aanvullend beveiligingssysteem. Als gaten worden geboord in een portier, een
portierluidspreker blijvend wordt verwijderd, of een beschadigd portier niet wordt hersteld,
kan de werking van de sensor nadelig beïnvloed worden zodat deze de druk van de impact
van een zijdelingse botsing niet meer correct kan bespeuren. Als een sensor een zijdelingse
botsing niet correct kan bespeuren, bestaat de kans dat de zij-airbags en de voorspanner van
de veiligheidsgordel niet normaal functioneren waardoor de inzittenden ernstig letsel kunnen
oplopen.
Breng geen wijzigingen aan in het aanvullend beveiligingssysteem:
Het aanbrengen van wijzigingen in de onderdelen of de bedrading van het aanvullend
beveiligingssysteem is gevaarlijk. U kunt het per ongeluk in werking stellen of buiten gebruik
stellen. Breng geen enkele wijziging aan in het aanvullend beveiligingssysteem. Hieronder
vallen het aanbrengen van stuurbekleding, etiketten of wat dan ook op de airbagmodules.
Hieronder valt ook het installeren van extra elektrische apparatuur op of nabij de onderdelen
en de bedrading van het systeem. Een deskundige reparateur, bij voorkeur een
officiële Mazda
reparateur kan de speciale aandacht besteden die bij het uitbouwen en inbouwen van de
zittingen nodig is. Het is van belang de bedrading en de aansluitingen van de airbag te
beschermen om er voor te zorgen dat de airbags niet per ongeluk in werking treden en dat de
airbag-aansluiting van het inzittende passagier detectiesysteem en de zittingen
onbeschadigd blijft.
Plaatsen geen bagage of overige voorwerpen onder de zittingen:
Het plaatsen van bagage of overige voorwerpen onder de zittingen is gevaarlijk. De kans
bestaat dat onderdelen die essentieel zijn voor de werking van het aanvullend
beveiligingssysteem beschadigd worden en in het geval van een botsing aan de zijkant is het
mogelijk dat de bijbehorende airbags niet geactiveerd worden, hetgeen ernstig of dodelijk
letsel tot gevolg kan hebben. Om beschadiging van onderdelen die essentieel zijn voor de
werking van het aanvullend beveiligingssysteem te voorkomen, geen bagage of andere
voorwerpen onder de zittingen plaatsen.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 59 of 631

Rijd niet met een auto met beschadigde onderdelen van het systeem van airbag/
veiligheidsgordelvoorspanners:
Geactiveerde of beschadigde componenten van het airbag/
veiligheidsgordelvoorspannersysteem dienen na elke botsing waarbij deze geactiveerd of
beschadigd werden te worden vernieuwd. Alleen een getrainde deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda-reparateur kan deze systemen volledig beoordelen om te zien of
deze bij een volgend ongeval zullen functioneren. Rijden met een geactiveerde of
beschadigde airbag of voorspannermodule geeft u verminderde beveiliging bij een volgend
ongeval, waardoor de kans bestaat op ernstig of dodelijk letsel.
De airbagonderdelen in het interieur niet verwijderen:
Het verwijderen van componenten zoals de zittingen, het voorste instrumentenpaneel of het
stuurwiel die airbagonderdelen of sensoren bevatten is gevaarlijk. In deze onderdelen zijn
belangrijke airbagcomponenten ingebouwd. De airbag zou onvoorzien geactiveerd kunnen
worden en daardoor ernstig letsel kunnen veroorzaken. Laat deze onderdelen altijd door een
officiële Mazda reparateur verwijderen.
Ruim het airbagsysteem op de juiste wijze op:
Het op ondeskundige wijze opruimen van een airbag of slopen van een auto met airbags die
onder stroom staan, kan uiterst gevaarlijk zijn. Ernstig letsel kan het gevolg zijn wanneer niet
alle veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen. Laat een deskundige reparateur, bij
voorkeur een officiële Mazda reparateur het airbagsysteem veilig opruimen of een auto
uitgerust met een airbagsysteem slopen.
OPMERKING
•De activering van een airbag gaat gepaard met een hard opblaasgeluid en enige
rookontwikkeling. Beide veroorzaken echter geen letsel, alhoewel de weefselstructuur van
de airbags als gevolg van wrijving lichte huidverwondingen kan veroorzaken op
lichaamsdelen die niet door kleding beschermd zijn.
•In het geval u uw Mazda gaat verkopen, dient u de nieuwe eigenaar te informeren omtrent
de aanwezigheid van de aanvullende beveiligingssystemen en hem/haar aan te raden zich
op de hoogte te stellen van de verband houdende instructies, zoals beschreven in het
instructieboekje.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 60 of 631

•Bij auto's die uitgerust zijn met een passagiersairbag is er een waarschuwingslabel zoals
hieronder aangegeven aangebracht. Dit waarschuwingslabel is aangebracht
overeenkomstig de bepalingen.
(Behalve Taiwan) (Taiwan)
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 66 of 631

&ULWHULDYRRU656DLUEDJDFWLYHULQJ
'H]HWDEHOJHHIWGHEHWUHIIHQGH656XLWUXVWLQJDDQGLHDIKDQNHOLMNYDQKHWW\SHERWVLQJ
JHDFWLYHHUGZRUGW
'HLOOXVWUDWLHVWRQHQUHSUHVHQWDWLHYHYRRUEHHOGHQYDQERWVLQJHQ
656XLWUXV
WLQJ7\SHQERWVLQJ
(HQHUQVWLJHIURQWDOHELMQDIURQWDOHERW
VLQJ(HQHUQVWLJH]LMGHOLQJVH
ERWVLQJ

(HQERWVLQJDDQGHDFKWHU
]LMGH
9HLOLJKHLGV
JRUGHOYRRU
VSDQQHU;
 EHLGH]LMGHQ ;
 HQNHO]LMGHYDQERW
VLQJ
%LMHHQERWVLQJDDQGHDFK
WHU]LMGHZRUGWJHHQDLUEDJ
HQYHLOLJKHLGVJRUGHOYRRU
VSDQQHUJHDFWLYHHUG %HVWXXUGHUV
DLUEDJ;
3DVVDJLHUV
DLUEDJ;


=LMDLUEDJ;
 HQNHO]LMGHYDQERW
VLQJ
;'H656DLUEDJXLWUXVWLQJLVEHVWHPGRPELMHHQERWVLQJJHDFWLYHHUGWHZRUGHQ
 ,Q]LWWHQGHSDVVDJLHUGHWHFWLHV\VWHHP
'HYRRUHQ]LMDLUEDJVYDQGHSDVVDJLHUV]LWWLQJHQGHYRRUVSDQQHUYDQGHYHLOLJKHLGVJRUGHO]LMQJHFRQVWUXHHUG
RPWHZRUGHQJHDFWLYHHUGZDQQHHUGHLQ]LWWHQGHSDVVDJLHUGHWHFWLHVHQVRUEHVSHXUWGDWHHQSDVVDJLHURSGH
SDVVDJLHUV]LWWLQJKHHIWSODDWVJHQRPHQ

 %LMHHQ]LMGHOLQJVHERWVLQJZRUGHQGHYRRUVSDQQHUVYDQGHYHLOLJKHLGVJRUGHOVHQGH]LMDLUEDJVJHDFWLYHHUG
HQNHODDQGH]LMGHZDDU]LFKGHERWVLQJYRRUGRHW 
OPMERKINGBij een frontale zijdelingse botsing, is het mogelijk dat alle uitgeruste airbags en voorspanners geactiveerd worden,
afhankelijk van de richting, hoek en snelheid van impact.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 71 of 631

:$$56&+8:,1*
Laat niet een inzittende op de passagiersstoel plaatsnemen in een houding die het voor de
inzittende passagier detectiesensor moeilijk maakt de inzittende correct te detecteren:
Zitten op de passagiersstoel in een houding die het voor de inzittende passagier
detectiesensor moeilijk maakt de inzittende correct te bespeuren is gevaarlijk. Als de
inzittende passagier detectiesensor de inzittende die zich op de passagierszitting bevindt niet
correct kan bespeuren, is het mogelijk dat de voor- en zij-airbags van de passagiersstoel en
het systeem van de veiligheidsgordelvoorspanner niet in werking treden (niet-geactiveerd)
worden of dat deze abusievelijk in werking treden (geactiveerd) worden. De passagier heeft
dan niet de aanvullende beveiliging van de airbags of het abusievelijk in werking treden
(activering) van de airbags zou ernstig of dodelijk letsel kunnen veroorzaken.
Onder de volgende condities kan de inzittende passagier detectiesensor een passagier die
zich op de passagiersstoel bevindt niet correct bespeuren en kan de activering/niet-activering
van de airbags niet geregeld worden zoals aangegeven in de tabel voor de aan/uit conditie
van het airbag-uitgeschakeld indicatielampje van de passagiersairbag. Bijvoorbeeld:
¾Een passagier zit zoals getoond in de volgende afbeelding:
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page 72 of 631

¾Het zitkussen van de passagiersstoel wordt omhoog geduwd door bagage of andere
voorwerpen die zijn geplaatst onder de passagiersstoel of tussen de passagiersstoel en de
bestuurdersstoel.
¾Er is een voorwerp, zoals een kussen, geplaatst op de passagierszitting of tussen de rug van
de passagier en de rugleuning.
¾Er is een zittinghoes over de passagierszitting geplaatst.
¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen op de zitting geplaatst waarop het kinderzitje is
geïnstalleerd.
¾De zitting is afgewassen.
¾Er is vloeistof op de zitting gemorst.
¾De passagiersstoel is naar achteren geschoven en drukt tegen bagage of andere
voorwerpen aan die erachter zijn geplaatst.
¾Er is bagage of er zijn andere voorwerpen geplaatst tussen de passagiersstoel en de
bestuurdersstoel.
¾Er is een elektrisch apparaat op de passagierszitting geplaatst.
¾Er is een extra elektrisch apparaat, zoals een zittingverwarmer, bovenop de passagiersstoel
geïnstalleerd.
De systemen van voor- en zij-airbags van de passagiersstoel en de
veiligheidsgordelvoorspanner worden uitgeschakeld als het airbag-uitgeschakeld
OFF-indicatielampje van de passagiersairbag gaat branden.
23*(/(7
¾Om er zeker van te zijn dat de voor-airbag juist wordt geactiveerd en beschadiging van de
sensor in de zitting wordt voorkomen:
¾Plaats geen scherpe voorwerpen op de zitting en laat er geen zware bagage op achter.
¾Mors geen
vloeistoffen op of onder de stoelen.
¾Let altijd op de volgende punten om er voor te zorgen dat de sensoren goed kunnen
functioneren:
¾Zet de stoelen zover mogelijk naar achteren, ga altijd rechtop tegen de rugleuningen te
zitten en maak op de juiste wijze gebruik van de veiligheidsgordels.
¾Als u uw kind meeneemt op de passagiersstoel, het kinderzitje goed vastmaken en de
passagiersstoel zover mogelijk naar achteren schuiven binnen de positie waarin het
kinderzitje kan worden geïnstalleerd.
%HODQJULMNHYHLOLJKHLGVXLWUXVWLQJ
656DLUEDJV


Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 next >