airbag MAZDA MODEL MX-5 RF 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 225 of 663

4–65
Tijdens het rijden
Transmissie
WAARSCHUWING
Op gladde wegen of bij hoge snelheden
niet plotseling afremmen op de motor:
Het terugschakelen tijdens het rijden
op natte of met sneeuw of ijs overdekte
wegen, of tijdens het rijden met hoge
snelheden veroorzaakt plotseling
afremmen op de motor, hetgeen
gevaarlijk is. Door de plotselinge
verandering in de draaisnelheid van
de banden kunnen de banden gaan
slippen. Dit kan er toe leiden dat u de
macht over het stuur verliest en een
ongeluk veroorzaakt.
Houd uw handen op de rand van het
stuurwiel wanneer u met uw vingers de
stuurversnellingschakelaars bedient:
Het plaatsen van uw handen binnen
de rand van het stuurwiel bij gebruik
van de stuurversnellingschakelaars is
gevaarlijk. Als de bestuurdersairbag bij
een botsing geactiveerd zou worden,
zou deze tegen uw handen kunnen
slaan en letsel veroorzaken.
OPMERKING
  Tijdens het rijden met hoge
snelheden is het mogelijk dat
de versnelling niet automatisch
teruggeschakeld wordt.
  Tijdens afremmen op de motor is
het mogelijk dat de versnelling
automatisch teruggeschakeld wordt,
afhankelijk van de rijsnelheid.
  Wanneer het gaspedaal volledig
wordt ingedrukt, zal de transmissie
terugschakelen naar een lagere
versnelling, afhankelijk van de
rijsnelheid. Wanneer het DSC
systeem is uitgeschakeld, is de
kickdown-functie echter buiten
werking.
Blokkeermodus voor tweede versnelling
Wanneer bij een rijsnelheid van ongeveer
10 km/h of minder de keuzehendel naar
achteren wordt verplaatst
, wordt de
transmissie ingesteld in de blokkeermodus
voor de tweede versnelling. In deze stand
wordt de transmissie in de tweede
versnelling vergrendeld om het accelereren
vanuit stilstand en het rijden op gladde,
met sneeuw bedekte wegen te
vergemakkelijken.
Als in de blokkeermodus voor de tweede
versnelling de keuzehendel naar achteren
of naar voren wordt verplaatst, zal de
modus geannuleerd worden.


Page 519 of 663

6–55
Onderhoud en verzorging
Zelf uit te voeren onderhoud
Beschrijving van het zekeringenpaneel
Zekeringenblok (Motorruimte)
BESCHRIJVING ZEKERINGCAPACITEIT BEVEILIGD ONDERDEEL
1 ENG IG3 5 A —
2 ENG IG2 5 A —
3 HORN2 7,5 A Claxon
4 C/U IG1 15 A Voor beveiliging van diverse circuits
5 ENG IG1 7,5 A Motorbesturingssysteem
6 — — —
7 INTERIOR 15 A Plafondlamp
8
ENG
B 7,5 A Motorbesturingssysteem
9 AUDIO2 15 A Audio-installatie
10 METER1 10 A Instrumentengroep
11 SRS1 7,5 A Airbag
12 — — —
13 RADIO 7,5 A Audio-installatie
14 ENGINE3 20 A Motorbesturingssysteem
15 ENGINE1 10 A Motorbesturingssysteem
16 ENGINE2 15 A Motorbesturingssysteem
17 AUDIO1 25 A Audio-installatie


Page 550 of 663

7–12
Als er zich een probleem voordoet
Lekke band
OPMERKING
Gooi de lege À es van de
bandreparatievloeistof na gebruik
niet weg. Breng de lege À es van
de bandreparatievloeistof naar een
of¿ ciële Mazda reparateur wanneer
de band vernieuwd wordt. De lege
À es van de bandreparatievloeistof zal
noodzakelijk zijn om de gebruikte
bandreparatievloeistof uit de band te
verwijderen en op te ruimen.
14. Monteer daarna de inspuitslang aan
het uitsteeksel van de À es om lekkage
van achtergebleven afdichtmiddel te
voorkomen.
Uitsteeksel
15. Bevestig de snelheidsbeperkingsticker
op een plaats waar deze voor de
bestuurder goed zichtbaar is.
WAARSCHUWING
Bevestig de snelheidsbeperkingsticker
niet op het stootkussengedeelte van het
stuurwiel:
Bevestigen van de
snelheidsbeperkingsticker op het
stootkussengedeelte van het stuurwiel
is gevaarlijk, omdat de kans bestaat
dat de airbag dan niet normaal
functioneert (activeert), wat ernstig
letsel kan veroorzaken. Bevestig
de sticker ook niet op plaatsen
waar waarschuwingslampjes of de
snelheidsmeter niet gezien kunnen
worden.
16. Trek de luchtcompressorslang en
de luchtcompressorstekker uit de
luchtcompressor.
Compressorslang


Page 578 of 663

7–40
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
*Bepaalde modellen.
Signaal Waarschuwing
Indicatie/
waarschuwingslampje voor
automatische transmissie
*
De indicatie/het lampje gaat branden wanneer er een probleem is met de
transmissie.
OPGELET
Als de waarschuwingsindicatie/het waarschuwingslampje voor de
automatische transmissie gaat branden, is er een elektrisch probleem in de
transmissie. Wanneer u in deze toestand met uw Mazda blijft doorrijden,
kan dit beschadiging van uw transmissie tot gevolg hebben. Raadpleeg
zo spoedig mogelijk een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële
Mazda reparateur.
(Brandt)
TCS/DSC indicatielampje Als het lampje blijft branden, is er mogelijk een defect in het TCS, DSC
of het rembekrachtigingsysteem en bestaat de kans dat deze niet correct
functioneren. Breng uw auto naar een deskundige reparateur, bij voorkeur een
of¿ ciële Mazda reparateur.
Waarschuwingslampje voor
systeem van airbag/voorspanners
van veiligheidsgordels Een defect in het systeem wordt aangeduid als het waarschuwingslampje
constant knippert, constant brandt of helemaal niet brandt wanneer het contact
op ON gezet wordt. Bij elk van deze gevallen dient u zo spoedig mogelijk
een deskundige reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur te
raadplegen. Het systeem zal dan wellicht in het geval van een aanrijding niet
in werking treden. WAARSCHUWING
Sleutel nooit zelf aan de airbag/voorspannersystemen en laat altijd alle
onderhoud en reparatie door een deskundige reparateur, bij voorkeur
een of¿ ciële Mazda reparateur uitvoeren:
Het zelf uitvoeren van onderhoud of sleutelen aan de systemen is
gevaarlijk. De kans bestaat dat een airbag/voorspanner onvoorzien
geactiveerd of buiten werking gesteld wordt.


Page 592 of 663

7–54
Als er zich een probleem voordoet
Waarschuwings-/indicatielampjes en waarschuwingszoemers
In de volgende
gevallen wordt een
waarschuwingszoemer
geactiveerd
Waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting
Als de verlichting is ingeschakeld en het
contact op ACC of uit gezet wordt, zal er
een continue pieptoon klinken zodra het
bestuurdersportier geopend wordt.
OPMERKING
  Wanneer het contact op
ACC gezet wordt, heeft de
“Waarschuwingspieptoon voor
niet-uitgeschakeld contact (STOP)”
(pagina 7-56 ) voorrang boven
de waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting.
  Een gebruikersfunctie is
beschikbaar voor het veranderen
van het geluidsvolume voor
de waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting.
 Zie Gebruikersinstellingen op pagina
9-10 .
Waarschuwingszoemer voor
systeem van airbag/voorspanners
van veiligheidsgordels
Als er een probleem is met de systemen
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels en het oplichten van het
waarschuwingslampje, zal er elke minuut
gedurende ongeveer 5 seconden een
waarschuwingszoemer klinken.
Het geluid van de waarschuwingszoemer
voor het systeem van airbag en
veiligheidsgordelvoorspanners zal
gedurende ongeveer 35 minuten hoorbaar
blijven. Laat uw auto zo spoedig mogelijk
door een deskundige reparateur, bij
voorkeur een of¿ ciële Mazda reparateur
inspecteren.
WAARSCHUWING
Rijd niet met de auto wanneer de
waarschuwingszoemer voor het systeem
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels klinkt:
Rijden met de auto terwijl de
waarschuwingzoemer voor het systeem
van de airbag/voorspanners van
veiligheidsgordels klinkt is gevaarlijk.
Bij een botsing zullen de airbags en
het systeem van de voorspanners van
de veiligheidsgordels niet in werking
treden, hetgeen ernstig of mogelijk
dodelijk letsel tot gevolg kan hebben.
Neem contact op met een deskundige
reparateur, bij voorkeur een of¿ ciële
Mazda reparateur om de auto zo
spoedig mogelijk te laten inspecteren.


Page 619 of 663

8–3
Informatie voor de eigenaar
Garantie
Installatie van niet-originele onderdelen en accessoires
Het aanbrengen van technische wijzigingen aan de originele staat van uw Mazda kan van
invloed zijn op de veiligheid van uw auto. Dergelijke technische wijzigingen omvatten
niet alleen het gebruik van niet geschikte onderdelen, maar ook accessoires, uitrusting of
hulpstukken, zoals velgen en banden.
Originele Mazda onderdelen en originele Mazda accessoires zijn speci¿ ek ontworpen voor
Mazda automobielen.
Andere dan de hierboven vermelde onderdelen en accessoires zijn niet door Mazda
geïnspecteerd en goedgekeurd tenzij dit door Mazda uitdrukkelijk wordt vermeld. Wij
kunnen niet garant staan voor de geschiktheid van dergelijke producten. Mazda kan niet
aansprakelijk gesteld worden voor enigerlei schade veroorzaakt door het gebruik van
dergelijke producten.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig bij het kiezen en installeren van aanvullende elektrische apparatuur,
zoals mobiele telefoons, zend- en ontvanginstallaties, stereo-systemen en auto-
alarmsystemen:
Een simpele fout bij het kiezen of het installeren van verkeerde aanvullende apparatuur
of het kiezen van een verkeerde installateur is gevaarlijk. Essentiële systemen kunnen
beschadigd worden, hetgeen het afslaan van de motor, activering van de airbag (SRS),
buiten werking treden van het ABS/TCS/DSC systeem of brand in de wagen kan
veroorzaken.
Mazda kan niet aansprakelijk gesteld worden voor dood, letsel of onkosten die het gevolg
kunnen zijn van het installeren van aanvullende niet-originele onderdelen of accessoires.


Page 635 of 663

8–19
Informatie voor de eigenaar
Elektromagnetische compatibiliteit
Elektromagnetische compatibiliteit
Uw Mazda is getest en goedgekeurd inzake bepaling UNECE *1 10 welke verband houdt met
elektromagnetische compatibiliteit. Radio Frequentie (RF) zendapparatuur (bijv. mobiele
telefoons, amateur radiozenders, enz.) mag enkel in uw Mazda geïnstalleerd worden als
deze voldoet aan de parameters die in onderstaande tabel worden getoond.
*1 UNECE staat voor Economische Raad van de Verenigde Naties voor Europa (United
Nations Economic Commission for Europe).
Het is uw verantwoordelijkheid er voor te zorgen dat alle apparatuur die u heeft
geïnstalleerd voldoet aan de geldende wettelijke bepalingen. Laat alle apparatuur installeren
door deskundige monteurs.
OPGELET
  Installeer geen zendontvangapparaat, microfoons, luidsprekers of enig ander voorwerp
in het werkingsbereik van het airbagsysteem.
  Bevestig de antennekabel niet aan de oorspronkelijke bedrading, brandstoÀ eidingen of
remleidingen van de auto. Probeer zo veel mogelijk te voorkomen dat de antennekabel
parallel loopt met de bedradingsbundels.
  Houd antenne- en spanningskabels op een afstand van tenminste 100 mm van
elektronische modules en airbags.
  Vermijd het gebruik van de sigarettenaansteker of de insteekbus voor accessoires als
een stroomvoorziening voor RF-zendontvangapparatuur.


Page 652 of 663

10–2
Index
1
120 km/h waarschuwingszoemer ........ 7-58
A
Aanbevolen olie .................................. 6-18
Aanbevolen smeermiddelen .................. 9-5
Aanpasbaar voorverlichtingssysteem
(AFS)................................................. 4-112
Accu .................................................... 6-30
Inspectie van het niveau van het
accu-elektroliet .............................. 6-32
Laden ............................................. 6-33
Onderhoudspunt ............................ 6-32
Technische gegevens ....................... 9-4
Vernieuwen .................................... 6-33
Accu is uitgeput .................................. 7-22
Starten met een hulpaccu .............. 7-22
Achtermistlicht .................................... 4-77
Achterruitverwarming ......................... 4-85
Achterruit ...................................... 4-85
Spiegel ........................................... 4-86
Achteruitrijwaarschuwingssysteem
(RCTA).............................................. 4-129
Actieve motorkap
waarschuwingszoemer ........................ 7-55
Afmetingen ........................................... 9-6
Afsluitklep van brandstoftankdop
Wanneer de afsluitklep van de
brandstofvuldop niet kan worden
geopend ......................................... 7-28
Afstandbediende portiervergrendeling ... 3-4 Afstelbare snelheidsbegrenzer .......... 4-133
Activering/deactivering ............... 4-136
Afstelbare
snelheidsbegrenzerdisplay........... 4-134
Hoofdindicatielampje van afstelbare
snelheidsbegrenzer (oranje) ........ 4-135
Hoofdindicatie van afstelbare
snelheidsbegrenzer (wit) ............. 4-135
Indicatielampje van instelfunctie van
afstelbare snelheidsbegrenzer
(groen) ......................................... 4-135
Instelindicatie van instelfunctie van
afstelbare snelheidsbegrenzer
(groen) ......................................... 4-135
Instellen van het systeem ............ 4-138
Tijdelijk annuleren van het
systeem ........................................ 4-139
Waarschuwingspieptoon
snelheidsbegrenzer ...................... 4-135
Airbagsystemen ................................... 2-39
Als een waarschuwingslampje gaat
branden of knipperen .......................... 7-33
Anti-blokkeer remsysteem (ABS) ....... 4-95
Anti-diefstal beveiligingssysteem ....... 3-61
Anti-wielspin regeling (TCS) ............. 4-96
TCS/DSC indicatielampje ............. 4-97
Asbak ................................................ 5-135
Audiobedieningsschakelaar
Afstellen van het volume .............. 5-69
Audio-uit toets ............................... 5-70
Zoektoets ....................................... 5-69
Audio-installatie .................................. 5-15
Antenne ......................................... 5-15
Audiobedieningsschakelaar........... 5-68
Audioset [Type A (niet-
aanraakscherm)] ............................ 5-30
Audioset [Type B/Type C
(aanraakscherm)] ........................... 5-45
AUX/USB modus.......................... 5-70
Bedieningstips voor
audio-installatie ............................. 5-15


Page 655 of 663

10–5
Index
In de volgende gevallen wordt een
waarschuwingszoemer geactiveerd ..... 7-54
120 km/h waarschuwingszoemer ... 7-58
Actieve motorkap .......................... 7-55
Dodehoekmonitorsysteem (BSM)
waarschuwingszoemer .................. 7-59
i-stop waarschuwingszoemer ........ 7-58
Rijsnelheidsalarm .......................... 7-58
Rijstrookafwijkingwaarschuwingsgeluid ... 7-60
Sleutel-in-auto-achtergelaten
waarschuwingspieptoon (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-57
Sleutel-in-kofferruimte-achtergelaten
waarschuwingszoemer (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-57
Sleutel-uit-auto-verwijderd
waarschuwingspieptoon ................ 7-56
Verzoekschakelaar-buiten-werking
waarschuwingspieptoon (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) ........ 7-57
Waarschuwingspieptoon
buitentemperatuur ......................... 7-58
Waarschuwingspieptoon elektronische
stuurvergrendeling ......................... 7-57
Waarschuwingspieptoon inklapbare
fastback ......................................... 7-56
Waarschuwingspieptoon
snelheidsbegrenzer ........................ 7-60
Waarschuwingspieptoon voor niet-
uitgeschakeld contact (STOP) ....... 7-56
Waarschuwingszoemer van
stuurbekrachtiging ......................... 7-58
Waarschuwingszoemer voor
bandenspanning ............................. 7-59
Waarschuwingszoemer voor systeem van airbag/
voorspanner van veiligheidsgordel
.......... 7-54
Waarschuwingszoemer voor
veiligheidsgordel ........................... 7-55
Waarschuwing voor niet-
uitgeschakelde verlichting ............. 7-54 Indicatielampjes .................................. 4-49
Lage
motorkoelvloeistoftemperatuur ..... 4-51
Sleutel ............................................ 4-51
Inhouden ............................................... 9-6
Inklapbare fastback ............................. 3-50
Wanneer het dak niet gesloten kan
worden ........................................... 7-67
Inrijden ................................................ 3-67
Installatie van niet-originele onderdelen en
accessoires ............................................. 8-3
Instapverlichtingssysteem ................. 5-124
Instrumentengroep .............................. 4-25
Instrumentenpaneelverlichting ............ 4-29
Interieurverlichting
Kofferruimteverlichting .............. 5-123
Plafondlamp ................................ 5-123
K
Kilometerteller en dagteller ....... 4-26, 4-37
Kinderzitje
Categorieën kinderzitjes ................ 2-25
Installeren van een kinderzitje ...... 2-25
Installeren van kinderzitjes ........... 2-34
Tabel voor geschiktheid van
kinderzitjes voor diverse
zitposities....................................... 2-31
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van
een kinderzitje ............................... 2-19
Klimaatregelsysteem ............................. 5-2
Bedieningstips ................................. 5-2
Bediening van de luchtroosters ....... 5-3
Handbediend type............................ 5-5
Volautomatisch type ...................... 5-11
Klok..................................................... 5-34
Knipperautomaat
Koplampen .................................... 4-70
Waarschuwing ............................... 4-87
Kofferdeksel ........................................ 3-25
Wanneer het kofferdeksel niet geopend
kan worden .................................... 7-61
Kofferruimteverlichting .................... 5-123


Page 658 of 663

10–8
Index
S
SRS airbags
Beperkingen van de SRS airbag .... 2-52
Bewaking....................................... 2-59
Criteria voor SRS airbag
activering ....................................... 2-51
Inzittende passagier
detectiesysteem ............................. 2-54
Onderdelen van het aanvullend
beveiligingssysteem ...................... 2-46
Werking van de SRS airbags ......... 2-48
Signalen voor rijbaanverandering ....... 4-79
Sleepmethoden .................................... 7-29
Slepen
Haak .............................................. 7-30
Trekken van caravans en
aanhangers ..................................... 3-75
Slepen in noodgevallen
Sleephaken .................................... 7-30
Sleepmethoden .............................. 7-29
Sleutel-in-auto-achtergelaten
waarschuwingspieptoon (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) .............. 7-57
Sleutel-in-kofferruimte-achtergelaten
waarschuwingszoemer (Met
geavanceerde afstandbediende
portiervergrendelingsfunctie) .............. 7-57
Sleutels .................................................. 3-2
Sleutel-uit functie ............................ 3-9
Zender ............................................. 3-5
Sleutel uit auto verwijderd
waarschuwingszoemtoon .................... 7-56
Sleutel-uit functie .................................. 3-9
Smering van de carrosserie ................. 6-25
Snelheidsmeter .................................... 4-26
Spiegels
Binnenspiegel ................................ 3-37
Buitenspiegels ............................... 3-35
Spiegelverwarming ............................. 4-86
Start-blokkeersysteem ......................... 3-59 Starten in noodgevallen
Starten door aanduwen .................. 7-25
Starten van een verzopen motor .... 7-25
Starten met een hulpaccu .................... 7-22
Starten van de motor ............................. 4-6
Stekkerbus voor accessoires ............. 5-125
Stuurbekrachtiging ............................ 4-109
Stuurwiel ............................................. 3-34
Claxon ........................................... 4-87
T
Technische gegevens ............................. 9-4
Thuiskomstverlichting ........................ 4-75
Toerenteller ......................................... 4-27
U
Uitlaatgasreinigingssysteem ............... 3-29
V
Veiligheidsgordelsysteem ................... 2-14
Noodblokkering............................. 2-13
Voorzorgsmaatregelen bij gebruik van
de veiligheidsgordels ....................... 2-9
Zwangere vrouwen ........................ 2-12
Verlichtingsregelaar ............................ 4-70
Vernieuwen
Banden........................................... 6-39
Gloeilampen .................................. 6-42
Ruitenwisser .................................. 6-25
Sleutelbatterij ................................ 6-33
Wiel ............................................... 6-40
Zekering ........................................ 6-52
Vertrekverlichting ............................... 4-76


Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 next >