ESP Peugeot 206 P 2010 Handleiding (in Dutch)

Page 86 of 107

!
90
Bij het ontwerp van het elektrische
circuit van uw auto is reeds reke-
ning gehouden met de montage
van zowel de standaarduitrusting
als eventuele opties.
Raadpleeg het PEUGEOT-net-
werk voordat u andere elektrische
voorzieningen of accessoires in de
auto monteert of laat monteren.
Sommige elektrische accessoires
zelf, of de wijze waarop die zijn
gemonteerd, kunnen de werking
van de elektrische systemen van
de auto (de elektronische bedie-
ningssystemen, het audiosysteem
en het laadcircuit) nadelig beïn-
vloeden.
PEUGEOT is niet aansprakelijk
voor kosten die voortvloeien uit
het verhelpen van storingen ver-
oorzaakt door het monteren van
extra accessoires die niet door
PEUGEOT aanbevolen en gele-
verd worden en niet volgens de
voorschriften zijn gemonteerd, met
name als het totale stroomverbruik
van de aangesloten apparatuur
meer dan 10 mA bedraagt.
De hoofdzekeringen zorgen voor
een extra beveiliging van de
elektrische installatie. Laat werk-
zaamheden aan hoofdzekeringen
alleen door het PEUGEOT -net-
werk uitvoeren.

Zekering Ampère Functies
MF1 20A / 50A Motorventilateur zonder / met airconditi oning
MF2 20A / 30A ABS / ESP
MF3 20A / 30A ABS / ESP
MF4 70A Voeding intelligente servicecentrale (BSI)
MF5 70A Voeding intelligente servicecentrale (BSI)
MF6 - Niet gebruikt
MF7 30A Voeding stuur-/contactslot
MF8 - Niet gebruikt

Page 94 of 107

97

GEWICHTEN EN AANHANGERGEWICHTEN (IN KG)

Benzinemotoren
1,1 liter 60 pk 1,4 liter 75 pk
Versnellingsbak Handgeschakeld
Ledig gewicht rijklaar 945 952
Maximum technisch toegestane massa totaal
(MTAC) 1 384 1 421
Maximum toegestaan treingewicht 1 884 2 321
Aanhanger ongeremd 485 510
Aanhanger geremd * (binnen max. toegestaan
treingewicht) 750 1 178
Aanbevolen kogeldruk 50 50
* Het totale gewicht van de geremde aanhanger kan, bin nen het maximum toegestane treingewicht, worden verhoogd indi en
de belading van de auto wordt verminderd. Houd er in dat g eval rekening mee dat het trekken van een aanhanger met een
licht beladen auto een negatieve invloed heeft op het weggedrag.
Het maximaal toegestane treingewicht en de aanhangergewich ten gelden tot een hoogte van maximaal 1000 meter; het
opgegeven aanhangergewicht dient voor elke extra 1000 meter me t 10% te worden verminderd. Bij het trekken van een aan-
hanger geldt een maximumsnelheid van 100 km/h (respecteer de wetg eving in uw land, in Nederland wettelijk 80 km/h).
Bij hoge buitentemperaturen kunnen de prestaties van de aut o minder worden om de motor te beschermen. Als de buiten-
temperatuur meer dan 37°C bedraagt, moet het treingewicht wo rden verminderd.

Page 95 of 107

99
* Het totale gewicht van de geremde aanhanger kan, binnen het maximum toegestane treingewicht, worden verhoogd indi en
de belading van de auto wordt verminderd. Houd er in dat g eval rekening mee dat het trekken van een aanhanger met een
licht beladen auto een negatieve invloed heeft op het weggedrag.
Het maximaal toegestane treingewicht en de aanhangergewich ten gelden tot een hoogte van maximaal 1000 meter; het op-
gegeven aanhangergewicht dient voor elke extra 1000 meter met 10% te worden verminderd.
Bij het trekken van een aanhanger geldt een maximumsnelheid van 100 km/h (respecteer de wetgeving in uw land, in
Nederland wettelijk 80 km/h).
Bij hoge buitentemperaturen kunnen de prestaties van de auto minder worden om de motor te beschermen. Als de buiten-
temperatuur meer dan 37°C bedraagt, moet het treingewicht wo rden verminderd.

GEWICHTEN EN AANHANGERGEWICHTEN (IN KG)

Dieselmotor
1,4 liter Turbo HDI 70 pk
Versnellingsbak Handgeschakeld
Ledig gewicht rijklaar 980
Maximum technisch toegestane massa totaal 1 476
Maximum toegestaan treingewicht 2 376
Aanhanger ongeremd 520
Aanhanger geremd *
(binnen max. toegestaan treingewicht) 1 178
Aanbevolen kogeldruk 50

Page 104 of 107

10
107
Automatisch afstemmen
Druk kort op één van de toetsen J of

L om respectievelijk de volgende of
vorige zender te selecteren. Als deze
toets wordt vastgehouden, blijft de ra-
dio in de gekozen volgorde frequenties
afzoeken.
De radio stopt bij de eerste zender die
na het loslaten van de toets wordt ge-
vonden.
Als de functie TA is ingeschakeld, wordt
alleen afgestemd op zenders die ver-
keersinformatie uitzenden.
Eerst worden de sterkste zenders afge-
zocht in de stand “LO” . Daarna wordt
in de stand “DX” ook naar zwakkere
zenders gezocht.
Druk twee keer kort op de toets J of L
om direct in de stand “DX” op de zwak-
kere zenders af te kunnen stemmen. Handmatig afstemmen
Druk op de toets
“MAN” .
Druk kort op de toets J of L om respec-
tievelijk de volgende of vorige zender te
selecteren.
Als deze toets wordt vastgehouden,
blijft de radio in de gekozen volgorde
frequenties afzoeken.
Het zoeken stopt zodra de toets wordt
losgelaten.
Als de toets “MAN” opnieuw wordt in-
gedrukt, wordt teruggekeerd naar het
automatisch afstemmen op een zen-
der.
Handmatig opslaan van zenders
Kies het gewenste station.
Houd één van de voorkeuzetoetsen
“1” t/m “6” langer dan twee seconden
ingedrukt.
Het geluid valt weg en keert weer terug:
de desbetreffende zender is nu opge-
slagen. Automatisch opslaan van
FM-zenders (autostore)
Houd de toets O langer
dan twee seconden in-
gedrukt.
Oproepen van opgeslagen zenders
Telkens als een van de toetsen “1” t/m

“6” wordt ingedrukt, wordt de desbe-
treffende zender weergegeven.
De autoradio slaat automatisch de
6 sterkste
FM -zenders op. Deze zen-
ders worden op de FMast-band opge-
slagen.
Als er minder dan 6 zenders worden
gevonden, blijven de resterende geheu-
gens ongewijzigd.

Page 106 of 107

10
!
109
CD-SPELER
Selecteren van de CD-speler
Uitwerpen van een CD Selecteren van een nummer van
de CD
Druk op de toets
J om het volgende
nummer te selecteren.
Druk op de toets L om terug te gaan
naar het begin van het afgespeelde
nummer of het vorige nummer.
Versneld afspelen
Houd één van de toetsen J of L inge-
drukt om de CD versneld vooruit of ach-
teruit af te spelen.
Het versneld afspelen stopt zodra de
toets wordt losgelaten. Random-functie (RDM)
Houd, op het moment dat de CD-spe-
ler als geluidsbron is gekozen, de toets

N 2 seconden ingedrukt. De nummers
van de CD worden nu in een willekeu-
rige volgorde afgespeeld. Druk de toets

N opnieuw 2 seconden in om weer op
normaal spelen over te schakelen.
De random-functie wordt uitgeschakeld
zodra de radio wordt uitgezet.
Het gebruik van gekraste CD’s
kan storingen veroorzaken.
Gebruik uitsluitend CD’s met een
ronde vorm.
Druk op de toets
D om
de CD uit de CD-speler
te werpen.
Zodra een CD in de CD-
speler wordt gestoken
met de bedrukte zijde
naar boven gericht, zal
de CD-speler de CD au-
tomatisch afspelen.
Als er al een CD in het apparaat zit,
druk dan op de toets N .

Page 107 of 107

!
VEILIGHEID
59
STABILITEITSCONTROLESYSTEMEN
Antispinregeling
(ASR) en elektronisch
stabiliteitsprogramma (ESP)
Inschakelen
De systemen worden automatisch inge-
schakeld zodra de motor wordt gestart. De systemen worden geacti-
veerd zodra de wielen te weinig
grip hebben of de koers van de
auto afwijkt van de door de be-
stuurder gewenste richting.
In dat geval gaat dit controle-
lampje op het instrumentenpa-
neel knipperen. Uitschakelen
In bijzondere omstandigheden (als de
auto vastzit in de modder, sneeuw, in
mulle grond,...) kan het nuttig zijn de
systemen ASR en ESP uit te schake-
len, zodat de wielen kunnen spinnen en
weer grip kunnen krijgen.

 Druk op de knop "ESP OFF" , die
zich links onder het stuur bevindt.
Opnieuw inschakelen:
Deze systemen worden automatisch
weer ingeschakeld als het contact op-
nieuw wordt aangezet.

 Druk nogmaals op de knop "ESP
OFF" om de systemen handmatig
weer in te schakelen. Als dit verklikkerlampje op het
instrumentenpaneel en het
verklikkerlampje van de knop
branden, zijn de systemen ASR
en ESP uitgeschakeld. Storing
Als dit verklikkerlampje gaat
branden in combinatie met een
geluidssignaal en een melding
op het multifunctionele display,
duidt dit op een storing in deze
systemen.
Laat de systemen controleren door het
PEUGEOT-netwerk.
De systemen ASR en ESP zor-
gen voor meer veiligheid tijdens
het rijden. De bestuurder mag zich
echter nooit laten verleiden tot het
nemen van meer risico's of het te
hard rijden.
De goede werking van de syste-
men wordt verzekerd door de na-
leving van de voorschriften van
de constructeur op het gebied van
wielen (banden en velgen), onder-
delen van het remsysteem, elek-
tronische onderdelen alsmede de
montageprocedure en het uitvoe-
ren van werkzaamheden door het
PEUGEOT-netwerk.
Laat de systemen na een aanrijding
controleren door het PEUGEOT-
netwerk.
De antispinregeling verbetert de tractie
van de wielen om doorspinnen te voor-
komen, door in te grijpen op de remmen
van de aangedreven wielen en op het
motorkoppel.
Het elektronisch stabiliteitsprogram-
ma grijpt in via de remmen van één of
meerdere wielen en via het motorkop-
pel om de auto (binnen de grenzen van
de natuurkundige wetmatigheden) weer
in de juiste koers te brengen.

Page:   < prev 1-10 11-20