display Peugeot 208 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 98 of 328

96
Rijden
Het controlelampje "ECO"
gaat uit ende motor wordt automatisch gestart:
-
bij een handgeschakelde
versnellingsbak , als u hetkoppelingspedaal intrapt, -
bij een gestuurde handgeschakelde
versnellingsbak:●
met de selectiehendel in de stand A
of M
, wanneer u het rempedaal loslaat,

met de selectiehendel in de stand N
en het rempedaal niet ingetrapt, wanneer u de selectiehendel in de stand A
of Mzet,

of wanneer u de achteruitversnellinginschakelt.

Uit veili
gheids- of comfor tover wegingen kan deSTART-stand automatisch worden geactiveerdals:


Bijzonderheden: automatisch
activeren van de START-stand


- het bestuurderportier wordt geopend,

- de veiligheidsgordel van de bestuurder
wordt losgemaakt,

- de snelheid van de auto hoger is dan
11 k m / h (gestuurde handgeschakelde
versnellingsbak),

- er bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, instelling
airconditioning...).


Als het systeem in de STOP-standwordt uitgeschakeld, dan wordt de motor direct weer gestart.
U kunt deze functie op elk willekeuri
g moment uitschakelen door de schakelaar "ECO OFF"inte drukken.
Het controlelampje in de schakelaar gaatbranden en er verschijnt een melding op het
display.

Uitschakelen
Het controlelampje "ECO"
knippert eenpaar seconden en gaat ver volgens uit.
Dat onder deze omstandigheden de START-stand wordt geactiveerd, is volkomen
normaal.

Page 99 of 328

97
4
Rijden
Het systeem wordt automatisch ingeschakeld zodra u het contactopnieuw aanzet.



Inschakelen

Druk nogmaals op de schakelaar "ECO OFF"
.
Het s
ysteem is dan weer ingeschakeld; hetcontrolelampje in de schakelaar gaat uit en er
wordt een melding op het display weergegeven.
Storingen
Bij een storing in het systeem gaat hetcontrolelampje in de schakelaar "ECO OFF"knipperen en ver volgens constant branden. Laat het systeem controleren door het PEUGEOT- netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Als er in de
STOP-stand een storing zou
optreden, kan het zijn dat de motor niet
meer wil aanslaan of direct afslaat. Allecontrolelampjes op het instrumentenpaneelgaan branden. Zet in dat geval het contact af en
start de auto dan met behulp van de sleutel.
Schakel omwille van de veiligheid het Stop & Start-systeem altijd uit als u handelingen onder de motorkap wiltuitvoeren.

Dit s
ysteem heeft specifieke kenmerkenen maakt gebruik van een speciale accu(raadpleeg voor meer informatie het
PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats).
Het gebruik van een andere dan de door
PEUGEOT voorgeschreven accu's kan leiden
tot storingen in het systeem.



Onderhoud

Het Stop & Start-systeem maakt gebruik van geavanceerde technologie. Laateventuele werkzaamheden aan dit type accu uitvoeren door het PEUGEOT- net wer kof door een gekwalificeerde werkplaats.

Page 101 of 328

99
4
Rijden





Snelheidsbegrenzer


De snelheidsbegrenzer voorkomt dat de
auto de door de bestuurder ingesteldemaximumsnelheid overschrijdt.
Als de ingestelde maximumsnelheid is bereikt, heeft
het dieper intrappen van het gaspedaal geen effect.
Het inschakelen
van de snelheidsbegrenzer geschiedt handmatig: de ingestelde snelheid
dient minimaal 30 km/h te bedragen.

Het uitschakelenvan de snelheidsbegrenzer geschiedt eveneens handmatig met de hendel.

Door het gaspedaal tot voorbij het zware punt in te trappen, kan de ingestelde snelheid
tijdelijk worden overschreden.
Als het gaspedaal vervolgens geleidelijk weer
wordt losgelaten en de wagensnelheid onder
de ingestelde maximumsnelheid komt, wordt desnelheidsbegrenzer weer geactiveerd.

Bij het gebruik van de snelheidsbegrenzer moetde bestuurder te allen tijde de snelheidslimiet inacht nemen, zijn aandacht op het verkeer blijven vestigen en zijn verantwoordelijkheid nemen.
De bediening van de snelheidsbegrenzer is
ondergebracht in de hendel A.1.Knop voor het selecteren van de snelheidsbegrenzer 2.Toets voor het verlagen van de ingestelde snelheid3. Toets voor het verhogen van de ingestelde snelheid 4.
Toets voor het in-/uitschakelen van de snelheidsbegrenzer

Stuurkolomschakelaars

De informatie van de snelheidsbegrenzer
wordt weergegeven op het display van hetinstrumentenpaneel.
5. Snelheidsbegrenzer A AN/UIT
6. Snelheidsbegrenzer geselecteerd
7. Ingestelde snelheid 8. Selecteren van een opgeslagen snelheid.
(zie paragraaf "Snelheden opslaan")


Weergave op het display
De ingestelde maximumsnelheid blijft na het
afzetten van het contact opgeslagen in hetgeheugen.

Page 102 of 328

100
Rijden
) Draai de knop 1 in de stand "LIMIT":de snelheidsbegrenzer is geselecteerd,
maar nog niet ingeschakeld (PAUSE).
Er kan een snelheid worden ingesteldzonder de begrenzer in te schakelen.

Programmeren
Als het gaspedaal geleidelijk wordt ingetrapt, wordt de snelheid niet
verhoogd. Als het gaspedaal met krachtwordt ingetrapt, tot voorbijhet zware punt, wordt de begrenzer tijdelijk uitgeschakeld en gaat de
ingestelde snelheid op het display knipperen.
Het knipperen van de in
gestelde snelheid stopt automatisch als hetgaspedaal wordt losgelaten.

Uitschakelen van de
snelheidsbe
grenzer
)Draai de knop 1in de stand "0"
: de
selectie van de snelheidsbegrenzer wordt
ongedaan gemaakt. Op het display wordt
weer de kilometerteller weergegeven.

Bij een steile afdaling of bij het krachtigintrappen van het gaspedaal kan de snelheidsbegrenzer niet voorkomendat de ingestelde snelheid wordtoverschreden. Om te voorkomen dat de pedalen blijven hangen:


- controleer of de mat goed op zijnplaats ligt,


- leg nooit meerdere matten op elkaar.

In het
geval van een storing in desnelheidsbegrenzer wordt de ingestelde snelheidgewist en knipperen de streepjes op het display.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.


Storing
)
Stel de snelheid in door op de toets 2 of 3
te drukken (bijv.: 90 km/h).U kunt de ingestelde snelheid ver volgens wijzigen met de toetsen 2en 3:- +/- 1 km = kort indrukken,
- +/- 5 km = lang indrukken,
- +/- in stappen van 5 km = ingedrukt houden.


Overschrijden van de ingestelde snelheid
)Weer inschakelen van de snelheidsbegrenzer: druk nogmaals op de toets 4.
)Inschakelen van de snelheidsbegrenzer: druk op de toets 4.)Uitschakelen van de snelheidsbegrenzer: druk nogmaals op de
toets 4 : het uitschakelen wordt bevestigd op het display (PAUSE).

Page 103 of 328

101
4
Rijden





Snelheidsregelaar


Met behulp van de snelheidsregelaar kan
de bestuurder met een constante ingesteldesnelheid rijden zonder gas te hoeven geven.
H
et inschakelen
van de snelheidsregelaar geschiedt handmatig waarbij de ingesteldesnelheid minimaal 40 km/h dient te bedragen en:


- de vierde versnelling moet zijn
ingeschakeld bij een handgeschakelde
versnellingsbak,

- de tweede versnelling moet zijn ingeschakeld
bij rijden in de handmatige stand bij eengestuurde handgeschakelde versnellingsbak
of automatische transmissie,

- bi
j een gestuurde handgeschakelde
versnellingsbak moet de stand Azijn geselecteerd en bij een automatische
versnellingsbak moet de stand Dzijn geselecteerd.

Het uitschakelenvan de snelheidsregelaar geschiedt handmatig met de hendel, door het
rem- of koppelingspedaal in te trappen of, uit
veiligheidsoverwegingen, door activering vande "dynamische stabiliteitscontrole".
Door het gaspedaal in te trappen, kan de
in
gestelde snelheid tijdelijk worden overschreden.
Na het afzetten van het contact worden alle
ingestelde snelheden gewist. Om weer terug tekeren naar de ingestelde snelheid is het voldoendehet gaspedaal los te laten.
Bij het gebruik van de snelheidsregelaar moet
de bestuurder te allen tijde de snelheidslimiet in
acht nemen, zijn aandacht op het verkeer blijven
vestigen en zijn verantwoordelijkheid nemen. De bedienin
g van de snelheidsregelaar is
ondergebracht in de hendel A
.
1.Knop voor het selecteren van de snelheidsregelaar 2.
Toets voor het verlagen van de ingestelde snelheid 3.
Toets voor het verhogen van de ingestelde snelheid 4.
Toets voor het in-/uitschakelen van de snelheidsregelaar

Stuurkolomschakelaars
Bij het gebruik van de snelheidsregelaar moet de bestuurder te allen tijde desnelheidslimiet in acht nemen, zijnaandacht op het verkeer blijven vestigen en zijn verantwoordelijkheid nemen.
De informatie van de snelheidsre
gelaar
wordt weergegeven op het display van het
instrumentenpaneel.
5. Snelheidsre
gelaar A AN/UIT
6. Snelheidsregelaar geselecteerd 7.Ingestelde snelheid 8. Selecteren van een opgeslagen snelheid.
(zie paragraaf "Snelheden opslaan")


Weergave op het display

Page 104 of 328

102
Rijden
) Draai de knop 1 in de stand "CRUISE":de snelheidsregelaar is geselecteerd,
maar nog niet ingeschakeld (PAUSE).


Programmeren
U kunt de ingestelde snelheid ver volgens wijzigen met de toetsen 2en 3:- +/- 1 km = kort indrukken,
- +/- 5 km = lang indrukken,
- +/- in stappen van 5 km = ingedrukt houden.



Als de ingestelde snelheid wordt overschreden, gaat de ingestelde snelheid op het display knipperen.
Het knipperen van de ingestelde snelheid stopt automatisch als de snelheid weer is gedaald tot de ingestelde snelheid.

Let tijdens het gebruik van desnelheidsregelaar op wanneer u de snelheid met de toetsen instelt; dit kan een plotselinge verandering van dewagensnelheid veroorzaken. Gebruik de snelheidsregelaar niet opgladde wegen of bij zeer druk verkeer.
Bij een steile afdaling kan de snelheidsregelaar niet voorkomen dat de ingestelde snelheid wordtoverschreden. Om te voorkomen dat de werking vande pedalen wordt geblokkeerd:


- controleer of de mat goed op zijnplaats ligt,

- gebruik nooit meer dan één mat per plaats.


In het geval van een storing in desnelheidsregelaar wordt de ingestelde snelheid gewist en knipperen de streepjes op het display.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.

Storing
Uitschakelen van de snelheidsregelaar
)Draai de knop 1
in de stand "0"
: de selectie van de
snelheidsregelaar wordt ongedaan gemaakt. Op het display wordt
weer de kilometerteller weergegeven.
Overschrijden van de ingestelde snelheid
)Stel de snelheid in door de
wagensnelheid op het gewenste niveau
te brengen en vervolgens op de toets
2of 3te drukken (bijv.: 110 km/h).
)Uitschakelen van de snelheidsregelaar: druk op de toets 4: het uitschakelen wordt bevestigd op het display (PAUSE).


)Weer inschakelen van de snelheidsregelaar: druk nogmaals op de
toets 4.

Page 106 of 328

104
Rijden
Deze functie signaleert met behulp van sensoren in de bumper obstakels in denabijheid van de auto (personen, auto's,
bomen, slagbomen, enz.) die binnen het detectiebereik vallen.
Bepaalde obstakels (paaltjes, pionnen, enz.) die aanvankelijk wel worden gedetecteerd,
worden door dode hoeken in het detectiebereik mogelijk niet meer gedetecteerd als ze zich
vlak bij de auto bevinden.





Parkeerhulp


Deze functie is een hulpsysteem: de bestuurder dient altijd aler t te blijven enis zelf verantwoordelijk. De
functie wordt geactiveerd zodra de
achteruitversnelling wordt ingeschakeld. Hierbij klinkt een geluidssignaal.
Zodra de achteruitversnelling wordt uitgeschakeld, is de functie niet meer actief.


Parkeerhulp achter


Geluidssignalen

De bestuurder wordt via een onderbroken geluidssignaal gewaarschuwd bij het naderen van
obstakels. De frequentie van het geluidssignaal
neemt toe naarmate de auto het obstakel nadert.
Aan de weergave van het geluidssignaal via de luidspreker (rechts of links) is te herkennen aan
we
lke zijde van de auto het obstakel zich bevindt.
Zodra de afstand tussen de auto en het
obstakel kleiner wordt dan dertig centimeter, klinkt het geluidssignaal ononderbroken.


Grafi sche weergave

De grafische weergave is een aanvulling op het
geluidssignaal. Op het multifunctionele display
worden blokjes weergegeven die het pictogram
van de auto steeds dichter naderen. Als de auto het obstakel zeer dicht genaderd is, verschijnt
ook het symbool "Gevaar" op het display.

Page 107 of 328

105
4
Rijden
omstandigheden of de sensoren soms bedekt zijn met modder, ijs of sneeuw. Bij het inschakelen vande achteruitversnelling geeft eengeluidssignaal (lange pieptoon) aan datde sensoren vuil kunnen zijn. Als de snelheid van de auto lager
is dan 10 km/h, kan de parkeerhulp geluidssignalen geven als reactie op bepaalde omgevingsgeluiden (motoren,vrachtwagens, drilboren, enz.).

Als er een storing optreedt, gaat bij het inschakelen vande achteruitversnelling dit
verklikkerlampje op het instrumentenpaneelbranden en/of wordt er een bericht op hetdisplay weergegeven, in combinatie met een geluidssignaal (kor te pieptoon).
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.


Storing
De functie wordt automatischuitgeschakeld zodra een aanhanger wordt aangekoppeld of eenfietsendrager wordt gemonteerd (auto's voorzien van een door PEUGEOTaanbevolen trekhaak of fietsendrager).




Uitschakelen/activeren van de parkeerhulp achter

De functie kan worden uitgeschakeld door deze
knop in te drukken. Het controlelampje in de
knop gaat branden.
Door de knop opnieuw in te drukken wordt de
functie weer geactiveerd. Het controlelampje dooft.

Page 112 of 328

110
Zicht
Verlichting overdag
De verlichting overdag is verplicht in sommigelanden en wordt automatisch ingeschakeldals de motor wordt gestart zodat de auto
overdag beter zichtbaar is voor de overige
weggebruikers.
LED-verlichting
Deze wordt automatisch ingeschakeld als demotor wordt gestar t.
Afhankelijk van het land van bestemming doet
deze verlichting dienst als:
- verlichting overdag
* en als parkeerlicht 's nachts (bij de verlichting overdag is delichtsterkte groter),
of als- parkeerlichten overdag en 's nachts.
*
functie kan worden ingesteld via het configuratiemenu van de auto.
De verlichting overdag is beschikbaar:


- in landen waar dit volgens de wetgeving
verplicht is;
het dimlicht brandt in combinatiemet de parkeerlichten en de kentekenplaatverlichting; deze functie kan
niet worden uitgeschakeld.

- in overige landen;
er branden speciale lichtunits (gloeilampenof LED's); deze functie kan worden in- enuitgeschakeld via het configuratiemenu vande auto.
De lichtschakelaar moet in de stand "0"of
"AU TO "
(verlichting overdag) staan.
Het uitschakelen van de verlichting overdagvindt plaats als de lichtschakelaar wordtbediend of als de motor weer wordt gestart; hetinschakelen van de verlichting overdag vindt
onmiddellijk plaats.

De verlichtin
g van de cockpit (instrumentenpaneel,
multifunctioneel display, bedieningspaneel
airconditioning, ...) gaat niet branden, behalve
wanneer deze bij donker automatisch wordt
ingeschakeld of wanneer de verlichting wordt
ingeschakeld (handmatig of automatisch).

Page 114 of 328

112
Zicht
Het parkeerlicht en het dimlicht worden
automatisch ingeschakeld als de lichtsterkte
van de omgeving onvoldoende is of in
bepaalde gevallen dat de ruitenwissers worden
ingeschakeld.
De verlichting wordt uitgeschakeld als de
lichtsterkte van de omgeving weer voldoende is
of nadat het wissen is gestopt.
Automatische verlichting
Inschakelen
)Draai de ring in de stand "AUTO". Hetinschakelen wordt bevestigd door een melding op het display.
Uitschakelen
)Draai de ring in een andere stand. Het uitschakelen wordt bevestigd door eenmelding op het display.


Automatische follow me home-verlichting

De koppeling van de automatische follow
me home-verlichting aan de automatische
verlichting biedt de volgende extra
mogelijkheden:


- instellen van de duur van de follow me
home-verlichting (15, 30 of 60 seconden),

- automatische inschakeling van de follow
me home-verlichting als de automatische
verlichtin
g is ingeschakeld.

Storing

Bij een storing in de lichtsensor gaat de verlichting branden, wordt
dit pictogram weergegeven op het instrumentenpaneel en/of verschijnt een melding op het display in combinatie met eengeluidssignaal.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of eengekwalificeerde werkplaats.


Als de lichtsensor bij mist of sneeuwvoldoende licht waarneemt, wordt de verlichting niet automatischingeschakeld. Dek de met de regensensor gecombineerde lichtsensor die zich inhet midden van de voorruit achter debinnenspiegel bevindt, niet af. De aande sensor gekoppelde functies wordendan niet meer bediend.



Instellen
De tijdsduur van de follow me home-verlichting kan via het configuratiemenu van de auto
worden ingesteld.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 70 next >