70
Comfort
Automatische airconditioning met gescheiden regeling De airconditioning werkt uitsluitend bij draaiende motor.
Automatische werking
1. Automatisch programma "comfort"
Er zijn drie standen waaruit de bestuurder en zijn passagier kunnen kiezen voor het
gewenste comfor t in het interieur.
Om bij koude motor de toevoer vankoude lucht te beperken, wordt de ventilatie geleidelijk op het optimaleniveau gebracht.
Bij koud weer wordt de warme luchtuitsluitend naar de voorruit, de zijruiten en de beenruimte van de passagiersverdeeld.
2 - 3. Te m p e r a t u u r r egeling aan bestuurders-/passagierszijde
De bestuurder en voorpassagier kunnen de
temperatuur afzonderlijk naar wens instellen.
De op het displa
y weergegeven waarde heeft
betrekking op een bepaald comfortniveau enniet op de temperatuur in graden Celsius of
Fahrenheit.
) Duw de impulstoets 2 of 3
omlaag(blauw) om de waarde te verlagen
o
f omhoog (rood) om de waarde
te verhogen. Voor het beste com
promis tussen
thermisch comfor t en een laaggeluidsniveau. Voor een aan
genaam comfor t en een zo laag mogelijk geluidsniveau,
aan
gezien de aanjagersnelheid beperkt wordt.
V
oor een doeltreffende en
dynamische luchttoevoer.
)
Druk herhaaldelijk op de toets "AUTO". Het lampje gaat branden zodra de toets wordt
ingedrukt; de ingeschakelde stand verschijnt op het
display van de automatische
airconditioning.