display Peugeot 307 SW 2003 Handleiding (in Dutch)

Page 144 of 183

14-04-2003
ANTI SPIN REGELING (ASR) EN ELEKTRONISCH
STABILITEITS PROGRAMMA(ESP) Deze systemen staan in verbinding
met het ABS en zijn hier een aanvul-ling op.
Het ASR-systeem past de aandrijf- kracht aan om het doorspinnen vande wielen te voorkomen via de rem-men van de aangedreven wielen en
de motor. De ASR zorgt ook voormeer koersstabiliteit bij het accelere-ren. Het ESP-systeem grijpt automatisch via het remsysteem en de motor inals de koers van de auto afwijkt vande door de bestuurder gewensterichting. Controle van werkingBij een storing in de syste- men zal het verklikkerlampjegaan branden in combinatiemet een geluidssignaal ende melding "ESP/ASR bui-
ten gebruik" op het multifunctionele
display.
Raadpleeg uw PEUGEOT-service- punt om het systeem na te laten kijken.
UW 307 SW IN DETAIL
130
Het ESP-systeem zorgt voor meer veiligheid tij-dens het rijden. De be-stuurder mag zich echternooit laten verleiden tot
het nemen van meer risico's enhet te hard rijden. De goede werking van het sys- teem wordt verzekerd door denaleving van de voorschriften vande constructeur op het gebied vanwielen (banden en velgen), onder-delen van het remsysteem, elek-tronische onderdelen alsmede demontageprocedure en het uitvoe-ren van werkzaamheden door een
PEUGEOT-servicepunt. Laat het systeem na een aanrij- ding controleren door een
PEUGEOT-servicepunt.
NOODREMASSISTENTIE Dit systeem zorgt ervoor dat in nood- gevallen de optimale remdruk snellerwordt bereikt, zodat de remafstandkleiner wordt. Het systeem wordt ingeschakeld als de snelheid waarmee het rempedaalwordt ingedrukt groot is en zorgtervoor dat de benodigde bedienings-
kracht minder wordt en dat de effec-tiviteit van het remmen wordt ver-groot.
Stop onmiddellijk. Raadpleeg in beide gevallen een
PEUGEOT-servicepunt.
De normale werking van het antiblokkeersysteem kan merk-baar zijn door het trillen van hetrempedaal.
Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledigin en laat het niet los.

Page 145 of 183

14-04-2003
ANTI SPIN REGELING (ASR) EN ELEKTRONISCH
STABILITEITS PROGRAMMA(ESP) Deze systemen staan in verbinding
met het ABS en zijn hier een aanvul-ling op.
Het ASR-systeem past de aandrijf- kracht aan om het doorspinnen vande wielen te voorkomen via de rem-men van de aangedreven wielen en
de motor. De ASR zorgt ook voormeer koersstabiliteit bij het accelere-ren. Het ESP-systeem grijpt automatisch via het remsysteem en de motor inals de koers van de auto afwijkt vande door de bestuurder gewensterichting. Controle van werkingBij een storing in de syste- men zal het verklikkerlampjegaan branden in combinatiemet een geluidssignaal ende melding "ESP/ASR bui-
ten gebruik" op het multifunctionele
display.
Raadpleeg uw PEUGEOT-service- punt om het systeem na te laten kijken.
UW 307 SW IN DETAIL
130
Het ESP-systeem zorgt voor meer veiligheid tij-dens het rijden. De be-stuurder mag zich echternooit laten verleiden tot
het nemen van meer risico's enhet te hard rijden. De goede werking van het sys- teem wordt verzekerd door denaleving van de voorschriften vande constructeur op het gebied vanwielen (banden en velgen), onder-delen van het remsysteem, elek-tronische onderdelen alsmede demontageprocedure en het uitvoe-ren van werkzaamheden door een
PEUGEOT-servicepunt. Laat het systeem na een aanrij- ding controleren door een
PEUGEOT-servicepunt.
NOODREMASSISTENTIE Dit systeem zorgt ervoor dat in nood- gevallen de optimale remdruk snellerwordt bereikt, zodat de remafstandkleiner wordt. Het systeem wordt ingeschakeld als de snelheid waarmee het rempedaalwordt ingedrukt groot is en zorgtervoor dat de benodigde bedienings-
kracht minder wordt en dat de effec-tiviteit van het remmen wordt ver-groot.
Stop onmiddellijk. Raadpleeg in beide gevallen een
PEUGEOT-servicepunt.
De normale werking van het antiblokkeersysteem kan merk-baar zijn door het trillen van hetrempedaal.
Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledigin en laat het niet los.

Page 149 of 183

14-04-2003
In de stand "OFF"werkt de airbag
aan passagierszijde bij een eventue- le aanrijding niet. Als u het kinderzitje heeft verwijderd, zet dan de schakelaar weer op "ON"
om de airbag opnieuw in te schake-len en zo de veiligheid van uw pas-sagier te garanderen. Controle van werking Het goed functioneren van het sys- teem wordt aangegeven door eenpictogram op het instrumentenpa-neel in combinatie met een geluids-signaal en een melding op het mul-
tifunctionele display.
Als bij aangezet contact (2estand), dit pictogram op hetinstrumentenpaneel ver-schijnt in combinatie meteen geluidssignaal en de
melding "Airbag passagierszijde
uitgeschakeld" op het multifunctio-
nele display, betekent dit dat de airbag aan passagierszijde is uitge-schakeld (stand "OFF"). DE ZIJ-AIRBAGS* EN DE
WINDOW-AIRBAGS* De zij-airbags zijn aan de zijde van de portieren in de rugleuningen vande voorstoelen aangebracht. De window-airbags zijn aangebracht in de stijlen en in de hemelbekleding. Ze worden aan de zijde waar de aan- rijding plaatsvindt opgeblazen. Controle van werking Het goed functioneren van het sys- teem wordt aangegeven door eenpictogram in combinatie met eengeluidssignaal en een melding op
het multifunctionele display.
Als dit pictogram verschijntin combinatie met eengeluidssignaal en de mel-ding "Storing airbag" op
het multifunctionele display,
raadpleeg dan een PEUGEOT-servi-cepunt om het systeem te latencontroleren.
* Volgens land van bestemming.
UW 307 SW IN DETAIL
134
Als de lampjes "Storing airbag" en "Airbag passa-gierszijde uitgeschakeld"branden, plaats dan geenkinderzitje met de rug inde rijrichting en raadpleeg
een PEUGEOT-service-punt.

Page 151 of 183

14-04-2003
In de stand "OFF"werkt de airbag
aan passagierszijde bij een eventue- le aanrijding niet. Als u het kinderzitje heeft verwijderd, zet dan de schakelaar weer op "ON"
om de airbag opnieuw in te schake-len en zo de veiligheid van uw pas-sagier te garanderen. Controle van werking Het goed functioneren van het sys- teem wordt aangegeven door eenpictogram op het instrumentenpa-neel in combinatie met een geluids-signaal en een melding op het mul-
tifunctionele display.
Als bij aangezet contact (2estand), dit pictogram op hetinstrumentenpaneel ver-schijnt in combinatie meteen geluidssignaal en de
melding "Airbag passagierszijde
uitgeschakeld" op het multifunctio-
nele display, betekent dit dat de airbag aan passagierszijde is uitge-schakeld (stand "OFF"). DE ZIJ-AIRBAGS* EN DE
WINDOW-AIRBAGS* De zij-airbags zijn aan de zijde van de portieren in de rugleuningen vande voorstoelen aangebracht. De window-airbags zijn aangebracht in de stijlen en in de hemelbekleding. Ze worden aan de zijde waar de aan- rijding plaatsvindt opgeblazen. Controle van werking Het goed functioneren van het sys- teem wordt aangegeven door eenpictogram in combinatie met eengeluidssignaal en een melding op
het multifunctionele display.
Als dit pictogram verschijntin combinatie met eengeluidssignaal en de mel-ding "Storing airbag" op
het multifunctionele display,
raadpleeg dan een PEUGEOT-servi-cepunt om het systeem te latencontroleren.
* Volgens land van bestemming.
UW 307 SW IN DETAIL
134
Als de lampjes "Storing airbag" en "Airbag passa-gierszijde uitgeschakeld"branden, plaats dan geenkinderzitje met de rug inde rijrichting en raadpleeg
een PEUGEOT-service-punt.

Page 169 of 183

14-04-2003
PRAKTISCHE INFORMATIE149
Zekering Amp
Functies
9 30 A Elektrische ruitbediening voor, elektrische eentraps ruitbediening voor (niet gelijk aan ruitbe- diening zonder eentraps bediening), zonnescherm panoramadak.
10 15 A Diagnose-aansluiting, 12 V-aansluiting achter, trekhaak.
11 20 A Autoradio, multifunctionele display, stuurkolomschakelaars, automatische transmissie.
12 10 A Parkeerlicht rechts voor en rechts achter, kentekenplaatverlichting en trekhaak, verlichtingschakelaars centrale vergrendeling/alarm/alarmknipperlichten, verlichting paneel airconditoning/asbak, verlichting schakelaars stoelverwarming/automatische transmissie,
aansteker.
14 30 A Bediening vergrendelen/ontgrendelen portieren/achterklep, bediening supervergrendeling.
15 30 A Elektrische eentraps ruitbediening achter.
16 10 A Servicecentrale motor, alarm, roetfilter, stuurkolomschakelaars, airbags.
17 10 A Remlicht rechts, derde remlicht.
18 10 A
Diagnose-aansluiting, stuurkolomschakelaars, elektrochrome buitenspiegel, contactschakelaars rempedaal(stop) en koppelingspedaal, contactschakelaar koelvloeistofniveau, tweede contactschakelaar rempedaal.
19 30 A Shunt tijdens opslag.
22 10 A Parkeerlicht links voor en links achter, kentekenplaatverlichting en trekhaak.
23 15 A Sirene alarm, elektronische eenheid inbraakalarm.
24 15 A Instrumentenpaneel, autoradio, multifunctionele displays, airconditioning, parkeerhulp achter.
26 30 A Achterruitverwarming.

Page 170 of 183

14-04-2003
WISSERBLADEN
VERVANGEN De ruitenwissers in de onderhoudsstand zetten Bedien de ruitenwisserschake- laar binnen ŽŽn minuut na hetafzetten van het contact om deruitenwissers naar het middenvan de voorruit te bewegen(onderhoudsstand).
Vervangen van een wisserblad Til de ruitenwisserarm op, maak de clip los en verwijder het wis-serblad.
Monteer het nieuwe wisserbladen zet de ruitenwisserarm terug.
Opmerking: het kortste wisserblad
moet op de rechter ruitenwisserarmworden gemonteerd. Zet het contact aan en bedien de ruitenwisserschakelaar om de rui-tenwissers in de ruststand te zet-ten. SPAARSTAND Nadat de motor is afgezet, wordt een aantal elektrische voorzieningen (rui-tenwissers, ruitbediening, zonne-scherm panoramadak, plafonniers,autoradio, enz.) na een half uur auto-matisch uitgeschakeld, om te voor-komen dat de accu ontladen raakt. Op dat moment verschijnt de mel- ding
"Spaarstand actief" op het
multifunctionele display. Als de elektrische voorzieningen in de spaarstand staan, dient de motorte worden gestart en vervolgensenkele seconden te draaien alvorensde voorzieningen opnieuw gebruiktkunnen worden. SPAARFASE ACCU In verband met de laadtoestand van de accu kunnen tijdens het rijdensommige voorzieningen (airconditio-ning, achterruitverwarming, interieur-verwarming bij auto's met een die-
selmotor, enz.) tijdelijk uitgeschakeldworden. Deze voorzieningen worden weer automatisch ingeschakeld zodra delaadtoestand van de accu dit toelaat. Opmerking:
De uitgeschakelde
voorzieningen kunnen tevens hand- matig weer ingeschakeld worden.Hierbij bestaat het risico dat de accuontladen raakt.
PRAKTISCHE INFORMATIE
152
Als de accu ontladen is, kan de motor niet gestartworden.

Page:   < prev 1-10 ... 11-20 21-30 31-40 41-50