ECU Peugeot 508 2019 Handleiding (in Dutch)

Page 36 of 320

34
To e t sAanwijzingen
Keuze van de eenheden:
-

t
emperatuur (°Celsius of
°Fahrenheit),
-

a
fstand en brandstofverbruik
(l/100 km, mpg of km/l).
Privacy-instellingen voor de
persoonlijke gegevens en/of
locatie.
Keuze van de op het touchscreen
en het digitale instrumentenpaneel
weergegeven taal.
Instellen van datum en tijd.
Keuze voor de synchronisering
met het GPS.
Configureren van de scherminstellingen
(weergavewijze van teksten, animaties
enz.) en van de lichtsterkte van de
dashboardverlichting.
Selecteren en configureren van
de drie gebruikersprofielen.
Keuze van het type weer te
geven informatie op het digitale
instrumentenpaneel.
Instellingen van het touchscreen en het
digitale instrumentenpaneel
Datum en tijd instellen
Met PEUGEOT Connect
Radio
F Selecteer het menu
Instellingen in de bovenste
menubalk van het touchscreen.
F

Sel

ecteer " Systeemconfiguratie ".
F

Sel
ecteer " Datum en tijd ".
F

Sel

ecteer " Datum:" of " Tijd:".
F

S

electeer het formaat van de weergave.
F

W

ijzig de datum en/of de tijd met het
numerieke toetsenbord.
F

Be

vestig met " OK".
Met PEUGEOT Connect Nav
Het instellen van de datum en tijd is alleen
mogelijk als de GPS-synchronisatie is
uitgeschakeld.
F

S
electeer het menu
Instellingen in de menubalk
van het touchscreen.
F

D
ruk op de toets " OPTIES" om de
secundaire pagina te openen. F

Sel
ecteer "
Instellen tijd-
datum ".
F
S
electeer het tabblad "
Datum" of "Tijd".
F
W
ijzig de datum en/of de tijd met het
numerieke toetsenbord.
F
Be
vestig met "
OK".
Andere instellingen
U kunt:
-
D e tijdzone wijzigen.
-

D
e weergave-indeling voor de datum en tijd
(12h/24h) instellen.
-

D
e regelfunctie voor de zomertijd activeren
of deactiveren (+ 1 uur).
-

D
e GPS-synchronisatie (UTC) in- of
uitschakelen.
Het systeem schakelt niet automatisch
over op zomertijd/wintertijd (afhankelijk
van het verkoopland).
Instrumentenpaneel

Page 69 of 320

67
Als de auto lange tijd in de zon heeft gestaan
en de temperatuur in het interieur hoog is
opgelopen, zet dan de ruiten enige tijd open.
Zorg er voor dat de regeling van de
luchtopbrengst voldoende hoog is ingesteld,
zodat de lucht in het interieur goed ver verst
wordt.
Condensvorming door de airconditioning kan
ertoe leiden dat zich een klein plasje water onder
de auto vormt. Dit is een normaal verschijnsel.
Onderhoud van het ventilatie- en
airconditioningssysteem
F
C
ontroleer regelmatig de staat van het
interieurfilter en laat de filterelementen
periodiek vervangen.
Wij raden u een gecombineerd
interieur filter aan. Dankzij het
toegevoegde speciale actieve middel
draagt het bij aan een schonere lucht voor
de inzittenden en een schoon interieur
(vermindering van allergische reacties,
onaangename geuren en vetaanslag).
F

L
aat om de per fecte werking van de
airconditioning te garanderen het
systeem regelmatig controleren zoals
voorgeschreven in het garantie- en
onderhoudsboekje. Stop & Star t
De verwarmings- en
airconditioningssystemen werken alleen
als de motor draait.
Schakel tijdelijk de Stop & Start-functie uit
om een comfortabele temperatuur in het
interieur te behouden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek voor
meer informatie over het Stop & Star t
-
systeem.
ECO-rijstand
De selectie van deze stand optimaliseert het
brandstofverbruik, maar beperkt het gebruik
van de verwarming en de airconditioning
zonder deze echter uit te schakelen.
Automatische airconditioning
met gescheiden regeling
Druk op de toets van het menu
Airconditioning om de pagina
met de bedieningstoetsen van het
systeem weer te geven.
Het airconditioningssysteem werkt bij draaiende
motor, maar de aanjager en bedieningsfuncties
werken ook bij ingeschakeld contact.1.
Regeling van de temperatuur.
2. Regeling van de luchtopbrengst.
3. Regeling van de luchtverdeling.
4. Airconditioning aan/uit.
5. Automatisch comfortprogramma aan/uit.
6. Maximale stand van de airconditioning.
7. Toegang tot de secundaire pagina.
8. Centrale regeling/gescheiden regeling.
9. Selectie van de instellingen voor het
automatische comfortprogramma (Soft/
Normal/Fast).
10. "AQS"-functie (Air Quality System)
(afhankelijk van de uitvoering).
11. Voorverwarming interieur (afhankelijk van
de uitvoering).
12 . Automatisch programma "Zicht".
13. Recirculatie van de interieurlucht.
14 . Uitschakelen van het systeem.
3
Ergonomie en comfort

Page 70 of 320

68
$872
)$67
$872
1250$/
62)7
$872
Het inschakelen van de airconditioning,
de temperatuur, de luchtopbrengst en
de luchtverdeling in het interieur worden
automatisch geregeld.
Temperatuurregeling
De bestuurder en voorpassagier kunnen de
temperatuur afzonderlijk en naar eigen wens
instellen.
De weergegeven waarde heeft betrekking op
een bepaald comfortniveau en niet op een
exacte temperatuur.
F
D
ruk op een van de toetsen 1 om de waarde
te verhogen of te verlagen.
Het is raadzaam het verschil tussen de instellingen
links en rechts niet meer dan 3°C te laten bedragen.
Automatisch
comfortprogramma
Als het lampje van de toets brandt, werkt
het airconditioningssysteem automatisch:
afhankelijk van het comfortniveau dat u hebt
geselecteerd, zorgt het systeem voor een
optimale temperatuur, luchtopbrengst en
luchtverdeling in het interieur.
De intensiteit van het automatische
comfortprogramma kan worden ingesteld
door op de secundaire pagina een van de
instellingen te selecteren. Deze pagina kan
worden geopend via de toets " OPTIES". Druk om de door het desbetreffende lampje
aangegeven instelling te wijzigen meerdere
keren op toets 9 tot de gewenste instelling
wordt weergegeven:
"Normaal ": voor het
beste compromis tussen
thermisch comfort en
een laag geluidsniveau
(standaardinstelling).
" Snel ": voor een doeltreffende
en dynamische luchttoevoer.
Gebruik de instelling " Normaal" of "Snel " om
het comfort te waarborgen van de passagiers
op de achterstoelen.
Deze instelling kan uitsluitend samen met de
automatische stand worden gebruikt. Als de
stand AUTO echter wordt uitgeschakeld, blijft
het lampje van de geselecteerde instelling
branden.
Als de intensiteit wordt gewijzigd ter wijl de
stand AUTO is uitgeschakeld, wordt deze stand
hierdoor niet ingeschakeld. Om bij koud weer en koude motor de
toevoer van koude lucht in het interieur
te beperken, wordt de luchtopbrengst
geleidelijk vergroot tot de gewenste
comfortwaarde is bereikt.
Als de temperatuur in de auto bij het
instappen veel lager of hoger is dan
de ingestelde waarde, heeft het geen
zin om voor een optimale temperatuur
de ingestelde waarde te wijzigen. Het
systeem compenseert automatisch en zo
snel mogelijk het temperatuurverschil.
Automatisch programma
"Zicht"
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over het ontdooien/
ontwasemen van de voorruit
.
Functie "Air Quality
System" (AQS)
Met behulp van een luchtkwaliteitssensor
schakelt deze functie automatisch de
recirculatie van de interieurlucht in als een
bepaalde grenswaarde voor de ver vuiling van
de buitenlucht wordt bereikt.
Als de luchtkwaliteit weer voldoende is,
wordt de recirculatie van de interieurlucht
automatisch uitgeschakeld.
"Langzaam ": voor een aangenaam
comfort en een zo laag mogelijk
geluidsniveau, aangezien de
aanjagersnelheid beperkt wordt.
Ergonomie en comfort

Page 71 of 320

69
U kunt deze functie in- en uitschakelen door
de secundaire pagina te openen met de toets
"OPTIES " en ver volgens op toets 10 te drukken.
Handmatig instellen
Het is mogelijk één of meer functies van de
airconditioning handmatig in te stellen, terwijl
de overige functies door het systeem geregeld
blijven:
-
r

egeling luchtopbrengst 2 ,
-

r
egeling luchtverdeling 3 .
Zodra u een instelling wijzigt, gaat het lampje
van de toets " AUTO" uit.
F Druk nogmaals op toets 5 om het automatische
comfortprogramma weer in te schakelen.
Regeling luchtopbrengst
F Druk op een van de toetsen 2 om de aanjagersnelheid te verhogen of te
verlagen.
Het symbool van de luchtopbrengst (ventilator)
wordt geleidelijk opgevuld als de aanjagersnelheid
toeneemt.
Deze functie is niet in staat om onaangename
geuren te detecteren.
De recirculatie wordt automatisch ingeschakeld
als de ruitensproeiers vóór worden gebruikt of
de achteruitversnelling wordt ingeschakeld.
De functie werkt niet als de buitentemperatuur
lager is dan 5°C, om te voorkomen dat de
voorruit en zijruiten beslaan.Door de aanjagersnelheid in de laagst mogelijke stand
te zetten wordt de aanjager volledig uitgeschakeld.
Naast de ventilator wordt " OFF" weergegeven.
Rijd niet te lang met uitgeschakelde
aanjager – Kans op beslaan van de ruiten
en vermindering van de luchtkwaliteit!
Regeling luchtverdeling
Met de drie toetsen 3 kunt u de luchtverdeling
in het interieur instellen.
Bij het indrukken van een toets wordt de
desbetreffende functie in- of uitgeschakeld. Het
lampje brandt als de functie is ingeschakeld.
Voor een gelijkmatige verdeling van de lucht
over het interieur kunnen de drie toetsen
gelijktijdig zijn geactiveerd.
In de stand AUTO zijn de lampjes van deze drie
toetsen 3 gedoofd.
Airconditioning
Aan/uit
F Druk op de toets 4 om de airconditioning in of uit te schakelen.
Het lampje van de toets brandt als de
airconditioning is ingeschakeld.
De airconditioning werkt niet als de als
de regeling van de luchtopbrengst 2 in de
stand "0" staat.
Het uitschakelen van de airconditioning kan negatieve
effecten hebben (vocht, beslaan van de ruiten).
Voorruit en zijruiten.
Centrale ventilatieroosters en
zijventilatieroosters.
Voetenruimte.
Maximale stand van de
airconditioning
In deze stand wordt de lucht in het interieur sneller
gekoeld.
Het systeem stelt automatisch de temperatuur in op
het laagste comfortniveau, verdeelt de lucht over de
middelste ventilatieroosters en zijventilatieroosters
en schakelt de maximale aanjagersnelheid en de
recirculatie van de interieurlucht in.
F Druk op de toets 6 om de functie in of uit te schakelen.
Het lampje van de toets brandt als de functie is
ingeschakeld.
Als de functie wordt uitgeschakeld, keert het
systeem terug naar de instellingen van vóór de
inschakeling.
De airconditioning werkt doeltreffend in elk
jaargetijde, mits de ruiten zijn gesloten.
Het systeem stelt u in staat: -

d
e temperatuur in het interieur 's zomers te
verlagen,
-
i
n de winter bij temperaturen boven 3°C
beslagen ruiten snel te ontwasemen.
3
Ergonomie en comfort

Page 72 of 320

70
Centrale regeling/gescheiden
regeling
De temperatuurinstelling aan voorpassagierszijde
kan worden afgestemd op de instelling aan
bestuurderszijde (functie centrale regeling).
U kunt deze functie inschakelen op de secundaire
pagina die u kunt openen via de toets "OPTIES".
F
D

ruk op de toets 8 om de functie "MONO"
(centrale regeling) in te schakelen; de functie
krijgt de status " ON".
De functie wordt automatisch uitgeschakeld
als de passagier de toetsen voor de
temperatuurregeling aan zijn zijde bedient
(functie gescheiden regeling).
Ventilatie bij aangezet contact
Bij aangezet contact kunt u het ventilatiesysteem
gebruiken om de luchtopbrengst 2 en de
luchtverdeling 3 in het interieur te regelen
afhankelijk van de laadtoestand van de accu.
Bij deze functie kan de airconditioning niet
worden ingeschakeld.
Uitschakelen van het systeem
F Druk op de toets 14 .
Het lampje van de toets gaat branden en alle
andere lampjes van het systeem gaan uit.
Alle functies van het airconditioningsysteem
zijn nu uitgeschakeld.
Door de luchtopbrengst 2 in de laagst mogelijke
stand te zetten wordt de aanjager volledig
uitgeschakeld.
Het thermische comfort wordt niet meer
geregeld. Er blijft door de rijwind echter nog wel
een kleine luchtstroom gehandhaafd.
Vermijd het te lang rijden met een uitgeschakelde
aanjager of een uitgeschakeld systeem om
te voorkomen dat de ruiten beslaan of de
luchtkwaliteit vermindert.
Door op een willekeurige toets te drukken wordt het
systeem weer ingeschakeld waarbij de instellingen
van vóór het uitschakelen weer worden gebruikt.
Recirculatie van de
interieurlucht
De toevoer van buitenlucht voorkomt het beslaan
van de voorruit en de zijruiten.
De luchtrecirculatie dient om de toevoer van
buitenlucht bij stank en stofoverlast af te sluiten.
Deze functie kan ook worden gebruikt om sneller de
gewenste temperatuur in het interieur te bereiken.
F Druk op deze toets om de functie in of uit te schakelen.
De recirculatie wordt automatisch ingeschakeld
als de ruitensproeiers vóór worden gebruikt of
de achteruitversnelling wordt ingeschakeld.
Schakel zo snel mogelijk de toevoer van
buitenlucht weer in om te voorkomen
dat de luchtkwaliteit in het interieur
achteruitgaat en de ruiten beslaan.
Ontwasemen – ontdooien
voorruit
Automatisch programma
"Zicht"
Selecteer dit programma om de voorruit en de
zijruiten snel te ontwasemen of te ontdooien.
F

D
ruk op deze toets om de
functie in of uit te schakelen.
Als het lampje brandt, is de functie ingeschakeld.
Het systeem regelt automatisch de
airconditioning (afhankelijk van de uitvoering),
de luchtopbrengst en de luchttoevoer en stelt de
luchtverdeling zodanig in dat de voorruit en de
zijruiten zo snel mogelijk schoon worden.
De luchtopbrengst kan handmatig worden
gewijzigd zonder dat het automatische
programma "Zicht" wordt uitgeschakeld.
Bij auto's met een Stop & Start-systeem geldt
dat zolang de voorruitontwaseming in werking
is, de STOP-stand niet beschikbaar is.
Als het lampje brandt, is de functie
ingeschakeld.
Ergonomie en comfort

Page 74 of 320

72
12:13
23 °C
OFF
OK
12:13
1 12:00 AM
12:00 AM
2
23 °C
Ver war ming
Dit is een aanvullend en afzonderlijk systeem
dat het interieur voor ver warmt en de ruiten
sneller ontdooit.
Dit lampje brandt als het systeem
wordt geprogrammeerd.
Dit lampje knippert als de verwarmings
werkt of als de ver warming met de
afstandsbediening wordt ingeschakeld.
Het lampje gaat uit als de
verwarmingscyclus is beëindigd
of als de ver warming met
de afstandsbediening wordt
uitgeschakeld.
Ventilatie
Dit systeem ventileert het interieur
met buitenlucht, zodat onder zomerse
omstandigheden bij het instappen een
aangenamere temperatuur in het interieur
heerst.
Programmeren
U kunt de ver warming of ventilatie
programmeren om te worden ingeschakeld
op de secundaire pagina van het menu
"Airconditioning " op het touchscreen. Druk ver volgens op
"
Voortemperatuurregeling ".
Met PEUGEOT Connect Nav
F Druk op het menu
"Airconditioning ".
F

D

ruk op het tabblad " OPTIES".
F Druk op " Thermisch programma ".
Met PEUGEOT Connect Radio
F Druk op het menu
"Airconditioning ".
F

D

ruk op het tabblad " OPTIES".
F

S
electeer het tabblad "Status" om het
systeem in/uit te schakelen.
F

S

electeer het tabblad " Status" om het
systeem in/uit te schakelen. F

D
ruk op het tabblad "
Overige instellingen "
voor het kiezen van " Ver war ming" om
de motor en het interieur te ver warmen of
" Ventilatie " om het interieur te ventileren.
F

V
oer hierna een programmering/
voorinstelling van het inschakeltijdstip voor
elke selectie uit.
Druk op deze toets om op te slaan.
Ergonomie en comfort

Page 252 of 320

6
Berichten beheren
Druk op Applicaties om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op "SMS".
Selecteer het tabblad "SMS".
Druk op deze toets om de
scherminstellingen voor berichten
te


selecteren.
Druk op deze toets om een
ontvanger te zoeken en te
selecteren.
Selecteer het tabblad "SMS-
berichten".
Druk op deze toets om de
scherminstellingen voor berichten
te


selecteren.
Druk op deze toets om een nieuw
bericht te schrijven.
Druk op de prullenbak naast het
geselecteerde bericht om deze te
verwijderen.
Druk op de toets naast het
geselecteerde bericht om de
tweede


pagina weer te geven. Druk op deze toets om de bestaande
tekst te bewerken en aan te passen.
Druk op deze toets om een nieuw
bericht te schrijven.
Druk op de prullenbak om het
bericht te verwijderen.
Radio
Een radiozender selecteren
Druk op Radio Media
om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op een van de toetsen voor
automatisch zoeken naar een
radiozender.
Of Verplaats de cursor om handmatig
omhoog en omlaag te scrollen door
de frequenties.
Of Druk op de frequentie.
Voer de waarden van de FM- en
AM-golfband in met het virtuele
toetsenbord. Druk op "
OK" om te bevestigen.
De radio-ontvangst kan worden verstoord
door het gebruik van elektrische apparatuur
die niet door het merk is goedgekeurd,
zoals een op de 12V-aansluiting
aangesloten lader met USB-aansluiting.
Er kunnen storingen in de ontvangst
optreden door obstakels in de
omgeving (bergen, gebouwen, tunnels,
parkeergarages, enz.), ook als de RDS-
functie is ingeschakeld. Dit is een normaal
verschijnsel en duidt niet op een storing in
het audiosysteem.
Veranderen van
frequentieband
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen.
Druk op "Band" om de
frequentieband te wijzigen.
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
PEUGEOT Connect Radio

Page 253 of 320

7
Opslaan van een radiozender
Selecteer een zender of een frequentie.Druk kort op de lege ster. Als de
ster is gevuld, is de radiozender al
opgeslagen.
Of
Selecteer een zender of een frequentie.
Druk op " Opslaan".
Houd de toets waaronder u de
zender wilt opslaan lang ingedrukt.
RDS inschakelen en
uitschakelen
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
Activeer/deactiveer " RDS".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Als de RDS-functie is ingeschakeld, zoekt
de radio steeds naar de sterkste frequentie
van een zender, zodat u ernaar kunt blijven
luisteren. Onder bepaalde omstandigheden
zijn sommige RDS-zenders echter niet in het
hele land te ontvangen doordat de zenders
niet het hele land dekken. Dit verklaart dat
de zender tijdens het rijden kan wegvallen.
Tekstberichten weergeven
Met de functie "Radiotekst" worden door de
radiozender meegestuurde tekstberichten
weergegeven die betrekking hebben op het
radiostation of de muziek waarnaar geluisterd wordt.
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
Activeer/deactiveer " INFO".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
TA-berichten beluisteren
De TA-functie (Traffic Announcement) geeft
voorrang aan het luisteren naar berichten met TA
verkeersinformatie. Voor een correcte werking
van deze functie is een goede ontvangst van een
radiozender nodig die deze berichten uitzendt. Zodra
een verkeersinformatiebericht wordt uitgezonden,
wordt de geluidsbron die op dat moment wordt
weergegeven automatisch onderbroken voor de
weergave van het TA-verkeersinformatiebericht.
Zodra dit bericht is afgelopen, wordt de weergave
van de oorspronkelijke geluidsbron hervat.
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
Activeer/deactiveer " TA".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Audio-instellingen
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
.
PEUGEOT Connect Radio

Page 254 of 320

8
Druk op "Audio-instellingen ".
Selecteer het tabblad " Klank",
" Balans ", "Geluid ", "Spraak " of
" Beltonen " om de audio-instellingen
te configureren.
Druk op de pijl Terug om te
bevestigen.
In het tabblad " Klank" zijn de audio-
instellingen Klankkleur, Bass , Medium en
Tr e b l e voor elke geluidsbron verschillend en
apart in te stellen.
In het tabblad " Verdeling" zijn de instellingen
Alle passagiers , Bestuurder en Alleen
vóór voor alle geluidsbronnen gelijk.
Schakel in het tabblad " Geluid"
" Snelheidsafhankelijke volumeregeling ",
" Extra ingang " en "Geluiden touchscreen "
in of uit.
De verdeling van het geluid (of de ruimtelijke
verdeling dankzij het Arkamys©- syste e m)
in de auto is belangrijk voor de kwaliteit
van de weergave en biedt de mogelijkheid
de weergave af te stemmen op het aantal
inzittenden. Geïntegreerd audiosysteem: het Sound
Staging-systeem van Arkamys
© zorgt voor
een betere geluidsverdeling in het interieur.
Digitale radio (DAB, Digital
Audio Broadcasting)
Digitale radio
Digitale radio zorgt voor een betere
geluidskwaliteit.
De verschillende "multiplex/bundels"
bieden keuze uit radiozenders die op
alfabetische volgorde zijn gerangschikt.
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om de secundaire
pagina te openen.
Druk op "Band" en selecteer
" DAB-band ".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Automatisch volgen FM-DAB
"DAB" is niet overal beschikbaar.
Als het digitale signaal zwak is, kunt u met
"Automatisch volgen FM-DAB" dezelfde
zender blijven beluisteren doordat het
systeem automatisch overschakelt op
de desbetreffende analoge "FM"-zender
(indien beschikbaar).
Druk op Radio Media om de
hoofdpagina weer te geven.
Druk op de toets " OPTIES" om naar de
secundaire pagina te gaan.
Activeer/deactiveer " Automatisch
volgen FM- DAB ".
Druk op het gearceerde gedeelte om
te bevestigen.
Als "Automatisch volgen FM-DAB" is
geactiveerd, kan er sprake zijn van een
vertraging van enkele seconden als het
systeem overschakelt op de analoge "FM"-
radiozender en kan het geluidsvolume
soms veranderen. Als de kwaliteit van het
digitale signaal weer goed is, schakelt het
systeem automatisch weer over op "DAB".
PEUGEOT Connect Radio

Page 259 of 320

13
Om veiligheidsredenen zijn bepaalde apps
alleen te gebruiken als de auto stilstaat.
Zodra de auto gaat rijden, wordt de
weergave ervan onderbroken.
De functie "Android Auto" werkt alleen
in combinatie met een compatibele
smartphone en compatibele apps.
Niet via Bluetooth® verbonden
telefoon
Sluit een USB-kabel aan. De smartphone
wordt opgeladen als deze via een USB-
kabel is verbonden.
Druk op " Telefoon" op het scherm
van het systeem om de hoofdpagina
weer te geven.
Druk op " Android Auto " om de
functie in het systeem te activeren.
Bij bepaalde smartphones is het noodzakelijk
om de functie " Android Auto" te activeren.
Tijdens de procedure verschijnen
verschillende schermen gerelateerd
aan bepaalde functies.
Accepteer deze om de verbinding tot
stand te brengen en te voltooien. Tijdens het aansluiten van de
smartphone op het systeem is het
raadzaam de Bluetooth
®-functie van
de smartphone te activeren
Via Bluetooth® verbonden
telefoon
Druk op " Telefoon" op het scherm
van het systeem om de hoofdpagina
weer te geven.
Druk op de toets " TEL" om de secundaire
pagina weer te geven.
Druk op "Android Auto " om de
functie in het systeem te activeren.
Tijdens de Android Auto-weergave blijft het
selecteren van de audiobron mogelijk via de
schermtoetsen in de bovenste balk van het
scherm.
De menu's van het systeem kunnen op elk
moment worden geopend via de menutoetsen.
Afhankelijk van de kwaliteit van het
netwerk kan het even duren voordat de
apps beschikbaar zijn.
Een Bluetooth®-telefoon
koppelen
Om veiligheidsredenen mag de bestuurder
handelingen die de volle aandacht vragen,
zoals het koppelen van een Bluetooth-
telefoon aan het Bluetooth-handsfree
systeem van het audiosysteem, uitsluitend
uitvoeren bij stilstaande auto en
aangezet contact.
Activeer de Bluetooth-functie van uw telefoon
en zorg er voor dat deze "zichtbaar is voor
iedereen" (configuratie van de telefoon).
Procedure via de telefoon
Selecteer de naam van het systeem
in de lijst van gedetecteerde
apparaten.
Accepteer op het systeem het verzoek om een
verbinding met de telefoon te maken.
Voltooien van het koppelen, ongeacht of
dit vanaf de telefoon of het systeem wordt
gedaan: controleer of de door het telefoon
en het systeem weergegeven code
identiek zijn.
.
PEUGEOT Connect Radio

Page:   1-10 11-20 21-30 next >