Peugeot iOn 2012 Handleiding (in Dutch)

Page 31 of 168

1
Controle tijdens het rijden
29
Onderhoudsindicator
Druk na het aanzetten van het contact een paar keer achter elkaar op de knop Atot deonderhoudsindicator in de gewenste eenheden wordt aangegeven.

Deze informatie kan op twee manieren wordenaangegeven:- het aantal nog af te leggen kilometers,
- de resterende tijd in maanden tot de
eerstvolgende beurt.

Werking
1.
De indicator geeft aan dat er nog 1000 km
of 1 maand resteer t tot de eerstvolgendeonderhoudsbeurt. 2.De indictator geeft aan dat de termijn tot het eerstvolgende onderhoudsbeurt is
verstreken.
Elke keer als u het contact aanzet, verschijnt de onderhoudssleutel enkele seconden
om aan te geven dat u op korte termijn eenonderhoudsbeurt moet laten uitvoeren.
3.Na het uitvoeren van de onderhoudsbeurt is de indicator gereset en wordt het aantal
af te leggen kilometers/de resterende
termijn tot de volgende onderhoudsbeurt
opnieuw aangegeven.
De onderhoudsindicator
geeft aan hoever u nog ver wijderd bent van de eerstvolgende
onderhoudscontrole volgens het onderhoudsschema van de fabrikant.
Dit wordt berekend vanaf de laatste nulstelling
van de onderhoudsindicator.

U kunt de lichtsterkte van de
dashboardverlichting handmatig aanpassen
aan het licht van de omgeving.
Druk op de knop A
en houd de knop dan
in
gedrukt om de lichtsterkte in te stellen op
"dag" of "nacht" ongeacht of de verlichting van
de auto is ingeschakeld of niet.
De lichtsterkte neemt elke keer als er op de
knop
Awordt gedrukt, in stapjes toe.
Druk, wanneer de verlichting het maximale niveau heeft bereikt, nogmaals op de knop om naar het minimale niveau te gaan.
Laat de knop Alos zodra u de gewenste
lichtsterkte hebt bereikt.
De instelling wordt opgeslagen zodra u de
knop Aloslaat en blijft behouden als hetcontact in stand OFF gezet wordt.
Dimmer dashboardverlichting

Page 32 of 168

Controle tijdens het rijden
30
Deze functie geeft een schatting van het
aantal kilometers dat u nog kunt rijden totde accu leeg is, daarbij rekening houdend met de omstandigheden (rijstijl, gebruik van
ver warming, airconditioning…).
Actieradiusindicator
Als de actieradius te klein is geworden, wordt er "---" op het display aangegeven.
De aanduiding "---"
die betekent dateen onderhoudsbeurt al uitgevoerd hadmoeten worden, verander t na verloopvan een bepaalde tijd en een bepaaldaantal verreden kilomters automatisch in de resterende tijd tot de volgendeonderhoudsbeurt.
Nulstelling van de onderhoudsindicator
Na elke beurt moet de onderhoudsindicator op0 gezet worden.
Voer hiervoor de volgende procedure uit: )Zet het contact af (contact in stand LOCK
of ACC).)Druk een paar keer op de resetknop A
totde onderhoudsindicator op het scherm
wordt weergegeven.
)Druk op de resetknop en houd deze
enkele seconden ingedrukt tot de
onderhoudssleutel op het displaybegint te knipperen
. )Druk op de resetknop als de sleutel knipper t om de aanduiding "---"te laten
veranderen in "CLEAR".
Ver volgens wordt de resterendeafstand (of tijd) tot de eerstvolgende
onderhoudscontrole weergegeven.

Page 33 of 168

2
Toegang tot de auto
31
U kunt om de auto te ontgrendelen of vergrendelen de centrale vergrendeling bedienen met de sleutel in het por tierslot of met de afstandsbediening.
De sleutel met afstandsbediening dient tevens voor het starten van de auto en maakt deel uit van de diefstalbeveiliging.








Sleutel met afstandsbediening


Openen van de auto


Uitklappen van de sleutel
)Druk eerst op de knop Aom de sleutel uit
te klappen.

Ontgrendelen met de afstandsbediening
)
Druk op het geopende hangslot
om de auto te ontgrendelen.


Sluiten van de auto
Na het ontgrendelen van de auto knipperen
de richtingaanwijzers tweemaal
en wordt de
binnenverlichting ingeschakeld gedurende
15 seconden.Tegelijkertijd worden de buitenspiegels uitgeklapt (volgens uitvoering).
Ontgrendelen met de sleutel
) Draai de sleutel rechtsom in het slot vanhet bestuurdersportierom de auto terontgrendelen.
Na het ontgrendelen van de auto knipperen
de richtingaanwijzers tweemaal
en wordt de
binnenverlichting ingeschakeld gedurende
15 seconden.
In dit geval worden de buitenspiegels niet uitgeklapt (zie paragraaf "Buitenspiegels").

Vergrendelen met deafstandsbediening
)
Druk op het gesloten hangslot om de auto te vergrendelen.
Na het ver
grendelen van de auto knipperen de
richtingaanwijzers éénmaal .
Tegelijker tijd worden de buitenspiegels
ingeklapt (volgens uitvoering).

Vergrendelen met de sleutel
)
Draai de sleutel linksom in het slot vanhet bestuurdersportierom de auto te rvergrendelen.
Na het vergrendelen van de auto knipperen de
richtingaanwijzers éénmaal .
In dit geval worden de spiegels niet ingeklapt(zie paragraaf "Buitenspiegels").

Als de auto is vergrendeld en per ongeluk wordt ontgrendeld zonder datbinnen 30 seconden een portier of de achterklep wordt geopend, wordt de
auto automatisch weer vergrendeld.
Met het slot aan passagierszijde kunnen de overige por tieren en/of de achterklep niet vergrendeld of ontgrendeld worden.

Page 34 of 168

Toegang tot de auto
32
Inklappen van de sleutel
Diefstalbeveiliging
)Druk op de knop Aom de sleutel in teklappen.




Elektronische startblokkering

De contactsleutel bevat een elektronische chip
met een speciale code. Tijdens het aanzetten
van het contact moet deze code herkendworden om de auto te kunnen starten.
De elektronische star tblokkering vergrendelt
het motorcontrolesysteem kor t nadat hetcontact is uitgeschakeld, waardoor de motor bijinbraak in de auto niet gestart kan worden.
Neem zo snel mogelijk contact op met het PEUGEOT-netwerk als uw auto niet start.



Storing afstandsbediening
Als de afstandbediening defect is kan de
auto niet meer met de a
fstandsbediening
ontgrendeld en vergrendeld worden. )Ontgrendel of vergrendel de autoeerst met de sleutel in het slot van het
bestuurdersportier.
)Raadpleeg ver volgens het
PEUGEOT- net wer k o m de wer k ing
van de afstandsbediening te latencontroleren en de batterij te laten
ver vangen voor zover noodzakelijk.

Page 35 of 168

2
Toegang tot de auto
33
Sleutels verloren
Ga met het kentekenbewijs van de auto en uw legitimatiebewijs naar het PEUGEOT- net wer k . Het PEUGEOT-netwerk kan de speciale code van de sleutel en de transponder opzoeken en voor nieuwe sleutels zorgen.
Afstandsbediening
De radiografische afstandsbediening is een systeem met een groot bereik. Het is raadzaamom niet met de knop van de afstandsbediening te spelen, om te voorkomen dat de portieren per ongeluk ontgrendeld worden. Druk nooit op de knoppen van uw afstandsbediening buiten het bereik en het zicht van uwauto. De afstandsbediening kan dan onbruikbaar worden.De afstandsbediening kan niet functioneren als de sleutel in het contactslot zit, zelfs als hetcontact uit is.
Vergrendelen van de auto
Het rijden met vergrendelde por tieren kan in geval van nood de toegang tot het interieur belemmeren.Neem uit veiligheidsoverwegingen (kinderen in de auto) de sleutel met afstandsbediening mee als u de auto verlaat, zelfs al is dit voor korte duur.
Diefstalbeveiliging
Breng geen wijzigingen aan in de elektronische star tblokkering; dit kan tot storingen leiden.
Bij het aanschaffen van een gebruikte auto
Laat uw sleutels door het PEUGEOT-netwerk in het elektronische geheugen van de auto opslaan, zodat u er zeker van kunt zijn dat de in uw bezit zijnde sleutels de enige zijn waarmee de auto kan worden gestart.

Page 36 of 168

Toegang tot de auto
34
1. Ruitbediening bestuurderszijde.2.
Ruitbediening passagierszijde. 3.
R
uitbediening rechtsachter. 4.
Ruitbediening linksachter. 5.
Blokkeerschakelaar ruitbediening passagierszijde en achter .










Ruitbediening


Werking

Blokkering van de ruitbediening aan passagierszijde en achter g
)Druk, voor de veiligheid van uw kinderen,
op de schakelaar 5 om de ruitbediening aan passagierszijde en achter, ongeacht de stand van de ruiten, te blokkeren.
Als de schakelaar omlaag staat, is de
ruitbediening geblokkeerd.
Als de schakelaar omhoog staat, is de
ruitbediening niet geblokkeerd. U kunt de ruiten handmati
g of automatisch volledig openen en sluiten. De bediening van de ruiten achter kan geblokkeerd worden omwille van de
veiligheid van kinderen op de achterbank.
Na het afzetten van het contact kunnende ruiten nog ongeveer 30 seconden worden bediend. Nadat het bestuurdersportier is gesloten kunnen de ruiten niet meer worden geopend of gesloten.
Contact AAN:) Druk of trek de schakelaar tot het zware
punt. De ruit stopt zodra u de schakelaar loslaat.

Neem bij het verlaten van de auto, zelfs voor een korte periode, altijd de sleutel uit het contact. Wanneer tijdens het bedienen van de ruit iets tussen de ruit en de sponning bekneld raakt, moet de ruit weer worden geopend. Druk daarvoor op dedesbetreffende schakelaar.
Wanneer de bestuurder de ruit aanpassagierszijde bedient, moet deze ervanverzekerd zijn dat niets het correctesluiten van de ruit verhindert. De bestuurder moet ervan verzekerd zijn dat de passagiers op de juiste manier gebruik maken van de elektrischeruitbediening. Zorg ervoor dat kinderen zich tijdens het bedienen van de ruit niet kunnen bezeren. Automatische bedienin
g (bestuurderszijde)) Druk de schakelaar tot voorbij het
zware punt in. Als u de schakelaar hebt losgelaten, opent de ruit aan bestuurderszijde volledig.) Druk nogmaals op de schakelaar om de
beweging van de ruit te stoppen.

Page 37 of 168

2
Toegang tot de auto
35





Por tieren
)Ontgrendel de auto met deafstandsbediening of de sleutel en trek aan
de portiergreep.

Van binnenuit
)
Trek aan de hendel van het voor- of
achterportier om dit te openen.
Als de por tieren ver
grendeld zijn:
- bij het openen van het bestuurderspor tier
worden de andere por tieren ontgrendeld,
- het passagiersportier en de achterportieren
moeten eerst handmatig ontgrendeldworden, voordat ze geopend kunnen
worden.


Als een por tier of de achterklep niet goedgesloten is, gaat het verklikkerlampje
op het instrumentenpaneel branden
totdat het desbetreffende portier of deachterklep gesloten wordt.

Openen
SluitenVergrendelen / ontgrendelen
van binnenuit
) Druk de knop op het bestuurderspor tier naar voren om de por tieren en de
achterklep te vergrendelen en naar
achteren om ze te ontgrendelen.
Met de vergrendelknopjes op het passagiersportier en de achterportieren kunnen alleen de desbetreffende portierenvergrendeld / ontgrendeld worden.

Page 38 of 168

Toegang tot de auto
36








Bagageruimte
Openen
)Ontgrendel de auto met behulp van deafstandsbediening of de sleutel, druk op de handgreep Aen til de achterklep omhoog.
)
Trek aan de handgreep Bom de achterklep
te sluiten,) laat de handgreep los en druk licht op de
achterklep om deze te sluiten.

Sluiten

Page 39 of 168

2
Toegang tot de auto
37





Klepjes laadsystemen
)Trek aan de hendel Aaan de onderzijde
van het dashboard aan bestuurderszijde
om het klep
je te ontgrendelen,

Normaal laden
)
Trek aan de hendel C
aan de linkerzijde
onder de bestuurdersstoel om het klepje te
ont
grendelen.
Snelladen *


Raadpleeg het hoofdstuk "Praktische
informatie" voor meer informatie over delaadprocedures.

)Open het klepje aan de rechterzijde van de auto, )Druk de borglip B
opzij om de afdekkap
van de aansluiting te openen.

*

Volgens uitvoering.
)
Open het klepje aan de linkerzijde van deauto. )
Druk de borglip D
opzij om de afdekkap
van de aansluiting te openen.

Page 40 of 168

Comfort
38














Vo or stoelen
1.Verstelbare hoofdsteun2.Kantelen van de rugleuning
Zet met de daar voor bestemde bedieningde rugleuning in de gewenste hellingshoek. 3.Instellen van de zithoogte van de bestuurdersstoelBeweeg de hendel net zo lang omhoog
of omlaag tot de gewenste instelling is bereikt.4.Verstellen van de stoel in lengterichtingTil de beugel op en schuif de stoel naar
voren of naar achteren.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 ... 170 next >