display Peugeot RCZ 2011 Handleiding (in Dutch)

Page 63 of 276

2/
TOEGANG TOT DE AUTO

De auto kan worden ontgrendeld door op de knop van de centrale
vergrendeling te drukken.
Ook door het openen van een portier van binnenuit, bij stilstaande
auto, kan de auto worden ontgrendeld, maar de auto wordt opnieuw
vergrendeld zodra de snelheid hoger is dan 10 km/h.


Inschakelen/Uitschakelen

U kunt de functie desgewenst inschakelen of uitschakelen.


)
Druk bij aangezet contact langer dan 2 seconden op de knop.
Op het display verschijnt een melding ter bevestiging.

De portieren van de auto worden automatisch ontgrendeld bij een
aanrijding waarbij de airbags afgaan, zodat de inzittenden de auto
kunnen verlaten.









NOODVERGRENDELING

Om de portieren mechanisch te vergrendelen en ontgrendelen in het
geval van een storing in de centrale vergrendeling of van de accu.

Vergrendelen van het bestuurdersportier



)
Steek de sleutel in het slot en draai deze rechtsom.



Ontgrendelen van het bestuurdersportier



)
Steek de sleutel in het slot en draai deze linksom.



Vergrendelen van het passagiersportier



)
Verwijder de zwarte dop aan de zijkant van het portier, met behulp
van de sleutel.

)
Steek de sleutel zonder te forceren in de uitholling en schuif de
klink, zonder te draaien, naar de binnenzijde van het portier.

)
Verwijder de sleutel en plaats de dop.



Ontgrendelen van het passagiersportier



)
Trek aan de portiergreep aan de binnenzijde.




ANTI-OVERVALSYSTEEM

Deze functie zorgt ervoor dat de portieren, het kofferdeksel en de
brandstofvulklep tijdens het rijden met een snelheid hoger dan 10 km/h
automatisch en tegelijkertijd worden vergrendeld.

Werking

De automatische centrale vergrendeling werkt niet als een van de
portieren is geopend.
Als het kofferdeksel is geopend, is de automatische centrale
vergrendeling van de portieren actief.

Page 64 of 276

62












KOFFERDEKSEL


OPENEN



)
Druk langer dan twee seconden op deze knop om het
kofferdeksel te ontgrendelen. Het kofferdeksel wordt op
een kier gezet.

)
Til het kofferdeksel op.
Bij deze handeling worden ook de portieren en de brandstofvulklep
ontgrendeld.




Met de handmatige bediening; auto ontgrendeld



)
Druk op de ontgrendelingsknop boven de kentekenplaat.

)
Til het kofferdeksel op.




SLUITEN



)
Trek het kofferdeksel omlaag aan een van de handgrepen aan de
binnenzijde van het kofferdeksel.

)
Druk als het nodig is op de bovenzijde van het kofferdeksel om het
volledig te sluiten.
Als het kofferdeksel niet goed is gesloten:


- bij draaiende motor
gaat het verklikkerlampje branden
in combinatie met een melding op het display gedurende
enkele seconden,
Als het selectief ontgrendelen is geactiveerd, kan de
achterklep worden geopend nadat de ontgrendelknop op de
afstandsbediening voor de tweede keer is ingedrukt.

Met de afstandsbediening


Noodvergrendeling

Bij een storing van de centrale vergrendeling (zwakke accu), wordt
geadviseerd de accu los te koppelen.

- tijdens het rijden
(snelheid hoger dan 10 km/h) gaat het
verklikkerlampje branden in combinatie met een geluidssignaal en
een melding op het display gedurende enkele seconden.

Page 76 of 276

AUTOAUTOA/C
74
AUTOMATISCHE AIRCONDITIONING
MET GESCHEIDEN REGELING

De airconditioning werkt uitsluitend bij draaiende motor.


AUTOMATISCHE WERKING


1. Automatisch programma "comfort"



)
Druk op de toets "AUTO"
. Het lampje van de toets gaat
branden.
Het is raadzaam deze stand te gebruiken: het systeem regelt de
temperatuur, de luchtopbrengst, de luchtverdeling naar de luchtroosters
en de luchtrecirculatie automatisch en optimaal aan de hand van de
door u ingestelde waarde.
Het systeem kan tijdens alle seizoenen effectief gebruikt worden, mits
de ruiten zijn gesloten.

2. Regeling bestuurderszijde

Om bij koude motor de toevoer van koude lucht te beperken,
wordt de aanjagerregeling geleidelijk op het optimale niveau
gebracht.
Bij koud weer wordt de warme lucht uitsluitend naar de voorruit,
de zijruiten en de beenruimte van de passagiers verdeeld.


3. Regeling passagierszijde

De bestuurder en de voorpassagier kunnen de temperatuur
afzonderlijk naar wens instellen.
De op het display weergegeven waarde heeft betrekking
op een bepaald comfortniveau en niet op de werkelijke
temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit.


)
Draai de knop 2
of 3
naar links of naar rechts om deze waarde te
verlagen of te verhogen.
Voor een optimaal comfort wordt de waarde 21 aanbevolen. Niettemin is
afhankelijk van uw wensen een afstelling tussen 18 en 24 gebruikelijk.
Voor een optimaal comfort is het raadzaam dat het verschil in instelling
links en rechts niet meer dan 3 bedraagt.
Als de temperatuur in de auto bij het instappen veel lager of
hoger is dan de ingestelde waarde, heeft het geen zin om voor
het gewenste comfort de ingestelde waarde te wijzigen. Het
systeem compenseert automatisch en zo snel mogelijk het
temperatuurverschil.

Page 86 of 276

84
USB-BOX

Deze aansluitmodule, die bestaat uit een USB-poort, bevindt zich in de
armsteun vóór.
Hierop kunt u draagbare apparatuur aansluiten, zoals een iPod
®
vanaf
de 5e generatie of een USB-stick.
Dankzij de USB-box kunt u de audiobestanden (mp3, ogg, wma, wav, ...)
op uw draagbare apparatuur beluisteren via de luidsprekers van uw
autoradio.
U kunt deze bestanden beheren met de stuurkolomschakelaars of
het bedieningspaneel van de autoradio en ze weergeven op het
multifunctionele display.

Tijdens het gebruik kan de draagbare apparatuur automatisch
worden opgeladen.

Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze
uitrusting het gedeelte Peugeot Connect 3D Nav van het
hoofdstuk "Audio en Telematica".
PEUGEOT CONNECT USB - USB-BOX


Deze aansluitmodule, die bestaat uit een JACK-aansluiting en een
USB-poort, bevindt zich in de armsteun vóór.
Met behulp van de USB-aansluiting kunt u draagbare apparatuur
aansluiten, zoals een iPod
® of een USB-stick.
Met behulp van de JACK-aansluiting kunt u allerlei typen draagbare
apparatuur aansluiten.
Dankzij de USB-BOX kunt u de audiobestanden (mp3, ogg, wma, wav, ...)
op uw draagbare apparatuur beluisteren via de luidsprekers van uw
autoradio.
Als de apparatuur op de USB-aansluiting is aangesloten, kunt
u deze bestanden beheren met de stuurkolomschakelaars of
het bedieningspaneel van de autoradio en ze weergeven op het
multifunctionele display.

Als de apparatuur op de USB-aansluiting is aangesloten, kan de
draagbare apparatuur tijdens het gebruik automatisch worden
opgeladen.

Raadpleeg voor meer informatie over het gebruik van deze
uitrusting het gedeelte Peugeot Connect Sound van het hoofdstuk
"Audio en telematica".

Page 94 of 276

92









AUTOMATISCHE VERLICHTING

Het parkeerlicht en het dimlicht worden automatisch ingeschakeld als
de lichtsterkte van de omgeving onvoldoende is of in bepaalde gevallen
dat de ruitenwissers worden ingeschakeld.
De verlichting wordt uitgeschakeld als de lichtsterkte van de omgeving
weer voldoende is of nadat het wissen is gestopt.

Inschakelen



)
Draai de ring in de stand "AUTO"
. Het inschakelen wordt bevestigd
door een melding op het display.



Uitschakelen



)
Draai de ring in een andere stand. Het uitschakelen wordt
bevestigd door een melding op het display.



Koppeling met de automatische follow me home-verlichting

De koppeling van de automatische follow me home-verlichting aan de
automatische verlichting biedt de volgende extra mogelijkheden:


- instellen van de duur van de follow me home-verlichting (15, 30 of
60 seconden) via de instelfuncties in het configuratiemenu van de
auto,

- automatische inschakeling van de follow me home-verlichting als
de automatische verlichting is ingeschakeld.



Storing

Bij een storing in de lichtsensor gaat de verlichting branden,
wordt dit pictogram weergegeven op het instrumentenpaneel
en/of verschijnt een melding op het display, in combinatie
met een geluidssignaal.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.
Als de lichtsensor bij mist of sneeuw voldoende licht waarneemt,
wordt de verlichting niet automatisch ingeschakeld.
Dek de met de regensensor gecombineerde lichtsensor die zich in
het midden van de voorruit achter de binnenspiegel bevindt, niet
af. De aan de sensor gekoppelde functies worden dan niet meer
bediend.

Page 95 of 276

4/
ZICHT
HALOGEEN KOPLAMPEN
HANDMATIG VERSTELLEN





A
UTOMATISCHE VERSTELLING
VAN DE K
OPLAMPEN MET
XEN
ONVERLICHTING
Verstel de hoogte van de koplampen met halogeenlampen afhankelijk
van de belading van uw auto om verblinding van medeweggebruikers te
voorkomen.

0.
1 of 2 personen voorin.

-. 3 personen.

1.
4 personen.

-.
Tusseninstelling.

2.
4 personen + maximaal toegestane belading.

-. Tusseninstelling.

3.
Bestuurder + maximaal toegestane belading. Om verblinding van andere weggebruikers te voorkomen corrigeert dit
systeem bij stilstaande auto automatisch de hoogte van de lichtbundel
van de xenonlampen, afhankelijk van de belading van de auto.
In het geval van een storing verschijnt dit pictogram op het
instrumentenpaneel, in combinatie met een geluidssignaal
en een melding op het display.
Het systeem zet in dat geval de koplampen in de lage stand.

Stand "0": basisinstelling. Raak de xenonlampen niet aan.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats.

Page 96 of 276

94






BOCHTVERLICHTING

Als het dimlicht of grootlicht is ingeschakeld, zorgt deze functie ervoor
dat de lichtbundels de wegberm beter verlichten in bochten.
Deze functie, die uitsluitend in combinatie met xenonlampen wordt
geleverd, wordt ingeschakeld bij een snelheid vanaf ongeveer 20 km/h
en zorgt voor een aanzienlijke verbetering van het zicht in bochten.

met bochtverlichting


zonder bochtverlichting



CONFIGURATIE

STORING

Als de auto stilstaat, stapvoets rijdt of in de achteruitversnelling
staat, is deze functie uitgeschakeld.
De status van de functie blijft na het afzetten van het contact in
het geheugen opgeslagen. In het geval van een storing knippert dit pictogram op het
display in combinatie met een melding op het display.
Raadpleeg het PEUGEOT-netwerk of een gekwalificeerde
werkplaats. Deze functie kan worden geactiveerd of gedeactiveerd via
het configuratiemenu van de auto.

Page 98 of 276

96









RUITENSPROEIERS VÓÓR EN KOPLAMPSPROEIERS



)
Trek de ruitenwisserschakelaar naar u toe. De ruitensproeiers
treden in werking, waarna enige tijd de ruitenwissers worden
ingeschakeld om de ruit schoon te wissen.
De koplampsproeiers worden alleen geactiveerd als de dimlichten
branden
.









Te laag niveau ruiten-/koplampsproeiervloeistof

Als uw auto is voorzien van koplampsproeiers en het niveau
van het reservoir te laag is, verschijnt dit pictogram en/of het
pictogram service op het instrumentenpaneel in combinatie
met een geluidssignaal en een melding op het display.
Vul het ruiten-/koplampsproeierreservoir bij of laat het bijvullen.
Het pictogram verschijnt als het contact wordt aangezet of als de
schakelaar wordt bediend, zolang het reservoir niet gevuld is.

Page 99 of 276

4/
ZICHT









AUTOMATISCHE RUITENWISSERS VÓÓR

De ruitenwissers worden automatisch ingeschakeld als de sensor
achter de binnenspiegel regen detecteert. De snelheid van de
ruitenwissers wordt aangepast aan de hoeveelheid neerslag.

Inschakelen

Dit gebeurt handmatig door de hendel omlaag te duwen in de stand
"AUTO"
.
Dit wordt bevestigd door een melding op het display.


Uitschakelen

Beweeg de hendel omhoog en vervolgens in de stand "0"
om de
ruitenwissers handmatig te bedienen.
Dit wordt bevestigd door een melding op het display.


Storing

In het geval van een storing in de automatische werking van de
ruitenwissers werken deze in de intervalstand.
Laat het systeem controleren door het PEUGEOT-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats. Als het contact meer dan 1 minuut afgezet is geweest, moet de
automatische werking van de ruitenwissers opnieuw worden
geactiveerd door de hendel kort omlaag te duwen.
Dek de regensensor, die zich gecombineerd met de lichtsensor in
het midden van de voorruit achter de binnenspiegel bevindt, niet
af.
Schakel de automatische werking van de ruitenwissers uit als de
auto wordt gewassen in een wasstraat.
Wacht 's winters met het inschakelen van de automatische
ruitenwissers tot de voorruit ontdooid is om de wisserbladen niet
te beschadigen.

Page 104 of 276

102
HULPSYSTEMEN BIJ HET REMMEN
Uw auto is voorzien van drie systemen die u helpen om de auto in een
noodsituatie veilig tot stilstand te brengen:


- het antiblokkeersysteem (ABS),

- de elektronische remdrukregelaar (EBD),

- Brake Assist System (BAS).


ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS) EN
ELEKTRONISCHE REMDRUKREGELAAR
Deze systemen zorgen tijdens het remmen voor een betere stabiliteit en
bestuurbaarheid van uw auto, vooral op een slecht of glad wegdek.

Inschakelen

Het antiblokkeersysteem treedt automatisch in werking zodra een van
de wielen dreigt te blokkeren.
Als het antiblokkeersysteem ingrijpt, is dat merkbaar aan het trillen van
het rempedaal; dit is de normale werking.

Trap het rempedaal bij een noodstop krachtig en volledig in en
laat het niet los.


Storing

Als dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met
een geluidssignaal en een melding op het multifunctionele
display, duidt dit op een storing in het antiblokkeersysteem.
Door deze storing zou u tijdens het remmen de controle over
uw auto kunnen verliezen. Als dit waarschuwingslampje gaat branden in combinatie met
de controlelampjes STOP
en ABS
, een geluidssignaal en
een melding op het multifunctionele display, duidt dit op een
storing in de elektronische remdrukregelaar. Door deze storing zou u
tijdens het remmen de controle over uw auto kunnen verliezen.

Stop op een veilige plaats.

Raadpleeg in beide gevallen het PEUGEOT-netwerk of een
gekwalificeerde werkplaats.

Zorg er bij vervanging van de wielen (banden en velgen) voor dat
er wielen worden gemonteerd die aan de voorschriften van de
constructeur voldoen.

Trap het rempedaal bij een noodstop zeer krachtig in en laat het
pedaal niet los.











BRAKE ASSIST SYSTEM (BAS)

Dit systeem zorgt ervoor dat in noodgevallen de optimale remdruk
sneller wordt bereikt, zodat de remafstand kleiner wordt.

Inschakelen

Het systeem wordt ingeschakeld als het rempedaal sneller wordt
ingetrapt dan een bepaalde grenswaarde.
Het systeem zorgt er dan voor dat de benodigde bedieningskracht
minder wordt en dat de effectiviteit van het remmen wordt vergroot.

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 61-70 71-80 ... 90 next >