light Seat Alhambra 2018 Handleiding (in Dutch)

Page 37 of 340

De essentie
Trap het rempedaal in!
Schakelen
››› pag. 201
Remmen
››› pag. 196 
Generator defect.›››
pag. 299 Gele lampjes

Remblokken voor versleten.
›››
pag. 196 
brandt: ESC defect of uitge-
schakeld.
knippert: ESC actief.

ASR handmatig buiten werking
gesteld.

Storing in ABS, of werkt niet.

Storing in elektronische par-
keerrem.›››
pag. 196 
Mistachterlicht aan.›››
pag. 135 
brandt: Rijlicht geheel of ge-
deeltelijk defect.›››
pag. 95
knippert: Storing in het sys-
teem van de bochtenverlich-
ting.››› pag. 135 
brandt of knippert
: storing in
uitlaatgascontrolesysteem.
››› pag. 211 
brandt: voorverwarmen van de
dieselmotor.
knippert: storing in het diesel-
motormanagement.

Storing in het benzinemotor-
management.

Roetfilter verstopt.

storing in stuurinrichting.›››
pag. 206 
Bandenspanning te laag.›››
pag. 303
Storing in indicator banden-
spanning.››› pag. 246 
Het vloeistofpeil voor het was-
sen van de spiegels is te laag.›››
pag. 142 
Brandstoftank bijna leeg.›››
pag. 279 
knippert: motoroliesysteem de-
fect.
›››
pag. 290
brandt: motoroliepeil te laag. 
Storing in het systeem van air-
bags en gordelspanners.›››
pag. 75 

De voorairbag van de bijrijder
is uitgeschakeld ( 
  ).››› pag. 75 
"AdBlue" bijvullen, of er is een
storing in het "AdBlue"-sys-
teem.›››
pag. 284 
De benzinetank is niet goed ge-
sloten.›››
pag. 279 
De rijstrookassistent (Lane As-
sist) is ingeschakeld, maar niet
actief.›››
pag. 234 Andere controlelampjes

Linker of rechter knipperlicht.›››
pag. 135
Alarmlichten aan.››› pag. 139 
Trap het rempedaal in!
Schakelen
››› pag. 201
Remmen
››› pag. 196 
Snelheidsregelsysteem actief.›››
pag. 232 
de rijstrookassistent (Lane As-
sist) is ingeschakeld en actief.›››
pag. 234 
Grootlicht aan of grootlichtsig-
naal in werking gesteld.
›››
pag. 135 Grootlichtregeling (Light As-
sist) ingeschakeld.

Elektronische wegrijblokkering
actief.›››
pag. 191 
Service-intervalindicatie.›››
pag. 108» 35

Page 137 of 340

Lichten en zicht

Sluit het p
anoramaschuifdak altijd voor-
zichtig.
● In de looprichting van het panoramaschuif-
dak of
het rolgordijn mag zich niemand bevin-
den, vooral niet wanneer het panorama-
schuifdak of het rolgordijn zonder de sluit-
krachtbegrenzing gesloten worden.
● De sluitkrachtbegrenzing voorkomt niet dat
ving
ers of andere lichaamsdelen tegen het
ruitframe worden gedrukt, en kan verwondin-
gen veroorzaken. Let op
De sluitkrachtbegrenzing treedt ook in werk-
ing w anneer met

de wagensleutel het com-
fortsluiten voor de ruiten en het panorama-
schuifdak wordt gebruikt ››› pag. 132. Lichten en zicht
Lic ht
C ontr

olelampjes 
Springt aan
Rijlicht geheel of ge-
deeltelijk defect.
Vervang het betreffende lamp-
je
››› pag. 95.
Als alle lampjes correct zijn,
wendt u zich dan tot een ge-
specialiseerde werkplaats, in-
dien nodig.
Storing van de boch-
tenverlichting.››› pag. 137. 
Knippert
Storing in het systeem
van de bochtenverlich-
ting.Raadpleeg een gespeciali-
seerde werkplaats
››› pag.
136. 
Springt aan
Mistachterlicht aan.›››
pag. 26. 
Springt aan
Mistlampen aan.›››
pag. 26. 
Springt aan
Linker of rechter knip-
perlicht.
Het controlelampje
knippert twee keer zo
snel wanneer er een
storing in een van de
knipperlichten van de
wagen of de aanhang-
wagen is.
Controleer, indien nodig, de
verlichting van de wagen en
van de aanhangwagen.

Springt aan
Grootlicht aan of groot-
lichtsignaal in werking
gesteld.›››
pag. 136. 
Springt aan
Grootlichtregeling
(Light Assist) ingescha-
keld.›››
pag. 136. Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
g
aan sommig
e c

ontrole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit. ATTENTIE
Veiligheidsaanwijzingen ›››
in Waarschu-
win g
s- en controlelampjes op pag. 110 in
acht nemen. 135
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid

Page 139 of 340

Lichten en zicht
desbetreffende zijde van de wagen branden.
Het p
ark
eerlicht brandt alleen bij uitgescha-
keld contact.
Dagrijverlichting
De dagrijverlichting vermindert het risico op
ongevallen, door de zichtbaarheid van uw
wagen te verhogen. Het betreft in de kop-
lamp ingebouwde lichten die telkens aan-
gaan bij het inschakelen van het contact in-
dien de bediening van de lichten zich in
stand  of 0 bevindt.
Wanneer de lichtschakelaar in stand 
staat, schakelt een lichtsensor automatisch
de verlichting van de instrumenten en van de
schakelaar in en uit.
automatische rijlichtregeling 
De automatische rijlichtregeling is slechts
een hulp en kan niet alle rijsituaties herken-
nen.
Wanneer de lichtschakelaar in stand 
staat, worden automatisch de lichten van de
wagen en de verlichting van de instrumenten
en schakelaars in- en uitgeschakeld in de vol-
gende omstandigheden ››› :Automatisch inschake-
lenAutomatisch uitscha-
kelen of omschakelen
op dagrijlicht
De lichtsensor detecteert
dat het
donker wordt, bij-
voorbeeld bij het inrijden
van een tunnel.Wanneer voldoende licht
wordt gedetecteerd.
De regensensor detecteert
de neerslag en schakelt de
achterruitwisser in.Wanneer de achterruitwis-
ser niet ingeschakeld
wordt na enkele minuten. Dynamische bochtenverlichting (AFS)
D
e dy
n

amische bochtenverlichting werkt al-
leen wanneer het dimlicht is ingeschakeld en
bij een snelheid van meer dan 10 km/u (6
mph). In bochten zorgen de automatisch
meedraaiende koplampen voor een betere
verlichting van de weg.
Het dynamische bochtenlicht kan vanuit het
infotainmentsysteem geactiveerd of gedeac-
tiveerd worden.
Statische bochtenverlichting
Bij langzaam draaien om van richting te ver-
anderen of in zeer scherpe bochten gaan au-
tomatisch de geïntegreerde bochtenlichten
aan. De dynamische bochtenverlichting werkt
alleen bij een snelheid lager dan 40 km/u
(25 mph). Het statische bochtenlicht kan, afhankelijk
van de uitrus

ting, in de mistkoplampen of ko-
plampen geïntegreerd zijn. ATTENTIE
Als de weg slecht verlicht is en andere weg-
ge bruik

ers de wagen niet of slecht kunnen
zien, kan dit tot ongevallen leiden.
● De automatische rijlichtregeling ()
sch
akelt het dimlicht alleen in bij verandering
van de lichtsterkte, maar niet bij mist bijvoor-
beeld.
● U mag nooit met dagrijlicht rijden als de
weg s
lecht verlicht is vanwege de weersom-
standigheden of als het het donker is. De
dagrijverlichting levert onvoldoende licht om
de weg goed te verlichten of om goed zicht-
baar te zijn voor andere weggebruikers.
● De achterlichten worden bij het dagrijlicht
niet ing
eschakeld. Een wagen zonder inge-
schakelde achterlichten is 's nachts, bij regen
of bij slecht zicht voor achteropkomend ver-
keer niet zichtbaar. Grootlichtregeling
Grootlichtregeling (Light Assist)
D
e gr
ootlic

htregeling schakelt het grootlicht
automatisch in en uit, afhankelijk van de om-
gevings- en de rijomstandigheden en de
snelheid binnen de beperkingen van het sys-
teem ››› . De regeling maakt gebruik van
»
137
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Veiligheid