airbag Seat Ateca 2017 Handleiding (in Dutch)

Page 81 of 348

Airbagsysteem
ATTENTIE
● De airbag v
oor de knieën wordt ontvouwen
voor de knieën van de bestuurder. Houd het
werkingsgebied van de airbag voor de knieën
steeds vrij.
● Plaats geen voorwerpen op het deksel noch
in het werkin
gsgebied van de airbag voor de
knieën.
● Verstel de bestuurdersstoel zo dat min-
stens
10 cm (4 inch) ruimte tussen de knieën
en de airbag voor de knieën aanwezig is. Als
het door uw lichaamsbouw niet mogelijk is
om hieraan te voldoen, neem dan onmiddel-
lijk contact op met een gespecialiseerde
werkplaats. Zijairbags*
Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›

 p

ag. 17. ATTENTIE
● Als de in

zittenden geen veiligheidsgordels
dragen, tijdens de rit naar voren leunen of
een verkeerde zitpositie aannemen, staan ze
bij een ongeval bloot aan een verhoogd risico
op lichamelijk letsel als het airbagsysteem
wordt geactiveerd.
● Om de zij-airbags hun volledige bescher-
mende werking t
e laten bieden, moet u tij-
dens het rijden de juiste zithouding aanhou- den en de veiligheidsgordel op de juiste ma-
nier dragen.
● Bij een bot s

ing van opzij werken de zijair-
bags niet
indien de sensoren niet correct de
drukverhoging meten aan de binnenzijde van
de portieren, wanneer de lucht naar buiten
komt via de zones met gaten of openingen in
het paneel van het portier.
● Nooit rijden met uitgebouwde binnenpane-
len van de por
tieren of niet correct afgestelde
panelen.
● Nooit rijden wanneer de luidsprekers in de
portierpanelen uit
gebouwd zijn, behalve
wanneer de openingen van de luidspreker
correct zijn afgedekt.
● Altijd controleren of de openingen bedekt
of afge
sloten zijn wanneer luidsprekers of
een andere uitrusting geïnstalleerd worden in
de binnenpanelen van de portieren.
● Tussen de inzittenden op de buitenste zit-
plaatsen en het
werkingsgebied van de air-
bags mogen zich geen andere personen, die-
ren of voorwerpen bevinden. Om de werking
van de zij-airbags niet te belemmeren, mogen
bovendien aan de portieren geen accessoires
zoals bekerhouders worden bevestigd.
● Aan de kledinghaken in de wagen mag uit-
sluitend kl
eding met weinig gewicht worden
opgehangen. In de zakken van de kleding-
stukken mogen geen zware en scherpe voor-
werpen zitten.
● Er mogen geen grote krachten (zoals krach-
tig stoten of
trappen) op de zijkanten van de
rugleuningen worden uitgeoefend omdat an-
ders het systeem kan worden beschadigd. De zijairbags zouden in dit geval niet worden ge-
activeerd!
● Er mog en in g

een enkel geval stoelhoezen
op de stoelen met
ingebouwde zijairbags
worden aangebracht die niet uitdrukkelijk
voor uw wagen zijn goedgekeurd. Omdat de
luchtzak aan de zijkant uit de stoel wordt ont-
vouwen, zou bij gebruik van niet-vrijgegeven
stoelhoezen de beschermende werking van
uw zijairbag aanzienlijk nadelig worden beïn-
vloed.
● Beschadigingen aan de originele stoelhoe-
zen of de naa
d in de module van de zijairbag
moeten direct door een gespecialiseerde
werkplaats worden gerepareerd.
● De beschermende werking van de airbags
geldt s
lechts voor één aanrijding en nadat ze
geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen worden.
● Alle werkzaamheden aan de zij-airbag en
het uit- en inbouw
en van onderdelen van het
systeem vanwege reparatiewerkzaamheden
(bijv. voorstoel uitbouwen) mogen alleen
door de werkplaats van een officiële dealer
worden uitgevoerd. Anders kunnen er storin-
gen in de werking van de airbags optreden.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkele
verandering worden aange-
bracht. 79
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Page 82 of 348

Vastzetten
Hoofdairbags* Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
 p
ag. 17. ATTENTIE
● Om de hoofdairb ag

s hun volledige bescher-
mende werking te laten bieden, moeten de
veiligheidsgordels ervoor zorgen dat de juis-
te zithouding tijdens het rijden altijd blijft be-
houden.
● Om veiligheidsredenen dient de hoofdair-
bag verp
licht te worden uitgeschakeld bij wa-
gens die met een scheidingsnet uitgerust
zijn. Laat de airbag uitschakelen bij uw dea-
ler.
● Tussen de inzittenden van de wagen en het
werking
sgebied van de hoofdairbags mogen
zich geen andere personen, dieren of voor-
werpen bevinden zodat de airbag ongehin-
derd kan worden ontvouwen en zijn maximale
beschermende werking kan bieden. Daarom
mogen aan de ruiten in geen geval zonwerin-
gen worden bevestigd die niet uitdrukkelijk
voor uw wagen zijn goedgekeurd.
● Aan de kledinghaken in de wagen mag uit-
sluitend kl
eding met weinig gewicht worden
opgehangen. In de zakken van de kleding-
stukken mogen geen zware en scherpe voor-
werpen zitten. Bovendien mogen voor het op-
hangen van de kleding geen kleerhangers
worden gebruikt.
● De beschermende werking van de airbags
geldt s
lechts voor één aanrijding en nadat ze geactiveerd zijn geweest, moeten ze vervan-
gen wor
den.
● A

lle werkzaamheden aan de hoofdairbag
en het uit- en inbouw
en van onderdelen van
het systeem vanwege reparatiewerkzaamhe-
den (bijv. verwijderen van de hemelbekle-
ding) mogen alleen in de werkplaats van een
officiële dealer worden uitgevoerd. Anders
kunnen er storingen in de werking van de air-
bags optreden.
● Aan de delen van het airbagsysteem mag
geen enkele
verandering worden aange-
bracht.
● De aansturing van de zij- en hoofdairbags
gebeurt
met sensoren die zich bevinden aan
de binnenzijde van de voorportieren. Om de
correcte werking van de zij- en hoofdairbags
te garanderen, mogen noch de portieren,
noch de portierpanelen gewijzigd worden
(bijv. door naderhand luidsprekers in te bou-
wen). Indien schade aangebracht wordt aan
het voorportier kan de correcte werking van
het systeem aangetast worden. Alle werk-
zaamheden aan het voorportier moeten door
de werkplaats van een officiële dealer uitge-
voerd worden. Airbags buiten werking stellen
V oor
airb ag b

uiten werking stellen Afb. 92
Controlelampje in het dashboard voor
de uits c
h ak

eling van de voorairbag van de
voorpassagier. 
Gaat branden in het instru-
mentenpaneel
Storing in het
systeem van air- bags en gordel- spanners.Laat het systeem onmiddellijk door
een specialist controleren. 

Gaat branden in het dashboard
Storing in het
airbagsysteem.Laat het systeem onmiddellijk door
een specialist controleren.
Voorairbag van
de voorpassa-
gier buiten werk-
ing gesteld.Controleer of de airbag uitgescha-
keld moet blijven.80

Page 83 of 348

Airbagsysteem
 Gaat branden in het dashboard
Frontairbag van
de bijrijder in
werking.Het controlelampje gaat uit na ca.
60 seconden nadat het contact is in-
geschakeld of na inschakelen van
de voorairbag van de bijrijder via de
sleutelschakelaar.
Wanneer het contact wordt ingeschakeld,
gaan sommige c
ontr

ole- en waarschuwings-
lampjes enkele seconden aan terwijl ze een
werkingscontrole uitvoeren. Na enkele secon-
den gaan de lampjes uit.
Indien de voorairbag van de bijrijder uitge-
schakeld is en het controlelampje 
 


niet blijft branden , of brandt
samen met het controlelampje  van het in-
strumentenpaneel, kan het zijn dat er een
storing aanwezig is in het airbagsysteem
››› .
D e airb
ags

mogen uitsluitend worden uitge-
schakeld in specifieke gevallen, bijv. wan-
neer:
● er een kinderzitje op de bijrijdersstoel ge-
bruikt moet wor
den waarin het kind tegen de
rijrichting in gaat zitten (in enkele landen
moet het kind t.g.v. afwijkende nationale
voorschriften in rijrichting gaan zitten)
››› pag. 84,
● het, ondanks het feit dat de stand van de
bestuur
dersstoel correct is, onmogelijk is om
de minimale afstand van 25 cm tussen het centrum van het stuur en de borstkas te be-
houden,

er speciale toestellen moeten worden geïn-
stall
eerd in de zone van het stuur, omdat er
een mindervalide persoon meerijdt,
● u speciale stoelen laat installeren (bijv. een
orthopedisc
he stoel zonder zij-airbags).
U kunt de voorste bijrijdersairbag uitschake-
len met de schakelaar ››› pag. 82.
Geadviseerd wordt om naar een officiële
SEAT dealer te gaan als andere airbags uitge-
schakeld moeten worden.
Controle airbagsysteem
De werking van het airbagsysteem wordt
elektronisch gecontroleerd, ook als een air-
bag niet is aangesloten.
Als het airbagsysteem werd uitgeschakeld
door middel van een diagnosesysteem: ● nadat het contact is ingeschakeld, gaat het
lampje
van het airbagsysteem  gedurende
ongeveer 4 seconden branden en vervolgens
ongeveer 12 seconden knipperen.
Als het airbagsysteem is uitgeschakeld door
middel van de airbagschakelaar aan de kant
van het instrumentenpaneel:
● nadat het contact is ingeschakeld, gaat het
control
elampje van de airbag  gedurende
ongeveer 4 seconden branden, ●
Als de airb
ag uitgeschakeld is, wordt dit
aangegeven door het lampje   dat zal
oplichten in het opschrift    
 in het midden van het instrumentenpaneel
››› afb. 93. ATTENTIE
In geval van storing van het airbagsysteem, is
het mogelijk d

at de airbag moeilijk, helemaal
niet of onverwacht afgaat. Dit kan ernstig of
zelfs dodelijk letsel veroorzaken.
● Laat het airbagsysteem onmiddellijk door
een gespec
ialiseerde werkplaats nakijken.
● Monteer nooit een kinderzitje op de voor-
stoel, of
verwijder het ingebouwde kinderzi-
tje! De voorairbag van de voorpassagier zou
ondanks het defect af kunnen gaan bij een
aanrijding. VOORZICHTIG
Let altijd op de brandende controlelampjes
en neem de daarbij behor ende be

schrijvingen
en aanwijzingen in acht om geen schade aan
de wagen te veroorzaken. Let op
● Neem de in uw land g el

dende voorschriften
betreffende de deactivering van airbags in
acht.
● Bij uw officiële SEAT-dealer kunt u informa-
tie verkrij
gen over de airbags die in uw wagen
kunnen worden gedeactiveerd. 81
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Page 84 of 348

Vastzetten
Schakelaar voorairbag aan bijrijders-
z ijde Afb. 93
Schakelaar voorairbag aan bijrijders-
z ijde. Afb. 94
Controlelampje voor het buiten werk-
in g s
tel
len van de bijrijdersairbag. Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ›

 p

ag. 16.
Met de schakelaar wordt uitsluitend de fron-
tairbag van de bijrijder uitgeschakeld. Airbag inschakelen
– Contact uitschakelen.
– Bijrijdersportier openen.
– Voer de sleutelbaard in de gleuf in die voor-
zien is op de s

chakelaar voor uitschakeling
van de bijrijdersairbag ››› afb. 93. De baard
moet ca. 3/4 van zijn lengte ingevoerd wor-
den, tot tegen de aanslag.
– Draai de sleutel vervolgens zachtjes om de
stand op ON

te plaatsen. Oefen geen druk
uit indien u weerstand ondervindt en zorg
ervoor dat de sleutelbaard tot het einde in-
gevoerd is.
– Bijrijdersportier sluiten.
– Controleer of het controlelampje  
››› afb

. 94 niet gaat branden bij het op-
schrift      in het midden
van het dashboard.
– Het controlelampje   brandt gedur
ende
60 sec. in het middelste gedeelte van het
instrumentenpaneel.
Controlelampje bij het opschrift  
   (uitgeschakelde bijrijdersairbag)
Als de voorairbag aan bijrijderszijde is uitge-
schakeld, zal het controlelampje enkele se-
conden oplichten nadat het contact is inge-
schakeld. Daarna zal het ongeveer 1 seconde
uitgaan om vervolgens weer op te lichten. Als het controlelampje knippert, dan bete-
kent dit d

at er een defect is in het systeem
om de airbag uit te schakelen ››› . G
a on-
mid dellijk

naar een officieel dealer. ATTENTIE
● De bes t

uurder van de wagen is verantwoor-
delijk voor het in- of uitschakelen van de air-
bag.
● Schakel de airbag enkel uit bij uitgescha-
keld cont
act! Indien u dit niet doet, kunt u
een defect veroorzaken in het systeem om de
airbag uit te schakelen.
● Laat de sleutel in geen enkel geval in de
schak
elaar voor uitschakeling van de airbag
zitten, want de sleutel kan beschadigd wor-
den of de airbag kan bij het rijden in werking
of buiten werking gesteld worden.
● Als het controlelampje   (uitges
chakel-
de airbag) knippert, dan zal de voorste bijrij-
dersairbag niet geactiveerd worden tijdens
een ongeval! Laat het systeem onmiddellijk
door de werkplaats van een officiële dealer
controleren. 82

Page 85 of 348

Veilig vervoer van kinderen
Veilig vervoer van kinderen
V ei
lig v
ervoer van kinderen
Inleiding Om veiligheidsredenen en zoals de statistie-
ken met betr
ekk

ing tot ongevallen aantonen,
adviseren wij u om kinderen onder de 12 jaar
op de achterbank te vervoeren. Afhankelijk
van leeftijd, lichaamslengte en gewicht moe-
ten kinderen op de achterbank door een kin-
derzitje of door de aanwezige veiligheidsgor-
dels op hun plaats worden gehouden. Om
veiligheidsredenen moet dit stoeltje gemon-
teerd worden op de achterbank, achter de
stoel van de bijrijder of in het midden.
Het natuurkundige principe van een ongeval
heeft uiteraard ook betrekking op kinderen
››› pag. 73. De spieren en de botstructuur van
kinderen zijn in tegenstelling tot die van vol-
wassenen nog niet volledig ontwikkeld. Kin-
deren zijn daarom blootgesteld aan een ver-
hoogd risico op lichamelijk letsel.
Kinderen mogen alleen in speciale kinderzi-
tjes worden vervoerd om de kans op lichame-
lijk letsel te verkleinen!
Wij adviseren u voor uw wagen kindergordel-
systemen uit het originele SEAT accessoire-
programma te gebruiken dat systemen voor
elke leeftijd van het merk "Peke" omvat (niet
voor alle landen). Deze systemen zijn speciaal ontworpen en
goedgek
eur

d en voldoen aan de regeling
ECE-R44.
SEAT beveelt aan om de kinderzitjes van de
website te gebruiken volgens onderstaande
beschrijving:
● Kinderzitjes tegen de rijrichting in (groep
0+): ISOFIX en steu
n (Peke G0 Plus + ISOFIX-
basis (RWF)).
● Kinderzitjes in de rijrichting (groep 1): ISO-
FIX en Top
Tether (Peke G1 ISOFIX DUO Plus).
● Kinderzitjes in de rijrichting voor groep 2:
veiligheidsg
ordel en ISOFIX (Peke G3 KIDFIX).
● Kinderzitjes in de rijrichting voor groep 3:
met vei
ligheidsgordel (Peke G3 KIDFIX).
Let voor het inbouwen en het gebruik van
kinderzitjes op de wettelijke bepalingen en
montageaanwijzingen van de fabrikant van
het betreffende kinderzitje. Lees in elk geval
››› pag. 83 en volg dit op.
Wij adviseren u het instructieboekje van de
fabrikant van het kinderzitje bij de wagendo-
cumentatie te voegen en altijd in de wagen
mee te nemen.
Belangrijke aanwijzingen voor de
voorairbag
van de bijrijder Lees aandachtig de aanvullende informatie
› ››

 p

ag. 18. Neem de veiligheidsaanwijzingen van de vol-
gende hoofds

tukken in acht:
● Veiligheidsafstand tot de airbag aan bijrij-
derszijde ›

›› pag. 76.
● Voorwerpen tussen de bijrijder en de air-
bag aan bijrijders
zijde ››› in Voorairbags
op p ag. 78
Indien de voor
airbag aan bijrijderszijde wordt
geactiveerd, vormt dat een groot gevaar voor
een kind dat met de rug naar het dashboard
is gekeerd, aangezien de airbag met zo'n
grote kracht tegen de stoel kan slaan dat dit
levensgevaarlijke letsels kan opleveren. Kin-
deren t/m 12 jaar moeten altijd op de zit-
plaatsen achterin worden vervoerd.
Om deze reden raden wij u met klem aan om
kinderen op de zitplaatsen achterin te ver-
voeren. Het is de veiligste plek van de wa-
gen. Met de sleutelschakelaar kan de bijrij-
dersairbag buiten werking worden gesteld
››› pag. 82. Vervoer kinderen in een geschikt
kinderzitje dat in overeenstemming is met de
leeftijd en de grootte van het kind ››› pag.
85. ATTENTIE
● Als op de b

ijrijdersstoel een kinderzitje
wordt gemonteerd, betekent dit bij een aan-
rijding een grotere kans op, mogelijk dode-
lijk, lichamelijk letsel bij het kind. » 83
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Page 86 of 348

Vastzetten

Een ge activ
eerde bijrijdersairbag kan een
kinderzitje, dat met de rug naar het
dashboard is gekeerd, raken en dit met volle
kracht tegen het portier, de hemelbekleding
of de rugleuning werpen.
● Nooit een kinderzitje op de bijrijdersstoel
bevestig
en waarbij het kind met de rug naar
het dashboard is gekeerd en de frontairbag in
paraatheid is - levensgevaarlijk! Wanneer het
in uitzonderlijke gevallen noodzakelijk is een
kind op de bijrijdersstoel mee te nemen,
moet de frontairbag aan de bijrijderszijde
buiten werking worden gesteld ››› pag. 80. In-
dien de bijrijdersstoel over een hoogterege-
ling bezit, plaats deze dan zo ver mogelijk
naar achteren en in de hoogste positie. Als de
stoel over een vast zitje bezit, plaats daar
dan geen kinderzitje op.
● In de versies zonder sleutelschakelaar voor
het uitsc
hakelen van de airbag dient de uit-
schakeling door een Technische Dienst te
worden verricht. Vergeet niet de airbag op-
nieuw in te schakelen wanneer een volwasse-
ne plaats wenst te nemen naast de bestuur-
der.
● Alle inzittenden - vooral kinderen - moeten
tijdens het rijden de jui
ste zithouding aanne-
men en de veiligheidsgordels juist hebben
omgegespt.
● Laat nooit kinderen of baby's op schoot
meerijden - levensg
evaarlijk!
● Sta nooit toe dat kinderen onbeschermd in
de wagen meeg
aan of tijdens het rijden in de
wagen gaan staan resp. geknield op de stoe-
len zitten. Bij een ongeval wordt uw kind zelf ook door de wagen geslingerd en kunnen an-
dere inz
itt

enden daardoor levensgevaarlijk
worden verwond.
● Als kinderen tijdens het rijden een verkeer-
de zithouding aannemen, s
tellen de kinderen
zich bij plotseling remmen of een aanrijding
bloot aan een verhoogd risico op lichamelijk
letsel. Dit geldt in het bijzonder voor kinde-
ren die op de bijrijdersstoel worden vervoerd,
want als het airbagsysteem bij een ongeval
wordt geactiveerd, kan dit ernstig letsel en
zelfs de dood tot gevolg hebben.
● Een geschikt kinderzitje biedt een goede
beschermin
g!
● Laat een kind nooit alleen op het kinderzi-
tje of in het int
erieur, aangezien de gepar-
keerde wagen naargelang het seizoen zeer
hoge en nagenoeg dodelijke temperaturen
kan bereiken.
● Kinderen kleiner dan 1,50 m mogen niet
zonder kinderz
itje met een normale veilig-
heidsgordel worden vastgegespt omdat ze
anders bij plotseling remmen of een ongeval
letsel kunnen oplopen aan buik en hals.
● De veiligheidsgordel mag niet zijn vastge-
klemd en moet jui
st zijn omgedaan ››› pag.
70.
● In een kinderzitje mag slechts één kind zit-
ten ›››

pag. 84, Kinderzitjes.
● Wanneer een kinderzitje gemonteerd wordt
op de achterbank, w
ordt aanbevolen om het
kinderslot te activeren ››› pag. 126. Kinderzitjes
V ei
ligheid s

aanwijzingen Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
 p

ag. 18. ATTENTIE
Tijdens het rijden moeten kinderen in de wa-
gen wor den

vervoerd in een zitje dat geschikt
is voor hun leeftijd, lichaamsgewicht en li-
chaamslengte.
● Lees in elk geval de informatie en waar-
schuw
ingen voor het gebruik van de kinderzi-
tjes ››› pag. 83 en volg deze op. ATTENTIE
De bevestigingsbeugels zijn alleen ontwik-
keld v

oor kinderzitjes met het "ISOFIX"- en
Top Tether*-systeem.
● Nooit kinderzitjes zonder "ISOFIX"- en Top
Tether*-sys
teem of spanbanden of andere
voorwerpen aan de bevestigingsbeugels
vastmaken - levensgevaarlijk!
● Zorg ervoor dat de kinderzitjes goed in de
"ISOFIX"- en Top Tether
*-bevestigingsbeu-
gels vastzitten. ATTENTIE
Een onjuiste installatie van de kinderzitjes
verhoogt het

risico op verwonding bij een
botsing. 84

Page 98 of 348

Noodgevallen
De zekeringenhouder onder het instrumen-
t enp
aneel openen en s
luiten
● Ontgrendelen: de klep naar beneden k
lap-
pen ››› afb. 100.
● Sluiten: de klep omhoog zw
enken tot deze
vastklikt.
De zekeringenhouder in de motorruimte ope-
nen
● Open de motorkap  ››› p
ag. 300.
● Druk op de vergrendelingsclips voor het
ontgrendelen
van de zekeringenhouder
››› afb. 101.
● Verwijder het deksel naar boven toe.
● Om het deksel te monteren, p
laats het op
de zekeringenhouder. Duw de clips omlaag
totdat deze vastklikken.
Overzicht zekeringen in het interieur
Nr.Stroomverbruiker/Ampère
1Adblue (SCR)30
5Gateway5
6Keuzehendel automaat5
7Bedieningspaneel airco/verwarming,
achterruitverwarming, interieurvoor-
verwarming10
8Diagnose, handremschakelaar, ver-
lichtingsschakelaar, achteruitrijlicht,
interieurverlichting, rijmodus10
Nr.Stroomverbruiker/Ampère
9Stuurkolom5
10Radiodisplay7,5
12Radio20
14Ventilator airco40
15Ontgrendeling stuurkolom10
16Connectivity box koppelantenne7,5
17Instrumentenpaneel5
18Camera achteraan7,5
19Kessy7,5
21Regeleenheid 4x4 Haldex15
22Aanhangwagen15
23Lichten rechts40
24Elektrisch bedienbaar dak30
25Linkerportier30
26Stoelverwarming30
28Aanhangwagen25
31Lichten links40
32Regeleenheid parkeerhulp7,5/ 10
33Airbag5
34Schakelaar achteruitrijlicht, klimaat-
sensor, elektrochromatische spiegel7,5
Nr.Stroomverbruiker/Ampère
35Diagnose, regeleenheid lichten, licht-
bundelverstelling10
36Camera vooraan, radar5/10
38Aanhangwagen25
39Rechterportier30
4012 V-stopcontact20
42Centrale vergrendeling40
43Binnenverlichting30
44Aanhangwagen15
45Elektrische bestuurdersstoel15
47Ruitenwisser achter15
49Startmotor, koppelingssensor5
50Elektrisch bedienbare achterklep40
53Achterruitverwarming30
Zekeringenoverzicht in de motorruimte
Nr.Stroomverbruiker/Ampère
1ESP-regelapparaat40
2ESP-regelapparaat40
3Motorregelapparaat (diesel/ben-
zine)30/15
4Motorsensoren5/10 96

Page 107 of 348

Bestuurdersgedeelte
Bedienen
B e
st
uurdersgedeelte
Overzicht Portiergreep binnenzijde
Schak
el

aar centrale vergrende-
ling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
Bedieningselement voor elektrische
buitens
piegelverstelling . . . . . . . . . .148
Luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Bedieningshendel voor:
– Knipperlicht en gr

ootlicht . . . . . . . 138
– Rijstr ook

assistent (Lane Assist) .226
– Grootlichta
ssistent . . . . . . . . . . . . . 139
– Snelheidsreg
elsysteem (SRS) . . .204
Afhankelijk van de uitrusting:
– Hendel v oor c

ruise control . . . . . .204
Stuurwiel met claxon en
– Best

uurdersairbag . . . . . . . . . . . . . . 15
– Bediening v

oor boordcomputer .30
– Bedienings
toetsen voor radio, te-
lefoon, navigatiesysteem en
spraakbedieningssysteem ›››
bro-
chure Radio
– Hendels voor tiptronic-bediening
(automatische transmissie) . . . . .190
1 2
3
4
5
6
7 Instrumentenpaneel
. . . . . . . . . . . . . .107
Bedieningshendel voor:
– Ruit
enw

issers/-sproeiers . . . . . . . .146
– Ruitenw
issers/-sproeier . . . . . . . . .146
– Boordcomput
er . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Afhankelijk van de uitrusting: radio
of disp
lay van Easy Connect-sys-
teem (navigatie, radio, tv/video) . .113
Afhankelijk van de wagenuitrusting
zijn de vo
lgende toetsen beschik-
baar:
– Start/stop-systeem . . . . . . . . . . . . .199
– Inparkeer sy

steem . . . . . . . . . . . . . . 259
– Alarmlic
hten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142
– Bandensp
anningscontrolescha-
kelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 316
– Control
elampje airbag gedeacti-
veerd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82
Afhankelijk van de wagenuitrus-
ting, da shbo

ardkastje met: . . . . . . .155
– Cd-s pel

er* en/of SD-kaart*
››› brochure Radio
Bijrijdersairbag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Schakelaar bijrijdersairbag . . . . . . .82
Bediening stoelverwarming aan bij-
rijdersz ijde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 152
Afh

ankelijk van de wagenuitrusting
bedieningsel ement

en voor:
8 9
10
11
12
13
14
15
16 –
Ver
warmin

gs- en ventilatiesys-
teem resp. handbediende aircon-
ditioning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48, 46
– Automatis
che airconditioning . . .44
Afhankelijk van de wagenuitrus-
ting:
– USB/AUX-IN-in

gang . . . . . . . . . . . . . 116
– Sigaretten
aansteker/stopcon-
tact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
– Draadloz
e lader . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
– Opbergv ak
V

ersnellingshendel voor:
– Schakelbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
– Automatis
che versnellingsbak . .187
Draaiknop (Driving Experience
button) v

oor rijfuncties . . . . . . . . . . .238
Schakelaar van Auto Hold . . . . . . . .202
Schakelaar van de elektronische
parkeerrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
St

artknop (Keyless Access sluit- en
startsy
steem zonder sleutel) . . . . . .176
Bediening stoelverwarming aan be-
stuurder
szijde . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 152
Contactslot (wagens zonder Keyless
Acce
ss) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
Hefboom voor aanpassing van de
stuurko
lom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Knieairbag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Ontgrendeling voor motorkap . . . . .301»
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
105
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Page 123 of 348

Openen en sluiten
● Bij een on g
ev al
met airbagactivering wor-
den de van binnenuit vergrendelde portieren
automatisch ontgrendeld om hulpverleners
toegang tot de wagen te verschaffen. ATTENTIE
● De knop v oor de c

entrale vergrendeling
functioneert ook als het contact uit staat en
vergrendelt automatisch de gehele wagen zo-
dra op de knop  wordt gedrukt.
● De knop voor de centrale vergrendeling
werkt niet a

ls de wagen van buitenaf wordt
vergrendeld terwijl de diefstalbeveiliging is
geactiveerd.
● Vergrendelde portieren maken het hulpver-
leners moei
lijk om in geval van nood in de
wagen te komen - levensgevaarlijk! Laat geen
personen en dan met name kinderen niet in
de wagen achter. Let op
Uw auto wordt bij een snelheid van 15 km/u
(9 mpu) autom ati

sch vergrendeld (Auto Lock)
››› pag. 117. U kunt de wagen ontgrendelen
door nogmaals op de knop  van de centrale
vergr endelin

g te drukken. Wagen ontgrendelen en vergrendelen
met

K eyl

ess Access* Afb. 123
Sluit- en startsysteem zonder sleutel
K eyl
es

s Access:  omgeving.  Achterklep
sensorgestuurd openen (Easy Open). Afb. 124
Sluit- en startsysteem zonder sleutel
Keyle s

s Access: sensoroppervlak A voor het
ontgrendel en aan de b
innenzijde van de por-
tiergreep van het portier en sensoroppervlak B voor het vergrendelen aan de buitenzijde
v an de por
tiergr

eep. 

›››

T
ab. op pag. 2
Naargelang de uitrusting kan de wagen be-
schikken over het Keyless Access-systeem.
Keyless Access is een sluit- en startsysteem
zonder sleutel waarmee waarmee de wagen
vergrendeld en ontgrendeld kan worden zon-
der daarvoor de autosleutel actief te moeten
gebruiken. Daarvoor moet er een geldige wa-
gensleutel zijn in het overeenkomstige her-
kenningsgebied wanneer u de wagen pro-
beert te openen ››› afb. 123  en moet u een
van de sensoroppervlakken van de portier-
grepen aanraken ››› afb. 124 of de soft-
touch/handgreep in de achterklep bedienen
››› pag. 129 ››› .
»
121
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten

Page 152 of 348

Bedienen
Let op
Als het elektrische verstelmechanisme uit-
valt, k u
nt u beide buitenspiegels met de hand
verstellen door op de rand van het spiegel-
vlak te drukken. Stoelen en hoofdsteunen
St oel
en en hoof d

steunen ver-
stellen
Stoelen handmatig verstellen Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
 p

ag. 12 ATTENTIE
Belangrijke informatie, tips, adviezen en
waars c

huwingen die u in het belang van uw
eigen veiligheid en de veiligheid van uw pas-
sagiers moet lezen en in acht nemen, vindt u
in het hoofdstuk Veilig rijden ››› pag. 64. ATTENTIE
● Vers t

el de voorstoelen uitsluitend terwijl de
wagen stil staat. Anders bestaat er gevaar
voor ongelukken.
● Voorzichtig bij het verstellen van de stoel-
hoogte! Door ong
econtroleerd of onachtzaam
te verstellen kunt u bekneld komen te zitten -
levensgevaarlijk!
● De rugleuningen van de voorstoelen mogen
niet te v
eel achterover staan tijdens het rij-
den. Anders kunnen de veiligheidsgordels en
het airbagsysteem hun beschermfunctie niet
vervullen, met het bijbehorend risico op on-
gevallen. Bestuurdersstoel elektrisch verstel-
l
en* Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
 p

ag. 13 ATTENTIE
● Nalatig of on

achtzaam gebruik van de elek-
trisch bediende voorstoelen kan leiden tot
ernstige verwondingen.
● De voorstoelen kunnen ook elektrisch ver-
steld w
orden met het contact uitgeschakeld.
Laat nooit een kind of andere hulpbehoeven-
de persoon alleen achter in de wagen.
● In geval van nood kan de elektrische ver-
stellin
g onderbroken worden door te drukken
op een ander bedieningselement. VOORZICHTIG
Om de elektrische onderdelen van de stoel
niet te be s

chadigen, mag u niet op de zittin-
gen knielen of de zitbank en rugleuning op
andere manieren puntvormig belasten. Let op
● Indien de accu v

an de wagen bijna leeg is,
is het mogelijk dat de stoel niet elektrisch
versteld kan worden.
● Indien u de motor aanzet tijdens de elektri-
sche v
erstelling van de stoelen, wordt die on-
derbroken. 150

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 next >