airbag Seat Ateca 2017 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: SEAT, Model Year: 2017, Model line: Ateca, Model: Seat Ateca 2017Pages: 348, PDF Size: 5.98 MB
Page 158 of 348

Bedienen
●
Aan de kledin gh
aken mag enkel lichte kle-
ding worden gehangen. In de zakken mogen
zich geen zware of scherpe voorwerpen be-
vinden.
● Geen kleerhanger gebruiken om kleding op
te hang
en, omdat anders de werking van de
hoofdairbag wordt belemmerd. Stopcontact
Afb. 148
Middenconsole: 12-volt stopcontact ●
Verwijder de dop van het stopcontact in de
mid denc on
so
le ››› afb. 148.
● Steker van het elektrische apparaat in de
acces
soireaansluiting steken.
De 12-volt accessoireaansluiting kan voor
elektrische apparaten worden gebruikt. Hier-
bij mag de vermogensopname via de aanslui-
ting niet hoger zijn dan 120 W. ATTENTIE
De aansluiting functioneert alleen bij inge-
sch ak
eld contact. Onjuist gebruik kan leiden
tot ongevallen en zelfs brand. Daarom mag u
nooit kinderen alleen achterlaten in de wagen
terwijl de sleutel nog op het contact steekt.
Gevaar voor verwondingen! VOORZICHTIG
Alleen passende stekers gebruiken om be-
sch a
diging aan de stopcontacten te voorko-
men. Let op
Bij stilstaande motor en ingeschakelde elek-
trisc he ap
paraten ontlaadt de accu zich. Bagage opbergen
B ag
ageruimt
e beladen Bagage en losliggende voorwerpen moeten
v
ei
lig in de b ag
ageruimte zijn bevestigd.
Niet-bevestigde voorwerpen die in de baga-
geruimte heen- en weer bewegen, kunnen de
rij-eigenschappen van de wagen en daarmee
de rijveiligheid beïnvloeden door de verplaat-
sing van het zwaartepunt.
– De lading gelijkmatig verdelen in de baga-
geruimte. –
Zw
are b
agage zo ver mogelijk naar voren in
de bagageruimte leggen.
– Leg eerst de zware bagage onderin.
– Zware voorwerpen bevestigen aan de aan-
wezige bev
estigingsogen ››› pag. 159. ATTENTIE
● Los lig
gende lading of andere losliggende
voorwerpen in de bagageruimte kunnen ern-
stig lichamelijk letsel veroorzaken.
● Voorwerpen altijd opbergen in de bagage-
ruimte en deze beve
stigen aan de aanwezige
bevestigingsogen.
● Spanbanden gebruiken die geschikt zijn
voor het beve
stigen van zware voorwerpen.
● Losliggende voorwerpen kunnen bij plotse-
linge manoeu
vres of ongevallen naar voren
worden geslingerd en de inzittenden van de
wagen of andere verkeersdeelnemers ver-
wonden. Dit verhoogde risico op letsel wordt
nog eens extra vergroot als de losse voorwer-
pen worden geraakt door een airbag die
wordt geactiveerd. In een dergelijk geval kun-
nen de voorwerpen veranderen in projectielen
– levensgevaar!
● Let erop dat bij het vervoer van zware voor-
werpen de rij-eigens
chappen door verplaat-
sing van het zwaartepunt wijzigen - gevaar
voor ongelukken! Pas daarom uw rijstijl en de
snelheid aan de omstandigheden aan.
● Overschrijd nooit de toelaatbare asbelas-
tingen en het t
oelaatbare totaalgewicht van
de wagen. Wanneer deze gewichten worden 156
Page 181 of 348

RijdenStapMotor uitzetten met de startknop
››› pag. 176.
6.Schakel in geval van een handgeschakelde
versnellingsbak de 1e versnelling of de achter-
uitversnelling in. ATTENTIE
Zet de motor nooit uit terwijl de wagen in be-
wegin g i
s. Dit kan leiden tot verlies van con-
trole over de wagen, ongeval en ernstige let-
sels.
● De airbags en gordelspanners zijn buiten
werking a
ls het contact is uitgeschakeld.
● De rembekrachtiger werkt niet bij uitge-
schak
elde motor. Daarom moet u bij uitge-
schakelde motor het rempedaal krachtiger in-
trappen om de wagen tot stilstand te bren-
gen.
● De stuurbekrachtiging werkt niet bij uitge-
schak
elde motor. Wanneer de motor is afge-
zet, heeft u meer kracht nodig om te sturen.
● Als het contact wordt uitgeschakeld, kan de
stuurko
lomvergrendeling geactiveerd worden
waardoor u geen controle meer hebt over de
wagen. VOORZICHTIG
Als de motor veel belast wordt gedurende
lang er
e tijd, kan hij na het uitschakelen over-
verhit raken. Om motorschade te vermijden,
laat u hem na het uitzetten stationair draaien
gedurende ca. 2 minuten in neutrale stand. Let op
Na het uitzetten van de motor kan de koel-
luchtv enti
lator nog enkele minuten blijven
werken in de motorruimte, zelfs met uitge-
schakeld contact. De koelluchtventilator gaat
automatisch uit. Functie "My Beat"
Voor wagens met comfortsleutel is er de func-
tie "My B
e
at". Deze functie biedt een bijko-
mende indicatie van het startsysteem van de
wagen.
Bij toegang tot de wagen, bijv. door het ope-
nen van de portieren met de afstandsbedie-
ning, knippert de knop START ENGINE STOP on
t e w
ijzen op de o
vereenkomstige toets van
het startsysteem.
Bij het in-/uitschakelen van het contact gaat
het licht van de knop START ENGINE STOP knip-
per en. Bij uit
ge
schakeld contact stopt de
knop START ENGINE STOP na enkele seconden
met knip
peren en g
aat hij uit.
Wanneer de motor is gestart, blijft het licht
van de knop START ENGINE STOP vast branden
om aan t e g
even d
at de motor draait. Wordt
de motor stopgezet met de knop START ENGINE STOP , dan gaat die opnieuw
knip per
en. In w
ag
ens
met star
t-stopsysteem biedt de
functie "My Beat" ook bijkomende informa-
tie:
● Wanneer de motor wordt afgezet tijdens de
Stop-fase, b
lijft het licht van de toets
START ENGINE STOP vast branden, want hoewel
de mot or uit
is
blijft het start-stopsysteem ac-
tief.
● Kan de motor niet opnieuw worden gestart
met het st
art-stopsysteem, ››› pag. 199, en
moet hij handmatig worden gestart, dan zal
de knop START ENGINE STOP knipperen om deze
s it
uatie aan t e g
even.
Remmen en parkeren Elektronis
che parkeerrem Afb. 165
Onder in de middenconsole: toets
v an de el ektr
oni
sche parkeerrem. » 179
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 186 of 348

Bedienen
valt en stabiliseert zo het geheel. De stabili-
s atie
van het
samenstel wagen/aanhanger is
niet beschikbaar in alle landen.
Elektronisch beheer van het aandrijfkoppel
(XDS)
Bij het nemen van een bocht maakt het diffe-
rentieelmechanisme van de aandrijfas het
mogelijk dat het buitenwiel sneller draait dan
het binnenwiel. Op deze wijze ontvangt het
wiel dat sneller draait (buitenwiel) minder
aandrijfkoppel dan het binnenwiel. Dit kan
veroorzaken dat in bepaalde omstandighe-
den het koppel afgeleverd aan het binnen-
wiel te hoog is en dit zou slippen veroorza-
ken. Het buitenwiel ontvangt daarentegen
minder aandrijfkoppel dan wat deze zou kun-
nen overbrengen. Dit effect veroorzaakt een
algemeen verlies van het wegvastheid aan
de zijkant in de vooras, die zich uit in onder-
stuur of "verlenging" van de baan.
Het XDS-systeem kan, via de sensoren en sig-
nalen van de ESC, dit effect waarnemen en
corrigeren.
De XDS remt via de ESC het binnenwiel, zodat
het effect van het teveel aan aandrijfkoppel
van dit wiel wordt opgeheven. Dit zal ertoe
leiden dat de door de bestuurder gekozen
lijn preciezer zal worden uitgevoerd.
Het XDS-systeem werkt in combinatie met de
ESC en blijft altijd actief, hoewel de aandrijfs- lipregeling ASR uitgeschakeld zou zijn of de
ESC in S
port-modus staat of uitgeschakeld is.
Rem voor meervoudige aanrijdingen
De rem voor meervoudige aanrijdingen helpt
de bestuurder in geval van een ongeluk door
in te grijpen op de remming en zo het risico
op doorslippen tijdens het ongeluk en daar-
mee verdere aanrijdingen te voorkomen.
De rem voor meervoudige aanrijdingen (mul-
ti-collision) grijpt in bij een frontale botsing,
zijdelingse botsing en botsing van achteren,
zodra de airbagregeleenheid constateert dat
activering noodzakelijk is, mits de aanrijding
bij een snelheid hoger dan 10 km/u (6 mpu)
gebeurt. De ESC remt de wagen automatisch
wanneer de ESC, de hydraulische reminstal-
latie en de elektrische installatie niet bescha-
digd zijn.
Tijdens het ongeluk zijn de volgende acties
bepalend voor automatische remming:
● Wanneer de bestuurder het gaspedaal in-
trapt, vindt
geen automatische remming
plaats.
● Zodra de remdruk veroorzaakt door het
rempedaal hog
er is dan de remdruk in het
systeem, zal de wagen handmatig remmen.
● Als zich een storing voordoet in de ESC is
de rem voor meer
voudige aanrijdingen niet
beschikbaar. ATTENTIE
● De sys t
emen ESC, ABS, ASR, EDS of elek-
tronisch beheer van het aandrijfkoppel kun-
nen de grenzen van de natuurkundige wetten
niet overschrijden. Dit geldt in het bijzonder
bij glad of nat wegdek. Als de systemen in
het regelbereik komen, dient de snelheid di-
rect aan de weg- en verkeersomstandigheden
te worden aangepast. De toename van veilig-
heidssystemen mag er niet toe leiden dat de
bestuurder meer risico's gaat nemen. Anders
bestaat er gevaar voor ongelukken.
● Let op dat het gevaar voor ongelukken gro-
ter wordt
als u snel rijdt, in het bijzonder in
bochten en bij een gladde of natte rijbaan, en
wanneer u te weinig afstand houdt. De syste-
men ESC, ABS, remkrachtassistent, EDS of
elektronisch beheer van het aandrijfkoppel
kunnen niet voorkomen dat ongelukken ge-
beuren: gevaar voor ongevallen!
● Trek voorzichtig op in geval van gladde
wegdekken (b
ijv. bij ijs en sneeuw). Ondanks
de regelsystemen kunnen de aangedreven
wielen doorslippen en zo de rijstabiliteit ne-
gatief beïnvloeden - gevaar voor ongevallen! Let op
● Het ABS en de ASR grijpen norm a
liter uit-
sluitend in als de banden op de vier wielen
identiek zijn. Een verschillende afrolomtrek
van de banden kan tot een niet-gewenste ver-
mindering van het motorvermogen leiden.
● Als de beschreven systemen ingrijpen kun-
nen bedrijfsgeluiden optreden. 184
Page 207 of 348

Systemen ter ondersteuning van de bestuurder
ATTENTIE
Veiligheidsaanwijzingen ››› in Controle- en
waars c
huwingslampjes op pag. 112 in acht
nemen. Snelheidsregelsysteem bedienen*
Lees aandachtig de aanvullende informatie
›››
p
ag. 38
De waarde in de tabel tussen haakjes (in
mph, mijlen per uur) heeft uitsluitend betrek-
king op instrumentenpaneel met indicatie in
mijl.
Schakelen in GRA-stand
De GRA vertraagt direct zodra het koppelings-
pedaal wordt ingetrapt en grijpt na het scha-
kelen weer automatisch in.
Hellingen afdalen met de SRS
Als het SRS de snelheid van de wagen bij het
omlaag rijden van een helling niet constant
kan houden, rem de wagen dan met het rem-
pedaal af en schakel indien nodig terug.
Automatisch uitschakelen
Het snelheidsregelsysteem SRS wordt auto-
matisch uitgeschakeld of tijdelijk onderbro-
ken: ●
Als het
systeem een storing detecteert die
de werking van het GRA beïnvloeden kan.
● Als gedurende bepaalde tijd het gaspedaal
ingetrapt
blijft, waarbij wordt gereden op een
snelheid hoger dan ingesteld.
● Als de dynamische regelsystemen (bijv.
ASR of ESC) ingrijpen.
● A
ls de airbag geactiveerd wordt.
Snelheidsbegrenzer Aanwijzin
gen op het scherm en waar-
schuwings- en controlelampje Afb. 172
Op het display van het instrumen-
t enp aneel: aan
w
ijzingen van de staat van de
snelheidsbegrenzer. De snelheidsbegrenzer helpt om een indivi-
dueel
gepr
ogr
ammeerde snelheid niet te overschrijden vanaf ongeveer 30 km/u (19
mpu) op een traject
vooruit ››› Aanwijzingen van de snelheidsbegrenzer op
het
s
cherm
St
atus ››› afb. 172:
De snelheidsbegrenzer is actief. De laatst
geprogrammeerde snelheid wordt ge-
toond in grote cijfers.
De snelheidsbegrenzer is niet actief. De
laatst geprogrammeerde snelheid wordt
getoond in kleine of donkere cijfers.
De snelheidsbegrenzer is uitgeschakeld.
Het totale aantal kilometer wordt ge-
toond.
Waarschuwings- en controlelampjes
Gaat groen branden
De snelheidsbegrenzer is ingeschakeld en actief.
Knippert groen
De programmeerde snelheid van de snelheidsbegrenzer
werd overschreden.
Gaat branden
De automatische afstandsregeling (ACC) en snelheids-
begrenzer zijn actief.»A
B
C
205
Technische gegevens
Aanwijzingen
Bedienen
Noodgevallen
Vastzetten
Page 210 of 348

BedienenFunctieStand van de knipperlichthendel
››› afb. 173 of de derde hendel
››› afb. 174Effect
De geprogrammeerde snelheid van de be-
grenzer verlagen
Druk kort op de toets 3 van de knipperlichthendel aan het deel of
zet de derde hendel in de stand om de snelheid te verlagen in kleine
stappen van 1 km/u (1 mpu) en te programmeren.
De snelheid wordt beperkt tot de geprogrammeerde waardeDruk op van de derde hendel om de snelheid te verlagen in stappen
van 10 km/u (5 mpu) en te programmeren.
Houd de toets 3 van de knipperlichthendel ingedrukt aan het deel of houd ingedrukt om de snelheid ononderbroken te verhogen in
stappen van 10 km/u (5 mpu) en te programmeren.
Snelheidsbegrenzer uitschakelenSchuif de schakelaar 1 van de knipperlichthendel naar de stand of zet
de derde hendel in stand .Het systeem wordt uitgeschakeld. De snelheid blijft gepro-
grammeerd. De waarden in de tabel tussen haakjes, in
mp
u, w
orden enk
el getoond in het instru-
mentenpaneel met aanwijzingen in mijl.
Hellingen afdalen met de snelheidsbegren-
zer
Indien de geprogrammeerde snelheid van de
snelheidsbegrenzer wordt overschreden bij
het bergaf rijden, gaat kort erna het waar-
schuwings- en controlelampje ››› pag. 205
knipperen en klinkt mogelijk een waarschu-
wingssignaal. Rem in dat geval de auto met
de voetrem af en schakel eventueel terug.
Tijdelijk uitschakelen
Indien u de snelheidsbegrenzer tijdelijk
wenst uit te schakelen, bijv. om in te halen,
zet u de schakelaar ››› afb. 173 1 van de
knip perlic
hthendel in de s
tand , zet u de derde hendel in de weerstand of
drukt u op de t
oets 2 van eender welke hen-
del .
Na het inhal
en kan de snelheidsbegrenzer
geactiveerd worden met de eerder gepro-
grammeerde snelheid door te drukken op de
toets 3 van de knipperlichthendel aan het
deel
of
door de derde hendel in de
weerstand te zetten.
Tijdelijk uitschakelen door het gaspedaal
volledig in te trappen (kick-down)
Indien de bestuurder het pedaal helemaal in-
trapt (kick-down) en de geprogrammeerde
snelheid op zijn wens wordt overschreden,
wordt de regeling tijdelijk uitgeschakeld.
Om het uitschakelen te bevestigen, klinkt
eenmaal een geluidssignaal. Zolang de rege- ling is uitgeschakeld, knippert het waarschu-
wings- en c
ontrolelampje .
Wanneer het gaspedaal niet langer volledig
wordt ingetrapt en de snelheid daalt tot on-
der de geprogrammeerde waarde, wordt de
regeling weer geactiveerd. Het controlelamp-
je gaat branden en blijft ingeschakeld.
Automatisch uitschakelen
De regeling van de snelheidsbegrenzer wordt
automatisch uitgeschakeld:
● Als het systeem een storing detecteert die
de werking
van de begrenzer negatief kan
beïnvloeden.
● Als de airbag geactiveerd wordt.
208
Page 284 of 348

Aanwijzingen
Aanwijzingen
V er
zor
ging en onderhoud
Accessoires en technische wij-
zigingen Accessoires, onderdelen en reparatie-
werkzaamheden Laat u zich vóór het kopen van accessoires
en onder
del
en inf ormer
en.
Uw wagen biedt een hoge mate aan actieve
en passieve veiligheid. Als uw wagen nader-
hand met accessoires wordt uitgerust of als
onderdelen moeten worden vervangen, kunt
u het beste een beroep doen op het advies
en de hulp van een officiële SEAT dealer. Uw
officiële SEAT dealer geeft u graag informatie
over doelmatigheid, wettelijke bepalingen en
de techniek van accessoires en onderdelen.
Wij raden aan alleen vrijgegeven SEAT acces-
soires en SEAT Originele Onderdelen ®
te ge-
bruiken. Deze zijn door SEAT gecontroleerd
op betrouwbaarheid, veiligheid en geschikt-
heid. Vanzelfsprekend zorgt de officiële SEAT
dealer voor een vakkundige montage.
Naderhand ingebouwde apparaten die de
controle van de bestuurder over de wagen
rechtstreeks beïnvloeden, zoals bijv. snel-
heidsregelsystemen of elektronisch geregel- de dempingssystemen, moeten voor
zien zijn
van een e-code (keuringscode van de Europe-
se Unie) en voor uw wagen zijn goedgekeurd.
Extra aangesloten elektrische apparaten,
bijv. koelboxen, ventilatoren en claxons, die
niet voor de directe controle van de wagen
dienen, moeten zijn voorzien van een CE-
code (conformiteitsverklaring van de fabri-
kanten in de Europese Unie). ATTENTIE
Accessoires, zoals telefoon- of bekerhouders,
mogen nooit op de af dekk
ingen van airbags
of binnen de actieradius van de airbags aan-
gebracht worden. Als de airbag bij een aanrij-
ding geactiveerd wordt, bestaat er anders
een groter gevaar voor verwondingen. Technische wijzigingen
Bij technische wijzigingen onze voorschriften
op
v
o l
gen.
Ingrepen aan elektronische onderdelen, soft-
ware, bekabeling en gegevensoverdracht
kunnen functiestoringen tot gevolg hebben.
Vanwege de koppeling van elektrische onder-
delen kunnen deze storingen ook direct de
werking van systemen die er niet in eerste in-
stantie mee te maken hebben, belemmeren.
Dit betekent dat de betrouwbaarheid van uw
wagen in gevaar gebracht kan zijn en dat de
onderdelen van de wagen eerder slijten dan normaal. Dit kan ertoe leiden dat de wagen
niet meer wettelijk
wordt goedgekeurd.
Wij vragen uw begrip ervoor dat uw officiële
SEAT dealer geen garantie kan geven voor
schade die het gevolg is van ondeskundig
handelen.
Wij adviseren u daarom om alle werkzaamhe-
den uitsluitend bij officiële SEAT dealers met
SEAT Originele Onderdelen ®
te laten uitvoe-
ren. ATTENTIE
Werkzaamheden of wijzigingen aan uw wa-
gen, die ondesk u
ndig worden uitgevoerd,
kunnen storingen veroorzaken - gevaar voor
ongelukken. Zend- en kantoorapparatuur
Ingebouwde zendapparatuur
V
oor het
na
derhand inbouwen van zendappa-
ratuur in de wagen is in het algemeen goed-
keuring vereist. SEAT staat het inbouwen van
goedgekeurde zendapparatuur in de wagen
toe onder de voorwaarden dat:
● De installatie van de antenne deskundig
gebeurt
.
● De antenne buiten het interieur van de wa-
gen is aan
gebracht (met gebruik van afge-
schermde kabels en niet-reflecterende anten-
ne-aanpassing).
282
Page 332 of 348

Trefwoordenlijst
Afstandsbediening zie
Sl eut
els . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
Afstandsbediening (interieurvoorverwarming) . 171 de batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
Afstandsregeling zie Automatische afstandsregeling . . . . . . . . . 209
Afstelling lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 144
Afvoer gordelspanners . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Airbagafdekkingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76 beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15, 76 activering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
hoofdairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
knieairbag . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
voorairbag buiten werking stellen . . . . . . . . . . . 80
voorairbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15, 78
werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
zij-airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Airconditioning Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44, 164
gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
Akoestisch signaal lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
veiligheidsgordel niet vastgegespt . . . . . . . . . . 70
Alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9, 125, 127 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 276
bewaking van het interieur en beschermingtegen afslepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 129
Alcantara: reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
Antiblokkeersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
Antivriesmiddel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 Area View
zie Sy steem voor perifeer gezichtsveld (Area
View) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262
Armleuningen voor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
ASR zie Aandrijfslipregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . 183
Assistentiesystemen ACC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 209
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 209
bandenspanningscontrole . . . . . . . . . . . . . . . . 315
bandenspanningsindicator . . . . . . . . . . . . . . . 316
snelheidsregelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
Auto Hold . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
Auto Lock (centrale vergrendeling) . . . . . . . . . . . 117
Automatische aansturing rijverlichting . . . . . . . . 139
Automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . . 209 aanwijzingen op het scherm . . . . . . . . . . . . . . 210
bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
bijzondere rijsituaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 217
controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 210
functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 210
radarsensor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
tijdelijk uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 216
Automatische transmissie aanwijzingen voor het rijden . . . . . . . . . . . . . . 190
bergafondersteuning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
kickdown . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 191
noodontgrendelen van keuzehendel . . . . . . . . 43
noodprogramma . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
programma launch-control . . . . . . . . . . . . . . . 192
stuurwiel met hendels voor handmatig scha-kelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
tiptronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . . . . . 187 keuzehendelvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . 188
slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
standen van de keuzehendel . . . . . . . . . . . . . 187 tiptronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
uittrekblokk
ering contactsleutel . . . . . . . . . . . 174
Automatische wasinstallatie de functie Auto Hold uitschakelen . . . . . . . . . 204
Auto wegslepen bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
AUX-IN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
B Bagage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Bagagenet bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
Bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 afdekking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
automatische blokkering . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Bagageruimteverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
bijzonderheden van de elektrische achterklep . . .130
elektrisch openen en sluiten . . . . . . . . . . . . . . 129
hoedenplank bewaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 158
nettas . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 160
noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
verstelbare bodem van de bagageruimte . . . . 161
zie ook Bagageruimte beladen . . . . . . . . . . . . 156
Bagageruimte beladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310 accessoires . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
levensduur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
looprichtinggebonden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
met verplichte looprichting . . . . . . . . . . . . . . . . 58
nieuwe banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
reparatieset . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
slijtage-indicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 312
verwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Bandenafdichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55, 87
330
Page 334 of 348

Trefwoordenlijst
schuif-/kanteldak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
s l
eut el
met afstandsbediening . . . . . . . . . . . . 119
veiligheidsontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Centrale wieldop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Cetaangetal (dieselbrandstof) . . . . . . . . . . . . . . . 296
Circulatiefunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Claxon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
Climatronic . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Comfortfunctie van de knipperlichten . . . . . . . . 138
Coming Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Connectivity Box . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
Contact . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 174
Contactslot . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 174 zie Startknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
Controle . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
controle- en waarschuwingslampjes rempedaal intrappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 210
Controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . . 111 afstandsbediening (interieurvoorverwarming) . .171
airbagsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
ASR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
automatische afstandsregeling . . . . . . . . . . . . 210
bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . 315
dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
display van het instrumentenpaneel . . . . . . . . 41
elektromechanische stuurinrichting . . . . . . . . 291
emissiecontrole . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
ESC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
geluidssignaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 227
lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
rem intrappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 220
roetfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
schakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
snelheidsregelsysteem (GRA) . . . . . . . . . . . . . 204
Start-Stop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 199 tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 294
veiligheidsg
ordel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
vermogensregeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 198
voorgloeisysteem/motorstoring . . . . . . . . . . . 198
Controlelampjes AdBlue . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 297
bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
kogelkop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
trekhaak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 272
uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
Controle van niveaus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Cruisecontrol . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 204
D Dagteller op nul zetten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
Dakdragersysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162 de dwarsdragers bevestigen . . . . . . . . . . . . . . 163
Dakkoffer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Dashboard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Dashboardkastje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
De auto slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
De auto starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
De auto wassen sensoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
De gordel spannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
De motor afzetten met sleutel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 175
De motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
De motor starten door aanslepen . . . . . . . . . . . . . 60
De voorairbag van de bijrijder buiten werking stellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
De wagen laden aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
bagageruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10 bevestigingsogen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159
luik voor het
vervoer van lange voorwerpen . . 158
De wagen slepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59 sleepoog vooraan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
De wagen verzorgen interieur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 287
De wagen wassen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
Diefstal-alarmsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
Diepte van het bandenprofiel . . . . . . . . . . . . . . . 312
Diesel motorolie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
roetfilter diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
voorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 174
Dieselolie roetfilter diesel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 296
Digitale klok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107, 108
Display van de radio: schoonmaken . . . . . . . . . . 287
Disselkogeldruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 271 de aanhangwagen laden . . . . . . . . . . . . . . . . . 277
Dodehoekhulp (BSD) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233 aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
indicatie in de buitenspiegel . . . . . . . . . . . . . . 234
rijsituaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 236
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234
Doorgebrande lampen een lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
DSG . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
DSG-versnellingsbak: zie Automatische versnellingsbak . . . . . . . . . . 187
Dynamische lichtbundel-hoogteverstelling . . . . 144
332
Page 336 of 348

Trefwoordenlijst
Handrem zie P
arkeerr
em . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 179
HDC zie Bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
Hendels voor handmatig schakelen (automati- sche transmissie) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 190
Het contact in- en uitschakelen . . . . . . . . . . 24, 174
Hoedenplank bewaren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 158
Hoofdairbags beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Hoofdsteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
hoofdsteunen achterin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
hoofdsteunen voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
verstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
voorin . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Hoofdsteunen uitbouwen/inbouwen . . . . . . . . . 151
Hoofdsteunen verstellen voorste hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 151
Hulp bij het starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Hulpsystemen bandenspanningscontrolesysteem . . . . . . . . . 314
bergafdaalhulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 201
dodehoekhulp (BSD) met uitparkeerhulp(RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
filehulpsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229
functie Auto Hold . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . 245
noodhulpsysteem (Emergency Assist) . . . . . . 231
omgevingsbewakingssysteem Front Assist . . 219
parkeerhulp achter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 259
Parkeerhulp plus . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 253
snelheidsbegrenzer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 205
Systeem voor perifeer gezichtsveld (Area View) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 262 uitparkeerhulp (RCTA) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
verkeers
tekenherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 241
vermoeidheidsherkenning . . . . . . . . . . . . . . . . 244
Voetgangersherkenningssysteem . . . . . . . . . . 225
I Inbraakbeveiliging . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
Indicatie van de versnellingen . . . . . . . . . . . . . . . 32
Inertiestand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 193
Infotainmentsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Ingang USB/AUX-IN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 116
Inhoud brandstoftank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111
Inparkeersysteem (Park Assist) . . . . . . . . . . . . . . 245 automatische remingreep . . . . . . . . . . . . . . . . 253
automatisch onderbreken . . . . . . . . . . . . . . . . 247
recht parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
schuin parkeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 250
storing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
uitparkeren (enkel uit rechteparkeerplaatsen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 252
voortijdig beëindigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
voorwaarden om te parkeren . . . . . . . . . . . . . . 250
voorwaarden om uit te parkeren . . . . . . . . . . . 252
Inrijden nieuwe banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 310
nieuwe motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
nieuwe remblokken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 182
Inspectie Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 302
Instellen menu CAR . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27, 113
Instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107 controle- en waarschuwingslampjes . . . . . . . . 111
display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107, 108
instrumenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110 menu's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
service-int
erval-indicatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Interieurbewaking en afsleepsysteem Inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 128
Interieurluchtfilter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 164
Interieurverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Interieurvoorverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170 activeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
bereik van de afstandsbediening . . . . . . . . . . 172
bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171, 173
elektrische verbruikers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
gebruiksaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173
inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
programmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 172
radiografische afstandsbediening . . . . . . . . . 171
uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 170
ISOFIX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 22
ISOFIX-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 22
J Juiste zithouding bestuurder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
bijrijder . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
inzittenden op de achterbank . . . . . . . . . . . . . . 67
K
Kabel van aanhangwagen . . . . . . . . . . . . . 273, 276
Katalysator . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197 storing in de werking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 197
Keuzehendelvergrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
Keuzehendel (automatische transmissie) noodontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Keuzehendel (automatische versnellingsbak) functiestoring . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 188
standen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 187
Keyless-Entry zie Keyless Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
334
Page 337 of 348

Trefwoordenlijst
Keyless-Exit zie K
eyle
ss Access . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Keyless Access bijzonderheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 124
Easy Open . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Keyless-Entry . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Keyless-Exit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
motor starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 178
Press & Drive . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 176
wagen ontgrendelen en vergrendelen . . . . . . 121
Kickdown automatische transmissie . . . . . . . . . . . . . . . . 191
schakelbak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240
Kilometerteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110 dagteller . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
resetknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
totaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107
Kinderslot elektrische ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
Kinderzitjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18, 84 indeling in groepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
ISOFIX-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Top Tether-systeem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20, 23
vastmaken met veiligheidsgordel . . . . . . . . . . . 18
veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . 18, 83
Kledinghaken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 155
Klimaatregeling handmatige airconditioning . . . . . . . . . . . . . . . 46
verwarming en frisse lucht . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
knieairbags veiligheidsaanwijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25, 138
Koeling Koelvloeistoftemperatuurmeter . . . . . . . . . . . . 110
Koelsysteem koelvloeistof bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
koelvloeistof controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . 305 Koelvloeistof
peil contr oleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 305
Kofferdeksel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Kogelkop controlelampje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
elektrisch ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
Koplampen een lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
koplampsproeiers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 146
rijden in het buitenland . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
Koppeling (controlelampje) . . . . . . . . . . . . . . . . . 194
Krik . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56, 87 steunpunten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Kunststofdelen: reinigen . . . . . . . . . . . . . . 286, 287
L Lade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
Lading op dak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163 technische gegevens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
Lak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285 code . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 320
schade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 286
verzorgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 285
Lampje mistlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100
Lampjes vervangen achterlamp in de achterklep . . . . . . . . . . . . . . 102
achterlamp in het zijpaneel . . . . . . . . . . . . . . . 101
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
knipperlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
mistlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100
Lane assist zie Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 226
Lane Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 226 het gebied van de camera schoonmaken . . . . 285
Leaving Home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
Leer: onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288 Lekke band
wat te doen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Lendensteun . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150
Lichtbundelhoogteverstelling . . . . . . . . . . . . . . . 144
Lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24, 137 akoestische signalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
alarmlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
AUTO . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
bediening van de lichten . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
binnenverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
bochtenlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
coming home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
cornering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
dimlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
een lamp vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
grootlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25, 137
grootlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
knipperlichthendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 138
leaving home . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141
leeslampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Mistlamp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140
parkeerlicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
snelwegverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143
stadslicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Lichten inschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Lichten uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 137
Light Assist . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139
Looprichting banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Luchtroosters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Luik voor het vervoer van lange voorwerpen . . . 158
M
Make-upspiegel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 145
Maximumsnelheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
335