YAMAHA AEROX50 2003 Instructieboekje (in Dutch)

Page 11 of 84

GEEF VOORRANG AAN VEILIGHEID
1
2
3
4
56
7
8
9
1-2
DAU03099
Andere aandachtspunten voor veilig scooterrijden 
Geef duidelijk richting aan wanneer u een bocht neemt.

Op een nat wegdek kan remmen uiterst lastig zijn. Vermijd te hard remmen, de scooter zou kunnen slippen.
Bedien de remmen rustig wanneer u op een nat wegdek wilt stoppen.

Minder snelheid bij het naderen van een bocht of een afslag. Trek langzaam op nadat u de bocht hebt geno-
men.

Wees voorzichtig bij het passeren van geparkeerde auto’s. Een bestuurder merkt u mogelijk niet op en kan het
portier openslaan in uw rijrichting.

Spoorwegovergangen, tramrails, ijzeren platen gebruikt in de wegenbouw en putdeksels worden in natte toe-
stand zeer glad. Minder snelheid en passeer ze voorzichtig. Houd de scooter recht, anders kan hij gaan schui-
ven.

De remvoeringen kunnen nat worden bij het wassen van de scooter. Controleer de remmen na het wassen van
de scooter, voordat u gaat rijden.

Draag steeds een helm, handschoenen, een lange broek (taps toelopend bij de enkel/omslag, om flapperen te
voorkomen), en een felgekleurd jack.

Vervoer op uw scooter niet te veel bagage. Een overbeladen scooter is onstabiel.

Page 12 of 84

Page 13 of 84

BESCHRIJVING
2
Aanzicht linkerzijde ............................................................................ 2-1
Aanzicht rechterzijde .......................................................................... 2-2

Page 14 of 84

2-1
2
DAU01161
2-BESCHRIJVING Aanzicht linkerzijde1. Achterremhendel (pagina 3-5, 6-13, 6-16)
2. Stuurschakelaars
linkerstuurgreep (pagina 3-4)
3. Snelheidsmeter (pagina 3-3)
4. Contactslot/stuurslot-unit (pagina 3-1, 3-9)5. Vuldop versnellingsbakolie (pagina 6-7)
6. Middenbok (pagina 6-16)
7. Kickstarter (pagina 3-7)
8. Luchtfilter (pagina 6-9)
1
23
4
68
7
5

Page 15 of 84

BESCHRIJVING
2-2
2
Aanzicht rechterzijde9. Gasgreep (pagina 6-11)
10. Voorremhendel (pagina 3-5, 6-13, 6-16)
11. Locatie
koelvloeistofreservoir (pagina 6-8)
12. Accu/zekering (pagina 6-18, 6-20)13. Locatie dop oliereservoir (pagina 3-8)
14. Vuldop brandstoftank (pagina 3-5)
910
14
11
1213

Page 16 of 84

Page 17 of 84

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3
Contactslot/stuurslot-unit ................................................................... 3-1
Controlelampjes en waarschuwingslampjes ..................................... 3-2
Snelheidsmeterunit ........................................................................... 3-3
Toerenteller (Per model verschillend) ................................................. 3-3
Brandstofniveaumeter ....................................................................... 3-3
Stuurschakelaars .............................................................................. 3-4
Voorremhendel .................................................................................. 3-5
Achterremhendel .............................................................................. 3-5
Vuldop brandstoftank ......................................................................... 3-5
Brandstof ........................................................................................... 3-6
Uitlaatkatalysator ............................................................................... 3-7
Kickstar ter ......................................................................................... 3-7
Oliereservoir voor 2-takt injectiesmering ........................................... 3-8
2-takt injectiesmeerolie ..................................................................... 3-8
Chokehendel ..................................................................................... 3-9
Rijderzadel ........................................................................................ 3-9
Opbergcompartiment A .................................................................... 3-10
Opbergcompartiment B .................................................................... 3-11
Afstellen van de schokdemperunit (Per model verschillend) ............ 3-11

Page 18 of 84

3-1
3
DAU00027
3-FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
DAU00029
Contactslot/stuurslot-unit Via het contactslot/stuurslot worden het
ontstekingssysteem en de verlichtingssys-
temen bediend en wordt het stuur vergren-
deld. De diverse standen worden hierna
beschreven.
DAU00037
AAN “ ”
Alle elektrische systemen worden voorzien
van stroom en de motor kan worden ge-
start. De sleutel kan niet worden uitgeno-
men.OPMERKING:_ De koplamp, de instrumentenverlichting en
het achterlicht gaan automatisch branden
wanneer de motor wordt gestart. _
DAU00038
UIT “ ”
Alle elektrische systemen zijn uitgescha-
keld. De sleutel kan worden uitgenomen.
DAU04470*
CONTROLEREN “ ”
Het waarschuwingslampje voor het olieni-
veau voor 2-takt injectiesmering moet gaan
branden. Zie pagina 3-2 voor uitleg over de
werking van het waarschuwingslampje voor
olieniveau.
DAU00040
SLOT “ ”
Het stuur is vergrendeld en alle elektrische
systemen zijn uitgeschakeld. De sleutel kan
worden uitgenomen.
Om het stuur te vergrendelen1. Draai het stuur helemaal naar links.
2. Druk de sleutel in de “”-stand in en
draai hem dan naar de “”-stand.
Houd de sleutel hierbij ingedrukt.
3. Neem de sleutel uit.
Om het stuur te ontgrendelenDruk de sleutel in en draai hem dan naar
“” terwijl de sleutel ingedrukt wordt ge-
houden.
DW000016
WAARSCHUWING
_ Draai de contactsleutel nooit naar “ ”
of naar “ ” terwijl de scooter rijdt;
elektrische systemen worden dan afge-
schakeld en mogelijk zult u zo de macht
over het stuur verliezen of een ongeval
veroorzaken. Zorg altijd dat de scooter
stilstaat voordat u de sleutel naar “ ”
of naar “ ” draait. _
PUSHOPEN
ZAUM0253

Page 19 of 84

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-2
3
DAU03034
Controlelampjes en
waarschuwingslampjes
DAU00057
Controlelampje “” richtingaanwij-
zers
Dit controlelampje knippert wanneer de
schakelaar voor richtingaanwijzers naar de
linker- of rechterstand is gedrukt.
DAU00063
Controlelampje grootlicht “”
Dit controlelampje gaat branden wanneer
het grootlicht van de koplamp is ingescha-
keld.
DAU02958
Waarschuwingslampje “” voor
olieniveau
Dit waarschuwingslampje brandt als de
sleutel in de “”-stand staat of als het olie-
niveau in het oliereservoir van een 2-takt
motor tijdens bedrijf te laag staat. Als het
waarschuwingslampje bij draaiende motor
gaat branden, stop dan direct en vul het
oliereservoir met Yamalube 2 of gelijkwaar-
dige 2-takt injectiesmeerolie met ofwel
JASO klasse “FC” of met de ISO klassen
“EG-C” of “EG-D”. Het waarschuwings-
lampje moet doven nadat het oliereservoir
voor 2-takt injectiesmeerolie is bijgevuld.OPMERKING:_ Vraag een Yamaha dealer het elektrisch
circuit te controleren als het waarschu-
wingslampje niet gaat branden als de sleu-
tel in de “”-stand staat of niet dooft nadat
de olie in het oliereservoir van een 2-takt
motor is bijgevuld. _
DC000000
LET OP:_ Gebruik de scooter alleen als u weet dat
het motorolieniveau voldoende hoog is. _
DAU01716
Controlelampje koelvloeistoftempera-
tuur “”
Dit controlelampje gaat branden als de mo-
tor oververhit raakt. Zet in zo’n geval de mo-
tor onmiddellijk af en geef deze de tijd om af
te koelen.
DC000002
LET OP:_ Laat de motor niet draaien terwijl deze
oververhit is. _
1. Controlelampje “” richtingaanwijzers
2. Controlelampje grootlicht “”
3. Waarschuwingslampje “” voor olieniveau
TEMP
123
ZAUM0254
1. Controlelampje
koelvloeistoftemperatuur “”
TEMP
1
ZAUM0255

Page 20 of 84

FUNCTIES VAN INSTRUMENTEN EN BEDIENINGEN
3-3
3
DAU00098
Snelheidsmeterunit De snelheidsmeterunit is voorzien van een
snelheidsmeter en een kilometerteller. De
snelheidsmeter toont de actuele rijsnelheid.
De kilometerteller toont de totale afgelegde
afstand.
DAU00101*
Toerenteller
(Per model verschillend)Met de elektrische toerenteller kan de scoo-
terrijder het motortoerental controleren en
dit binnen het ideale bereik houden.
DC000003
LET OP:_ Laat de motor niet draaien terwijl de toe-
renteller aanwijst in de rode zone.
Rode zone: 10.000 tpm en hoger _
DAU00113
Brandstofniveaumeter De brandstofniveaumeter geeft aan hoe-
veel brandstof in de tank aanwezig is. De
naald beweegt naar “E” (Empty) naarmate
het brandstofniveau daalt. Vul zo snel mo-
gelijk brandstof bij als de naald bij “E” staat.OPMERKING:_ Voorkom dat de brandstoftank geheel
droog komt te staan. _
1. Snelheidsmeter
2. Kilometerteller
21
ZAUM0291
ALLEEN VOOR HET
VERENIGD KONINKRIJK
1. Toerenteller
2. Rode zone
1
2
ZAUM0292
1. Brandstofniveaumeter
E1/2
F
1
ZAUM0257

Page:   < prev 1-10 11-20 21-30 31-40 41-50 51-60 ... 90 next >