air condition CITROEN C4 CACTUS 2016 Instructieboekjes (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: CITROEN, Model Year: 2016, Model line: C4 CACTUS, Model: CITROEN C4 CACTUS 2016Pages: 302, PDF Size: 7.11 MB
Page 63 of 302

61
C4-cactus_nl_Chap03_Ergonomie-et-confort_ed01-2015
Automatische airconditioning
Het inschakelen van de airconditioning, de
temperatuur, de luchtopbrengst en de luchtverdeling
in het interieur worden automatisch geregeld.Temperatuurregeling
F Druk deze toets om de waarde te verhogen.
F
D
ruk op deze toets om de
waarde te verlagen.
F
Selecteer het menu "
Airconditioning"
op het touchscreen tablet om de
pagina met de bedieningstoetsen van
het systeem weer te geven.
Het airconditioningssysteem werkt
automatisch: afhankelijk van het comfortniveau
dat u hebt geselecteerd, zorgt het systeem voor
een optimale temperatuur, luchtopbrengst en
luchtverdeling in het interieur. F
D
ruk op de toets "AUTO"
om
het automatische programma
van de airconditioning in of uit te
schakelen.
Automatisch programma
"comfort"
Inschakelen / Uitschakelen
Het airconditioningssysteem werkt bij draaiende motor, maar de aanjager en bedieningsfuncties zijn ook beschikbaar bij aangezet contact.
De weergegeven waarde heeft betrekking
op een bepaald comfortniveau en niet op
een exacte temperatuur.
3
Ergonomie en comfort
Page 66 of 302

64
C4-cactus_nl_Chap03_Ergonomie-et-confort_ed01-2015
Schakel zo snel mogelijk de toevoer van
buitenlucht weer in om te voorkomen
dat de luchtkwaliteit in het interieur
achteruitgaat en de ruiten beslaan.
Dit systeem maakt het mogelijk om:
-
in de zomer de temperatuur in het interieur te verlagen,- in de winter, bij temperaturen hoger dan 3°C, de ruiten
sneller te ontwasemen.
F Druk nogmaals op deze toets om de airconditioning uit te
schakelen.
F
D
ruk op deze toets om de
airconditioning in te schakelen.
Airconditioning AAN/UIT
De airconditioning functioneert, als de ruiten
gesloten zijn, optimaal in elk seizoen. De toevoer van buitenlucht voorkomt het
beslaan van de voorruit en zijruiten.
Toevoer van buitenlucht/
luchtrecirculatie
De recirculatie van de interieurlucht dient
om de toevoer van buitenlucht bij stank en
stofoverlast af te sluiten.
F
D
ruk op deze toets in om de lucht
in het interieur te laten recirculeren.
F
D
ruk nogmaals op deze toets om
de toevoer van buitenlucht in te
schakelen.
De airconditioning werkt niet als de
regeling voor de luchtopbrengst is
uitgeschakeld. Deze functie kan ook tijdelijk worden
gebruikt om de lucht in het interieur
sneller te ver warmen of af te koelen.
Functie "ventilatie bij
aangezet contact"
Als het contact is aangezet, kunt u
gebruikmaken van het ventilatiesysteem en via
het menu "
Airconditioning " de luchtopbrengst
en luchtverdeling in het interieur regelen.
Deze functie is gedurende enkele minuten
beschikbaar, afhankelijk van de laadtoestand
van de accu.
Als deze functie wordt ingeschakeld, blijft de
airconditioning uitgeschakeld.
Met de toetsen van de temperatuurregeling
kunt u profiteren van de restwarmte van de
motor om het interieur op te warmen.
Inschakelen
Uitschakelen
Ergonomie en comfort
Page 67 of 302

65
C4-cactus_nl_Chap03_Ergonomie-et-confort_ed01-2015
Ontwasemen - Ontdooien vóór
Aan
Bij auto's met een Stop & Start-systeem geldt
dat zolang de voorruitontwaseming in werking
is, de STOP-functie niet beschikbaar is.
F Druk op deze knop om de voorruit en de zijruiten snel te
ontwasemen of te ontdooien.
Het lampje van de knop gaat
branden.
Het systeem regelt automatisch de
airconditioning (volgens uitvoering), de
luchtopbrengst en de luchttoevoer en stelt de
luchtverdeling zodanig in dat de voorruit en de
zijruiten zo snel mogelijk schoon worden.
Uit
F Druk nogmaals op deze knop om de ontwaseming uit te schakelen.
Het lampje van de knop gaat uit.
3
Ergonomie en comfort
Page 132 of 302

130
C4-cactus_nl_Chap06_conduite_ed01-2015
Overgang naar de START-stand
Het verklikkerlampje "ECO" gaat uit en
de motor wordt automatisch gestart:
-
A
ls u bij een auto met handgeschakelde
versnellingsbak het koppelingspedaal
volledig intrapt.
-
b
ij een elektronisch gestuurde
versnellingsbak:
● als
u, met de selectiehendel in de stand D,
het rempedaal loslaat,
● als
u, met de selectiehendel in de stand N
en het rempedaal losgelaten,
de schakelaar D indrukt,
● als
u de achteruitversnelling inschakelt.De START-stand wordt automatisch
geactiveerd als:
-
he
t bestuurderportier wordt geopend,
-
de
bestuurder zijn veiligheidsgordel
losmaakt,
-
d
e snelheid van de auto hoger is
dan 11
km/h (elektronisch gestuurde
versnellingsbak),
-
e
r bepaalde bijzondere omstandigheden
zijn (laadtoestand accu, motortemperatuur,
rembekrachtiging, instelling
airconditioning...).
Bijzonderheden: automatisch
activeren van de START-stand
Het verklikkerlampje "ECO" knippert
een paar seconden en gaat dan uit.
Dat onder deze omstandigheden de START-
stand wordt geactiveerd, is volkomen normaal.
Schakel omwille van de veiligheid het
Stop & Start-systeem altijd uit als u
handelingen onder de motorkap wilt
uitvoeren.
Dit systeem heeft specifieke kenmerken en maakt
gebruik van een speciale 12V-accu (raadpleeg
voor meer informatie het CITROËN-netwerk).
Het gebruik van een andere dan de door
CITROËN voorgeschreven accu's kan leiden
tot storingen in het systeem.
Maak voor het opladen van de 12V-accu
gebruik van een 12V-acculader. De polariteiten
mogen hierbij niet worden omgekeerd.
Onderhoud
Het Stop & Start-systeem maakt gebruik
van geavanceerde technologie. Laat
eventuele werkzaamheden uitvoeren
bij een gekwalificeerde werkplaats,
bijvoorbeeld een servicepunt van
het CITROËN-netwerk, die over
alle deskundigheid en speciale
gereedschappen beschikt.
Rijden
Page 159 of 302

157
C4-cactus_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2015
Spaarfase
De spaar fase stuurt de elektrische functies van
de auto aan om het ontladen van de accu te
voorkomen.
Tijdens het rijden kunnen in verband met de
laadtoestand van de accu enkele functies
(airconditioning, achterruitverwarming,
…)
tijdelijk worden uitgeschakeld.
Deze functies worden automatisch
ingeschakeld zodra de laadtoestand van de
accu dit toelaat. De eco-mode bepaalt de maximale
gebruiksduur van een aantal functies om te
voorkomen dat de accu ontladen raakt.
Nadat de motor is afgezet, kunt u een
aantal elektrische functies zoals het audio-
en telematicasysteem, de ruitenwissers,
dimlichten, plafonniers,
... nog in totaal
maximaal 40 minuten gebruiken.
Eco-mode
Inschakelen van de eco-mode
Vervolgens geeft een melding op het display
van het instrumentenpaneel aan dat de eco-
mode is ingeschakeld en worden de actieve
functies in de ruststand gezet.
Als u op het moment dat de eco-mode wordt
ingeschakeld aan het telefoneren bent, kan het
gesprek nog gedurende ongeveer 10 minuten
worden voortgezet via de handsfree set van uw
autoradio.
Uitschakelen van de eco-mode
De functies worden automatisch weer
ingeschakeld als de motor gestart wordt.
Start om de functies direct weer te kunnen
gebruiken de motor en laat deze draaien:
-
m
inder dan tien minuten om de functies
ongeveer vijf minuten te kunnen gebruiken,
-
m
eer dan tien minuten om de functies
ongeveer dertig minuten te kunnen
gebruiken.
Neem de tijd die nodig is voor het starten van
de motor in acht om een juiste lading van de
accu te garanderen.
Vermijd het herhaaldelijk en continu starten van
de motor om de accu bij te laden.
Als de accu ontladen is, kan de motor
niet gestart worden.
Raadpleeg de desbetreffende rubriek
voor meer informatie over de accu.
7
Praktische informatie
Page 172 of 302

170
C4-cactus_nl_Chap07_info-pratiques_ed01-2015
Controles
12V-accu
De accu is onderhoudsvrij.
Niettemin is het raadzaam om regelmatig te
controleren of de accupolen en -klemmen
schoon zijn, vooral bij warm weer en in de winter.Laat de filters periodiek vervangen
volgens de in het onderhoudsschema
van de fabrikant aangegeven
intervallen.
Luchtfilter en interieurfilter
Laat bij het olie verversen tevens het
oliefilter vervangen.
Raadpleeg het onderhoudsschema
van de fabrikant voor het
vervangingsinterval van dit
onderdeel.
Oliefilter
Deze sticker, die hoort bij het Stop & Start-
systeem, geeft aan dat er een speciale
12V-loodaccu is gebruikt die alleen
losgekoppeld en/of vervangen mag worden
door het CITROËN-netwerk of door een
gekwalificeerde werkplaats.
Raadpleeg, tenzij anders aangegeven, het onderhoudsschema van de fabrikant dat betrekking heeft op de motoruitvoering van uw auto voor het controleren van bepaalde onderdelen.Laat de controles eventueel uitvoeren door het CITROËN-netwerk of een gekwalificeerde werkplaats.Als de omgeving (veel stof...) en het gebruik
(veel stadsverkeer...) daartoe aanleiding
geven, moeten de filters twee keer zo vaak
worden vervangen.
Een verstopt interieur filter kan de prestaties
van de airconditioning verstoren en
onaangename geuren veroorzaken.
Roetfilter (diesel)
Als het roetfilter vervuild begint te
raken, wordt u hierop geattendeerd
door het blijven branden van dit
lampje in combinatie met een
waarschuwingsmelding.
Ga om het roetfilter te regenereren, zodra de
omstandigheden het toelaten, met een snelheid
van minimaal 60 km/h rijden tot het lampje
dooft.
Als het lampje blijft branden, is het minimale
brandstofadditiefniveau bereikt.
Zie de rubriek "Niveau brandstofadditief ".
Bij een nieuwe auto kunt u de
eerste paar keer dat het roetfilter
geregenereerd wordt een brandlucht
ruiken; dit is volkomen normaal.
Als langdurig met zeer lage snelheid
wordt gereden of de motor langdurig
stationair draait, kan bij gasgeven
soms rook uit de uitlaat waargenomen
worden. Dit heeft geen invloed op de
prestaties en heeft geen gevolgen voor
het milieu.
Raadpleeg voordat u de accukabels losneemt de
rubriek "12V-accu" voor meer informatie over de te
nemen voorzorgsmaatregelen.
Praktische informatie
Page 206 of 302

204
C4-cactus_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2015
Zekeringen dashboard
De twee zekeringkasten bevinden zich aan
de onderzijde van het dashboard, onder het
stuurwiel.Zekering
n r. Ampère
(A) Functies
F01 10Rempedaal (schakelaar 2), Stop & Start.
F02 5Koplamphoogteverstelling, extra verwarming (diesel),
parkeerhulp, diagnoseaansluiting, buitenspiegels (elektrische
verstelling).
F03 10Brandstofadditiefpomp (diesel), elektrische stuurbekrachtiging,
koppelingspedaal (schakelaar).
F04 5Regen-/lichtsensor.
F06 10Rempedaal (schakelaar 1), diagnoseaansluiting.
F08 5Module stuurkolomschakelaars en stuurwieltoetsen.
F10 10Urgence-oproep / Assistance-oproep.
F12 5Stop & Start, ABS, ESP.
F13 5Parkeerhulp, achteruitrijcamera.
F14 15Elektronisch gestuurde versnellingsbak, schakelaarpaneel
(onder touchscreen tablet), airconditioning, touchscreen tablet.
F16 1512V-aansluiting.
F18 20Autoradio.
Toegang tot de zekeringen
F Maak het deksel los door het aan de bovenzijde
eerst links en vervolgens rechts los te trekken.
Linker zekeringkast
Storingen verhelpen
Page 209 of 302

207
C4-cactus_nl_Chap08_En-cas-de-panne_ed01-2015
Zekeringen motorruimte
Toegang tot de zekeringen
F Maak het deksel los.
F V ervang de zekering (zie de
desbetreffende paragraaf).
F
S
luit na het vervangen van de zekering
zorgvuldig het deksel voor een goede
afdichting van de zekeringkast. Zekering
n r. Ampère
(A) Functies
F1 40Airconditioning.
F2 30 / 40
Stop & Start.
F3 30Zekeringkast interieur.
F4 70Zekeringkast interieur.
F5 70Intelligente servicecentrale (BSI).
F6 60Motorventilateurgroep.
F7 80Intelligente servicecentrale (BSI).
F8 15Motormanagement, brandstofpomp.
F9 15Motormanagement.
F10 15Motormanagement.
F11 20Motormanagement.
F12 5Motorventilateurgroep.
F13 5Intelligente servicecentrale (BSI).
F14 5Eenheid laadtoestand accu (motor zonder Stop & Start).
F15 5Stop & Start.
F17 5Intelligente servicecentrale (BSI).
F18 10Grootlicht rechts.
De zekeringkast bevindt zich onder de
motorkap, bij de accu.
8
Storingen verhelpen
Page 232 of 302

230
C4-cactus_nl_Chap10b_SMEGplus_ed01-2015
Menu's
Media
Airconditioning
Rijhulpsysteem
Navigatie
Selecteren van een geluidsbron of een
radiozender. Weergeven van foto's.
Instellen van de temperatuur en de
aanjagersnelheid. Weergeven van de boordcomputer.
Inschakelen, uitschakelen en configureren van
bepaalde functies van de auto.
Instellen van de navigatie en kiezen van de
bestemming. (Volgens uitvoering)
Audio en telematica
Page 288 of 302

286
C4-cactus_nl_Chap11_index-alpha_ed01-2015
Aanhanger.............................................. 117, 1 5 6
Aanhangergewichten ............................ 21
6, 218
Aanjager, regeling
..................................... 5 7, 6 1
Aansluiting 12V
.......................................... 6
9 -71
ABS
........
......................................................... 90
Accessoires ................................................... 15 8
Accu
....................................... 157, 170, 209 -211
Accu laden
.................................................... 2 11
Achterbank
...................................................... 51
Achterlichten
................................................. 180
Achterportierruiten
.................................. 48, 180
Achterruitverwarming
..................................... 66
Achteruitrijcamera
......................................... 141
Achteruitrijlicht
.............................................. 19 9
Actieradius AdBlue
....................................... 173
AdBlue
® ........................................... 1 9, 172 , 176
AdBlue®-niveau ............................................. 172
AdBlue®-reservoir ................................. 172 , 176
Additief AdBlue ............................... 19, 172 , 176
Afmetingen
.................................................... 2
19
Afstandsbediening
.............................. 40, 41, 43
Afstandsbediening, batterij
....................... 42
, 43
Afstandsbediening, batterij vervangen
...........42
Afstandsbediening synchroniseren
................42
AFU
................................................................. 90
Afzetten van de motor
................................... 11
8
Airbaglampjes
........................................... 15, 16
Airbags
.......................................... 15, 16, 21, 96
Airbags vóór
...............................
.............9 7, 1 0 0
AIRBUMP
® ............................................ 17 9, 18 0
Airconditioning ............................... .............9, 60
Airconditioning, automatische
..................56, 61
Airconditioning (handbediend)
.................56, 59
Alarmknipperlichten
................................ 89, 181
Allesdragers
.................................................. 161
Allesdragers monteren
................................. 161
Antiblokkeersysteem (ABS)
............................ 90
A
ntislipregeling
................................... 16, 18, 90
A
Bluetooth (handsfree set) .....................2 74, 275
Bluetooth (telefoon) ...............................274, 275
Bluetooth-verbinding
.............................274, 275
Bochtverlichting, statisch
................................ 84
B
oordcomputer
......................................... 35, 36
Brake Assist System (BAS)
............................90
Brandstof
................................................... 9, 153
Brandstofaddititiefniveau
..............................169
Brandstofniveau
............................................ 150
Brandstofniveaumeter
................................... 15
0
Brandstofreservelampje
.................................21
Brandstofsysteem ontluchten
.......................214
Brandstoftank
........................................ 150, 152
Brandstoftankdop
.......................................... 150
Brandstof tanken
...........................150, 152, 153
Brandstoftank (inhoud)
.................................150
Brandstoftankklep
................................. 150, 152
Brandstoftank leeg (diesel)
...........................214
Brandstofverbruik
............................................. 9
Buitenspiegels ................................................. 53
Bagageruimte
...................................... 47, 68, 75
Bagageruimte, indeling
................................... 75
Bagageruimte ontgrendelen
........................... 40
Bagageruimte openen
.................................... 47
Bagageruimteverlichting
......................... 68, 201
Banden
.............................................................. 9
Bandencompressor
...................................... 182
Banden, noodreparatie
................................. 18
2
Bandenreparatieset
...................................... 182
Bandenspanning
....................... 9, 182, 187, 220
Bandenspanning, detectie
...... 2
3, 147, 149, 187
Bandenspanningscontrole (met set)
............. 182
Bandenspanning te laag (detectie)
............... 14
7
Bandreparatieset
.................................... 76, 182
Bekerhouder
............................................. 69, 70
Beladen
............................................................. 9
Benzinemotor
........................ 153, 165, 215, 216
Beschermingen
............................................. 179
Bijvullen additief AdBlue
® ............................. 17 6
Binnenspiegel ................................................. 54
Bl
ueHDi
........................................... 24, 123, 172
B
Apple®-speler ................................................ 244
Armleuning vóór ............................... ...69, 70, 73
ASR
................................................................. 90
Audio-aansluitingen
........................................ 72
Audiokabel
.................................................... 242
Automatische ruitenwissers
......................85, 87
Automatisch inschakelen alarmknipperlichten
...................................... 89
Automatisch inschakelen verlichting
........78, 81
AUX-aansluiting
............................................ 242
Aux-ingang
...............................
.....................242
CD
.................................................................242
CD MP3
.........................................................242
CD-/MP3 -speler
...........................................242
Centrale vergrendeling
...................................41
C
ITROËN
C
onnect Box ...............................222
CITROËN Multicity Connect
.........................269
C
ITROËN
N
oodoproep gelocaliseerd
..........222
Claxon
.............................................................89
Configuratie van de auto
...................28, 30, 33
Contact
....................................................6 4, 120
Controlelampjes
............................ 1
2, 13, 16, 17
Controles
...............................165, 166, 170, 171
C
Trefwoordenregister