service FIAT 124 SPIDER 2021 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2021, Model line: 124 SPIDER, Model: FIAT 124 SPIDER 2021Pages: 244, PDF Size: 5.25 MB
Page 157 of 244

172)In halogeenlampen bevindt zich gas
onder druk. Als ze breken, kunnen er
glassplinters wegschieten.
173)Vervang lampen alleen wanneer de
motor uit is. Controleer ook of de motor
koud is, om het risico op brandwonden te
voorkomen.
174)Vervang de lamp alleen als de motor
uit staat en met het voertuig in een veilige
positie die geen gevaar oplevert voor het
verkeer, zodat de lamp veilig kan worden
vervangen (raadpleeg de paragraaf
“Parkeren” in het hoofdstuk “Starten en
bedienen”). Controleer ook of de motor
koud is, om het risico op brandwonden te
voorkomen.
BELANGRIJK
30)Laat de lampen bij voorkeur vervangen
door het Fiat Servicenetwerk. De correcte
werking en afstelling van de
buitenverlichting zijn van fundamenteel
belang voor de rijveiligheid en is bovendien
een wettelijke vereiste.
31)Raak alleen het metalen gedeelte van
halogeenlampen aan. Het aanraken van de
bol met de vingers kan de lichtopbrengst
en de levensduur van de lamp reduceren.
Als de bol per ongeluk toch wordt
aangeraakt, moet hij worden
schoongewreven met een doekje
bevochtigd met alcohol. Laat de bol
vervolgens drogen
ZEKERINGEN
VERVANGEN
ALGEMENE INFORMATIE
175) 176) 177) 178) 179)
32) 33)
Locatie van de zekeringen
De zekeringen zijn in twee
zekeringenkasten gegroepeerd die zich
aan de linkerzijde van het voertuig en
onder de motorkap bevinden.
ZEKERINGEN AAN DE
LINKERZIJDE VAN HET
VOERTUIG
Ga als volgt te werk:
verzeker u ervan dat het contact is
uitgeschakeld en dat de andere
schakelaars zijn uitgeschakeld;
open het deksel van de
zekeringhouder fig. 122 (in de buurt van
het portier);
druk op de clip en verwijder het
deksel;
trek de zekering naar buiten met de
zekeringtang die is aangebracht in het
zekeringenblok in de motorruimte
fig. 123;
inspecteer de zekering en vervang
hem als deze is doorgebrand;
12207031601-121-001
12307031601-122-001
155
Page 158 of 244

breng een nieuwe zekering met
dezelfde stroomsterkte aan en
controleer of de zekering goed is
vastgezet. Neem contact op met het
Fiat Servicenetwerk als de zekering niet
goed past. Als u geen
reservezekeringen ter beschikking
heeft, kunt u een zekering met dezelfde
stroomsterkte gebruiken van een circuit
dat niet voor de werking van het
voertuig noodzakelijk is, zoals het
AUDIO- of het STOPCONTACT-circuit;
breng het deksel weer aan en
verzeker u ervan dat het goed is
vastgezet.
BELANGRIJK Vervang een zekering
altijd door een originele FCA-zekering of
een soortgelijke zekering met dezelfde
stroomsterkte. Doet u dit niet, dan kan
schade aan de elektrische installatie
ontstaan.ZEKERINGEN ONDER DE
MOTORKAP
Verzeker u ervan dat het contact is
uitgeschakeld en dat de andere
schakelaars zijn uitgeschakeld en
verwijder het deksel van het
zekeringenblok. Bij de demontage kan
het deksel van het zekeringenblok
tegen het frame stoten en bekrast
raken als het slot wordt geforceerd.
Verwijder het deksel langzaam aan de
hand van de onderstaande procedure:
haal het slot aan de achterkant 1
fig. 124 los door de tab aan de
voorkant met de vingers in te drukken;
verwijder de tab aan de voorkant
terwijl u langzaam de voorkant van het
deksel 2 optilt;
verwijder het deksel terwijl u het optilt
en naar achteren schuift;
als een willekeurige zekering (geen
hoofdzekering) is doorgebrand, kunt u
de zekering vervangen voor een
exemplaar met dezelfde stroomsterkte;
breng het deksel weer aan en
verzeker u ervan dat het goed is
vastgezet.
12407031601-123-001
156
IN GEVAL VAN NOOD
Page 164 of 244

BELANGRIJK
175)Als de zekering opnieuw doorbrandt,
neem dan contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
176)Vervang een zekering nooit door een
exemplaar met een grotere stroomsterkte
(ampère); BRANDGEVAAR.
177)Als een hoofdzekering voor
veiligheidsinrichtingen (airbagsysteem,
remsysteem), motorsystemen (motor,
versnellingsbak) of stuurinrichting
doorbrandt, neem dan contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
178)Probeer de hoofdzekering en de trage
multiplex-zekering niet zelf te vervangen.
Laat dit door het Fiat Servicenetwerk
gebeuren. Het is gevaarlijk om deze
zekeringen zelf te vervangen aangezien er
hoge stroom door loopt. Een verkeerde
vervanging kan leiden tot een elektrische
schok of kortsluiting waardoor brand kan
ontstaan.
179)Controleer voordat een zekering
wordt vervangen of het contact op OFF is
geplaatst en of alle andere
stroomverbruikers uitstaan en/of zijn
gedeactiveerd.
BELANGRIJK
32)Vervang een doorgebrande zekering
nooit door metalen draden of ander
materiaal.
33)Als de motorruimte moet worden
schoongespoten, voorkom dan dat de
waterstraal rechtstreeks op de
zekeringenkast en de motoren van de
ruitenwissers in de motorruimte wordt
gericht.
BANDENREPARATIE-
KIT
(indien aanwezig)
180) 181) 182) 183) 184) 185) 186)
3)
OPBERGPLAATS
GEREEDSCHAP
Uw voertuig is niet uitgerust met een
reserveband, een krik en een
wielbeugel. Neem voor meer informatie
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
De gereedschappen zijn aangebracht
op de locaties aangeduid in fig. 127:
1: krikhendel;
2: sleepoog
Onder de achterklep is tevens de
bandenreparatiekit aangebracht.
12708020100-733-733
162
IN GEVAL VAN NOOD
Page 165 of 244

BANDENREPARATIEKIT
OPBERGRUIMTE
De bandenreparatiekit bevindt in de
achterbak fig. 128.
BELANGRIJK Uw voertuig heeft geen
reserveband. Repareer de band tijdelijk
met de bandenreparatiekit in het geval
van een lekke band. Raadpleeg tijdens
de reparatie de aanwijzingen van de
bandenreparatiekit. Neem contact met
het Fiat Servicenetwerk en repareer of
vervang de band zo snel mogelijk als
een lekke band in geval van nood met
een bandenreparatiekit is gerepareerd.VOORZORGSMAAT-
REGELEN EN GEBRUIK
BANDENREPARATIEKIT
OpmerkingHet afdichtmiddel mag niet worden
hergebruikt. Koop nieuw afdichtmiddel
bij een Fiat Servicenetwerk.
In de volgende gevallen mag de
bandenreparatiekit niet worden
gebruikt. Wend u tot het Fiat
Servicenetwerk als:
– de houdbaarheid van het
afdichtmiddel is verstreken (de
periode is aangegeven op het label
van het busje);
– de scheur of het gat groter dan
4mmis;
– de schade betreft een ander deel
van de band dan het loopvlak;
– het voertuig heeft met bijna geen
lucht in de band gereden;
– de band is van de velg gelopen;
– de velg is beschadigd geraakt;
– de band vertoont twee of meer
gaten.
EEN BAND MET DE
BANDENREPARATIEKIT
AFDICHTEN
Ga als volgt te werk:
verplaats het voertuig van de weg
naar een veilige plek met een harde en
vlakke ondergrond, daar waar het
voertuig het verkeer niet hindert;
verplaatst de versnellingspook naar
1 of achteruit (R) (handgeschakelde
versnellingsbak) of verplaats de
selectiehendel naar P (automatische
versnellingsbak);
activeer de parkeerrem met
ingedrukt rempedaal en schakel de
motor uit;
schakel, wanneer nodig, de
alarmknipperlichten in en breng een
gevarendriehoek langs de weg aan;
laat passagiers uitstappen, laad de
bagage uit en verwijder de
bandenreparatiekit;
schud het busje met afdichtmiddel
goed.
BELANGRIJK Het afdichtmiddel kan uit
de opblaasslang spuiten als het busje
wordt geschud nadat de opblaasslang
eraan is bevestigd. Afdichtmiddel dat
op kleding of andere voorwerpen
terechtkomt, kan moeilijk worden
verwijderd. Schud het busje goed
voordat u de opblaasslang aanbrengt.
BELANGRIJK Het afdichtmiddel hardt
snel uit. Het inspuiten ervan bij koud
weer (0 °C of lager) kan gevaarlijk zijn.
Warm het afdichtmiddel in het voertuig
op om het inspuiten ervan te
vereenvoudigen.
12808020202-121-003
163
Page 167 of 244

haal de opblaasslang uit het ventiel
fig. 134;
breng het bandventiel 12 weer op
het ventiel 13 aan en zet het vast door
het rechtsom te draaien.
OPMERKING Het afdichtmiddel mag
niet worden hergebruikt. Koop een
nieuwe bandenreparatiekit bij een Fiat
Servicenetwerk.OPMERKING Het lege busje
afdichtmiddel na gebruik niet
weggooien. Lever het lege busje bij het
Fiat Servicenetwerk in wanneer u de
band laat vervangen. Het lege busje zal
gebruikt worden om het gebruikte
afdichtmiddel uit de band te halen en
het te verwijderen.
breng vervolgens de opblaasslang
op de tab 14 fig. 135 van het busje aan
om te voorkomen dat het resterende
afdichtmiddel kan lekken;
breng de sticker lagere snelheid aan
op een plaats waar de bestuurder deze
goed kan zien;
haal de slang en de dop van de
luchtcompressor uit de
luchtcompressor 15 fig. 136;
installeer de slang van de
luchtcompressor 16 op het ventiel van
de band 17 fig. 137;
steek de stekker van de
luchtcompressor in het extra
stopcontact 18 fig. 138 van het voertuig
en draai het contact op ACC;
schakel de luchtcompressor in en
pomp de band voorzichtig tot de
correcte bandenspanning op;
BELANGRIJK Verzeker u ervan dat de
schakelaar van de luchtcompressor is
uitgeschakeld, wanneer u de stekker
van de luchtcompressor in het
stopcontact aanbrengt of het eruit
verwijdert. Gebruik de schakelaar van
de luchtcompressor wanneer u de
luchtcompressor in-/uitschakelt.
13408020202-03A-007
13508020202-03A-009
13608020202-36A-004
13708020202-03A-00B
165
Page 168 of 244

OPMERKING Controleer de correcte
bandenspanning op het label dat op het
frame van het bestuurdersportier is
aangebracht.
OPMERKING Laat de luchtcompressor
continu niet langer dan circa
10 minuten werken omdat door
langdurig gebruik een storing kan
worden veroorzaakt.
OPMERKING De band kan niet
gerepareerd worden als de
bandenspanning niet stijgt. De band
kan te veel beschadigd zijn als de
gespecificeerde bandenspanning niet
binnen 10 minuten wordt bereikt. In dit
geval heeft het gebruik van de
bandenreparatiekit niet het gewenste
resultaat behaald. Neem contact op
met het Fiat Servicenetwerk.Draai de schroefdop op de
luchtcompressor los en laat een beetje
lucht ontsnappen als de band te veel is
opgepompt;
schakel de luchtcompressor uit, draai
de mof van de opblaasslang naar links
en verwijder de opblaasslang van het
ventiel van de band als de band tot de
gespecificeerde bandenspanning is
opgeblazen;
breng het ventieldopje van de band
aan;
berg de bandenreparatiekit in de
achterbak op;
ga onmiddellijk rijden zodat het
afdichtmiddel zich over de band kan
verspreiden.
BELANGRIJK Rijd voorzichtig op een
snelheid van 80 km/h of lager. Het
voertuig kan gaan trillen als het rijdt op
een snelheid van 80 km/h of hoger.
Het waarschuwingslampjegaat
branden als de band niet juist is
opgepompt.
sluit de luchtcompressor weer op de
band aan, nadat u ongeveer
10 minuten of 5 km met het voertuig
gereden heeft, en controleer de
bandenspanning met de
bandenspanningmeter op de
luchtcompressor. Als de
bandenspanning lager dan de
gespecificeerde bandenspanning is,schakel de luchtcompressor in en
wacht tot de gespecificeerde
bandenspanning is bereikt;
de noodreparatie van de lekke band
is correct afgerond als de
bandenspanning niet afneemt. Rijd
voorzichtig met het voertuig naar het
dichtstbijzijnde Fiat Servicenetwerk en
laat de lekke band vervangen. Het
wordt aanbevolen om de band door
een nieuwe band te laten vervangen.
Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk als de band
gerepareerd of opnieuw gebruikt moet
worden.
BELANGRIJK Schakel de
luchtcompressor uit, alvorens de
bandenspanning met de
bandenspanningmeter te controleren.
OPMERKINGFCA raadt aan om de band zo
spoedig mogelijk door een nieuwe band
te laten vervangen als een band in geval
van nood met de bandenreparatiekit is
gerepareerd. Neem contact op met het
Fiat Servicenetwerk als de band
gerepareerd of opnieuw gebruikt moet
worden.
Het wiel kan weer gebruikt worden
als het aanhechtende afdichtmiddel is
verwijderd. Vervang het ventiel echter
door een nieuw exemplaar.
13808020202-124-001
166
IN GEVAL VAN NOOD
Page 169 of 244

BELANGRIJK
180)Beschadigingen op de zijkanten van
de band kunnen niet gerepareerd worden.
Gebruik de kit niet als de band beschadigd
is geraakt door het rijden met een lege
band.
181)Breng de sticker lagere snelheid niet
aan op het zachte deel van het stuurwiel.
Het is gevaarlijk om de sticker lagere
snelheid op het zachte deel van het
stuurwiel aan te brengen omdat daardoor
de airbag niet normaal zou kunnen werken
(opblazen), waardoor ernstig letsel kan
worden veroorzaakt. Breng de sticker ook
niet aan op plaatsen waar de
waarschuwingslampjes of de
snelheidsmeter niet gezien kunnen worden.
182)Stop met rijden en neem contact op
met het Fiat Servicenetwerk als de
bandenspanning is gedaald tot onder
130 kPa (1.3 kgf/cm
2of bar, 18.9 psi). De
noodreparatie van de band is niet
geslaagd. Stop met rijden wanneer u merkt
dat de bandenspanning afneemt. Neem
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
183)U moet altijd aangeven dat de band
gerepareerd is met behulp van de kit.
Overhandig de folder aan het personeel dat
de band die met de kit behandeld is zal
hanteren.
184)Reparatie is niet mogelijk bij schade
aan de velg (zodanige vervorming van de
groef dat er lucht weglekt). Verwijder het
voorwerp (schroef of spijker) dat het
eventueel in de band binnengedrongen is
niet.185)De informatie die vereist is door het
voorschrift dat van toepassing is, staat
vermeld op het etiket van de verpakking
van de bandenreparatiekit. In achtneming
van de aanwijzingen op het etiket is
fundamenteel om de veiligheid en de
doeltreffendheid van de bandenreparatiekit
te garanderen. Lees het etiket vóór
gebruik, vermijd oneigenlijk gebruik. De
bandenreparatiekit is onderhevig aan een
vervaldatum en moet periodiek vervangen
worden. De kit dient gebruikt te worden
door volwassenen en mag niet gebruikt
worden door kinderen.
186)Houd het afdichtmiddel buiten bereik
van kinderen: het inslikken van het
afdichtmiddel is gevaarlijk. Drink
onmiddellijk veel water en roep medische
hulp in als het afdichtmiddel wordt
ingeslikt. Afdichtmiddel is gevaarlijk
wanneer het met de ogen en de huid in
aanraking komt. Spoel onmiddellijk met
overvloedig water en roep medische hulp
in als het afdichtmiddel met de ogen en de
huid in aanraking komt.
BELANGRIJK
3)Laat het busje en het afdichtmiddel niet
in het milieu achter. Zorg dat ze worden
weggegooid overeenkomstig de nationale
en plaatselijke voorschriften.
STARTEN MET
HULPACCU
VOORBEREIDINGEN
VOOR STARTEN MET
HULPACCU
187) 188) 189) 190) 191) 192) 193) 194) 195) 196)
34)
Starten met een hulpaccu is gevaarlijk
als dit niet correct wordt verricht. Volg
daarom zorgvuldig de procedure
fig. 139. We raden u ten zeerste aan
om de werkzaamheden door een
onderhoudsmonteur te laten verrichten
als u niet zeker bent over het starten
met de hulpaccu.
BELANGRIJK Bij gebruik van hulpaccu
dient men zich te houden aan de
instructies voor gebruik en de
voorzorgsmaatregelen die zijn
aangegeven door de fabrikant.
167
Page 176 of 244

GEPROGRAMMEERD
ONDERHOUD
INLEIDING
Pas op dat u zichzelf niet verwondt bij
de inspectie van uw voertuig, het
vervangen van een band of het plegen
van onderhoud, zoals de auto wassen.
Draag in het algemeen dikke
werkhandschoenen, bijvoorbeeld van
katoen, bij het aanraken van delen die
tijdens de inspectie van of het werken
aan het voertuig moeilijk te zien zijn.
Door inspecties of werkzaamheden met
de blote handen uit te voeren, kunt u
verwondingen oplopen.
We raden u ten zeerste aan om bij
twijfel over een te volgen procedure het
werk te laten uitvoeren door een
betrouwbare, gekwalificeerde garage,
bij voorkeur het Fiat Servicenetwerk.
Uw voertuig is het beste gediend met
door de fabriek opgeleide
FCA-monteurs en originele
FCA-onderdelen. Alleen deskundige
ondersteuning en specifiek voor uw
voertuig gemaakte originele onderdelen
staan garant voor adequaat, volledig en
toereikend onderhoud, zodat u zich
onnodige problemen bespaart. Een
ondeskundige uitvoering van
werkzaamheden kan leiden tot schade
aan uw voertuig, ongevallen en letsel.Neem voor gedegen advies en
hoogwaardige service contact op met
een dealer van het Fiat Servicenetwerk.
De eigenaar dient de documentatie te
bewaren waarmee kan worden
aangetoond dat het onderhoud correct
en volgens de voorschriften is
uitgevoerd.
Aanspraak op de garantie is niet
mogelijk als het defect te wijten is aan
gebrekkig onderhoud en niet aan
materiaal- of fabricagefouten of het
Servicenetwerk.
De diagnosestekker voor storingen is
exclusief ontworpen voor aansluiting op
het speciaal voor boorddiagnostiek
ontworpen apparaat. Sluit geen andere
apparaten aan dan speciaal ontworpen
diagnoseapparaten voor storingen.
Indien een ander apparaat dan het
diagnoseapparaat voor storingen wordt
aangesloten, kan dit van invloed zijn op
de elektrische apparaten of tot
beschadiging leiden, zoals een lege
accu.
Aanspraken op de garantie worden niet
gehonoreerd als het defect te wijten is
aan gebrekkig onderhoud en niet aan
materiaal- of fabricagefouten.
Geprogrammeerd onderhoud
OPMERKING Blijf na de
voorgeschreven periode hetbeschreven onderhoud uitvoeren
volgens de aanbevolen intervallen.
Emissieregel- en gerelateerde
systemen
Het ontstekingssysteem en het
brandstofsysteem zijn uiterst belangrijk
voor het emissieregelsysteem en voor
een efficiënte werking van de motor.
Probeer er dus zelf niets aan te
veranderen.
Alle inspecties en aanpassingen
moeten door een expert worden
uitgevoerd, bij voorkeur door het Fiat
Servicenetwerk.
VOORZORGSMAAT-
BIJ ONDERHOUD DOOR
EIGENAAR
197) 198) 199)
38)
Routine-onderhoud
We bevelen u ten zeerste aan deze
controles dagelijks of in elk geval
wekelijks uit te voeren:
Motorolieniveau
Niveau motorkoelvloeistof
Peil rem- en koppelingvloeistof
Niveau ruitensproeiervloeistof
Accuonderhoud
Bandenspanning
174
ONDERHOUD EN ZORG
REGELEN
Page 177 of 244

Bij verkeerd of onvolledig onderhoud
kunnen problemen ontstaan. De
aanwijzingen in dit hoofdstuk hebben
alleen betrekking op eenvoudig uit te
voeren controles en onderhoud.
Zoals is uitgelegd in de paragraaf
“Inleiding”, zijn er diverse procedures
die alleen met speciaal gereedschap
kunnen worden uitgevoerd door een
gekwalificeerde onderhoudsmonteur.
Verkeerd doe-het-zelf onderhoud
tijdens de garantieperiode kan gevolgen
hebben voor de garantie. Zie voor
nadere bijzonderheden de aparte
garantieverklaring die met het voertuig
wordt meegeleverd. Laat bij twijfel over
een service- of onderhoudsprocedure
de werkzaamheden uitvoeren door een
expert, bij voorkeur door het Fiat
Servicenetwerk.
De verwijdering van afgewerkte olie en
afvalvloeistoffen is onderworpen aan
strenge wettelijke milieuvoorschriften.
Zorg daarom voor een correcte
verwijdering van uw afval, met
inachtneming van het milieu.
We bevelen u aan het verversen van
oliën en vloeistoffen voor uw voertuig te
laten uitvoeren door het Fiat
Servicenetwerk.PERIODIEKE
CONTROLES
Elke1.000 kmof vóór een lange reis
controleren en eventueel bijvullen:
niveau motorkoelvloeistof;
remvloeistofpeil;
ruitensproeiervloeistofpeil;
conditie en spanning banden;
werking verlichting (koplampen,
richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
etc.);
werking van ruitensproeier/
wissersysteem en positie/slijtage van
ruitenwisserbladen van voorruit.
Elke 3.000 kmcontroleren en
eventueel bijvullen: motoroliepeil.
GEBRUIK VAN HET
VOERTUIG ONDER
ZWARE
OMSTANDIGHEDEN
Als het voertuig onder een van de
volgende omstandigheden wordt
gebruikt:
het rijden op stoffige wegen;
talrijke korte ritten (minder dan
7-8 km) en bij buitentemperaturen
onder het vriespunt;
de motor vaak stationair draait of
lange afstanden worden gereden bij
lage snelheden of als de auto lang niet
wordt gebruikt;de volgende controles dienen vaker te
worden uitgevoerd dan aangegeven in
het Geprogrammeerd
onderhoudsschema:
remblokken van schijfremmen voor
op conditie en slijtage controleren;
sloten van motorkap en achterklep
op aanwezigheid van vuil controleren,
mechanismen reinigen en smeren;
visueel de toestand controleren van:
motor, versnellingsbak, transmissie,
slangen en leidingen (uitlaat/brandstof-
en remsysteem) en rubber elementen
(hoezen/slangen /bussen enz.);
laadtoestand accu en niveau
accuvloeistof (elektrolyt) controleren;
conditie van aandrijfriemen van
hulporganen visueel controleren;
motorolie en oliefilter controleren en
zo nodig vervangen;
pollenfilter controleren en zo nodig
vervangen;
luchtfilter controleren en zo nodig
vervangen.
175
Page 180 of 244

km x 100015 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Jaren12345678910
Inspecteer visueel de conditie van het systeem
voor regeling van de brandstofverdamping●●●
Controleer visueel de conditie en spanning van
de extra aandrijfriem(en)●
Conditie getande distributieriem visueel
controleren●
Olie versnellingsbak verversen●
Motorolie verversen en oliefilter vervangen●●●●●●●●●●
Bougies vervangen (2)●●●
Aandrijfriem(en) hulporganen vervangen(3)
Getande distributieriem vervangen(3)
Luchtfilterelement vervangen (4)
●●●
Remvloeistof verversen(5)
(2) Voor 1.4 Turbo MultiAir versies zijn de volgende zaken van vitaal belang om een correcte werking te verzekeren en om ernstige schade aan de motor te
voorkomen: gebruik uitsluitend bougies die speciaal gecertificeerd zijn voor deze motoren; alle bougies moeten van hetzelfde type en merk zijn (ziede paragraaf
“Motor” in het hoofdstuk “Technische gegevens”); houdt u zich strikt aan de vervangingsintervallen van de bougies die vermeld zijn in het Geprogrammeerde
Onderhoudsschema. Het wordt aanbevolen voor het vervangen van de bougies contact op te nemen met het Fiat Servicenetwerk.
(3) Voor gebieden waar weinig stof is wordt een maximale kilometerstand van 120.000 km aanbevolen. Ongeacht de kilometerstand moet de riem om de 6 jaar
vervangen worden. In stoffige omgevingen en/of gebruik van het voertuig onder zware omstandigheden (koude klimaten, gebruik in de stad, periodes van
langdurig stationair lopen) wordt een maximale kilometerstand van 60.000 km aanbevolen. Ongeacht de kilometerstand, moet de riem om de 4 jaar vervangen
worden.
(4) Als het voertuig gebruikt wordt in stoffige omgevingen, moet dit filter om de 15,000 km vervangen worden.
(5) De remvloeistof moet iedere twee jaar worden vervangen, ongeacht de kilometerstand.
178
ONDERHOUD EN ZORG