automatic FIAT 500L LIVING 2019 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2019, Model line: 500L LIVING, Model: FIAT 500L LIVING 2019Pages: 260, PDF Size: 5.65 MB
Page 32 of 260

DAK MET VAST
GLASPANEEL
(voor bepaalde versies/markten)
ZONNESCHERM
Het zonnescherm werkt alleen met de
contactsleutel in de stand MAR. Druk
knop A fig. 32 vanuit de volledig
gesloten stand meer dan een halve
seconde in: het zonnescherm gaat naar
de volledig open stand.
Druk knop A vanuit de volledig open
stand meer dan een halve seconde in:
het zonnescherm gaat naar de volledig
gesloten stand.
Knop A kan in handbedrijf worden
ingedrukt om het zonnescherm
handmatig te openen of te sluiten.NOODBEDIENING
Als de knop niet werk, beweeg dan het
zonnescherm met de hand: verwijder
de beschermdop A fig. 33 op de
binnenbekleding, neem de inbussleutel
B (in de gereedschapstas of, afhankelijk
van de versie, in de houder van Fix&Go
Automatic in de bagageruimte), steek
hem in de zitting A en draai hem
rechtsom om het scherm te openen of
linksom om het te sluiten.
INITIALISATIE
ZONNESCHERM
Bij een storing van de automatische
beweging bij het openen/sluiten of een
noodsituatie (zie beschrijving in de
vorige paragraaf), moet de
automatische bediening van het
zonnescherm opnieuw worden
geïnitialiseerd.Ga als volgt te werk:
draai de contactsleutel van de stand
STOP naar de stand MAR;
houd knop A fig. 32 ingedrukt: na
ongeveer 10 seconden gaat het
zonnescherm schokkerig dicht. Laat
knop A los, wanneer de beweging stopt
(zonnescherm gesloten) (als het
zonnescherm al gesloten is, dan is
alleen de mechanische vergrendeling
hoorbaar);
druk binnen 3 seconden nadat het
zonnescherm de volledig gesloten
stand heeft bereikt nogmaals op knop
A;
houd knop A ingedrukt: het
zonnescherm zal automatisch een
cyclus openen en sluiten uitvoeren. Als
dat niet gebeurt, herhaal dan de
handeling vanaf het begin;
houd knop A ingedrukt tot het
zonnescherm helemaal gesloten is: de
initialisatieprocedure is afgerond.
32F0Y0121C33F0Y0285C
30
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 33 of 260

ELEKTRISCH
SCHUIFDAK
(voor bepaalde versies/markten)
23)11)
Het schuifdak en het zonnescherm
kunnen alleen bediend worden als de
contactsleutel in de stand MAR staat.
BEDIENINGSKNOPPEN
Openen/sluiten voorste glazen
paneel
Openen
Druk op knop A fig. 34 om het
schuifdak in de "spoilerstand" te zetten.
Druk, vanuit de spoilerstand, nogmaals
en langer dan een halve seconde op
de knop A om het schuifdak
automatisch in de compleet geopende
stand te brengen. Druk nogmaals op de
knop om de automatische beweging
uit te schakelen. Gebruik knop A in
handbedrijf om het schuifdak
handmatig te openen.
Sluiten
Druk vanuit de volledig geopende stand
knop A meer dan een halve seconde
in: het voorste glazen ruitpaneel wordt
in “spoilerstand” gebracht. Gebruik
knop A in handbedrijf om het schuifdak
handmatig te sluiten.Beweging zonnescherm
Door op knop B fig. 34 te drukken,
beweegt het zonnescherm naar de
achterkant van de auto, tot het volledig
geopend is. Druk, bij volledig geopend
zonnescherm, op de knop B: het
zonnescherm beweegt naar de
voorkant van de auto, tot het volledig
gesloten is. Druk, tijdens het
automatische openen en sluiten van het
scherm, nogmaals op de knop om de
beweging van het zonnescherm te
onderbreken.
Knop B kan in handbedrijf worden
ingedrukt om het zonnescherm
handmatig te openen of te sluiten.NOODBEDIENING
Als de bedieningsknoppen niet werken,
kunnen het zonnescherm en het
schuifdak handmatig bediend worden
zoals hieronder is beschreven:Bediening zonnescherm:
verwijder beschermdop A fig. 35 die op
de binnenbekleding zit;
Bediening schuifdak: verwijder
beschermdop B die op de
binnenbekleding zit;
neem inbussleutel C fig. 35 uit de
gereedschapstas of, afhankelijk van de
versie, uit de houder van Fix&Go
Automatic, en steek hem in zitting A
(voor bediening van het zonnescherm)
of B (voor bediening van het schuifdak)
en draai hem rechtsom om het dak
(of het zonnescherm) te openen of
linksom om het dak (of het
zonnescherm) te sluiten.
34F0Y0120C
35F0Y0234C
31
Page 39 of 260

BAGAGERUIMTE
28) 29) 31)13)
De ontgrendeling van de bagageruimte
gebeurt elektrisch en is uitgeschakeld
wanneer de auto rijdt.
OPENEN
27)
Indien ontgrendeld kan de achterklep
van buitenaf geopend worden met
de elektrische hendel A fig. 43 onder de
rand van de achterklep tot de klik van
het ontgrendelen wordt gehoord of met
behulp van de knop
op de
afstandsbediening.Achterklep van binnenuit openen in
geval van nood
Ga als volgt te werk:
verwijder de achterste hoofdsteunen
en klap de stoelen helemaal in;
neem de schroevendraaier uit de
gereedschapstas of de houder van de
Fix&Go Automatic Kit, afhankelijk van
de versie;
gebruik de schroevendraaier om het
gele lipje A fig. 44 te verwijderen;
steek vervolgens de
schroevendraaier in de zitting B fig. 45,
om het ontgrendelingslipje van de
bagageruimte te activeren.SLUITEN
Pak de handgreep onder de achterklep
vast, laat de achterklep zakken en
druk in de buurt van het slot tot de
achterklep vastklikt.
BELANGRIJK Controleer of u in het
bezit van de sleutels bent voordat de
achterklep wordt gesloten. De
achterklep wordt namelijk automatisch
vergrendeld.
INITIALISATIE
BAGAGERUIMTE
BELANGRIJK Als de accu werd
losgekoppeld of als een zekering is
doorgebrand, dan moet het open- en
sluitmechanisme van de bagageruimte
opnieuw worden geïnitialiseerd. Ga
hiervoor als volgt te werk:
sluit alle portieren en de achterklep;
43F0Y0610C
44F0Y0172C
45F0Y0173C
37
Page 40 of 260

druk op de knopvan de
afstandsbediening;
druk op de knopvan de
afstandsbediening;
"CARGO MAGIC SPACE"
(voor bepaalde versies/markten)
14)
De verstelbare laadvloer “Cargo Magic
Space” kan op drie verschillende
hoogtes worden afgesteld:
Stand 0 (laadvloer volledig naar
beneden)
Stand 1 (laadvloer op
drempelniveau)
Stand 2 (laadvloer volledig
omhoog)
Kanteling laadvloer
De laadvloer kan in schuine stand
worden geplaatst (gekanteld naar de
achterbankleuning, zie fig. 46), om
toegang tot de ruimte onder de
bagageruimte te vereenvoudigen (bijv.
om het noodreservewiel of de "Fix&Go
Automatic"-kit uit te nemen).
Bovendien kan met de laadvloer in deze
stand elk voorwerp in de bagageruimte
correct worden vastgezet, waardoor
wegglijden in geval van bruusk remmen
wordt voorkomen.BAGAGE-AFDEKHOES
(500L WAGON-versies)
30)15)
Bagage-afdekhoes A fig. 47 kan
opgerold en verwijderd worden.
Oprollen van de hoes: pak handgreep
C beet en maak de pennen B fig. 48
(een aan elke zijde) uit hun zittingen los.
Begeleid de hoes vervolgens naar de
achterkant van de bagageruimte.Verwijderen van de hoes: rol de hoes
op en trek vervolgens de twee haken
A fig. 49 (een aan elke zijde) naar de
binnenkant van de bagageruimte. Til de
hoes vervolgens op en verwijder hem.
46F0Y0609C
47F0Y0371C
48F0Y0373C
49F0Y0374C
38
KENNISMAKING MET HET VOERTUIG
Page 126 of 260

De hierboven beschreven
tankprocedure is afgebeeld op het
plaatje B fig. 102 dat aan de binnenkant
van de tankklep is aangebracht. Op
het plaatje is ook het type brandstof
aangegeven (LOODVRIJE
BRANDSTOF=benzine,
DIESEL=dieselbrandstof).
Klepje A is voorzien van een stofkap C
fig. 102 die bij gesloten klep de rand
van de vulopening beschermt tegen de
afzetting van vuil en stof.
Tanken in een noodgeval
Ga voor het tanken als volgt te werk als
er geen brandstof in de tank meer is
of als het brandstofcircuit volledig leeg
is:
open de bagageruimte en pak de
adapter, die zich in de gereedschapstas
of, afhankelijk van de versie, in de
Fix&Go Automatic-houder bevindt;
open het tankklepje door het naar
buiten te trekken, steek het vulpistool in
de vulopening, zoals weergegeven in
fig. 103 en begin te tanken;
verwijder de adapter na het tanken
en sluit de klep;
doe de adapter terug in de houder
en plaats deze weer terug in de
bagageruimte.Bijvullen van AdBlue® (UREUM)
additief voor dieseluitstoot
(voor bepaalde versies/markten)
Voorbereidende voorwaarden
AdBlue® bevriest bij een temperatuur
lager dan -11°C. Het bijvullen kan
moeilijk verlopen als het voertuig lange
tijd bij deze temperatuur heeft
stilgestaan. Daarom wordt geadviseerd
om het voertuig te parkeren in een
garage en/of verwarmde omgeving en
te wachten tot het UREUM weer
vloeibaar is, alvorens de vloeistof bij te
vullen.
Ga als volgt te werk:
parkeer het voertuig op een vlakke
ondergrond;
zet de motor af door de
startinrichting op MAR te draaien;
open het tankklepje A fig. 102 en
draai de (blauwe) dop D fig. 102 van de
AdBlue®-vulopening los en verwijder
deze.
Bijvullen met nippels
Het systeem is ontworpen in
overeenstemming met ISO 22241-5
(capaciteit nippel: 10 l/min.). Bijvullen bij
stations met een hoger stroomsnelheid
is mogelijk, maar de nippel kan in dat
geval worden afgesloten en de in de
tank gevoerde hoeveelheid kan
variëren.
Ga als volgt te werk:
breng de AdBlue®-nippel aan in de
vulopening, begin met bijvullen en
stop wanneer het bijvullen de eerste
keer wordt onderbroken (dit betekent
dat het AdBlue®-reservoir vol is). Ga
niet verder met bijvullen om morsen van
AdBlue® te voorkomen;
verwijder de nippel.
Bijvullen met houders
Ga als volgt te werk:
controleer de houdbaarheidsdatum;
lees de gebruiksaanwijzingen op
het etiket door alvorens de inhoud van
de fles in het AdBlue®-reservoir te
gieten;
103F0Y0231C
124
STARTEN EN RIJDEN
Page 130 of 260

NOODGEVALLEN
Een lekke band of een doorgebrand
lampje?
Soms kan een probleem uw reis in
gevaar brengen.
De pagina's over noodsituaties kunnen
u helpen om op zelfstandige en kalme
wijze kritieke situaties op te lossen.
Wij adviseren u om in een noodsituatie
het gratis telefoonnummer te bellen
dat in het garantieboekje is vermeld.
U kunt ook het gratis landelijke of
internationale universele
telefoonnummer bellen om het
dichtstbijzijnde Servicepunt te vinden.ALARMKNIPPERLICHTEN ..............129
EEN WIEL VERVANGEN .................129
"FIX&GO AUTOMATIC"-KIT .............134
EEN LAMP VERVANGEN ................137
ZEKERINGEN VERVANGEN ............145
STARTEN MET HULPACCU ............151
AFSLUITSYSTEEM
BRANDSTOFTOEVOER ..................153
SLEPEN VAN HET VOERTUIG ........153
128
NOODGEVALLEN
Page 136 of 260

119)De krik is een gereedschap dat
ontwikkeld en ontworpen is voor
het vervangen van een wiel, als een band
lek of beschadigd raakt, op het voertuig
waarbij de krik is geleverd of bij voertuigen
van hetzelfde model. Elk ander gebruik, bijv.
om andere modellen voertuigen of andere
dingen op te krikken, is ten strengste
verboden. Gebruik hem nooit voor
onderhoud of reparaties onder het voertuig
of om winterbanden te verwisselen voor
zomerbanden of andersom: wij adviseren u
om contact op te nemen met een Fiat
Servicenetwerk. Zorg dat u zich nooit
onder een opgekrikt voertuig bevindt:
gebruik de krik alleen in de aangegeven
standen. Gebruik de krik niet voor
zwaardere lasten dan is aangegeven op het
plaatje op de krik. Start de motor nooit
wanneer het voertuig opgekrikt is. Als het
voertuig meer dan noodzakelijk is opgekrikt,
kan alles onstabieler worden, met het
risico dat het voertuig met een harde klap
omlaag komt. Krik de auto daarom alleen
zover op als nodig is om toegang te krijgen
tot het noodreservewiel.
120)Op het noodreservewiel kunnen geen
sneeuwkettingen gemonteerd worden. In
geval van een lekke voorband (aandrijfwiel)
en als er sneeuwkettingen gebruikt moeten
worden, gebruik dan een standaardwiel
en monteer de thuiskomer op de achteras.
Zo heeft de vooras twee normale wielen
waarop sneeuwkettingen kunnen worden
gemonteerd.121)Zorg voor voldoende werkruimte bij
het opkrikken om schaafwonden aan
uw hand door contact met de grond te
voorkomen. Ook de bewegende delen van
de krik ("wormschroef" en gewrichten)
kunnen verwondingen veroorzaken: raak
deze delen niet aan. In geval van
accidenteel contact met smeervet, het
betreffende deel zorgvuldig schoonmaken.
122)Als het wieldeksel niet juist
gemonteerd is, kan het loskomen wanneer
de auto rijdt. Voer nooit werkzaamheden
aan het ventiel uit. Steek nooit
gereedschap tussen de velg en de band.
Controleer regelmatig de spanning van
zowel de banden als de thuiskomer, in
overeenstemming met de
spanningswaarden die zijn aangegeven in
het hoofdstuk “Technische gegevens”.
123)Na het verwisselde wiel te hebben
opgetild/geblokkeerd, moet de sleutel
worden verwijderd. Draai hem NIET
linksom om hem zo gemakkelijker te
kunnen verwijderen en om te voorkomen
dat de bevestiging loskomt en het wiel niet
veilig is vastgezet .
BELANGRIJK
51)Neem zo snel mogelijk contact op met
het Fiat Servicenetwerk om het correcte
aanhaalkoppel van de wielbouten te laten
controleren.
"Fix&Go
Automatic"-KIT
124) 125)
52)2)
BESCHRIJVING
De Fix&Go automatic kit bevindt zich in
de bagageruimte, in een speciale doos.
In deze houder zitten ook een
schroevendraaier, het sleepoog en de
trechter om te tanken in noodgevallen.
Open de achterklep om bij de kit te
kunnen komen, verwijder het
laadplatform en til de vloerbedekking
op.
REPARATIEPROCEDURE
Ga als volgt te werk:
stop het voertuig op een plek die
niet gevaarlijk is voor het verkeer en
waar het wiel op veilige wijze vervangen
kan worden. De motor moet op
vluchtstroken, in parkeergarages, op
parkeerplaatsen of tankstations worden
afgezet en de ondergrond moet zo
vlak en compact mogelijk zijn;
134
NOODGEVALLEN
Page 160 of 260

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA (benzineversies)
BELANGRIJK Wanneer u de laatste reparatie uit de tabel hebt uitgevoerd, moet u verder gaan met het geprogrammeerde
onderhoud. Volg daarbij de in het schema vermelde termijnen en plaats bij elke reparatie een punt of een opmerking.
Waarschuwing: als het onderhoud gewoon vanaf het begin wordt hervat, kan de voor sommige werkzaamheden geldende
interval verstrijken!
km x 1000 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Jaren12345678910
Conditie/slijtage banden controleren en
bandendruk, indien nodig, herstellen;
vervaldatum van de "Fix&Go Automatic"
reparatiekit kit controleren (voor bepaalde
versies/markten)●●●●●●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen,
richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
bagageruimte, interieur, dashboardkastje,
lampjes instrumentenpaneel, enz.) controleren●●●●●●●●●●
Vloeistofniveaus controleren en eventueel
bijvullen (motorkoelvloeistof, remmen/
hydraulische koppeling, ruitensproeiers, accu
enz.)●●●●●●●●●●
Uitlaatgasemissie controleren●●●●●●●●●●
De diagnosestekker gebruiken om de werking
van het brandstoftoevoer-/
motormanagementsysteem en de emissie te
controleren; en voor bepaalde versies/markten,
de verslechtering van de motorolie●●●●●●●●●●
158
ONDERHOUD EN ZORG
Page 164 of 260

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA (Dieselversies)
BELANGRIJK Wanneer u de laatste reparatie uit de tabel hebt uitgevoerd, moet u verder gaan met het geprogrammeerde
onderhoud. Volg daarbij de in het schema vermelde termijnen en plaats bij elke reparatie een punt of een opmerking.
Waarschuwing: als het onderhoud gewoon vanaf het begin wordt hervat, kan de voor sommige werkzaamheden geldende
interval verstrijken!
km x 1000 20 40 60 80 100 120 140 160 180 200
Jaren12345678910
Conditie/slijtage banden controleren en
bandendruk, indien nodig, herstellen;
vervaldatum lading “Fix&Go Automatic” kit
controleren (voor bepaalde versies/markten)●●●●●●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen,
richtingaanwijzers, alarmknipperlichten,
bagageruimte, interieur, dashboardkastje,
lampjes instrumentenpaneel, enz.) controleren●●●●●●●●●●
Vloeistofniveaus controleren en eventueel
bijvullen (motorkoelvloeistof, remmen/
hydraulische koppeling, ruitensproeiers, accu
enz.)●●●●●●●●●●
Uitlaatgasemissie controleren●●●●●●●●●●
Controleer het niveau van het AdBlue®
(UREUM) additief voor dieseluitstoot en vul het
eventueel bij.(1)
(1) Het verbruik van het additief is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de auto en wordt aangegeven door middel van het symbool en een specifiek
bericht op het display van het instrumentenpaneel.
162
ONDERHOUD EN ZORG
Page 255 of 260

ALFABETISCH
REGISTER
A
anvullend veiligheidssysteem
(SRS) - Airbags...................97
ABS (systeem)......................71
Accu (elektrolytpeil controleren).....169
Accu (opladen).....................171
Achterbank.........................15
Achterruitwisser / -sproeier..........29
Achterstoelen derde rij...............16
Achteruitkijkspiegels.................19
Achteruitrijcamera..................120
Actieve veiligheidssystemen..........71
Additief voor dieseluitstoot
AdBlue (UREUM)................127
Afmetingen........................187
Afsluitsysteem
brandstoftoevoer................153
Alarmknipperlichten................129
ASR (systeem)......................72
Automatische dual-zone
klimaatregeling....................22
Bagageruimte......................37
Bandenspanning...................185
Bedieningspaneel en
boordinstrumenten................42
Bedieningstoetsen (display)..........43
Belangrijke informatie en
aanbevelingen...................243Beschermingssystemen
inzittenden.......................79
Bochtverlichting (inschakeling).......26
Brandstofverbruik..................205
Buitenverlichting.....................24
Cargo Magic Space................38
Carrosserie (reiniging en
onderhoud)......................175
centrale portiervergrendeling;........32
City Brake Control - Collision
Mitigation-systeem................74
CO2-emissie.......................205
Contactslot.........................13
Cruisecontrol (constante
snelheidsregeling)................112
Dagrijlichten (DRL)
(inschakeling).....................24
Dak met vast glaspaneel.............30
Dashboard..........................10
De auto opkrikken
De motor starten...................106
Derde remlicht
(lamp vervangen)................144
Dimlicht (lamp vervangen)..........140
Display.............................43
DST (systeem)......................72
Dualdrive (elektrische
stuurbekrachtiging)...............39
Dualogic (versnellingsbak)..........109
Een aanhanger trekken............122Elektrisch schuifdak.................31
Elektrische ruitbediening.............34
ERM (systeem)......................72
ESC (systeem)......................71
Fiat CODE (systeem)................11
Fix&Go Automatic (kit)..............134
Follow Me Home (systeem)..........26
Frontairbag bestuurderszijde.........98
Frontairbag passagierszijde..........98
Frontairbags........................97
Gear Shift Indicator (systeem).......43
Gebruik van het Instructieboek........4
Geprogrammeerd onderhoud.......157
Gewichten.........................193
Gordelspanners.....................82
Gravity Control (functie)..............71
Grootlicht (inschakeling)..............25
Grootlicht (lamp vervangen).........141
Grootlichtsignaal (inschakeling).......25
Handbediende klimaatregeling......21
Handgeschakelde
versnellingsbak..................108
Handrem..........................107
Hill Holder-systeem..................71
Hoofdairbag.......................102
Hoofdsteunen.......................18
....................91
Identificatiegegevens...............178
Instapverlichting.....................26
I-Size kinderzitjes .................174