display FIAT 500X 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: 500X, Model: FIAT 500X 2017Pages: 280, PDF Size: 12.12 MB
Page 248 of 280

❒voer, als de mobiele telefoon hierom
vraagt, de PIN-code getoond op het
display van het systeem in op het
toetsenbord van uw telefoon of
bevestig de op de mobiele telefoon
getoonde PIN;
❒vanuit het scherm "Telefoon" kan de
mobiele telefoon altijd gekoppeld
worden door op de toets "Instelling:" te
drukken: druk op de toets "Toestel
toev." en ga verder zoals hierboven
beschreven;
❒tijdens de koppelingsfase verschijnt
een scherm dat de voortgang van
het proces toont;
❒als de koppelingsprocedure met
succes is voltooid, wordt een scherm
getoond: als "Ja" op de vraag wordt
geselecteerd, wordt de mobiele
telefoon als favoriet gekoppeld (de
mobiele telefoon heeft voorrang op alle
andere mobiele telefoons die later
worden gekoppeld). Als geen andere
apparaten worden gekoppeld, zal
het systeem het eerst gekoppelde
apparaat als favoriet beschouwen.
Een nummer bellen
De hieronder beschreven procedures
zijn alleen toegankelijk indien ze door
de gebruikte mobiele telefoon worden
ondersteund.
Ga als volgt te werk:❒selectie van het pictogram
(telefoonboek van mobiele
telefoon);
❒selectie van "Recente oproep.";
❒selectie van het pictogram
;
❒drukken op de toets "Opnieuw
bellen".
SMS-lezer
Het systeem kan de SMS-berichten die
de mobiele telefoon ontvangt voorlezen.
Om deze functie te gebruiken, moet
de mobiele telefoon de uitwisseling van
SMS via ondersteunenBluetooth®.
Als deze functie niet door de telefoon
wordt ondersteund, is de betreffende
toets
niet geactiveerd (grijs).
Bij ontvangst van een tekstbericht,
toont het display een scherm waarop
de opties "Luisteren", "Bellen" of
"Negeer" gekozen kunnen worden.
Druk op de toets
voor toegang tot
de lijst van SMS-berichten die door
de mobiele telefoon zijn ontvangen (de
lijst toont een maximum van 60
ontvangen berichten).OpmerkingBij sommige mobiele
telefoons moet, om de leesfunctie van
gesproken SMS-berichten ter
beschikking te krijgen, de optie
SMS-melding op de telefoon
ingeschakeld worden; deze optie is
meestal beschikbaar op de telefoon, in
hetBluetooth® verbindingsmenu voor
een apparaat dat geregistreerd is als
Uconnect™. Na het inschakelen van
deze functie op de mobiele telefoon,
moet deze uit- en weer ingeschakeld
worden met hetUconnect™systeem
om de functie te laten werken.
Uconnect™ LIVE
SERVICES
Druk op de toets APPS om het menu te
openen, waar de functies van alle
systeemapplicaties zich bevinden,
zoals: Trip computer, Settings
(Instellingen), Compass (Kompas) (als
een navigatiesysteem aanwezig is),
Uconnect™LIVE-applicaties.
Als hetUconnect™LIVE-pictogram
wordt weergegeven, is het systeem
ingesteld voor de aangesloten services
en kunnen de applicaties direct vanaf
de radio gebruikt worden, voor een
efficiënter en geavanceerder gebruik
van het voertuig. De applicatiefuncties
zijn beschikbaar volgens de
voertuigconfiguratie en de markt.
246
MULTIMEDIA
Page 249 of 280

Om deUconnect™LIVEservices te
kunnen gebruiken, is het volgende
noodzakelijk:
❒download deApp Uconnect™LIVE
uit "App Store" of "Google play" op uw
compatibele smartphone, en zorg
ervoor dat de gegevensverbinding is
ingeschakeld
❒Registreer op de website
www.driveuconnect.eu of www.fiat.it via
App Uconnect™LIVE
❒start deApp Uconnect™LIVEop
uw smartphone en voer uw gegevens
in.
Ga voor nadere informatie over de
services die op uw markt beschikbaar
zijn, naar de website
www.driveuconnect.eu.
Eerste toegang tot het
voertuig
Na het starten vanApp Uconnect™
LIVEen het inloggen met uw
gegevens,Bluetooth™verbindt u om
deLIVE-services in uw auto te openen
Uconnect® uw smartphone met het
systeem, zoals beschreven in "Uw
mobiele telefoon registreren". De lijst
met ondersteunde mobiele telefoons is
beschikbaar op www.driveuconnect.eu.
Als verbinding is gemaakt, kunnen de
aangesloten services worden geopend
door hetUconnect™LIVE-pictogram
op de radio in te drukken.Wanneer het activeringsproces is
voltooid, wordt een speciaal bericht op
het display weergegeven. Als voor de
services een persoonlijk profiel nodig is,
kunnen uw accounts worden
verbonden viaApp Uconnect™LIVE,
of in uw persoonlijke gedeelte op de
website www.driveuconnect.eu.
BELANGRIJK De my:Car-applicatie
dient niet ter vervanging van de
informatie in het Instructieboek van uw
voertuig.
Gebruiker niet
aangesloten
AlsBluetooth® geen verbinding met
de telefoon wordt gemaakt als de
Uconnect™knop wordt ingedrukt,
wordt het systeemmenu met de uit-
geschakelde pictogrammen weerge-
geven, behalveeco:Drive™.
Raadpleeg voor meer informatie over
deeco:Drive™functies het
betreffende hoofdstuk.
Instellingen van de
Uconnect™ LIVE
services die via de
autoradio kunnen
worden beheerd
Om gebruik te maken van het
radiomenu dat is toegewezen aan
Uconnect™LIVE-services, drukt u op
het pictogram
om "Instellingen" te
openen. In dit gedeelte kunt u de
systeemopties controleren en naar
voorkeur aanpassen.
Systeemupdates
Als een update van hetUconnect
™
LIVE-systeem beschikbaar is terwijl de
Uconnect™LIVE-services worden
gebruikt, wordt een speciaal bericht op
het display weergegeven.
De update omvat het downloaden van
de nieuwe softwareversie voor het
beheer van deUconnect™
LIVE-services. De update wordt
verricht via de gegevensverbinding van
de verbonden smartphone: de
bestuurder wordt geïnformeerd over de
grootte van de gegevensstroom.
BELANGRIJK Wacht met het uitvoeren
van andere handelingen tot de
installatie is voltooid, om niet de juiste
werking te beïnvloeden van de
Uconnect™.
247
Page 250 of 280

Uconnect™ LIVE apps
DeApp Uconnect™LIVEmoet
worden geïnstalleerd op uw
smartphone om toegang te krijgen tot
de aangesloten diensten op het
voertuig. Deze applicatie kan worden
gebruikt om toegang te krijgen tot
uw profiel en om uwUconnect™LIVE
ervaring aan uw persoonlijke wensen
aan te passen.
De App kan worden gedownload vanaf:
"App Store" of "Google play".
Om veiligheidsredenen kan de App niet
worden geopend wanneer de telefoon
is geregistreerd met de autoradio.
Er zijn persoonlijke gegevens (e-mail en
wachtwoord) vereist om toegang te
krijgen tot deUconnect™LIVE
radioservices; om die reden is de
inhoud van uw persoonlijke account
beveiligd en kan deze alleen door
de echte gebruiker geopend worden.
Aagesloten services die
kunnen worden
geraadpleegd op het
voertuig
DeUconnect™LIVEservices
beschikbaar in het radiomenu kunnen
verschillen afhankelijk van de markt.De nieuweeco:Drive™en my:Car
applicaties zijn ontwikkeld om de
rijervaring van de klant te verbeteren, en
om die reden zijn ze verkrijgbaar op
alle markten waar toegang tot de
Uconnect™LIVEservices mogelijk is.
Voor meer informatie, ga naar
www.DriveUconnect.eu.
Als het navigatiesysteem in de
autoradio wordt geïnstalleerd, dan
wordt bij toegang tot deUconnect™
LIVEservices het gebruik van de
TomTom "LIVE" services geactiveerd.
Raadpleeg voor meer informatie over
de "LIVE" functies het betreffende
hoofdstuk.
eco:Drive™
Met deeco:Drive™toepassing kunt u
uw rijgedrag in real-time weergeven,
zodat u uw rijstijl kunt verbeteren in
functie van brandstofverbruik en
uitstoot.
Bovendien kunnen de gegevens
worden opgeslagen op een USB-stick
of viaApp Uconnect™LIVE;de
analyse kan op uw computer worden
uitgevoerd dankzij deeco:Drive™
desktopapplicatie, beschikbaar op
www.fiat.it of www.driveuconnect.eu.
De evaluatie van de rijstijl is afhankelijk
van vier indexen die de volgende
parameters meten:
❒Acceleratie❒Deceleratie
❒Versnellingsbak
❒Snelheid
Display van de
eco:Drive™
Druk op de toetseco:Drive™om de
functie te gebruiken
Er wordt een scherm weergegeven op
het display van de autoradio met de
4 hierboven beschreven indexen. Deze
indexen zijn grijs tot het systeem
voldoende gegevens heeft om de rijstijl
te beoordelen.
Zodra voldoende gegevens
beschikbaar zijn, nemen de indexen op
basis van de beoordeling 5 kleuren
aan: donkergroen (zeer goed),
lichtgroen, geel, oranje en rood (zeer
slecht).
"Huidige route index" verwijst naar de
volledige waarde van de beschreven
indexen die in real-time berekend
worden Zo wordt ecologische
duurzaamheid van de rijstijl wordt
aangegeven: van 0 (laag) tot 100
(hoog).
Bij langere stilstand toont het display de
gemiddelde van de indexen tot dat
moment (de "Gemiddelde index"),
waarna de indexen in real-time opnieuw
kleuren zodra het voertuig opnieuw
gestart wordt.
248
MULTIMEDIA
Page 251 of 280

Selecteer de toets "Vorige route"om
het gemiddelde van de gegevens
van de vorige rit te controleren (met
"route" wordt de periode bedoeld vanaf
het moment dat de sleutel naar MAR
is gedraaid tot het moment dat hij naar
STOP wordt gedraaid).
De informatie over de vorige rit kunnen
ook worden weergegeven door te
drukken op de toets "Details", waarna
de reistijd (tijd en kilometerstand) en
de gemiddelde snelheid worden
uitgelezen.
Opslag en overdracht
ritgegevens
De reisgegevens kunnen worden
opgeslagen in het systeemgeheugen en
overgedragen via een goed
geconfigureerde usb-stick of deApp
Uconnect™LIVE.Zokuntude
historiek van de verzamelde gegevens
raadplegen en een compleet overzicht
krijgen van de ritgegevens en uw rijstijl.
Ga voor nadere informatie naar
www.driveuconnect.eu.BELANGRIJK Verwijder de usb-stick
niet of koppel de smartphone en de
App Uconnect™LIVEniet los voordat
het systeem de gegevens heeft
gedownload, aangezien deze verloren
kunnen gaan. Tijdens de
gegevensoverdracht naar de apparaten
kunnen er berichten op het display
van de autoradio verschijnen om de
gebruiker op de juiste wijze door deze
handeling te leiden; volg deze
aanwijzingen op. Deze berichten
worden alleen getoond met de
contactsleutel in stand STOP en als een
vertraging voor het uitschakelen van
het systeem is ingesteld. De gegevens
worden automatisch naar de apparaten
verzonden wanneer de motor wordt
uitgeschakeld. De verzonden gegevens
worden op deze manier uit het
geheugen van het systeem verwijderd.
U kunt kiezen om de reisgegevens al
dan niet op te slaan door te drukken op
de toets "Instellingen" en door de
activering van de opslag en de USB of
Cloud overdrachtmodus in te stellen.
Wanneer de USB-geheugenstick vol is,
worden de speciale berichten op het
radiodisplay weergegeven.Als deeco:Drive™gegevens lange tijd
niet naar de USB-geheugenstick
worden verzonden, kan het interne
geheugen van hetUconnect™
LIVE-systeem verzadigd raken: volg in
dat geval de aanbevelingen in de
berichten op hetUconnect™display.
my:Car
Met my:Car kunt u de conditie van uw
voertuig altijd onder controle te houden.
my:Car kan storingen in real time
detecteren en de gebruiker informeren
over de tijdsintervallen waarna
onderhoud nodig is. Druk op de toets
"my:Car" om van deze toepassing
gebruik te maken.
Op het display verschijnt een scherm
met de "care:Index" sectie waarin
alle gedetailleerde informatie over de
status van het voertuig wordt getoond.
Druk op de toets "Actieve
waarschuwingen" om de informatie
(indien aanwezig) over de storingen van
het voertuig te tonen die het branden
van een waarschuwingslampje tot
gevolg hadden.
De voertuigstatus kan worden
geraadpleegd op
www.DriveUconnect.eu of via deApp
Uconnect™LIVE.
249
Page 252 of 280

INSTELLINGEN
Druk op toetsop het frontpaneel
voor de weergave van het hoofdmenu
"Instellingen".
OPMERKING De weergegeven
menu-items hangen van de versie af.
Het menu biedt de volgende functies:
❒Display;
❒Meeteenheid;
❒Spraakopdrachten;
❒Klok & Datum;
❒Veiligheid/Hulp (waar aanwezig);
❒Lichten (waar aanwezig);
❒Portieren+Vergrend.;
❒Opties voertuig uit;
❒Audio;
❒Telefoon/Bluetooth;
❒Configur. SiriusXM (waar aanwezig);
❒Configur.Radio;
❒Instellingen resetten
Veiligheid/Hulp(waar aanwezig)
Met deze functie zijn de volgende
afstellingen mogelijk:
❒"Achteruitkijkcamera"(waar
aanwezig): met deze functie zijn de
volgende afstellingen mogelijk:- "Richtlijnen actief" (waar aanwezig):
hiermee kunnen de dynamische
roosters die het traject van het voertuig
op het display aangeven ingeschakeld
worden.
- "Vertr. cam achter" (waar aanwezig):
hiermee kan de verdwijning van
beelden van de camera vertraagd
worden als de achteruitversnelling
wordt ingeschakeld.
❒"Let op: front. botsing"(waar
aanwezig): hiermee kunt u de
interventiewijze van het Full Brake
Control-systeem kiezen.
De beschikbare opties zijn:
- "Off": het systeem is uitgeschakeld;
- "Alleen berichten": het systeem grijpt
alleen in door de bestuurder een
geluidssignaal ter waarschuwing te
geven (waar aanwezig);
- "Alleen remmen actief": het systeem
grijpt in door de automatische
remwerking te activeren (waar
aanwezig);
- "Alarm+ remmen actief": het systeem
grijpt in door de bestuurder een
geluidssignaal ter waarschuwing te
geven en de automatische remwerking
te activeren.
❒"Gevoel. front. botsing"(waar
aanwezig): met deze functie kan de
"reactiegevoeligheid" van het systeem,
op basis van de afstand tot het
obstakel, geselecteerd worden.De beschikbare opties zijn "Nabij",
"Med", "Ver".
❒"Park Assist"(waar aanwezig):
hiermee kunt u het type waarschuwing
dat door het Park Assist-systeem
wordt gegeven selecteren.
De beschikbare opties zijn:
- "Alleen geluid": het systeem
waarschuwt de bestuurder alleen met
geluidssignalen dat er een obstakel
aanwezig is, via de luidsprekers in het
voertuig.
- "Geluid en scherm": het systeem
waarschuwt de bestuurder dat er een
obstakel aanwezig is met
geluidssignalen (via de luidsprekers in
het voertuig) en visuele
waarschuwingen (op het
instrumentenpaneel).
❒"Vol. Park Assist voor"(waar
voorzien): deze functie kan gebruikt
worden om het volume van de
geluidssignaal dat door het voorste
ParkSense-systeem wordt afgegeven
te selecteren.
❒"Vol. Park Assist achter"(waar
voorzien): deze functie kan gebruikt
worden om het volume van de
geluidssignaal dat door het achterste
ParkSense-systeem wordt afgegeven
te selecteren.
250
MULTIMEDIA
Page 256 of 280

SPRAAKOPDRACHTEN
OpmerkingVoor talen die niet door het
systeem worden ondersteund, zijn
geen spraakopdrachten beschikbaar.
Druk voor gebruik van de
spraakopdrachten op de toets
("Stem" toets) op het stuurwiel en
spreek de opdracht die u wilt activeren
hardop uit.
Algemeen
De volgende spaakopdrachten kunnen
worden gegeven na het indrukken
van de toets
op het stuurwiel:
❒Help
❒Annuleren
❒Herhalen
❒Spraakbegeleiding
❒Navigatie
Telefoon
De volgende spraakopdrachten kunnen
worden gegeven na het indrukken van
de toets
op het stuurwiel en "Ga
naar de telefoon" te zeggen:
❒Bel
❒Kies
❒Opnieuw kiezen
❒Bel terug
❒Laatste oproepen
❒Uitgaande oproepen
❒Gemiste oproepen❒Inkomende oproepen
❒Telefoonboek
❒Zoek
❒SMS tonen
SMS-spraakopdrachten
De volgende spaakopdrachten kunnen
worden gegeven na het indrukken
van de toets
op het stuurwiel:
❒SMS sturen naar "0123456"
❒SMS sturen naar "Mario Rossi"
"mobiel"
❒Toon berichten
Autoradio
De volgende spaakopdrachten kunnen
worden gegeven na het indrukken
van de toets
op het stuurwiel:
❒Afstemmen op FM "frequentie"
❒Afstemmen op AM "frequentie"
❒Afstemmen op "naam radiostation"
FM
❒Afstemmen op "naam radiostation"
DAB-kanaal
Media
De volgende spaakopdrachten kunnen
worden gegeven na het indrukken
van de toets
op het stuurwiel:
❒Speel muziekstuk…
❒Speel album…
❒Speel artiest...❒Speel genre...
❒Speel playlist...
❒Speel podcast...
❒Speel luisterboek...
❒Speel track ...
❒Selecteer de bron...
❒Display...
Navigatie(Alleen Uconnect 5" Radio Nav
LIVE)
De volgende spaakopdrachten kunnen
worden gegeven na het indrukken
van de toets
op het stuurwiel:
❒Rij naar huis
❒2D-weergave
❒3D-weergave
❒Wis route
❒Voeg favoriet toe
❒Herhaal instructie
254
MULTIMEDIA
Page 258 of 280

Toets Functies Modus
1-Inschakelen Toets kort indrukken
Uitschakeling Toets kort indrukken
Volumeregeling Knop naar links/rechts draaien
2-
Volume in-/uitschakelen (Mute/Pauze) Toets kort indrukken
3-
Display aan/uit Toets kort indrukken
4-
Instellingen Toets kort indrukken
5-
Selectie afsluiten/naar vorige scherm terugkeren Toets kort indrukken
6 - BROWSE ENTERLijst doorbladeren of op een radiostation afstemmen Knop naar links/rechts draaien
Op display weergegeven optie bevestigen Toets kort indrukken
7 - APPSToegang tot de aanvullende functies (weergave tijd,
kompas, buitentemperatuur, Media Player en
UConnect™LIVEservices, daar waar aanwezig)Toets kort indrukken
8 - TELEFOONWeergave telefoongegevens Toets kort indrukken
9-NAVToegang tot het Navigatiemenu Toets kort indrukken
10 - MEDIABronselectie: USB/iPod of AUX of
Bluetooth®enSD
(waar aanwezig)Toets kort indrukken
11 - RADIOToegang tot de radio-modus Toets kort indrukken
256
MULTIMEDIA
Page 261 of 280

SYSTEEM IN-/
UITSCHAKELEN
Het systeem wordt in-/uitgeschakeld
door het indrukken van de
(ON/OFF)
toets/knop.
Draai de toets/knop respectievelijk
rechtsom/linksom om het radiovolume
te verhogen/verlagen.
RADIO (TUNER) MODUS
Het systeem heeft de volgende tuners:
AM, FM en DAB (waar aanwezig).
Selectie radio-modus
Druk op de RADIO-toets op het
frontpaneel om de radio in te
schakelen.
De verschillende tunerfuncties kunnen
met de betreffende toets op het display
worden gekozen.
Maximaal 12 voorkeursradiostations
kunnen in elke modus worden
opgeslagen.
Een golfband kiezen
Druk op een van de toetsen aan de
linkerkant van het display om de
golfband te kiezen: AM, FM en DAB
(waar aanwezig).
Aanwijzingen op de
display
Nadat het gewenste radiostation is
gekozen, wordt de volgende informatie
op het display getoond:
Bovenaan: weergave van opgeslagen
(preset) radiostations. Als het huidige
station vermeld is in de lijst presets,
wordt het op het display gemarkeerd.
In het midden: de naam van het
beluisterde radiostation en de toetsen
om het vorige of volgende radiostation
te kiezen, worden weergegeven.
Onderaan: weergave van de volgende
toetsen:
❒"bladeren": zoeken van de
beschikbare radiostations
❒"afstem.": handmatige afstemming
op het radiostation (niet beschikbaar
voor DAB-radio's);
❒"audio": toegang tot het scherm
"Audio-instellingen"
❒
en: zoeken van het
gewenste radiostation.
Vorige/volgende
radiostation selecteren
Het vorige/volgende radiostation kan
geselecteerd worden met behulp van
de volgende methodes:draaien aan de toets/knop BROWSE
ENTER, kort drukken op de toets
ofop het display, drukken op
de toetsen achter het stuurwiel.
Door de toetsen
ofop het
display in te drukken kan er snel door
de lijst met stations gebladerd worden.
Snel vorige/volgende
radiostation zoeken
Druk op de toetsenofop het
display of op de bedieningstoetsen
op het stuurwiel om het snel zoeken te
starten.
Afstemmen op
AM/FM-radiostations
Druk op de toets "Afst." en selecteer
vervolgens het eerste cijfer van het
gewenste radiostation.
Druk op de toets
om een verkeerd
nummer te wissen (en het correcte
stationnummer in te voeren).
Na het laatste cijfer van het station te
hebben ingevoerd stemt het systeem
op het gekozen station af.
Het scherm verdwijnt automatisch na 5
seconden of handmatig, door op de
OK-toets te drukken.
259
Page 262 of 280

DAB-radio (waar
aanwezig)
Zodra de DAB-radiomodus is
geselecteerd, wordt op het display
informatie over het beluisterde station
getoond.
De toets "Bladeren" wordt gebruikt om
het volgende te tonen:
❒de lijst van alle DAB-stations;
❒de lijst van alle favorieten;
❒de lijst van de stations gefilterd op
"Ensembles" (broadcastgroep).
Gebruik de toets "ABC" binnen elke lijst
om naar de gewenste letter in de lijst
te springen.
De toets "Update" vereist het updaten
van de lijst van DAB-radiostations:
het updaten kan een paar seconden tot
circa twee minuten duren.
Voorkeuze-instellingen
De voorkeuzes zijn bij alle systeemmodi
beschikbaar en worden geactiveerd
door een van de voorkeuzetoetsen op
het bovenste gedeelte van het display
aan te raken.
Het systeem kan in elke modus
maximaal 12 radiostations opslaan: 4
daarvan worden aan de bovenkant van
het display getoond.Druk op de toets "bladeren" op het
display om alle radiostations die in de
gekozen golfband zijn opgeslagen
te tonen.
Audio-instellingen
Het menu Geluidsinstellingen, dat
geopend kan worden door op de toets
"audio" aan de onderkant van het
display te drukken, kan gebruikt
worden om de volgende instellingen te
wijzigen:
❒"Balance/Fade" (om audiobalans
rechts/links en voor/achter te regelen);
❒"Equalizer" (waar aanwezig);
❒"Volume naar snelheid"
(automatische snelheidsafhankelijke
volumeregeling);
❒"Surround Sound" (waar aanwezig);
❒"AUX Volume comp.";
❒"Loudness" (waar aanwezig);
❒"Auto-On radio" (hiermee kan de
radio automatisch ingeschakeld worden
wanneer de motor wordt gestart).
Druk op de toets
/Gereed om het
menu "audio" af te sluiten.
MEDIA-MODUS
Audiobron selecteren
Druk op de toets "Bronselectie" om de
gewenste audiobron onder de
beschikbare bronnen te selecteren:
AUX, USB / iPod, SD (waar aanwezig)
ofBluetooth®.
Opmerking: Applicaties die gebruikt
worden op draagbare apparaten
kunnen mogelijk niet compatibel zijn
met hetUconnect™systeem.
Nummer wijzigen
(vorige/volgende)
Druk kort op de toetsof draai de
toets/knop BROWSE ENTER rechtsom
om het volgende nummer af te spelen.
Druk kort op de toets
of draai de
toets/knop BROWSE ENTER linksom
om terug te keren na het begin van het
gekozen nummer of naar het begin
van het vorige nummer (als het huidige
nummer minder dan 8 seconden is
afgespeeld).
Snel vooruit-/
terugspoelen door
nummers
Houd de toetsingedrukt om het
gekozen nummer snel vooruit te
spoelen.
Houd de toets
ingedrukt om het
gekozen nummer snel achteruit te
spoelen.
260
MULTIMEDIA
Page 263 of 280

Nummer kiezen
(browse)
Gebruik deze functie om door de
nummers op het actieve apparaat te
bladeren en een nummer te selecteren.
Gebruik de toets "ABC" binnen elke
lijst om naar de gewenste letter in
de lijst te springen.
Druk op de toets "Browse" om deze
functie te activeren voor de bron die
afgespeeld wordt.
Draai aan de toets/knop BROWSE
ENTER om de gewenste optie te kiezen
en druk vervolgens op deze toets/knop
om de keuze te bevestigen.
Druk op de toets "X" om de functie te
annuleren.
OPMERKING De toets "Browse" kan
voor bepaaldeApple® apparaten uit-
geschakeld zijn.
OPMERKING De toets "Browse" staat
geen enkele handeling op een AUX
apparaat toe.
OPMERKING Niet alleBluetooth®
apparaten bieden de mogelijkheid om
door de informatie op de nummers te
bladeren.
Weergave
nummerinformatie
Druk op de toets "Info" om de
informatie over het beluisterde nummer
weer te geven op het display.
Druk op toets "X" om het scherm af te
sluiten.
Willekeurige volgorde
Druk op de toets ">" en vervolgens op
de toets "Shuffle" om nummers op
de USB / iPod, SD (waar aanwezig) of
Bluetooth® in willekeurige volgorde af
te spelen.
Druk opnieuw op de toets "Shuffle" om
de functie uit te schakelen.
Herhalen
Druk op de toets ">" en vervolgens op
de toets "Herhaal" om het nummer
weer af te spelen.
Druk nogmaals op de toets "Herhaal"
om de functie uit te schakelen.
Bluetooth® BRON
Een Bluetooth®
audioapparaat koppelen
Ga als volgt te werk:
❒activeer deBluetooth® functie op
het apparaat;
❒Druk op de toets MEDIA op het
frontpaneel;
❒als de "Media" bron actief is, druk
dan op de toets "Bron";❒selecteer deBluetooth® Mediabron;
❒druk op de toets "Toestel toev.";
❒zoekUconnect™op hetBlue-
tooth® audioapparaat (tijdens de kop-
pelingsfase verschijnt op het scherm de
voortgang van het proces);
❒voer, als het audioapparaat hierom
vraagt, de PIN-code in die wordt
getoond op het display van het
systeem of bevestig de op het apparaat
getoonde PIN;
❒als de koppelingsprocedure met
succes is afgesloten, wordt een scherm
getoond. Als "Ja" op de vraag wordt
geselecteerd, wordt hetBluetooth®
audioapparaat als favoriet gekoppeld
(het apparaat heeft voorrang op alle
andere apparaten die later worden
gekoppeld). Als "Nee" wordt geselect-
eerd, wordt de prioriteit op basis van de
volgorde van verbinding bepaald. Het
laatst verbonden apparaat heeft de
hoogste prioriteit;
❒een audioapparaat kan ook
gekoppeld worden door te drukken op
de toets
PHONE op het frontpaneel
en door "Settings" te selecteren of,
vanuit het menu "Settings", "Telefoon
/Bluetooth" te selecteren.
261