display FIAT 500X 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: 500X, Model: FIAT 500X 2017Pages: 280, PDF Size: 12.12 MB
Page 264 of 280

BELANGRIJK Raadpleeg het
instructieboekje van de mobiele
telefoon als deBluetooth® verbinding
tussen mobiele telefoon en systeem
wordt verbroken.
USB/iPod BRON
USB/iPod modus
Om de USB/iPod modus te activeren
moet het betreffende apparaat (USB of
iPod) in de USB-poort worden
gestoken, die zich op de tunnelconsole
bevindt (fig. 172).
Bij sommige versies is een tweede
USB-poort aanwezig, die zich in de
voorste armsteun bevindt.
SD-kaarthouder (waar
aanwezig)
Om de SD-modus in te schakelen, een
geschikte SD-kaart in de speciale
aansluiting in de auto plaatsen (zie fig.
173).
BELANGRIJK Gebruik uitsluitend
SD-kaarten voor een afzonderlijke
functie (bijv. SD-kaart alleen voor
navigatie en SD-kaart alleen voor MP3
gebruik). Vermijd het overzetten van
de inhoud van de ene SD-kaart op een
andere.
AUX-ONDERSTEUNING
Om de AUX-modus in te schakelen,
een geschikt apparaat aansluiten op de
AUX-aansluiting in het voertuig.
Stel het volume in met de (ON/OFF)
toets/knop
op het voorpaneel of met
de volume-instelkop op het
aangesloten apparaat.
BELANGRIJK
De functies van het apparaat dat
aangesloten is op het AUX-stopcontact
worden rechtstreeks geregeld door
het apparaat zelf; het is niet mogelijk
om nummer/map/playlist te veranderen
of start/einde/pauze te bedienen met
de bedieningstoetsen op het
frontpaneel of die op het stuurwiel.
Laat de kabel van uw draagbare speler
niet in de AUX-aansluiting zitten om
mogelijk geruis van de luidsprekers te
voorkomen.
TELEFOONMODUS
Telefoonmodus
inschakelen
Druk op de toets PHONE op het
frontpaneel om de Telefoonmodus in te
schakelen.
Met de toetsen op het display kan men:
❒het telefoonnummer kiezen (met
behulp van het grafische toetsenbord
op het display);
❒de contacten in het telefoonboek van
de mobiele telefoon tonen en bellen;
❒de contacten uit de registers van
recente gesprekken tonen en bellen;
❒een maximum van 10 telefoons
koppelen om de toegang en de
verbinding eenvoudiger en sneller te
maken;
172F1B0210C
173F1B0211C
262
MULTIMEDIA
Page 265 of 280

❒gesprekken van het systeem naar de
mobiele telefoon en andersom
overzetten en het geluid van de
microfoon uitschakelen bij
privégesprekken.
Het geluid van de mobiele telefoon
wordt over het audiosysteem van het
voertuig uitgezonden: het systeem
schakelt automatisch het geluid van de
autoradio uit wanneer de
Telefoonfunctie wordt gebruikt.
OPMERKING Voor de lijst van
ondersteunde mobiele telefoons en
functies, raadpleeg de website
www.driveuconnect.eu
Mobiele telefoon
registreren
Ga als volgt te werk:
❒activeer de functieBluetooth®op
de mobiele telefoon;
❒druk op de toets PHONE op het
frontpaneel;
❒als er nog geen telefoon aan het
systeem gekoppeld is, toont het display
een speciaal scherm;
❒selecteer "Ja" om de
koppelingsprocedure te starten en zoek
vervolgens hetUconnect™apparaat
op de mobiele telefoon (als "Nee" wordt
geselecteerd, wordt het hoofdscherm
van de Telefoon getoond);❒voer, als de mobiele telefoon hierom
vraagt, de PIN-code getoond op het
display van het systeem in op het
toetsenbord van uw telefoon of
bevestig de op de mobiele telefoon
getoonde PIN;
❒vanuit het scherm "Telefoon" kan de
mobiele telefoon altijd gekoppeld
worden door op de toets "Instelling:" te
drukken: druk op de toets "Toestel
toev." en ga verder zoals hierboven
beschreven;
❒tijdens de koppelingsfase verschijnt
een scherm dat de voortgang van
het proces toont;
❒als de koppelingsprocedure met
succes is voltooid, wordt een scherm
getoond: als "Ja" op de vraag wordt
geselecteerd, wordt de mobiele
telefoon als favoriet gekoppeld (de
mobiele telefoon heeft voorrang op alle
andere mobiele telefoons die later
worden gekoppeld). Als geen andere
apparaten worden gekoppeld, zal
het systeem het eerst gekoppelde
apparaat als favoriet beschouwen.
Een nummer bellen
Ga als volgt te werk:
❒selectie van het pictogram
(telefoonboek van mobiele
telefoon);
❒selectie van "Recente oproep.";
❒selectie van het pictogram
;
❒drukken op de toets "Opnieuw
bellen".
De hierboven beschreven procedures
zijn alleen toegankelijk indien ze door
de gebruikte mobiele telefoon worden
ondersteund.
SMS-LEZER
Het systeem kan de SMS-berichten die
de mobiele telefoon ontvangt voorlezen.
Om deze functie te gebruiken, moet
de mobiele telefoon de uitwisseling van
SMS viaBluetooth® ondersteunen.
Als deze functie niet door de telefoon
wordt ondersteund, is de betreffende
toets
niet geactiveerd (grijs).
Bij ontvangst van een tekstbericht,
toont het display een scherm waarop
de opties "Luisteren", "Bellen" of
"Negeer" gekozen kunnen worden.
Toegang tot de lijst SMS-berichten die
ontvangen is van de mobiele telefoon
kan worden verkregen door het
indrukken van de toets
.
263
Page 266 of 280

OpmerkingBij sommige mobiele
telefoons moet, om de leesfunctie van
gesproken SMS-berichten ter
beschikking te krijgen, de optie
SMS-melding op de telefoon
ingeschakeld worden; deze optie is
meestal beschikbaar op de telefoon, in
hetBluetooth® verbindingsmenu voor
een apparaat dat geregistreerd is als
Uconnect™. Na het inschakelen van
deze functie op de mobiele telefoon,
moet deze uit- en weer ingeschakeld
worden met hetUconnect™systeem
om de functie te laten werken.
APPS-MODUS
Druk op toets APPS op het frontpaneel
om de volgende instellingen te zien:
❒Media/Radio-modus
❒Klok
❒Algemene informatie
❒Kompas
❒Trip
❒Uconnect™LIVE(indien aanwezig)
(zie voor nadere informatie paragraaf
Uconnect™5" Radio LIVE /
Uconnect™5" Radio Nav LIVE)
Media/Radio-modus
Door op de toets aan de linkerkant van
het display te drukken kan informatie
over de "Media- en Radiomodus"
bekeken worden.
Klok
Door op de tijd middenboven op het
display te drukken kan de tijd worden
ingesteld.
Algemene informatie
In het midden van het display wordt
algemene informatie over de auto
weergegeven:
❒de buitentemperatuur, uitgedrukt in
de gekozen meeteenheid;
❒opladen batterij mobiele telefoon
(wanneer een mobiele telefoon
gekoppeld is);
❒pictogram
(als eenBluetooth®
apparaat is aangesloten);
❒de sterkte van het signaal van het
telefoonnetwerk (als een mobiele
telefoon is aangesloten).
Kompas
Druk op de toets "Kompas" om de
richting waarin u rijdt en informatie over
de "Navigatiemodus" weer te geven.
Trip
Druk op de toets "Trip" voor toegang
tot de schermpagina's met informatie
van de Trip computer die door het
instrumentenpaneel is uitgewerkt.
UconnectTMLIVE(indien aanwezig)
Door op de knop "Uconnect™LIVE"
te drukken, kunt uUconnect™
LIVE-services openen. Zie voor nadere
informatie paragraafUconnect™5"
Radio LIVE /Uconnect™5" Radio
Nav LIVE.
INSTELLINGEN
Druk op toetsop het frontpaneel
voor de weergave van het menu
"Instellingen".
OPMERKING De weergegeven
menu-items hangen van de versie af.
Het menu biedt de volgende functies:
❒Display;
❒Meeteenheid;
❒Spraakopdrachten;
❒Klok & Datum;
❒Veiligheid & Hulp;
❒Lichten;
❒Portieren+Vergrend.;
❒Opties voertuig uit;
❒Audio;
❒Telefoon/Bluetooth;
264
MULTIMEDIA
Page 267 of 280

❒Configur. SiriusXM (waar aanwezig);
❒Configur.Radio;
❒Systeeminformatie;
❒Terug naar Stand.inst.;
❒Persoonl. gegevens wissen.
Rijveiligheid en hulp
(waar aanwezig)
Met deze functie zijn de volgende
afstellingen mogelijk:
❒"Achteruitkijkcamera" (waar
aanwezig): hiermee kan de weergave
van beelden van de camera
ingeschakeld worden als de
achteruitversnelling wordt ingeschakeld.
❒"Vertraagde uitschakeling
achteruitrijcamera" (waar aanwezig):
hiermee kan de verdwijning van
beelden van de camera vertraagd
worden als de achteruitversnelling
wordt uitgeschakeld.
❒"Richtlijnen voor camera laadvloer"
(waar aanwezig): hiermee kunnen
de dynamische roosters die het traject
van het voertuig op het display
aangeven ingeschakeld worden.
❒"Let op: front. botsing" (waar
aanwezig): hiermee kunt u het Full
Brake Control-systeem kiezen.
De beschikbare opties zijn:
- "Off": het systeem is uitgeschakeld;- "Alleen berichten": het systeem grijpt
alleen in door de bestuurder een signaal
ter waarschuwing te geven (waar
aanwezig);
- "Alleen remmen actief": het systeem
grijpt in door de automatische
remwerking te activeren (waar
aanwezig);
- "Alarm+ remmen actief": het systeem
grijpt in door de bestuurder een signaal
ter waarschuwing te geven en de
automatische remwerking te activeren.
❒"Gevoel. front. botsing" (waar
aanwezig): hiermee kunt u de
reactiesnelheid van het systeem op
basis van de afstand tot het obstakel
selecteren. De beschikbare opties
zijn "Nabij", "Med", "Ver".
❒"Park Assist" (waar aanwezig):
hiermee kunt u het type waarschuwing
dat door het Park Assist-systeem
wordt gegeven selecteren. De
beschikbare opties zijn:
- "Alleen geluid": het systeem
waarschuwt de bestuurder alleen met
geluidssignalen dat er een obstakel
aanwezig is, via de luidsprekers in het
voertuig;- "Geluid en scherm": het systeem
waarschuwt de bestuurder dat er een
obstakel aanwezig is met
geluidssignalen (via de luidsprekers in
het voertuig) en visuele
waarschuwingen (op het
instrumentenpaneel).
❒"Front Park Assist vol" (waar
aanwezig): hiermee kunt u het volume
van de akoestische waarschuwingen
die door het parkeerhulpsysteem
vooraan wordt gegeven selecteren.
❒"Rear Park Assist vol" (waar
aanwezig): hiermee kunt u het volume
van de akoestische waarschuwingen
die door het parkeerhulpsysteem
achteraan wordt gegeven selecteren.
❒"Lane Assist Waarschuwing" (waar
aanwezig): hiermee kunt u de
reactiesnelheid van het Lane Assist-
systeem selecteren;
❒"Lane Assist Sterkte" (waar
aanwezig): hiermee kan de kracht
geselecteerd worden die uitgeoefend
moet worden op het stuurwiel om
het voertuig terug te laten keren in de
rijbaan via de elektrische stuurinrichting,
in geval van een ingreep van het
LaneSense-systeem.
265
Page 269 of 280

❒"Noodgeval": Ziekenhuizen of
Politiebureaus worden in de buurt van
de bestemming gezocht. Het is ook
mogelijk de huidige positie op het
display te bekijken en de locatie van
Ziekenhuizen of Politiebureaus in
"Favorieten" op te slaan.
TOON KAART
Druk op de toets "Toon kaart" in het
Hoofdmenu Navigatiesysteem voor de
weergave van de kaart behorend bij
de huidige positie.
Wanneer de kaart op het display
verschijnt, zijn de volgende opties
beschikbaar:
❒"Menu": druk op deze toets om
terug te keren naar het Hoofdmenu
Navigatiesysteem;
❒"+/–": druk op de toets "+" of " –"
om de afmetingen van de kaart te
wijzigen (het is niet mogelijk om in te
zoomen op kleinere wegen);
❒"Aankomsttijd/Reistijd/Afstand"
(alleen tijdens het navigeren): druk
op deze toets rechtsboven op
het display om een van de volgende
opties te bekijken: "Aankomsttijd",
"Reistijd", "Afstand".❒"Afslagen Lijst"(alleen tijdens het
navigeren): druk op de lijst met afslagen
langs de route in het midden bovenaan
het display. Selecteer een afslag via
de volgende opties: "Toon op de kaart"
of "Vermijd straat".
❒"Opties": druk op deze toets om de
opties voor kaartweergave te bekijken.INFORMATIE
Druk op de toets "Informatie" in het
Hoofdnavigatiemenu om uit de
volgende informatie te kiezen:
❒Waar ben ik?
❒Verkeer
❒"Trip comp." (Trip Computer)
U kunt de toets
indrukken om naar
het vorige actieve scherm terug te
keren of de toets "X" om af te sluiten.
NOODREMMEN
Druk de toets "Noodgeval" in het
Hoofdmenu Navigatiesysteem in om
een van de volgende opties te
selecteren om te zoeken en te
navigeren naar een bestemming:
❒"Ziekenhuis": druk op deze toets om
een rit in te stellen naar een ziekenhuis
vlakbij de bestemming;
❒"Politie": druk op deze toets om een
rit in te stellen naar een politiebureau
vlakbij de bestemming.
SPRAAKOPDRACHTEN
Zie voor de functies die bediend
worden met spraakopdrachten de
paragraafUconnect™5"Radio Nav
LIVE"Spraakopdrachten".
OPMERKING Voor talen die niet door
het systeem worden ondersteund,
zijn geen spraakopdrachten
beschikbaar.
BELANGRIJK Het volume van de
spraakopdrachten kan alleen geregeld
worden terwijl de spraakopdrachten
worden weergegeven door de
toets/knop
(ON/OFF) te bedienen.
Het navigatiesysteem maakt gebruikt
van spraakopdrachten voor sommige of
alle volgende functies:
❒rij-informatie;
❒ingestelde waarschuwingen.
Er zijn twee soorten stemmen tijdens
de navigatie beschikbaar:
❒computerstemmen: deze worden
door het navigatiesysteem gegeven. Ze
lezen de antwoorden op
stemopdrachten en op het verkeer;
❒menselijke stemmen: deze zijn
geregistreerd door een acteur en geven
uitsluitend aanwijzingen over de route.
267
Page 276 of 280

ALFABETISCH
REGISTER
5
" Uconnect Radio LIVE ................ 240
5" Uconnect Radio Nav LIVE.......... 240
Aanhangers trekken ...................... 141
ABS (systeem) ............................... 74
Accu .............................................. 193
– advies voor verlengen
levensduur ................................ 193
– vervangen ................................. 193
Accu opladen................................. 195
Achterbank .................................... 21
Achterruitsproeier
– niveau vloeistof voor
ruitensproeiers/achterruitsproeier................................................. 192
Achterruitwisser/-sproeier .............. 32
Achteruitkijkcamera ........................ 139
Achteruitkijkspiegels ....................... 24
Actieve veiligheidssystemen ........... 74
Afmetingen..................................... 211
Afsluiter van de brandstoftoevoer ... 167
Airbags
– Frontairbags .............................. 108
– Zijairbags................................... 112
Airbag (SRS aanvullend
veiligheidssysteem) ...................... 108
Alarmknipperlichten........................ 148
– Noodremmen ............................ 148
Alarm ............................................. 15Automatische dual-zone
klimaatregeling ............................. 36
Automatische inschakeling
grootlicht ...................................... 27
Automatische lichtregeling
(AUTO-functie) ............................. 26
Automatische versnellingsbak -
contactsleutel verwijderen ............ 168
Automatische versnellingsbak ........ 121
Automatische versnellingsbak
met dubbele koppeling -
contactsleutel verwijderen ............ 170
Automatische versnellingsbak
met dubbele koppeling................. 125
Automatische versnellingsbak
met dubbele koppeling -
versnellingspook ontgrendelen ..... 169
Automatische versnellingsbak -
versnellingspook ontgrendelen ..... 168
Bagageruimte ............................... 42
Bagageruimte (uitbreiding).............. 21
Banden (bandenspanning) ............. 210
Bedieningsknoppen ....................... 48
Bedieningspaneel en
boordinstrumenten ....................... 46
Belangrijke informatie en
aanbevelingen .............................. 268
Beschermingssystemen
inzittenden ................................... 89
Blind Spot Assist (systeem) ............ 78
Brandstofverbruik........................... 225
Buitenverlichting ............................. 25
Carrosserie (reiniging en
onderhoud) .................................. 201
CO2-emissie .................................. 227
Dagrijlichten (DRL) ........................ 26
Dead Lock (systeem)...................... 18
Derde remlicht (lamp vervangen) .... 153
De sleutels ..................................... 11
Dimlicht/grootlicht (lamp
vervangen) ................................... 151
Dimlicht .......................................... 26
Display ........................................... 48
DST (systeem)................................ 76
DTC (systeem) ............................... 74
Een lamp vervangen ..................... 148
Een wiel vervangen ........................ 159
Elektrische parkeerrem (EPB) ......... 117
Elektrische ruitbediening ................ 38
Elektrische verwarming
voorstoelen .................................. 21
Elektrisch schuifdak ....................... 39
Elektrisch verstelbare
voorstoelen .................................. 20
Elektronische Cruise-Control .......... 131
Enkelkleurig display ........................ 46
EPB (Elektrische parkeerrem) ......... 117
ERM (systeem) ............................... 76
ESC (systeem) ............................... 74
Fiat Code (systeem) ...................... 14
Fix&Go automatic kit ...................... 163
Full Brake Control (systeem) ........... 81
ALFABETISCH REGISTER
Page 277 of 280

Gebruik van het voertuig onder
zware omstandigheden
(geprogrammeerd
onderhoudsschema) .................... 185
Geprogrammeerd onderhoud......... 174
Geprogrammeerd
onderhoudsschema ............. 175-179
Gewichten...................................... 213
Gordelspanners ............................. 93
– Krachtbegrenzers ...................... 93
Grootlicht ....................................... 27
GSI (Gear Shift Indicator) ................ 48
Handbediende klimaatregeling ...... 34
Handgeschakelde
versnellingsbak ............................ 120
Herconfigureerbare laadvloer.......... 43
Het voertuig opkrikken ................... 200
HHC (systeem) ............................... 76
Hoofdairbag ................................... 112
Hoofdmenu .................................... 49
Hoofdsteunen ................................ 22
Hoogteregeling koplampen ............ 28
Identificatiegegevens
– chassisnummer ......................... 206
– motorcode ................................ 206
– VIN-plaatje ................................ 206
Interieur (reiniging) .......................... 203
Interieurverlichting .......................... 29
i-Size kinderzitjes ........................... 102
ISOFIX-kinderzitje (montage) .......... 99iTPMS (indirect Tyre Pressure
Monitoring System) ...................... 86
Kentekenverlichting (lamp
vervangen) ................................... 153
Keyless Entry (systeem).................. 16
Kinderslot....................................... 18
Kinderzitjes .................................... 95
Kleurendisplay................................ 47
Klimaatregeling............................... 34
Koplampen (reiniging) ..................... 202
Lakwerk (reiniging en
onderhoud) .................................. 201
Lamp buitenverlichting
vervangen .................................... 151
Lampen
– typen lampen ............................ 149
Lampjes en meldingen ................... 51
Lane Assist systeem ...................... 137
Lichtschakelaar .............................. 25
Mistachterlicht .............................. 26
Mistlampen (lamp vervangen) ......... 152
Mistlampen .................................... 26
Mood Selector ............................... 133
Motorkap ....................................... 41
Motor ............................................. 207
– code ......................................... 206
– niveau motorkoelvloeistof .......... 192
Motorolie
– niveau controleren ..................... 192
– verbruik ..................................... 192Motorruimte ................................... 186
Motorruimte (uitspuiten).................. 202
Motor starten ................................. 116
Niveaus controleren ...................... 186
Noodstart....................................... 165
Onderhoudsprocedures ................ 196
Park Assist (systeem) .................... 135
Parkeerlichten ................................ 26
PBA (systeem) ............................... 75
Periodieke controles
(geprogrammeerd
onderhoudsschema) .................... 185
Plafondverlichting voor ................... 29
Portieren ........................................ 16
Prestaties (topsnelheid) .................. 224
RCP-systeem ............................... 80
Regensensor.................................. 30
Remlichten (lamp vervangen).......... 152
Remmen
– remvloeistofniveau ..................... 192
Richtingaanwijzers achter (lamp
vervangen) ................................... 152
Richtingaanwijzers ......................... 28
Richtingaanwijzers zijkant (lamp
vervangen) ................................... 152
Richtlijnen voor de behandeling
van het voertuig aan het einde
van de levensduur ........................ 228
Rijbaanwissel ................................. 28
Rijhulpsystemen ............................. 78