service FIAT 500X 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: 500X, Model: FIAT 500X 2017Pages: 280, PDF Size: 12.12 MB
Page 157 of 280

❒het openen wordt aangegeven als de
kop van de schroef volledig uit zijn
zitting is gekomen;
❒verwijder deksel B , door het op de
zijgeleiders naar boven te schuiven,
zoals aangegeven in de afbeelding.
Op het deksel zijn de
identificatienummers van de elektrische
onderdelen die met de zekeringen
overeenkomen aangegeven.Zodra de zekering vervangen is, als
volgt te werk gaan:
❒zet het deksel B correct terug op zijn
plaats in de zijgeleiders van de kast;
❒schuif het boven af volledig naar
beneden;
❒draai schroef A volledig vast, met
behulp van de bijgeleverde
schroevendraaier;
❒draai tegelijk de schroef langzaam
rechtsom tot weerstand wordt ervaren
(niet te vast draaien);
❒draai de schroef langzaam los;
❒het sluiten wordt aangegeven als de
kop van de schroef volledig in de
behuizing zit.
ZEKERINGENKAST IN
DASHBOARD
De zekeringenkast fig. 121 bevindt zich
aan de linkerkant van de stuurkolom
en de zekeringen zijn gemakkelijk
bereikbaar via het onderste deel van
het dashboard.
Neem voor het vervangen van
zekeringen contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
119F1B0191C
120F1B0190C
121F1B0193C
155
Page 160 of 280

ZEKERINGENKAST IN DE BAGAGERUIMTE
OPMERKING De configuratie van de bagageruimte verschilt afhankelijk van de uitrusting op het voertuig.
Zekeringenkast B
GEBRUIKERS ZEKERING AMPÈRE
HI-FI-systeem F2 20
SchuifdakF3 20
Elektrische verstelling lendensteun voorstoel (bestuurderszijde) F4 7.5
Elektrische verstelling voorstoel (bestuurderszijde) F5 30
Elektrische verstelling voorstoel (bestuurders- en passagierszijde) F6 7.5
Elektrische verstelling lendensteun voorstoel (bestuurders- en
passagierszijde)F7 30
BELANGRIJK
135)Als de zekering opnieuw doorbrandt, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
136)Vervang een zekering nooit door een exemplaar met een hogere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.
137)Als een zekering doorbrandt die niet is op deze en de vorige pagina is beschreven, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
138)Alvorens een zekering te vervangen, moet gecontroleerd worden of de contactsleutel uit het slot is genomen en of alle stroomverbruikers
uit staan en/of zijn uitgeschakeld.
BELANGRIJK
59)Vervang een doorgebrande zekering nooit door metalen draden of ander materiaal.
60)Als de motorruimte moet worden schoongespoten, voorkom dan dat de waterstraal rechtstreeks op de zekeringenkast en de motor van
de ruitenwissers wordt gericht.
158
NOODGEVALLEN
Page 164 of 280

BELANGRIJK
139)Indien het wiel met de lege band en
de krik in het interieur worden
achtergelaten dan vormen ze een ernstig
risico voor de veiligheid van de inzittenden
in geval van ongevallen of bruusk remmen.
Leg daarom zowel de krik als het wiel
met de lekke band in de daarvoor
bedoelde behuizing in de bagageruimte.
140)Het is uiterst gevaarlijk om een wiel te
verwisselen aan de kant van het voertuig
naast de rijbaan: verzeker u er dan van dat
het voertuig op voldoende afstand van
de weg staat, om te voorkomen dat u
overreden wordt.
141)Geef de aanwezigheid van het
stilstaande voertuig aan in
overeenstemming met de geldende
regelgeving: alarmknipperlichten,
gevarendriehoek, enz. De inzittenden
moeten het voertuig verlaten, met name als
dit zwaar beladen is. Passagiers moeten
op een veilige afstand van het verkeer
wachten wanneer het wiel wordt
verwisseld. Om veiligheidsredenen, op
hellingen of onverharde wegen, de wielen
altijd blokkeren met de bijgeleverde
wiggen.142)De rij-eigenschappen van het voertuig
worden veranderd wanneer het
noodreservewiel gemonteerd is. Vermijd
bruusk optrekken en remmen, scherpe
stuurbewegingen en snelle bochten. De
totale levensduur van het noodreservewiel
is ongeveer 3000 km. Hierna moet de band
vervangen worden door een nieuw
exemplaar van hetzelfde type. Monteer
nooit een standaard band op de velg van
een ruimtebesparend reservewiel. Zorg
ervoor dat het verwisselde wiel zo snel
mogelijk wordt gerepareerd en
gemonteerd. Het gebruik van twee of meer
noodreservewielen is verboden. Smeer
de schroefdraden van de wielbouten niet
voordat u deze monteert: ze zouden los
kunnen raken tijdens het rijden!
143)Het noodreservewiel (waar aanwezig)
is specifiek voor uw voertuig: gebruik het
niet op andere modellen, en gebruik
evenmin een noodreservewiel van andere
modellen voor uw voertuig. Gebruik het
noodreservewiel alleen in noodgevallen.
Het mag alleen gebruikt worden voor
de afstand die nodig is om een werkplaats
te bereiken en niet bij hogere snelheden
dan 80 km/h. Op het ruimtebesparende
reservewiel is een oranje etiket
aangebracht met de belangrijkste
waarschuwingen en gebruiksbeperkingen.
Verwijder de sticker nooit en dek hem
niet af.144)De krik is een gereedschap dat
ontwikkeld en ontworpen is voor
het vervangen van een wiel, als een band
lek of beschadigd raakt, op het voertuig
waarbij de krik is geleverd of bij voertuigen
van hetzelfde model. Hij mag, bijvoorbeeld,
niet gebruikt worden om andere voertuigen
of voorwerpen op te krikken. Gebruik de
krik nooit om onderhoud of
reparatiewerkzaamheden onder het
voertuig te verrichten. Ga nooit onder een
opgekrikt voertuig liggen. Mocht het nodig
zijn om werkzaamheden te verrichten onder
het voertuig, contact opnemen met het
Fiat Servicenetwerk. Onjuiste plaatsing van
de krik kan er toe leiden dat het voertuig
eraf valt: gebruik hem alleen op de
aangegeven plaatsen. Gebruik de krik niet
voor belastingen die hoger zijn dan
aangegeven op het etiket.
145)Er kunnen geen sneeuwkettingen
gemonteerd worden op het
ruimtebesparende reservewiel. In geval van
een lekke voorband (aandrijfwiel) en als er
sneeuwkettingen gebruikt moeten worden,
gebruik dan een standaardwiel en monteer
het ruimtebesparende reservewiel op de
achteras. Op deze manier, met twee
normale aandrijfwielen op de vooras,
kunnen sneeuwkettingen gemonteerd
worden (deze aanwijzing is ook geldig voor
4x4 versies).
146)Voer nooit werkzaamheden uit aan het
ventiel. Steek nooit gereedschap, van
welk type ook, tussen de velg en de band.
Controleer regelmatig de spanning van
zowel de banden als het ruimtebesparende
reservewiel, die overeen moet komen met
de spanningswaarden die zijn aangegeven
in het hoofdstuk “Technische gegevens”.
162
NOODGEVALLEN
Page 166 of 280

❒als deze na vijf minuten nog steeds
geen minstens 1,8 bar bedraagt,
koppel dan de compressor van het
ventiel en het stopcontact af en
verplaats vervolgens het voertuig
ongeveer tien meter naar voren of naar
achteren, zodat de afdichtvloeistof
zich gelijkmatig in de band kan
verdelen; pomp de band vervolgens
weer op.
❒als na deze handeling nog steeds
geen 1,8 bar wordt verkregen binnen 5
minuten na inschakeling van de
compressor, rij dan niet verder maar
neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk;
❒stop na ongeveer 10 minuten rijden
en controleer de bandenspanning
opnieuw; vergeet niet de elektrische
parkeerrem in te schakelen;
❒als een spanning van minstens 1,8
bar wordt gemeten, herstel dan de
correcte bandenspanning (bij draaiende
motor en ingeschakelde elektrische
parkeerrem), ga onmiddellijk weer rijden
en rijd zeer voorzichtig naar de
dichtstbijzijnde werkplaats van het Fiat
Servicenetwerk.
BELANGRIJK
147)Beschadigingen op de zijkanten van
de band kunnen niet gerepareerd worden.
Gebruik de Fix&Go automatic kit niet als
de band beschadigd is geraakt door het
rijden met een lege band.
148)Draag de beschermende
handschoenen die bij de Fix&Go automatic
kit geleverd zijn.
149)Breng de sticker aan op een plaats
die goed zichtbaar is voor de bestuurder
om eraan te herinneren dat de band
behandeld is met de Fix&Go automatic kit.
Rijd voorzichtig, met name in bochten.
Rijd niet harder dan 80 km/h. Vermijd
bruusk accelereren en remmen.
150)Rij niet verder als de bandenspanning
onder 1,8 bar is gedaald: the Fix&Go
automatic kit kan de vereiste afdichting niet
garanderen omdat de band te ernstig
beschadigd is. Neem contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
151)U moet altijd aangeven dat de band
gerepareerd is met behulp van de Fix&Go
automatic kit. Overhandig de folder aan het
personeel dat de band die behandeld is
met de Fix&Go automatic kit zal repareren.
152)Reparatie is niet mogelijk als de
wielvelg beschadigd is (loopvlak is
vervormd, waardoor lucht kan
ontsnappen). Verwijder niet het eventueel in
de band binnengedrongen voorwerp
(schroef of spijker).153)Bedien de compressor niet langer dan
20 minuten achter elkaar. Gevaar voor
oververhitting. De Fix&Go automatic kit is
niet geschikt voor definitieve reparatie, dus
de gerepareerde banden mogen slechts
tijdelijk gebruikt worden.
154)De spuitbus bevat ethyleenglycol en
latex: dit kan een allergische reactie
veroorzaken. Schadelijk bij inslikken.
Irriterend voor de ogen. Kan irritatie
veroorzaken bij inademing of contact.
Vermijd contact met huid, ogen en kleding.
Spoel bij contact onmiddellijk uit met rijkelijk
water. Wek het braken niet op bij inslikken.
Spoel de mond uit, drink veel water en
raadpleeg onmiddellijk een arts. Buiten
bereik van kinderen bewaren. Het product
mag niet gebruikt worden door
astmapatiënten. Adem de dampen niet in
tijdens het inbrengen en oppompen.
Raadpleeg onmiddellijk een arts bij
allergische reacties. Bewaar het busje in
zijn houder, uit de buurt van
warmtebronnen. Het afdichtmiddel heeft
een houdbaarheidsdatum. Vervang het
busje als de houdbaarheidsdatum van het
afdichtmiddel is verstreken.
BELANGRIJK
61)Als de band door vreemde voorwerpen
lek is geraakt, kan de kit gebruikt worden
voor beschadiging in het loopvlak of de
schouder met een diameter van max.
4 mm.
164
NOODGEVALLEN
Page 168 of 280

❒sluit het andere uiteinde van de
pluskabel (+) aan op de plusklem (+)
van de hulpaccu;
❒sluit een uiteinde van de minkabel (–)
aan op de minklem (–) van de hulpaccu;
❒Sluit het andere uiteinde van de
minkabel (–) aan op de massa op de
motor
(een zichtbaar metalen deel
van de motor of de versnellingsbak van
het voertuig met lege accu) uit de
buurt van de accu en het
inspuitsysteem;
❒start de motor van het voertuig met
de hulpaccu, laat de motor enkele
minuten stationair draaien. Start de
motor van het voertuig met lege accu.
Kabels loskoppelen.
Maak, als de motor gestart is, de
kabels in de omgekeerde volgorde los.Als de motor na enkele pogingen niet
start, blijf dan niet proberen maar neem
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
Als het vaak nodig is om een
noodstart uit te voeren, laat de accu
en het laadsysteem van het voertuig
dan controleren door het Fiat
Servicenetwerk.
BELANGRIJK Alle accessoires (bijv.
mobiele telefoons, enz.) aangesloten op
de stopcontacten het voertuig
verbruiken stroom, ook als ze niet
worden gebruikt. Als deze apparaten te
lang bij afgezette motor zijn
aangesloten, kan de accu leeglopen
met vermindering van levensduur van
de accu en/of startproblemen tot
gevolg.
BELANGRIJK
155)Controleer alvorens de motorkap te
openen of de motor is afgezet en of de
contactsleutel in de stand STOP staat.
Volg de aanwijzingen op die op het plaatje
onder de motorkap staan. Wij adviseren
om de contactsleutel uit te nemen als
er zich nog inzittenden in het voertuig
bevinden. Alle inzittenden moeten uit het
voertuig stappen nadat de contactsleutel is
uitgenomen of naar de STOP-stand is
gedraaid. Verzeker u ervan dat de motor,
tijdens het tanken, afgezet is (en dat de
contactsleutel in de stand STOP staat).156)Kom niet te dicht bij de koelventilator
van de radiateur: de elektrische ventilator
kan in werking treden; gevaar van letsel.
Sjaals,stropdassen en andere losse kleding
kunnen door bewegende delen worden
vastgegrepen.
157)Verwijder alle metalen voorwerpen
(bijvoorbeeld ringen, horloges, armbanden)
die ernstig letsel door onbedoeld elektrisch
contact kunnen veroorzaken.
158)Accu's bevatten zuren die de huid en
ogen kunnen aantasten. Accu's
produceren waterstof, dat uiterst
brandbaar en explosief is. Houd ze daarom
uit de buurt van vlammen of apparaten
die vonken kunnen afgeven.
BELANGRIJK
62)Gebruik nooit een accusnellader om de
motor te starten aangezien dit kan leiden
tot beschadiging van de elektronische
systemen van uw voertuig, met name de
regeleenheden van de ontsteking en de
brandstoftoevoer.
63)Verbind de kabel niet met de minklem
(–) van de lege accu. De afgegeven vonk
kan explosie van de accu tot gevolg
hebben en ernstige schade veroorzaken.
Gebruik alleen een geschikt massapunt;
gebruik geen andere blootgestelde metalen
onderdelen.
135F1B0217C
166
NOODGEVALLEN
Page 171 of 280

❒als de sleutel eenmaal verwijderd is,
onderste afdekking C fig.
140terugzetten, controleren of deze
goed vastzit en de bevestigingsbouten
B stevig vastdraaien.
BELANGRIJK
64)Het wordt geadviseerd contact op te
nemen met het Fiat Servicenetwerk om
deze hermontageprocedure te laten
uitvoeren. Indien u zelfstandig te werk wilt
gaan, dient u vooral op te letten op de
juiste bevestiging van de borgklemmen.
Anders kan een verkeerde bevestiging van
de onderste en bovenste afdekking lawaai
veroorzaken.
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK
MET DUBBELE
KOPPELING -
VERSNELLINGSPOOK
ONTGRENDELEN
Ga in geval van storingen of een lege
accu als volgt te werk om de
versnellingspook te ontgrendelen:
❒zet de motor af;
❒schakel de elektrische parkeerrem in;
❒ga voorzichtig te werk op het met
de pijl aangegeven punt, verwijder de
sierlijst A fig. 142 (compleet met
stofkap) door deze omhoog te tillen (zie
ook fig. 143);
❒trap het rempedaal volledig in en
houd het ingetrapt;
139F1B0022C
140F1B0143C141F1B0222C
142F1B0028C
169
Page 173 of 280

BELANGRIJK
65)Het wordt geadviseerd contact op te
nemen met het Fiat Servicenetwerk om
deze hermontageprocedure te laten
uitvoeren. Indien u zelfstandig te werk wilt
gaan, dient u vooral op te letten op de
juiste bevestiging van de borgklemmen.
Anders kan een verkeerde bevestiging van
de onderste en bovenste afdekking lawaai
veroorzaken.
SLEPEN VAN HET
VOERTUIG
BEVESTIGING VAN HET
SLEEPOOG
160) 161) 162)
Het bijgeleverde sleepoog bevindt zich
in de gereedschapstas in de
bagageruimte.
Voor
Ga als volgt te werk:
❒draai dop A fig. 148 los, ga te werk
op het met de pijl aangegeven punt;
❒neem sleepoog B en draai het
helemaal vast op de voorste pen met
schroefdraad .
Achter
Ga als volgt te werk:
❒draai dop A fig. 149 los, ga te werk
op het met de pijl aangegeven punt;
❒neem sleepoog B en draai het
helemaal vast op de achterste pen met
schroefdraad
147F1B0222C
148F1B0196C
149F1B0197C
171
Page 176 of 280

GEPROGRAMMEERD
ONDERHOUD
Juist onderhoud is essentieel voor een
lange levensduur van het voertuig
onder optimale omstandigheden.
Daarom heeft Fiat een reeks controles
en onderhoudsbeurten opgesteld
die op vaste afstandsintervallen
uitgevoerd moeten worden en, voor
bepaalde versies/markten, op vaste
tijdsintervallen, zoals beschreven in het
Geprogrammeerd Onderhoudsschema.
Ongeacht het bovenstaande, is het
altijd noodzakelijk de aanwijzingen in
het Geprogrammeerd
Onderhoudsschema zorgvuldig op te
volgen (bijv. regelmatige controle van de
vloeistofniveaus, bandenspanning,
enz.).Geprogrammeerde Onderhoudsbeurten
worden door alle werkplaatsen van het
Fiat Servicenetwerk uitgevoerd op basis
van de vaste intervallen in tijd of
kilometers/mijlen. Eventuele reparaties
die nodig blijken tijdens het uitvoeren
van de diverse inspecties en controles
van het geprogrammeerd onderhoud,
mogen uitsluitend worden uitgevoerd
na uitdrukkelijke toestemming van
de eigenaar. Als het voertuig dikwijls
gebruikt wordt voor het trekken van
aanhangers, dan moet een korter
interval tussen de onderhoudsbeurten
worden aangehouden.
BELANGRIJK
De servicebeurten van het
Geprogrammeerde Onderhoud zijn
door de fabrikant voorgeschreven. Het
niet uitvoeren ervan kan het vervallen
van de garantie tot gevolg hebben.
Het is raadzaam het Fiat
Servicenetwerk onmiddellijk te
informeren over eventuele kleine
defecten en niet te wachten tot de
volgende onderhoudsbeurt.
174
ONDERHOUD EN ZORG
Page 179 of 280

km x 1000 15 30 45 60 75 90 105 120 135 150
Jaren 12345678910
De motorolie verversen en het oliefilter vervangen (1.4
Turbo MultiAir-versies) (2) (O) (●)O●O●O●O●O●
De motorolie en het oliefilter vervangen (2.4 Tigershark-
versies - waar aanwezig)(3)●●●●●●●●●●
Bougies vervangen (1.4 Turbo MultiAir-versies) (4)●●●●●
Bougies vervangen (2.4 Tigershark-versies - waar
aanwezig)●●●
(2) Als het voertuig jaarlijks minder dan 10.000 km rijdt, moeten de motorolie en het filter elk jaar vervangen worden.
(O) Aanbevolen werkzaamheden
(●) Verplichte werkzaamheden (3) De motorolie en het oliefilter moeten vervangen worden als het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel gaat branden of in ieder geval elk jaar.
(4) Voor 1.4 Turbo MultiAir versies zijn de volgende zaken zijn van vitaal belang om de correcte werking te verzekeren en om ernstige schade aan de motorte
voorkomen: gebruik uitsluitend bougies die speciaal gecertificeerd zijn voor deze motoren; alle bougies moeten van hetzelfde type en merk zijn (ziede paragraaf
“Motor” in het hoofdstuk “Technische gegevens”); houd u zich strikt aan de vervangingsintervallen van de bougies die vermeld zijn in het Geprogrammeerde
Onderhoudsschema. Het wordt aanbevolen contact op te nemen met het Fiat Servicenetwerk om de bougies te laten vervangen.
177
Page 195 of 280

OLIE AANDRIJFSYSTEEM
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK /
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK MET
DUBBELE KOPPELING
5)
Het olieniveau van de versnellingsbak
mag uitsluitend gecontroleerd worden
bij een werkplaats van het Fiat
Servicenetwerk.
ACCU
171) 172) 173)
71)
6)
Het elektrolyt van de accu hoeft niet te
worden bijgevuld met gedestilleerd
water.
Een periodieke controle bij het Fiat
Servicenetwerk is echter noodzakelijk
om de efficiëntie te verifiëren.
De accu vervangen
Vervang indien nodig de accu door een
andere originele accu met dezelfde
specificaties. Volg de aanwijzingen van
de fabrikant van de accu voor het
onderhoud.
NUTTIG ADVIES OM DE
LEVENSDUUR VAN DE
ACCU TE VERLENGEN
Nuttig advies om de levensduur van
de accu te verlengen
Neem de volgende aanwijzingen in acht
om het snel ontladen van de accu te
voorkomen en de levensduur te
verlengen:
❒wanneer het voertuig geparkeerd
wordt, controleer dan of de portieren,
de motorkap en de achterklep goed
gesloten zijn. Hiermee wordt
voorkomen dat de interieurverlichting
blijft branden.
❒schakel de interieurverlichting uit: het
voertuig is in ieder geval uitgerust met
een systeem voor automatische
uitschakeling van de interieurverlichting;
❒houd accessoires (bijv. autoradio,
alarmknipperlichten, enz..) niet te lang
ingeschakeld wanneer de motor is
uitgezet;
❒maak voordat werkzaamheden aan
de elektrische installatie worden
uitgevoerd, de kabel van de minpool op
de accu los.Als men na aanschaf van het voertuig
elektrische accessoires wil monteren
die constante voeding vereisen (alarm
enz.), of accessoires die de elektrische
installatie zwaar belasten, wordt
geadviseerd contact op te nemen met
het Fiat Servicenetwerk; het
gekwalificeerde personeel zal dan het
totale stroomverbruik beoordelen.
72)
BELANGRIJK Als de accu werd
losgekoppeld moet de
stuurbekrachtiging worden
geïnitialiseerd. Het
waarschuwingslampje
op het
instrumentenpaneel gaat branden (of
het symbool verschijnt op het display)
om dit aan te geven. Ga hiervoor als
volgt te werk: draai het stuurwiel van
het ene uiteinde naar het andere terwijl
op een rechtlijnig traject van ongeveer
honderd meter wordt gereden.
193