service FIAT 500X 2017 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2017, Model line: 500X, Model: FIAT 500X 2017Pages: 280, PDF Size: 12.12 MB
Page 136 of 280

Als de modus "Sport" is ingeschakeld,
de draaischakelaar rechtsom draaien,
hem gedurende minstens een halve
seconde in deze stand houden, en in
ieder geval tot de betreffende led gaat
branden, en de geselecteerde modus
op het display wordt weergegeven.
Tegelijkertijd gaat de led voor de eerder
ingestelde modus uit. Na het loslaten
keert de schakelaar terug naar de
middelste stand.
"Traction"/"All Weather"
MODUS
Dit is een rijmodus voor veiligheid onder
omstandigheden dat het voertuig
weinig grip heeft (nat/glad wegdek,
regen, sneeuw). Bij de 4x4 versies
wordt het gebruik hiervan ook
aanbevolen op onverharde wegen of
off-road.
Inschakelen
Als de modus "Auto" is ingeschakeld,
de draaischakelaar rechtsom draaien,
hem gedurende minstens een halve
seconde in deze stand houden, en in
ieder geval tot de betreffende led gaat
branden, en de geselecteerde modus
op het display wordt weergegeven.
Tegelijkertijd gaat de led voor de eerder
ingestelde modus uit. Na het loslaten
keert de schakelaar terug naar de
middelste stand.Als de modus "Sport" is ingeschakeld,
de draaischakelaar linksom draaien,
hem gedurende minstens een halve
seconde in deze stand houden, en in
ieder geval tot de betreffende led gaat
branden, en de geselecteerde modus
op het display wordt weergegeven.
Tegelijkertijd gaat de led voor de eerder
ingestelde modus uit. Na het loslaten
keert de schakelaar terug naar de
middelste stand.
"Sport" MODUS
In deze modus wordt de nadruk gelegd
op het plezier van sportief rijden; dit
brengt echter wel een hoger
brandstofverbruik met zich mee. De
tractie wordt geoptimaliseerd bij 4x4
versies, waardoor de wegligging van
het voertuig verbeterd wordt, zelfs
in bochten.
Inschakelen
Als de modus "Auto" is ingeschakeld,
de draaischakelaar linksom draaien,
hem gedurende minstens een halve
seconde in deze stand houden, en in
ieder geval tot de betreffende led gaat
branden, en de geselecteerde modus
op het display wordt weergegeven.
Tegelijkertijd gaat de led voor de eerder
ingestelde modus uit. Na het loslaten
keert de schakelaar terug naar de
middelste stand.Als de modus "Tractie/All Weather" is
ingeschakeld, de draaischakelaar
rechtsom draaien, hem gedurende
minstens een halve seconde in deze
stand houden, en in ieder geval tot de
betreffende led gaat branden, en de
geselecteerde modus op het display
wordt weergegeven. Tegelijkertijd gaat
de led voor de eerder ingestelde modus
uit. Na het loslaten keert de schakelaar
terug naar de middelste stand.
STORINGSMELDINGEN
In geval van storingen van het systeem
of de schakelaar, wordt de optie om
de modus te wijzigen automatisch
uitgeschakeld. Het systeem zal zichtzelf
automatisch instellen op de "Auto"
modus. In deze gevallen zal op het
display een speciale waarschuwing
verschijnen. Ga zo snel mogelijk naar
een werkplaats van het Fiat
Servicenetwerk om het systeem te
laten controleren.
134
STARTEN EN RIJDEN
Page 138 of 280

Het systeem geeft de aanwezigheid van
een obstakel aan met de weergave
van een enkele boog in een van de
mogelijke zones, in overeenstemming
met de afstand van het voorwerp en de
plaats ten opzichte van het voertuig.
Als het voorwerp gedetecteerd wordt in
de zone middenachter, dan wordt er
een enkele boog weergegeven
wanneer het voorwerp genaderd wordt,
eerst permanent, vervolgens
knipperend, in aanvulling op een
geluidssignaal.
WERKING MET
AANHANGER
49)De werking van de sensoren wordt
automatisch uitgeschakeld zodra de
elektrische stekker van de aanhanger in
het stopcontact van de trekhaak van
het voertuig wordt gestoken.De sensoren worden weer
ingeschakeld zodra de elektrische
stekker van de aanhanger wordt
verwijderd. Alvorens het Park Assist
systeem te gebruiken wordt
geadviseerd de het trekhaaksamenstel
en de bijbehorende bevestiging van
het voertuig te verwijderen. Het niet in
acht nemen van dit voorschrift kan
leiden tot persoonlijk letsel of schade
aan voertuigen of obstakels aangezien,
wanneer het permanente geluidssignaal
klinkt, de kogel van de trekhaak zich
veel dichter bij het obstakel bevindt dan
de achterbumper.
ALGEMENE
WAARSCHUWINGEN
De volgende omstandigheden kunnen
de werking van het parkeersysteem
beïnvloeden:
❒verminderde gevoeligheid van de
sensoren en vermindering van de
prestaties van het parkeerhulpsysteem
kunnen te wijten zijn aan de
aanwezigheid van ijs, sneeuw, modder,
lak op het oppervlak van de sensoren;
❒de sensoren kunnen een niet-
bestaand voorwerp detecteren
("echo-interferentie) dat te wijten is aan
mechanische interferentie, bijvoorbeeld
tijdens het wassen van het voertuig,
in geval van regen (sterke wind), hagel;❒de door de sensor verzonden
signalen kunnen ook gewijzigd worden
door ultrasoonsystemen (bijv.
pneumatisch remsysteem van
vrachtwagens of pneumatische hamers)
in de buurt van het voertuig;
❒De werking van het
parkeerhulpsysteem kan tevens
beïnvloed worden door de plaats van
de sensoren, bijvoorbeeld wegens een
verandering in de geometrie (door
slijtage van de schokdempers,
wielophanging) of als de banden
verwisseld worden, het voertuig te
zwaar beladen is, of als er speciale
afstellingen uitgevoerd worden
waardoor de auto lager gezet moet
worden.
❒de aanwezigheid van een trekhaak
zonder aanhanger, die kan interfereren
met de juiste werking van de
parkeersensoren. Als de trekhaak
gemonteerd moet blijven, ook als er
geen aanhanger is, wordt geadviseerd
zich tot het Fiat Servicenetwerk te
wenden om het Park Assist-systeem te
laten bijwerken, aangezien de trekhaak
door de middelste sensoren als een
obstakel gedetecteerd kan worden.
❒de aanwezigheid van stickers op de
sensoren. Zorg er dus voor dat er
geen stickers op de sensoren worden
aangebracht.
136
STARTEN EN RIJDEN
Page 139 of 280

BELANGRIJK
125)De verantwoordelijkheid voor het
parkeren en andere mogelijk gevaarlijke
manoeuvres ligt echter altijd bij de
bestuurder. Controleer tijdens deze
manoeuvres altijd of er geen andere
mensen (vooral kinderen) of dieren
aanwezig zijn op het parcours dat u af wilt
leggen. De parkeersensoren dienen als
hulp voor de bestuurder, die echter nooit
zijn aandacht mag laten verslappen tijdens
potentieel gevaarlijke manoeuvres, ook al
worden ze met lage snelheden verricht.
BELANGRIJK
46)Voor een correcte werking van het
systeem mogen de sensoren nooit bevuild
zijn met modder, vuil, sneeuw of ijs. Zorg
ervoor dat ze tijdens het reinigen niet
gekrast of beschadigd worden. Vermijd het
gebruik van droge, ruwe of harde doeken.
De sensoren moeten met schoon water
worden gewassen, waaraan eventueel
autoshampoo is toegevoegd. Wanneer
speciale reinigingsapparaten worden
gebruikt, zoals stoomreinigers of
hogedrukreinigers, reinig dan de sensoren
zeer snel en houd de straal op minstens
10 cm afstand.47)Voor werkzaamheden aan de bumper
in de buurt van de sensoren, dient u zich
uitsluitend tot het Fiat Servicenetwerk
te wenden. Werkzaamheden aan de
bumper die niet goed worden uitgevoerd,
kunnen de werking van de sensoren in
gevaar brengen.
48)Voor het overspuiten van de bumpers
of eventueel bijwerken van de laklaag in
de zone van de sensoren, dient men zich
uitsluitend tot het Fiat Servicenetwerk
te wenden. Het verkeerd opbrengen van
de lak kan de werking van de
parkeersensoren negatief beïnvloeden.
49)De sensoren kunnen onjuiste informatie
geven, omdat ze het samenstel van de
trekhaak en de kogel en de bijbehorende
bevestiging interpreteren als een obstakel
in de zone achter het voertuig.
LANE ASSIST
SYSTEEM
(waarschuwing
rijstrookafwijking)
BESCHRIJVING
50) 51) 52) 53) 54) 55)
Het Lane Assist-systeem maakt gebruik
van een camera op de voorruit om de
begrenzingslijnen van rijstroken te
detecteren en om de positie van het
voertuig binnen deze wegmarkeringen
te berekenen zodat het voertuig in
de rijstrook kan blijven.
Wanneer beide begrenzingslijnen van
de rijstrook worden gedetecteerd
en het voertuig onbedoeld buiten de
rijstrook komt (richtingaanwijzer uit),
geeft het Lane Assist-systeem een
voelbare waarschuwing af door koppel
af te geven op het stuurwiel, waardoor
om een ingreep van de bestuurder
wordt verzocht om binnen de rijstrook
te blijven.
137
Page 141 of 280

BELANGRIJK
50)Uitstekende ladingen op het dak van
het voertuig kunnen interfereren met de
goede werking van de camera. Controleer,
voor het wegrijden, of de lading goed
geplaatst is en of het blikveld van de
camera niet afgedekt wordt.
51)Als de voorruit vervangen moet worden
vanwege krassen, steenslag of breuk,
neem dan uitsluitend contact op met het
Fiat Servicenetwerk. Vervang de voorruit
niet zelf, gevaar van storingen! Het wordt
aanbevolen de voorruit te laten vervangen
als deze in de buurt van de camera
beschadigd is.
52)Knoei niet met de camera en voer er
geen werkzaamheden aan uit. Dek de
openingen in het sierdeksel onder de
achteruitkijkspiegel niet af. Neem in geval
van een storing van de camera contact op
met het Fiat Servicenetwerk.
53)Dek het blikveld van de camera niet af
met stickers of andere voorwerpen. Let ook
op andere voorwerpen op de motorkap
(bijv. een laag sneeuw) en zorg ervoor dat
deze de werking van de camera niet
hinderen.
54)De werking van de camera kan beperkt
of afwezig zijn als gevolg van
weersomstandigheden zoals: zware regen,
hagel, dichte mist, zware sneeuwval,
ijsvorming op de voorruit.55)De werking van de camera kan ook
worden gehinderd door de aanwezigheid
van stof, condens, vuil of ijs op de voorruit,
door de verkeersomstandigheden (bijv.
voertuigen die niet in lijn met uw voertuig
rijden, overstekende voertuigen of
tegenliggers die op dezelfde rijbaan rijden,
korte bochten), alsook door de rij- en
wegdekomstandigheden (bijv. rijden op
onverharde wegen). Zorg ervoor dat de
voorruit altijd schoon is. Gebruik speciale
reinigingsmiddelen en schone doeken
om te voorkomen dat er krassen op de
voorruit komen. De werking van de camera
kan ook beperkt of afwezig zijn onder
sommige rij-, verkeers- en
wegdekomstandigheden.
ACHTERUITKIJK
BESCHRIJVING
De camera A fig. 103 bevindt zich op
de achterklep.
126)
56)
Elke keer dat de achteruitversnelling
wordt ingeschakeld, toont het display
fig. 104 het gebied rondom het
voertuig, zoals gezien door de
achteruitkijkcamera.
103F1B0064C
139
CAMERA-
Page 145 of 280

Assemblageschema
Het trekhaaksamenstel moet vastgezet worden aan de carrosserie op de punten die aangegeven zijn in de afbeelding fig. 105.
.
BELANGRIJK Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk voor de montage van de trekhaak.
105F1B0168C
143
Page 149 of 280

NOODGEVALLEN
Een lekke band of een doorgebrand
lampje?
Soms kan een probleem uw reis in
gevaar brengen.
De pagina's over noodsituaties kunnen
u helpen om op zelfstandige en kalme
wijze kritieke situaties op te lossen.
Wij adviseren u om in een noodsituatie
het gratis telefoonnummer te bellen
dat in het garantieboekje is vermeld.
U kunt ook het gratis landelijke of
internationale universele
telefoonnummer bellen om het
dichtstbijzijnde Fiat Servicepunt te
vinden.ALARMKNIPPERLICHTEN ..............148
EEN LAMP VERVANGEN ................148
ZEKERINGEN VERVANGEN ............154
EEN WIEL VERVANGEN .................159
FIX&GO AUTOMATIC KIT ................163
NOODSTART ..................................165
AFSLUITER VAN DE
BRANDSTOFTOEVOER ..................167
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK -
VERSNELLINGSPOOK
ONTGRENDELEN ..........................168
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK -
CONTACTSLEUTEL
VERWIJDEREN ...............................168
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK MET
DUBBELE KOPPELING -
VERSNELLINGSPOOK
ONTGRENDELEN ...........................169
AUTOMATISCHE
VERSNELLINGSBAK MET
DUBBELE KOPPELING -
CONTACTSLEUTEL
VERWIJDEREN ..............................170
SLEPEN VAN HET VOERTUIG ........171
147
Page 151 of 280

TYPEN LAMPEN
Het voertuig is voorzien van de volgende lampen:
Volglas lampen (type A): klemmontage. Trek om te verwijderen.
Lamp met bajonet-sluiting (type B): druk de lamp ietwat in en draai
linksom om hem uit de houder te verwijderen.
Buislampen (type C): trek de lamp uit de veercontacten om hem te
verwijderen.
Halogeenlampen (type D): maak de lamp vrij en trek hem uit zijn
zitting door de stekker opzij te draaien.
Halogeenlampen (type E): draai de lamp linksom om hem uit de
houder te verwijderen.
Xenon gasontladingslampen (type F): raadpleeg het Fiat
Servicenetwerk om dit type lamp te vervangen.
149
Page 153 of 280

LAMP
BUITENVERLICHTING
VERVANGEN
Dimlicht/grootlicht
Ga als volgt te werk om de lamp te
vervangen:
❒ga te werk vanuit de motorruimte,
verwijder rubber dop A fig. 109, met
behulp van het speciale lipje;
❒draai de lamp- lamphouder linksom
en trek deze naar buiten;
❒koppel de stekker B los en vervang
lamp C.
❒plaats vervolgens de lamp en de
lamphouder in zijn zitting en draai deze
rechtsom, verzeker u ervan dat hij
goed vergrendeld is.
❒monteer de rubber dop A weer.BELANGRIJK Vervang de lamp alleen
wanneer de motor uit is. Controleer ook
of de motor koud is, om het risico op
brandwonden te voorkomen.Koplampen grootlicht/dimlicht met
Xenon gasontladingslampen
Neem voor het vervangen van deze
lampen contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
Stadslichten/dagverlichting (DRL)
Ga als volgt te werk om de lampen
te vervangen:
❒draai de wielen van het voertuig
helemaal naar binnen;
❒draai, met behulp van de
schroevendraaier, schroeven A fig. 110
los en verwijder inspectieklepje B;
❒identificeer de lamp voor het
stadslicht/DRL;❒draai de lamp- lamphouder linksom
en trek deze naar buiten;
❒vervang de lamp met de
"bajonetsluiting" A fig. 111;
❒zet tenslotte inspectieklepje B fig.
110 terug, door de
bevestigingsschroeven A volledig vast
te draaien.
Richtingaanwijzers voor
Ga als volgt te werk om de lampen te
vervangen:
❒draai de wielen van het voertuig
helemaal naar binnen;
❒draai, met behulp van de
schroevendraaier, schroeven A fig. 110
los en verwijder inspectieklepje B;
❒identificeer de lamp voor de
richtingaanwijzer;
❒draai de lamp- lamphouder linksom
en trek deze naar buiten;
109F1B0146C
110F1B0147
111F1B0148C
151
Page 154 of 280

❒vervang de lamp met de
"bajonetsluiting") A fig. 111;
❒zet tenslotte inspectieklepje B fig.
110 terug, door de
bevestigingsschroeven A volledig vast
te draaien.
Mistlampen
Ga als volgt te werk om de lampen te
vervangen:
❒draai de wielen van het voertuig
helemaal naar binnen;
❒draai, met behulp van de
schroevendraaier, schroeven A fig. 110
los en verwijder inspectieklepje B;
❒identificeer de lamp voor de mistlamp
❒draai de lamp- lamphouder linksom
en trek deze naar buiten;
❒maak de stekker los;
❒vervang de lamp-lamphouder B fig.
111.
❒sluit de stekker weer aan op de
nieuwe lamp-lamphouder, monteer de
unit en controleer of hij goed
vergrendeld is;
❒monteer de unit door deze rechtsom
te draaien, controleer of hij goed
vergrendeld is;
❒zet tenslotte inspectieklepje B fig.
110 terug, door de
bevestigingsschroeven A volledig vast
te draaien.
Richtingaanwijzers op flanken
BELANGRIJK De procedure is alleen
met behulp van illustraties beschreven.
Het wordt aanbevolen contact op te
nemen met het Fiat Servicenetwerk om
de lampen te laten vervangen.
Ga als volgt te werk om de lamp te
vervangen:
❒verwijder uiterst voorzichtig afdekking
B fig. 112 van de buitenspiegel (met
behulp van geschikt gereedschap om
het lakwerk niet te beschadigen) die
rond het frame van de spiegel zelf
zit (zoals aangegeven in de afbeelding);
❒verwijder lampenglas A, verwijder
vervolgens lamp C door deze uit de
lamphouder te trekken.
❒monteer de nieuwe lamp, controleer
of hij goed is vergrendeld;
❒monteer de lamphouder weer op
lampenglas A;❒zet de afdekking B goed terug op de
buitenspiegel, controleer of hij goed
vergrendeld is.
Achterlichtunits
Ga als volgt te werk om de lampen te
vervangen:
❒open de achterklep;
112F1B0149C
113F1B0022C
114F1B0151C
152
NOODGEVALLEN
Page 155 of 280

❒gebruik de sleutel A fig. 113 die bij
het voertuig is geleverd (bevindt zich in
de map met de boorddocumentatie),
draai de twee schroeven A fig. 114 los
en maak de lichtunit van de betreffende
pinbevestigingen los door voorzichtig
te trekken;
❒maak de middelste stekker B los,
draai vervolgens de twee schroeven C
los;
❒maak de met de pijl aangegeven
lipjes los en trek lamphouder D fig. 115
naar buiten;
❒identificeer de lamp die vervangen
moet worden (1 Stadslicht/Remlicht - 2
Richtingaanwijzer - 3 Mistachterlicht
(waar aanwezig) of Achteruitrijlicht);❒alle lampen hebben een
"bajonetsluiting"; daarom moeten ze
enigszins ingedrukt en tegelijkertijd
gedraad worden om ze te kunnen
vervangen: linksom om ze te
verwijderen, rechtsom om ze te
monteren;
❒monteer de lamphouder D weer in
het lamphuis; stop wanneer u de lipjes
op hun plaats vast hoort klikken;
❒draai de twee schroeven C fig. 114
vast en sluit de middelste stekker B
weer aan;
❒monteer het lampenglas weer, door
de twee schroeven A volledig vast te
draaien;
❒sluit de achterklep weer.
3eremlicht
De lampjes van het 3eremlicht zijn leds.
Neem voor het vervangen contact op
met het Fiat Servicenetwerk.
Kentekenverlichting
Ga als volgt te werk om de lampen te
vervangen:
❒verwijder, met de bijgeleverde
schroevendraaier, lampenglazen A fig.
116 ga te werk op het aangegeven
punt;
❒draai de lamphouder B fig. 117
linksom, verwijder lamp C en vervang
hem.❒monteer tenslotte de lampenglazen
weer.
OPMERKING Breng, alvorens het
lampenglas te verwijderen, een
bescherming (bijv. een doek) aan op de
punt van de schroevendraaier, om te
voorkomen dat het lampenglas
beschadigd raakt.
115F1B0152C116F1B0153C
117F1B0154C
153