koplamp FIAT DUCATO 2016 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2016, Model line: DUCATO, Model: FIAT DUCATO 2016Pages: 379, PDF Size: 20.63 MB
Page 235 of 379

Zekeringenkast in het dashboard
fig. 225 - fig. 226
STROOMVERBRUIKER ZEKERING AMPÈRE
Rechter dimlichtF12 7,5
Linker dimlichtF13 7,5
Relais zekeringenkast motorruimte, relais zekeringenkast dashboard (+sleutel) F31 5
Plafondverlichting inzittendenruimte (+accu) F32 7,5
Sensor accubewaking voor Start&Stop versies (+accu) F33 7,5
Interieurverlichting minibus (nood) F34 7,5
Radio, Klimaatbeheersingssysteem, Alarm, Tachograaf, regeleenheid
accuschakelaar, Timer Webasto timer (+batterij), TPMS, Voltage stabilisador voor
radio instellingen(S&S)F36 10
Remlichten controle (hoofd), Instrumentenpaneel (+sleutel), Gateway (voor
transformers)F37 7,5
Portiervergrendeling (+accu) F38 20
Ruitenwisser (+sleutel) F43 20
Elektrische ruitbediening bestuurderszijde F47 20
Elektrische ruitbediening passagierszijde F48 20
Regeleenheid parkeersensor, radio, bedieningsorganen op het stuurwiel,
middelste bedieningspaneel, linker bedieningspaneel, extra paneel, regeleenheid
accuschakelaar (+sleutel), trekhaak, regensensor, voltage stabilisador (voor S&S)F49 5
Klimaatbeheersingssysteem, stuurbekrachtiging regeleenheid, achteruitrijlichten,
Tachograaf (+sleutel), TOM TOM instelling, Rijstrook waarschuwingssystemen,
Achteruitrijcamera, Koplampen uitlijning correctorF51 5
231
Page 238 of 379

Optioneel bedradinsmodule
fig. 228 fig. 229
Euro 5 versies
STROOMVERBRUIKER ZEKERING AMPÈRE
Webasto regeleenheid F61 30
Koplampsproeiers F62 30
Webasto, ventilator inzittendenruimte F63 20
Trekhaak contactdoos F64 20
Trekhaak regeleenheid F65 15
S&SF66 30
Trekhaak regeleenheid F67 15
Trekhaak contactdoos F68 20
234
NOODGEVALLEN
Page 239 of 379

Euro 6 versies
STROOMVERBRUIKER ZEKERING AMPÈRE
Webasto regeleenheid F61 30
Webasto, ventilator inzittendenruimte F62 20
Trekhaak contactdoos F63 20
Koplampsproeiers F64 30
Trekhaak regeleenheid F65 15
Trekhaak regeleenheid F66 15
Trekhaak contactdoos F67 20
Niet beschikbaarF68 -
235
Page 247 of 379

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA
km x 1000 48 96 144 192 240
Jaren 246810
Laadtoestand accu controleren en zo nodig opladen●●●●●
Banden op conditie/slijtage controleren en eventueel op spanning brengen●●●●●
Werking verlichtingssysteem (koplampen, richtingaanwijzers,
alarmknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje, lampjes
instrumentenpaneel, enz.) controleren●●●●●
Werking van ruitenwissers/-sproeiers controleren en zo nodig de sproeiers
afstellen●●●●●
Stand en conditie van wisrubbers van ruitenwissers voor/achter controleren●●●●●
Slot van motorkap en achterklep op aanwezigheid van vuil controleren,
schoonmaken en mechanismen smeren●●●●●
Visueel de toestand controleren van: buitenzijde van carrosserie,
bodemplaatbescherming, slangen en leidingen (uitlaat, brandstof- en
remsysteem en rubber elementen (hoezen, balgen, bussen enz.)●●●●●
Conditie en slijtage remblokken van schijfremmen voor controleren en de
werking van remblokslijtagesensor controleren●●●●●
Conditie en slijtage remblokken van schijfremmen achter controleren en de
werking van remblokslijtagesensor controleren (voor versies/markten, daar
waar aanwezig)●●●●●
Controleren en indien nodig de vloeistofniveaus bijvullen (koelvloeistof, rem-
/ hydraulische koppelingsvloeistof, ruitensproeiervloeistof, batterij en indien
aanwezig, additief voor emissies- UREUM) (!)●●●●●
(!) Het verbruik van additieven voor de emissies (UREUM) is afhankelijk van de gebruikstoestand van het voertuig en wordt aangegeven met LED en het bericht op het
instrumentenpaneel
243
Page 250 of 379

PERIODIEKE
CONTROLES
Vóór een lange reis controleren en
eventueel bijvullen:
❒niveau motorkoelvloeistof;
❒remvloeistofniveau;
❒controle en herstel van het additief
niveau voor AdBlue Diesel emissies
(UREUM) (voor bepaalde versies
/markten indien aanwezig);
❒vloeistofniveau ruitensproeier;
❒conditie en spanning banden;
❒werking verlichting (koplampen,
richtingaanwijzers,
alarmknipperlichten, enz..);
❒werking ruitenwissers/-sproeiers en
stand/slijtage wisserbladen
voor/achter.
Voor een goede werking en onderhoud
van het voertuig, is het raadzaam de
bovenstaande werkzaamheden
regelmatig uit te voeren (het is
raadzaam ongeveer elke 1000 km het
niveau van de motorolie te controleren
en elke 3000 km bij te vullen).
ZWAAR GEBRUIK
VAN DE AUTO
Als vooral een intensief gebruik van het
voertuig wordt gemaakt, zoals:
❒het trekken van aanhangers of
caravans;
❒het rijden op stoffige wegen;
❒talrijke korte ritten (minder dan 7-8
km) en bij buitentemperaturen onder
het vriespunt;
❒de motor vaak stationair draait of
lange afstanden worden gereden
bij lage snelheden of als het voertuig
lang niet wordt gebruikt;
dienen de volgende controles vaker te
worden uitgevoerd dan aangegeven
in het Geprogrammeerd
onderhoudsschema:
❒remblokken van schijfremmen voor
op conditie en slijtage controleren;
❒slot van motorkap en achterklep op
aanwezigheid van vuil controleren,
schoonmaken en mechanismen
smeren;
❒visueel de toestand controleren van:
motor, versnellingsbak, transmissie,
slangen en leidingen (uitlaat,
brandstof- en remsysteem) en rubber
elementen (stofkappen - hoezen -
bussen enz.);❒laadtoestand accu en niveau
accuvloeistof (elektrolyt) controleren;
❒conditie van aandrijfriemen van
hulporganen visueel controleren;
❒motorolie en oliefilter controleren en
zo nodig vervangen;
❒Herstel het additief niveau voor
AdBlue Diesel emissies (UREUN)
(voor versies/markten, indien van
toepassing), bij het aangaan van de
lamp of de melding op het
instrumentenpaneel;
❒pollenfilter controleren en zo nodig
vervangen.
246
ONDERHOUD EN ZORG
Page 265 of 379

KOPLAMPSPROEIERS
Controleer regelmatig de conditie en de
aanwezigheid van vuil in de
koplampsproeiers.
De koplampsproeiers worden
automatisch geactiveerd wanneer, bij
ingeschakeld dimlicht, de
ruitensproeiers worden bediend.
BELANGRIJK
202) Rijden met versleten
wisserbladen is bijzonder
gevaarlijk, aangezien dit het zicht
onder slechte
weersomstandigheden beperkt.
BELANGRIJK
54) Schakel de ruitenwissers niet
met van de ruit opgeheven
wisserbladen in.
CARROSSERIE
BESCHERMING TEGEN
ATMOSFERISCHE
INVLOEDEN
De belangrijkste oorzaken van roest
zijn:
❒luchtverontreiniging;
❒zoutgehalte in de lucht en
vochtigheid (kustgebieden, warm en
vochtig klimaat);
❒seizoensgebonden
omgevingsomstandigheden.
Ook de schurende werking van
opwaaiend stof en zand en van modder
en steentjes die door andere voertuigen
worden opgetild mag niet onderschat
worden.
Fiat heeft de beste technologische
oplossingen toegepast om de
carrosserie tegen roest te beschermen.
De belangrijkste oplossingen zijn:
❒lakproducten en lakspuitsystemen
die het voertuig de benodigde
weerstand tegen roest en schurende
elementen verschaffen;
❒toepassing van verzinkte (of
voorbehandelde) plaatdelen met een
hoge corrosiebestendigheid;❒het aanbrengen van gespoten
wasproducten met een hoog
beschermend vermogen op de
onderzijde, in de motorruimte, in de
wielkuipen en andere elementen;
❒het aanbrengen van
kunststofmaterialen met een
beschermende functie op de meest
blootgestelde delen: onderzijde
portieren, binnenzijde spatborden,
randen enz.;
❒toepassing van "open" holle ruimtes
om te voorkomen dat
condensvorming en vochtophoping
roest van binnenuit bevorderen.
CARROSSERIEGARANTIE
Uw voertuig wordt gedekt door een
garantie tegen doorroesten,
veroorzaakt door corrosie, van alle
originele structuur- of carrosseriedelen.
Voor de algemene voorwaarden van
deze garantie wordt verwezen naar het
garantieboekje.
261
Page 266 of 379

TIPS VOOR HET BEHOUD
VAN DE CARROSSERIE
Lakwerk
De lak heeft behalve een esthetische
functie ook een beschermende functie
van het plaatwerk.
Werk beschadigingen van de laklaag,
zoals krassen en schuurplekken,
onmiddellijk bij om roestvorming te
voorkomen. Voor het bijwerken mogen
uitsluitend originele lakproducten
worden gebruikt (zie “Plaatje met
informatie over de carrosserielak” in het
hoofdstuk “Technische gegevens”).
Het normale onderhoud van de lak
beperkt zich tot het wassen van de
auto: de frequentie is afhankelijk van
het gebruik van de auto en van de
omgeving.
Zo is het bijvoorbeeld raadzaam de
auto vaker te wassen in gebieden met
sterke luchtverontreiniging of bij het
rijden over wegen met strooizout.
Ga als volgt te werk om het voertuig
correct te wassen:
❒maak de carrosserie eerst nat met
een waterstraal onder lage druk;
❒was de carrosserie met een zachte
spons met een lichte zeepoplossing
en spoel de spons regelmatig uit;❒spoel goed af met schoon water en
droog met een luchtstraal of een
zeemleren lap.
Ga als volgt te werk om het voertuig
correct te wassen in een wastunnel:
❒verwijder de antenne van het dak om
beschadiging ervan te voorkomen;
❒het voertuig moet gewassen worden
met water toegevoegd aan een
reinigingsoplossing;
❒spoel goed af met schoon water om
zeepresten op de carrosserie en de
minder zichtbare delen te
verwijderen.
55)
Droog de minder zichtbare delen (bijv.
randen van portieren, motorkap,
koplampranden) zorgvuldig, aangezien
in deze zones water makkelijker kan
stagneren. Laat het voertuig na het
wassen een tijdje buiten staan zodat
waterresten kunnen verdampen.
Was het voertuig nooit als het in de zon
heeft gestaan of als de motorkap nog
warm is: de glans van de lak kan
afnemen.De kunststof carrosseriedelen moeten
op dezelfde wijze als de rest van het
voertuig gewassen worden. Parkeer het
voertuig zo min mogelijk onder bomen:
de hars die uit de bomen druppelt,
maakt de lak mat en vergroot de kans
op roestvorming.
BELANGRIJK Vogelpoep moet zo snel
en zo goed mogelijk verwijderd worden,
omdat hierin bijzonder agressieve
zuren aanwezig zijn.
5)
Ruiten
Gebruik specifieke
schoonmaakmiddelen voor ruiten.
Gebruik tevens schone doeken om
krassen en beschadigingen te
voorkomen.
BELANGRIJK Veeg het
binnenoppervlak van de achterruit
voorzichtig met een doek af, en volg
hierbij de richting van de elektrische
weerstandsdraden om de
achterruitverwarming niet te
beschadigen.
262
ONDERHOUD EN ZORG
Page 267 of 379

Motorruimte
Spuit de motorruimte na het
winterseizoen zorgvuldig uit: hierbij mag
de waterstraal niet rechtstreeks op de
elektronische regeleenheden en het
kastje met zekeringen en relais aan de
linkerzijde van de motorruimte
(rijrichting) worden gericht. Laat deze
werkzaamheden uitvoeren door een
gespecialiseerd bedrijf.
BELANGRIJK Voor het uitspuiten van
de motorruimte moet de contactsleutel
in de stand STOP staan en de motor
koud zijn. Controleer na het reinigen of
de verschillende beschermingen (bijv.
rubberen doppen en kappen) niet
verwijderd of beschadigd zijn.
Koplampen
BELANGRIJK Gebruik nooit
aromatische stoffen (bijv. benzine) of
ketonen (bijv. aceton) om de plastic
lampglazen van de koplampen te
reinigen.
BELANGRIJK
55) Sommige wastunnels met
borstels van de oude generatie
en/of in slechte toestand kunnen
het lakwerk beschadigen,
waardoor strepen kunnen
ontstaan die de lak dof/mat
kunnen maken, vooral bij donkere
kleuren. Als dit mocht gebeuren,
is een lichte poetsbeurt met
speciale producten voldoende.
BELANGRIJK
5) Schoonmaakmiddelen
veroorzaken waterverontreiniging.
Om die reden mag het voertuig
alleen gewassen worden op
plaatsen waar het afvalwater
opgevangen en gezuiverd wordt.
INTERIEUR
Controleer af en toe of er geen water
onder de matten is blijven staan
(wegens water dat van schoenen,
paraplu's, enz.. druppelt), waardoor het
plaatwerk kan gaan roesten.
203) 204)
STOELEN EN STOFFEN
BEKLEDING
Verwijder stof met een zachte borstel of
een stofzuiger. Gebruik een vochtige
borstel voor velours bekleding.
Reinig de stoelen met een spons
bevochtigd met een oplossing van
water en neutrale zeep.
KUNSTSTOF
INTERIEURDELEN
Reinig kunststof interieurdelen met een
vochtige doek en een oplossing van
water en een neutraal niet-schurend
reinigingsmiddel. Gebruik voor het
verwijderen van olieachtige of
hardnekkige vlekken speciale
producten zonder oplosmiddelen die
het originele voorkomen en de kleur van
de kunststof interieurdelen niet
veranderen.
263
Page 336 of 379

115
MultiJet (°)110 (°)/130
MultiJet150
MultiJet180
MultiJet
PowerVoorgeschreven brandstof
en originele smeermiddelen
Carterpan (liter): 4.9 5.3 5.3 8
SELENIA WR P.E.
Carterpan en filters (liter): 5.7 5.9 5.9 9
Versnellingsbak-/
differentieelhuis (liter):-2,7 (MLGU
versnellingsbak)2.7 -TUTELA TRANSMISSION
EXPERYA
Versnellingsbak-/
differentieelhuis (liter):2,92,9 (M38
versnellingsbak)2.9TUTELA TRANSMISSION
GEARTECH
Hydraulisch remsysteem met
ABS (kg):0.6 0.6 0.6 0.6
TUTELA TOP 4
Hydraulisch remsysteem met
ASR/ESP (kg):0.62 0.62 0.62 0.62
Hydraulische
stuurbekrachtiging:1.5 1.5 1.5 1.5 TUTELA TRANSMISSION GI/E
Ruitenwisser-/
koplampsproeierreservoir:5.5 5.5 5.5 5.5Mengsel van water en TUTELA
PROFESSIONAL SC35
(°) Versie voor specifieke markten
332
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 376 of 379

Gear Shift Indicator ....................... 122
Gebruikscondities .......................... 194
Geveerde stoel ............................... 16
Gewichten...................................... 290
Gordelspanners ............................. 166
Grootlicht ................................. 49-222
Grootlichtsignaal ............................ 49
Handbediende klimaatregeling ...... 32
HBA (Hydraulic Brake Assist)
systeem ....................................... 84
HBA (systeem) ............................... 84
Het voertuig opkrikken ................... 238
Hill Descent Control systeem.......... 85
Hill Descent .................................... 85
Hill Holder-systeem ........................ 83
Hill Holder (systeem)....................... 83
Hoofdsteunen
– Voor .......................................... 23
Hoogteregeling koplampen ............ 80
Identificatiegegevens ..................... 266
identificatieplaatje carrosserielak..... 267
Imperiaal ........................................ 79
Inbouwvoorbereiding voor Isofix
kinderzitje..................................... 173
Instrumenten .................................. 118
Instrumentenpaneel........................ 118
Interieur.......................................... 263
Interieuruitrusting ........................... 63
"Isofix" kinderzitje
(inbouwvoorbereiding)
– Montagemogelijkheden voor
kinderzitjes op de
verschillende plaatsen in het
voertuig ..................................... 175
Kentekenverlichting ...................... 226
Kinderen veilig vervoeren
– Kinderzitjes................................ 168
– Plaatsingsmogelijkheden voor
kinderzitjes ................................ 171
Klep op zitbank .......................... 18-68
Koelvak .......................................... 63
Koelvloeistoftemperatuurmeter ....... 120
Koplampen
– Hoogteregeling koplampen ....... 80
– Lichtbundel afstellen.................. 80
Koplampsproeiers .................... 53-261
Koppeling ...................................... 272
Kunststof deksels op de
stoelvoet ...................................... 19
Lamp binnenverlichting
vervangen .................................... 227
Lamp buitenverlichting
vervangen .................................... 221
Lampen
– typen lampen ............................ 219
Lampjes en berichten ..................... 134
Langdurige stilstand ....................... 204
Lessenaar ...................................... 67
Lichtbundel afstellen ...................... 80Luchtfilter ....................................... 255
Luchtroosters ................................. 29
Luchtvering .................................... 70
Milieubescherming ....................... 115
Mistachterlichten ............................ 60
Mistlampen voor ....................... 60-224
Montagemogelijkheden voor
Universele Isofix kinderzitjes op
de verschillende plaatsen in het
voertuig ........................................ 175
Motorcode ..................................... 267
Motorcodes ................................... 268
Motorkap ....................................... 78
Motorkoelvloeistof .......................... 251
Motor ............................................. 270
Motorolie ........................................ 251
Motorolieniveaumeter ..................... 121
Motor starten.......................... 188-206
MSR-systeem ................................ 81
MSR (systeem) ............................... 81
Multifunctioneel display
– Bedieningsknoppen .................. 123
– Setup-menu .............................. 123
Niveaus controleren ...................... 247
Onafhankelijke extra
verwarming .................................. 42
Onderhoud en zorg -
Geprogrammeerd Onderhoud ...... 242
ALFABETISCH REGISTER