4WD FIAT FULLBACK 2018 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2018, Model line: FULLBACK, Model: FIAT FULLBACK 2018Pages: 332, PDF Size: 10.64 MB
Page 178 of 332

EASY SELECT 4WD
(indien aanwezig)
Met gebruik van de rijmodusschakelaar
(A) kan worden overgeschakeld van
achterwielaandrijving naar
vierwielaandrijving. Zet de
rijmodusschakelaar in de geschikte
stand, naargelang de
wegomstandigheden. Het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-
besturing en het indicatielampje van de
lage gearing duiden de instelling van de
rijmodusschakelaar aan. Raadpleeg
"Indicatielampje 2WD-/4WD-besturing
en indicatielampje lage gearing".
Stand rijmodusschakelaar en
indicatielampje 2WD-/4WD-
besturingStand
rijmodus-
schakelaarIndicatie-
lampjeRij-
omstandig.
2HAchter-
wielaan-
drijving
Als over
een droog,
verhard
wegdek
wordt
gereden.
4HVier-
wielaan-
drijving
Als over
ruige,
zanderige
of
besneeuwde
wegen
wordt
gereden.
4LLage
gearing
vier-
wielaan-
drijving
en
Als steile
hellingen op
of af
worden
gereden, of
op ruige of
modderige
wegen
wordt
gereden
(vooral als
extra
koppel
vereist is).
Brandt
Blijft uit
133) 134)
Werking rijmodusschakelaar
De rijmodus wordt weergegeven op de
rijmodusschakelaar.
Draai de rijmodusschakelaar.
Houd de rijmodusschakelaar
ingedrukt en draai eraan.
De rijmodusschakelaar moet worden
geplaatst naargelang de volgende
bedrijfsomstandigheden:
271AHA103635
272AHA106131
176
STARTEN EN RIJDEN
Page 179 of 332

Schakelen van NaarProcedure
Voertuigen met handgeschakelde
versnellingsbakVoertuigen met automatische versnellingsbak
2H 4HDe rijmodusschakelaar kan zowel worden bediend
als het voertuig in beweging is als wanneer het
stilstaat. Schakel de versnellingspook naar "N"
(vrijstand), voordat de rijmodusschakelaar wordt
gebruikt, als het voertuig niet in beweging is. Laat
het gaspedaal los, voordat u de
rijmodusschakelaar bedient, als het voertuig in
beweging is, maar alleen als niet hoeft te worden
gestuurd.De rijmodusschakelaar kan zowel worden bediend
als het voertuig in beweging is als wanneer het
stilstaat. Schakel de versnellingspook naar "N"
(vrijstand), voordat de rijmodusschakelaar wordt
gebruikt, als het voertuig niet in beweging is.
Schakel de versnellingspook naar de stand "D"
(vooruit) en laat het gaspedaal los, voordat u de
rijmodusschakelaar bedient, als het voertuig in
beweging is, maar alleen als niet hoeft te worden
gestuurd. 4H 2H
4H 4LZet het voertuig stil, trap het koppelingspedaal
volledig in en bedien de rijmodusschakelaar. Houd
het koppelingspedaal ingetrapt zolang het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-besturing blijft
knipperen.Zet het voertuig stil, schakel de versnellingspook
naar "N" (vrijstand), en bedien de
rijmodusschakelaar. Als de handeling wordt
verricht, terwijl de versnellingspook in een andere
stand dan "N" (vrijstand) staat, maken de
versnellingen lawaai en kan mogelijk niet naar de
juiste versnelling worden geschakeld. 4L 4H
De rijmodusschakelaar dient alleen tussen "2H" en "4H" te worden overgeschakeld bij snelheden lager dan 100 km/h.
Probeer tijdens het rijden nooit van "4H" naar "4L" te schakelen.
Als bij koud weer wordt overgeschakeld van "2H" naar "4H", terwijl het voertuig in beweging is, zou de tussenbak enig lawaai
kunnen maken. Probeer bij koud weer over te schakelen terwijl het voertuig stilstaat.
Als tussen "4H" en "4L" wordt overgeschakeld, zou de tussenbak enig lawaai kunnen maken.
177
Page 180 of 332

Als de rijmodusschakelaar tussen "2H" en "4H" wordt overgeschakeld, terwijl het voertuig stilstaat, knippert het indicatielampje
van de 2WD-/4WD-besturing zolang de selectie wordt verricht. Rijd langzaam en normaal nadat u hebt bevestigd dat het
lampje is gaan branden. Raadpleeg "Indicatielampje 2WD-/4WD-besturing en indicatielampje lage gearing".
Als de rijmodusschakelaar tussen "2H" en "4H" wordt overgeschakeld, terwijl de cruise control is ingeschakeld, zou de
tussenbak enig lawaai kunnen maken.
Als de rijmodusschakelaar bij koud weer wordt overgeschakeld tussen "4H" en "4L", is het mogelijk dat de selectie niet wordt
verricht. Zet de rijmodusschakelaar terug in de vorige stand. Voer de selectie van de gearing nog een keer uit, als de motor is
opgewarmd.
135)
178
STARTEN EN RIJDEN
Page 181 of 332

Indicatielampje 2WD-/4WD-
besturing en indicatielampje lage
gearing
Als de contactschakelaar of de
bedieningsmodus op "ON" wordt gezet,
geven het indicatielampje (A) van de
2WD-/4WD-besturing en het
indicatielampje (B) van de lage gearing
de schakeltoestand weer. Het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-
besturing gaat bij iedere stand van de
rijmodusschakelaar als volgt branden:"2H" <-> "4H"
Schakelaarstand Indicatielampje
2H
Bezig met
overschakelen
rijmodus
4H
— Knippert
— Brandt
— Blijft uitAls de rijmodusschakelaar tussen 2H -
4H wordt overgeschakeld, knippert het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-
besturing zolang de selectie wordt
verricht. Tref de volgende
voorzorgsmaatregelen als het
indicatielampje blijft knipperen.
Houd het stuurwiel in de stand voor
recht vooruit, terwijl de gearing wordt
geselecteerd. Als u tracht vooruit te
rijden met een gedraaid stuurwiel,
kunnen de versnellingen gaan ratelen of
stoten, kan het zijn dat de bocht niet
geleidelijk wordt genomen en wordt de
gewenste gearing mogelijk niet
geselecteerd.
Als de rijmodusschakelaar tussen 2H -
4H wordt overgeschakeld, terwijl het
voertuig stilstaat, knippert het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-
besturing zolang de selectie wordt
verricht. Rijd langzaam en normaal
nadat u hebt bevestigd dat het lampje
is overgeschakeld.
Als het indicatielampje van de
2WD-/4WD-besturing blijft knipperen
nadat een selectie van "2H" - "4H" is
verricht, terwijl het voertuig in beweging
was, houd dan het stuurwiel in de stand
voor recht vooruit en trap het gaspedaal
enkele keren langzaam in.
273AHA103651
179
Page 182 of 332

"4H" <-> "4L"
Schakelaar-
standIndicatielampje
4H
en
en
en
Bezig met
overschakelen
rijmodus
4L
— Knippert
— Brandt
— Blijft uit
Het indicatielampje van de
2WD-/4WD-besturing knippert als van
4H naar 4L, en omgekeerd, wordt
geschakeld en de tussenbak langs de
vrijstand gaat. Zorg ervoor dat derijmodusschakelaar wordt bediend tot
het indicatielampje van de
2WD-/4WD-besturing weer gaat
branden.
Gebruik bij het parkeren de parkeerrem
voordat de motor wordt afgezet en
controleer dat het indicatielampje van
de 2WD-/4WD-besturing en het
indicatielampje van de lage gearing niet
knipperen als wordt overgeschakeld
tussen "4H" "4L". Anders zou het
voertuig, zelfs als de automatische
versnellingsbak in de stand "P"
(parkeren) staat, onverwacht in
beweging kunnen komen.
Zet de rijmodusschakelaar terug in de
vorige stand, als het indicatielampje van
de 2WD-/4WD-besturing blijft
knipperen en de gewenste gearing niet
wordt geselecteerd, nadat een selectie
van "4H" "4L" is gemaakt. Zet het
stuurwiel in de stand voor recht vooruit,
rijd het voertuig vooruit en laat het
gaspedaal los. Houd vervolgens het
koppelingspedaal (bij een
handgeschakelde versnellingsbak)
ingetrapt of zet de versnellingspook in
de stand "N" (vrijstand) (bij een
automatische versnellingsbak) en
verricht de selectie van de gearing nog
een keer.
Als het lampje van de lage gearing
knippert terwijl u probeert een selectie
van "4H" <–> "4L" te maken, kan de
selectie van "4H" <–> "4L" nietgemaakt worden. Zet het voertuig stil
en laat het gaspedaal los. Houd
vervolgens het koppelingspedaal (bij
een handgeschakelde versnellingsbak)
ingetrapt of zet de versnellingspook in
de stand "N" (vrijstand) (bij een
automatische versnellingsbak) en
verricht de selectie van de gearing nog
een keer.
De ESC-functie wordt geannuleerd
zolang "4L" is geselecteerd. Het
indicatielampje
brandt, zolang de
regeling is geannuleerd. Dit duidt niet
op een probleem. Zodra "2H" of "4H" is
geselecteerd, gaat het lampje uit en
werkt de regeling weer. Raadpleeg
"Indicatielampje ESC, Indicatielampje
ESC OFF".
136)
BELANGRIJK
133)De gearing “4L” biedt het
maximumkoppel om langzaam
heuvelopwaarts of op zanderige,
modderige of andere lastige ondergronden
te rijden. Ga met voertuigen met een
automatische versnellingsbak in de gearing
"4L" niet sneller dan ca. 70 km/u.
180
STARTEN EN RIJDEN
Page 183 of 332

134)Rijd niet met het voertuig in de gearing
"4H" of "4L" over een droog, verhard
wegdek of op de weg. Dit zou kunnen
leiden tot overmatige slijtage van de
banden, een hoger brandstofverbruik, en
mogelijk lawaai. Bovendien zou de
temperatuur van de tussenbakolie op
kunnen lopen, waardoor het
aandrijfsysteem zou kunnen beschadigen.
Daarnaast wordt de aandrijflijn teveel
belast, waardoor olie kan gaan lekken,
componenten vast kunnen lopen en andere
ernstige problemen veroorzaakt kunnen
worden. Rijd alleen met het voertuig in de
gearing "2H" over een droog, verhard
wegdek of op de weg.
135)Gebruik de rijmodusschakelaar niet als
de achterwielen van het voertuig slippen in
sneeuw of ijs.
136)Als een probleem in de tussenbak
wordt gedetecteerd, wordt een
veiligheidsinrichting geactiveerd. Het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-
besturing gaat knipperen (twee keer per
seconde), en schakelen met de tussenbak
wordt onmogelijk. Zet uw voertuig op een
veilige plek stil en zet de motor even af.
Herstart de motor. Het lampje zou weer
normaal moeten gaan werken. Laat het
voertuig zo snel mogelijk nakijken bij een
Fiat Servicepunt, als het lampje blijft
knipperen.SUPER SELECT 4WD
II
(indien aanwezig)
Met gebruik van de rijmodusschakelaar
(A) kan worden overgeschakeld van
achterwielaandrijving naar
vierwielaandrijving. Zet de
rijmodusschakelaar in de geschikte
stand, naargelang de
wegomstandigheden. Het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-
besturing en het indicatielampje van de
lage gearing duiden de instelling van de
rijmodusschakelaar aan. Raadpleeg
"Indicatielampje 2WD-/4WD-besturing
en indicatielampje lage gearing".
Stand rijmodusschakelaar en
indicatielampje 2WD-/4WD-
besturing
Schakelaar-
standIndicatie-
lampjeRij-
omstandig.
2HAchter-
wielaan-
drijving
Als over
een
droog,
verhard
wegdek
wordt
gereden
4HAltijd vier-
wielaan-
drijving
De
basispositie
voor
Super
Select
4WD II.
Als over
een
droog,
verhard
wegdek of
gladde
wegen
wordt
gereden.
4HLcVier-
wielaan-
drijving
met
ingeschakeld
centraal
differentieelslot
Als over
ruige,
zanderige
of
besneeuwde
wegen
wordt
gereden.
274AHA103635
181
Page 185 of 332

Schakelen van Naar Procedure voor voertuigen met handgeschakelde versnellingsbak
2H 4HDe rijmodusschakelaar kan zowel worden bediend als het voertuig in beweging is als
wanneer het stilstaat. Schakel de versnellingspook naar "N" (vrijstand), voordat de
rijmodusschakelaar wordt gebruikt, als het voertuig niet in beweging is. Laat het
gaspedaal los, voordat u de rijmodusschakelaar bedient, als het voertuig in
beweging is, maar alleen als niet hoeft te worden gestuurd. 4H 2H of 4HLc
4HLc 4H
4HLc 4LLcZet het voertuig stil, trap het koppelingspedaal volledig in en bedien de
rijmodusschakelaar. Houd het koppelingspedaal ingetrapt zolang het indicatielampje
van de 2WD-/4WD-besturing blijft knipperen. 4LLc 4HLc
Schakelen van Naar Procedure voor voertuigen met automatische versnellingsbak
2H 4HDe rijmodusschakelaar kan zowel worden bediend als het voertuig in beweging is als
wanneer het stilstaat. Schakel de versnellingspook naar "N" (vrijstand), voordat de
rijmodusschakelaar wordt gebruikt, als het voertuig niet in beweging is. Schakel de
versnellingspook naar de stand "D" (vooruit) en laat het gaspedaal los, voordat u de
rijmodusschakelaar bedient, als het voertuig in beweging is, maar alleen als niet
hoeft te worden gestuurd. 4H 2H of 4HLc
4HLc 4H
4HLc 4LLcZet het voertuig stil, schakel de versnellingspook naar "N" (vrijstand), en bedien de
rijmodusschakelaar. Als de handeling wordt verricht, terwijl de versnellingspook in
een andere stand dan "N" (vrijstand) staat, maken de versnellingen lawaai en kan
mogelijk niet naar de juiste versnelling worden geschakeld. 4LLc 4HLc
De rijmodusschakelaar dient alleen tussen "2H", "4H" en "4HLc" te worden overgeschakeld bij snelheden lager dan 100 km/u.
Probeer tijdens het rijden nooit van "4HLc" naar "4LLc" te schakelen.
Als bij koud weer wordt overgeschakeld tussen "2H", "4H" en "4HLc", terwijl het voertuig in beweging is, zou de tussenbak
enig lawaai kunnen maken. Probeer bij koud weer over te schakelen terwijl het voertuig stilstaat.
Als tussen "4LLc" en "4HLc" wordt overgeschakeld, zou de tussenbak enig lawaai kunnen maken.
183
Page 186 of 332

Als de rijmodusschakelaar tussen "2H", "4H" en "4HLc" wordt overgeschakeld, terwijl het voertuig stilstaat, knippert het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-besturing zolang de selectie wordt verricht. Rijd langzaam en normaal nadat u hebt
bevestigd dat het lampje is gaan branden. (Raadpleeg "Indicatielampje 2WD-/4WD-besturing en indicatielampje lage gearing").
Als de rijmodusschakelaar tussen "2H", "4H" en "4HLc" wordt overgeschakeld, terwijl de CRUISE CONTROL is ingeschakeld,
zou de tussenbak enig lawaai kunnen maken.
Als de rijmodusschakelaar bij koud weer wordt overgeschakeld tussen "4HLc" en "4LLc", is het mogelijk dat de selectie niet
wordt verricht. Zet de rijmodusschakelaar terug in de vorige stand. Voer de selectie van de gearing nog een keer uit, als de
motor is opgewarmd.
139)
184
STARTEN EN RIJDEN
Page 187 of 332

Indicatielampje 2WD-/4WD-
besturing en indicatielampje lage
gearing
A. Indicatielampje voorwielen
B. Indicatielampje centraal
differentieelslot
C. Indicatielampje achterwielen
D. Indicatielampje lage gearing
Als de contactschakelaar of de
bedieningsmodus op "ON" wordt gezet,
geven het indicatielampje van de
2WD-/4WD-besturing en het
indicatielampje van de lage gearing de
schakeltoestand weer. Het
indicatielampje van de 2WD-/4WD-
besturing gaat bij iedere stand van de
rijmodusschakelaar als volgt branden:Overschakelen tussen 2H en 4H
Stand rijmodus-
schakelaarIndicatielampje
2H
Bezig met
overschakelen
rijmodus
4H
Knippert
Brandt
Blijft uitOverschakelen tussen 4H en 4HLc
Stand rijmodus-
schakelaarIndicatielampje
4H
Bezig met
overschakelen
rijmodus
4HLc
Knippert
Brandt
Blijft uit
276AHA104951
185
Page 190 of 332

ACHTERSTE
DIFFERENTIEELSLOT
(indien aanwezig)
Als een van de wielen begint te spinnen
en het voertuig vast komt te zitten en
zelfs niet los kan komen met gebruik
van de vierwielaandrijving, kan de
schakelaar van het achterste
differentieelslot (A) gebruikt worden om
het achterste differentieelslot in te
schakelen voor extra tractie.
Het achterste differentieelslot
gebruiken
1. Zet het voertuig volledig stil.
2. Zet de rijmodusschakelaar in de
stand "4L" of "4H" (Easy Select 4WD),
of "4LLc" of "4HLc" (Super Select 4WD
II).
3. Druk op de schakelaar van het
achterste differentieelslot (A), om het
achterste differentieelslot in te
schakelen.4. Druk op de schakelaar van het
achterste differentieelslot (B), om het
achterste differentieelslot uit te
schakelen.
141)
Opmerking Het achterste
differentieelslot werkt niet als de
rijmodusschakelaar op de stand "2H"
(Easy Select 4WD), "2H" of "4H" (Super
Select 4WD II) staat.
Opmerking Als het achterdifferentieel is
vergrendeld terwijl de
rijmodusschakelaar in de stand "4L" of
"4H" (Easy Select 4WD), "4LLc" of
"4HLc" (Super Select 4WD II) staat,
wordt het achterdifferentieel
automatisch ontgrendeld, door de
rijmodusschakelaar over te schakelen
naar de stand "2H" (Easy Select 4WD),
"2H" of "4H" (Super Select 4WD II).Indicatielampje achterste
differentieelslot
Als de contactschakelaar of de
bedieningsmodus op "ON" is gezet,
gaat het indicatielampje (A) van het
achterste differentieelslot op het
metercluster een paar seconden
branden en geeft de status van het
achterste differentieelslot aan
(ingeschakeld of uitgeschakeld).
Easy Select 4WD
278AHA106069
279AHA106072
280AHA104980
188
STARTEN EN RIJDEN