service FIAT SCUDO 2015 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2015, Model line: SCUDO, Model: FIAT SCUDO 2015Pages: 227, PDF Size: 4.53 MB
Page 88 of 227

84VEILIGHEIDSTARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
KOPLAMPEN AFSTELLEN
Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk
voor het comfort en de veiligheid van uzelf
en de overige weggebruikers.
Bovendien zijn er wettelijke voorschriften
met betrekking tot de koplampafstelling.
Voor optimaal zicht en zichtbaarheid moe-
ten de koplampen op de juiste wijze zijn
afgesteld.
Wendt u voor controle of afstelling tot het
Fiat Servicenetwerk.
ABSAls u niet eerder in een auto met ABS hebt
gereden, raden wij u aan het systeem eerst
een paar keer uit te proberen op een glad
wegdek. Verlies hierbij de veiligheid niet uit
het oog en houdt u aan de wetgeving van
het land waarin u zich bevindt. Bovendien
raden wij u aan de volgende aanwijzingen
aandachtig te lezen.
Het ABS dat geïntegreerd is in het rem-
systeem, voorkomt dat tijdens het remmen
de wielen blokkeren, ongeacht de condi-
tie van het wegdek en de pedaaldruk, en
verhindert daarmee het doorslippen van
een of meerdere wielen. Hierdoor blijft de
auto bestuurbaar, zelfs bij noodstops.
Het systeem wordt gecompleteerd met
een elektronische remdrukverdeling EBD
(Electronic Braking force Distribution), die
de remdruk verdeelt tussen de voor- en
achterwielen.
BELANGRIJK Voor een maximale werking
van het remsysteem is een inrijperiode no-
dig van ongeveer 500 km (bij een nieuwe
auto of nadat de remblokken/-schijven zijn
vervangen): tijdens deze periode moet
bruusk, herhaaldelijk of langdurig remmen
worden voorkomen.
Het ABS maakt zoveel mo-
gelijk gebruik van de be-
schikbare grip maar kan deze niet ver-
hogen. Daarom moet op gladde weg-
gedeelten altijd voorzichtig worden
gereden en mogen er geen onnodige
risico’s worden genomen.
ATTENTIE!
ACTIVERING VAN HET
SYSTEEM
Als het ABS in werking is getreden, merkt
de bestuurder dit aan een trilling in het
rempedaal, die gepaard gaat met enig ge-
luid: dit geeft aan dat het noodzakelijk is uw
snelheid aan te passen aan de beschikbare
grip op het wegdek.
Als het ABS in werking
treedt , dan is de grip van de
banden op het wegdek beperkt : u
dient uw snelheid te verlagen en aan
te passen aan de beschikbare grip.
ATTENTIE!
083-096 SCUDO LUM NL 27/03/14 10:40 Pagina 84
Page 89 of 227

85
VEILIGHEIDSTARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
STORINGSMELDINGEN
Storing in ABS
Bij een storing brandt het waarschu-
wingslampje
>
op het instrumentenpa-
neel en verschijnt er een melding op het
multifunctionele display (indien aanwezig),
(zie het hoofdstuk “Lampjes en berich-
ten”).
In dat geval blijft het remsysteem normaal
werken, maar zonder de mogelijkheden
van het ABS. Rijd voorzichtig naar de
dichtstbijzijnde werkplaats van het Fiat
Servicenetwerk om het systeem te laten
controleren.BRAKE ASSIST
(remregeling bij noodstops
geïntegreerd in ESC)
(indien aanwezig)
Dit systeem, dat niet kan worden uitge-
schakeld, herkent noodstops (op basis van
de snelheid waarmee het rempedaal wordt
ingetrapt) en verhoogt de druk in het rem-
circuit aanzienlijk, waardoor sneller en
krachtiger door het systeem wordt ge-
remd.
De Brake Assist wordt, bij uitvoeringen die
zijn uitgerust met ESC, uitgeschakeld bij
een storing in het ESC (lampje
™
brandt).
Als het ABS in werking
treedt , merkt u dat aan een
trilling in het rempedaal. Verlaag de
remdruk niet maar houd het rempe-
daal juist goed ingetrapt ; op deze ma-
nier hebt u de kortste remweg in re-
latie tot de conditie van het wegdek.
ATTENTIE!
Storing in EBD
Bij een storing branden de waarschu-
wingslampjes
>
, x
en STOP op het in-
strumentenpaneel en verschijnt er een
melding (indien aanwezig) op het multi-
functionele display (zie het hoofdstuk
“Lampjes en berichten”).
In dit geval kunnen bij krachtig remmen de
achterwielen vroegtijdig blokkeren waar-
door de auto kan slippen. Rijd zeer voor-
zichtig naar de dichtstbijzijnde werkplaats
van het Fiat Servicenetwerk om het sys-
teem te laten controleren.
Als alleen het waarschu-
wingslampje
x
op het ins-
trumentenpaneel gaat branden (op
het multifunctionele display (indien
aanwezig) verschijnt ook een melding),
stop dan onmiddellijk en wendt u tot
het Fiat Servicenetwerk. Als er vloei-
stof lekt uit het hydraulische systeem,
wordt de werking van zowel het con-
ventionele remsysteem als het ABS in
gevaar gebracht .
ATTENTIE!
083-096 SCUDO LUM NL 27/03/14 10:40 Pagina 85
Page 93 of 227

89
VEILIGHEIDSTARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
EOBD-SYSTEEMMet het EOBD-systeem (European On
Board Diagnosis) kan een doorlopende
diagnose worden uitgevoerd op die com-
ponenten op de auto die van invloed zijn
op de emissie.
Bovendien meldt het systeem, door het
branden van het lampje
U
op het instru-
mentenpaneel (zie het hoofdstuk “Lamp-
jes en berichten”) dat de betreffende com-
ponenten defect zijn.
Het doel is:
❒
de werking van het systeem controle-
ren;
❒
signaleren wanneer door een storing de
emissies boven de wettelijk vastgestel-
de drempelwaarde uitkomen;
❒
signaleren wanneer het noodzakelijk is
defecte componenten te vervangen.Het systeem beschikt verder nog over een
diagnosestekker die, als deze verbonden
is met speciale apparatuur, het mogelijk
maakt, de door de regeleenheid opgesla-
gen storingscodes en de specifieke para-
meters voor de diagnose en werking van
de motor, te lezen. Deze controle kan ook
worden uitgevoerd door de verkeerspo-
litie.
BELANGRIJK Na het verhelpen van de
storing moet het Fiat Servicenetwerk voor
een complete controle van het systeem,
tests uitvoeren op een testbank en, zo-
nodig, een proefrit maken die eventueel
een langere afstand kan omvatten.Als u de contactsleutel in
stand M draait en het lampje
Ugaat niet branden of het
gaat branden of knipperen tij-
dens het rijden, wendt u dan zo snel
mogelijk tot het Fiat Servicenetwerk.
De werking van het lampje Ukan wor-
den gecontroleerd met behulp van spe-
ciale apparatuur van de verkeerspoli-
tie. Houdt u aan de wetgeving van het
land waarin u rijdt .
083-096 SCUDO LUM NL 27/03/14 10:40 Pagina 89
Page 95 of 227

91
VEILIGHEIDSTARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
Te lage bandenspanning
Het waarschuwingslampje
n
gaat bran-
den en er verschijnt een speciaal bericht
op het display, om aan te geven dat de
bandenspanning lager is dan de aanbevo-
len waarde en/of dat de band langzaam
spanning verliest. Onder deze omstandig-
heden kunnen de optimale levensduur van
de banden en het benzineverbruik niet ge-
garandeerd worden.
Als twee of meerdere banden zich in voor-
noemde toestand bevinden, worden op het
display achtereenvolgens de aanwijzingen
voor elke band weergegeven.
❒
Verminder de snelheid onmiddellijk,
vermijd plotseling remmen en bruus-
ke stuurbewegingen.
❒
Stop zodra de verkeersomstandighe-
den dat toelaten.
❒
In het geval van een lekke band, de
snelle bandenreparatiekit gebruiken of
het reservewiel monteren (voor be-
paalde versies/markten);
of
❒
als u over een compressor beschikt,
bijvoorbeeld die van de snelle ban-
denreparatiekit, controleer dan de
spanning van alle vier de banden wan-
neer deze koud zijn;of
❒
als u de spanning niet onmiddellijk kunt
controleren, rijd dan heel voorzichtig
en langzaam.
Het alarm blijft actief tot de betreffende
band wordt opgepompt, gerepareerd of
vervangen.
Het reservewiel (noodreservewiel of sta-
len velg) heeft geen sensoren.
Het geconstateerde drukverlies betekent
niet altijd dat er een vervorming van de
band zichtbaar is. Vertrouw daarom niet
alleen op een visuele controle.Storing iTPMS
Wanneer er een storing in het iT.P.M.S.
wordt gedetecteerd, gaat het waarschu-
wingslampje
n
branden en vervolgens
knipperen, gaat ook het waarschuwings-
lampje
è
branden en wordt er boven-
dien een speciaal bericht weergegeven.
In dat geval, is de bewaking van de ban-
denspanning niet langer gegarandeerd.
Dit alarm wordt ook weergegeven als
minstens een van de wielen niet uitgerust
is met een sensor (bijv. met reservewiel,
noodreservewiel of type band met stalen
velg).
Neem contact op met het Fiat Service-
netwerk om het systeem te laten contro-
leren of, na een lekke band, monteer een
band voorzien van sensor op de oor-
spronkelijke velg.
083-096 SCUDO LUM NL 27/03/14 10:40 Pagina 91
Page 97 of 227

93
VEILIGHEIDSTARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
ALGEMENE OPMERKINGEN❒
Controleer tijdens parkeermanoeuvres
of zich geen obstakels boven of onder
de sensor bevinden.
❒
Obstakels die zich dicht bij de auto be-
vinden, worden onder bepaalde om-
standigheden niet door het systeem ge-
signaleerd en kunnen dus de auto be-
schadigen of zelf beschadigd worden.
❒
De metingen van de sensoren kunnen
beïnvloed worden/zijn door beschadi-
ging van de sensoren zelf, door vuil,
sneeuw of ijs op de sensoren of door
ultrasone systemen (bijv. luchtdruk-
remmen van vrachtwagens of pneuma-
tische hamers) die zich in de nabijheid
bevinden. Voor een juiste werking van
het systeem mag er geen mod-
der, vuil, sneeuw of ijs op de
sensoren zitten. Wees voor-
zichtig bij het reinigen van de sensoren
om krassen of beschadigingen te voor-
komen; gebruik geen droge, grove of
harde doek. De sensoren moeten wor-
den gereinigd met schoon water, waar-
aan eventueel autoshampoo is toege-
voegd.
De verantwoordelijkheid tij-
dens het parkeren en andere
gevaarlijke handelingen ligt altijd en
overal bij de bestuurder. Controleer als
u de auto parkeert of zich geen perso-
nen (in het bijzonder kinderen) of die-
ren in de buurt van de auto bevinden.
De parkeersensoren moeten als een
hulpmiddel voor de bestuurder be-
schouwd worden. De bestuurder moet
tijdens eventueel gevaarlijke parkeer-
manoeuvres altijd volledig zijn aandacht
behouden, ook als de manoeuvres met
lage snelheid worden uitgevoerd.
ATTENTIE!
WERKING MET
AANHANGER
Schakel de parkeersensoren uit als u een
aanhanger trekt.
AUTORADIO
(indien aanwezig)Raadpleeg voor de werking van de auto-
radio met CD- of MP3 CD-speler (indien
aanwezig) het supplement dat bij dit in-
structieboekje is geleverd.
INBOUWVOORBEREIDING
AUTORADIO (indien aanwezig)
Zie voor de in uw auto geïnstalleerde au-
toradio en de bijbehorende audio-instal-
latie, het supplement “Autoradio” dat bij
dit instructieboek is geleverd.
Laat de aansluiting op de in-
bouwvoorbereiding in de au-
to uitsluitend door het Fiat Service-
netwerk uitvoeren. Zo bent u verzekerd
van het beste resultaat en wordt voor-
komen dat de rijveiligheid in gevaar
wordt gebracht .
ATTENTIE!
083-096 SCUDO LUM NL 27/03/14 10:40 Pagina 93
Page 98 of 227

94VEILIGHEIDSTARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
RADIOZENDAPPARATUUR
EN MOBIELE TELEFOONS
Radiozendapparaten (mobiele telefoons,
27 mc en dergelijke) mogen alleen in de
auto worden gebruikt met een aparte an-
tenne aan de buitenkant van de auto.
BELANGRIJK Het gebruik van dergelijke
apparaten in de auto (zonder buitenan-
tenne) kan niet alleen schadelijk zijn voor
de gezondheid van de inzittenden, maar
kan ook storingen in de elektrische sys-
temen van de auto veroorzaken. Hierdoor
wordt de veiligheid in gevaar gebracht.
Bovendien wordt de zend- en ontvangst-
kwaliteit aanzienlijk beperkt door de iso-
lerende eigenschappen van de carrosserie.
Houdt u bij het gebruik van mobiele tele-
foons (GSM, GPRS, UMTS) met het offi-
ciële EU-keurmerk, strikt aan de instruc-
ties die door de fabrikant van de mobiele
telefoon zijn bijgeleverd.
EXTRA ACCESSOIRESAls u na aanschaf van uw auto accessoi-
res wilt monteren die constante voeding
nodig hebben (autoradio, anti-diefstalsa-
tellietbewaking, enz.), of accessoires die
de elektrische installatie zwaar belasten,
wendt u dan tot het Fiat Servicenetwerk.
Deze kan u de meest geschikte installaties
aanraden uit Fiat Lineaccessori en con-
troleren of de elektrische installatie van de
auto geschikt is voor het extra stroom-
verbruik of dat het noodzakelijk is een ac-
cu met een grotere capaciteit te monte-
ren.ELEKTRISCHE/ELEKTRONISCHE
SYSTEMEN MONTEREN
De elektrische/elektronische systemen die
na aankoop van de auto en binnen de af-
tersales-service worden gemonteerd,
moeten voorzien zijn van het merkteken:
Fiat Auto S.p.A. autoriseert de montage
van zend-/ontvangstapparatuur op voor-
waarde dat de montagewerkzaamheden
op de juiste wijze bij een gespecialiseerd
bedrijf worden uitgevoerd, waarbij de aan-
wijzingen van de fabrikant in acht moeten
worden genomen.
BELANGRIJK Als door de montage van
systemen de kenmerken van de auto wor-
den gewijzigd, kan het kentekenbewijs
worden ingenomen door de bevoegde in-
stanties en eventueel de garantie komen
te vervallen bij defecten die veroorzaakt
zijn door de bovengenoemde modificatie
of op defecten die direct of indirect daar-
van het gevolg zijn.
Fiat Auto S.p.A. is op geen enkele wijze
verantwoordelijk voor schade die het ge-
volg is van de installatie van accessoires die
niet door Fiat Auto S.p.A. zijn geleverd of
aanbevolen en die niet conform de gele-
verde instructies zijn geïnstalleerd.
083-096 SCUDO LUM NL 27/03/14 10:40 Pagina 94
Page 104 of 227

100STARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
VEILIGHEID
Werkzaamheden die leiden
tot stoten, trillingen of plaat-
selijke verhitting in de zone rondom de
gordelspanners (meer dan 100°C ge-
durende ten hoogste 6 uur) kunnen de
gordelspanners beschadigen of in wer-
king doen treden.Wendt u zich tot het
Fiat Servicenetwerk voor eventuele
werkzaamheden aan deze componen-
ten.
ATTENTIE!
GORDELSPANNERSOm de doelmatigheid van de veiligheids-
gordels van de voorstoelen te verhogen,
is het voertuig uitgerust met gordelspan-
ners die de gordels in geval van een hefti-
ge frontale botsing enigszins aantrekken.
Op die manier worden de inzittenden veel
beter op hun plaats gehouden en wordt
de voorwaartse beweging beperkt.
Het blijkt dat de gordelspanners hebben
gewerkt als de gordel niet meer opgerold
wordt.
BELANGRIJK Voor een maximale be-
scherming door de gordelspanners moet
de veiligheidsgordel zo worden omgelegd
dat hij goed op borst en bekken aansluit.
Tijdens de werking van de gordelspanner
kan er wat rook ontsnappen. Deze rook
is niet schadelijk en duidt niet op brand.
De gordelspanner vereist geen onderhoud
of smering. Elke verandering van de oor-
spronkelijke conditie zal de werking ervan
benadelen. Als de gordelspanner door ex-
treme natuurlijke gebeurtenissen (bijv.
overstromingen, vloedgolven enz.) met
water en modder in contact is geweest,
dan moet hij worden vervangen.
De gordelspanner kan
slechts één maal gebruikt
worden. Neem contact op met het
Fiat Servicenetwerk om hem te laten
vervangen nadat hij in werking is ge-
treden.
ATTENTIE!
SBR SYSTEEMHet voertuig is uitgerust met het SBR-sys-
teem (Seat Belt Reminder), dat bestaat uit
een mechanisme dat, tegelijk met het aan-
gaan van het waarschuwingslampje, de be-
stuurder en de passagier op de voorstoel
waarschuwt dat de veiligheidsgordels niet
zijn omgelegd.
097-118 SCUDO LUM NL 02/04/14 11:03 Pagina 100
Page 106 of 227

102STARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
VEILIGHEID
HOE DE VEILIGHEIDSGORDELS
IN OPTIMALE
TOESTAND HOUDEN
Volg voor het juiste onderhoud van de vei-
ligheidsgordels de volgende aanwijzingen
zorgvuldig op:❒
zorg er altijd voor dat de gordel dege-
lijk uitgetrokken en niet gedraaid is;
controleer ook of de oprolautomaat
niet haperend werkt;
❒
controleer de werking van de veilig-
heidsgordel als volgt: maak de gordel
vast en trek snel aan de gordel
❒vervang de gordels na een ongeval, ook
al lijken ze niet beschadigd. Vervang de
gordels ook steeds als de gordelspanners
werden geactiveerd;
❒gebruik water en neutrale zeep om de
gordels met de hand te wassen. Spoel de
gordels af en laat ze in de schaduw dr-
ogen. Gebruik nooit agressieve, bleken-
de of kleurende middelen of andere pro-
ducten die het weefsel van de gordel
kunnen aantasten;
❒voorkom dat er vocht in de oprolauto-
maat komt: de goede werking ervan is
alleen gegarandeerd als ze droog blijven;
❒vervang de gordels als ze sporen van slij-
tage of beschadiging vertonen.
Voor maximale veiligheid
moet de rugleuning rechtop
gezet worden, moet men goed tegen
de rugleuning aanzitten en moet de
gordel goed aansluiten op de borst en
het bekken. Draag altijd veiligheids-
gordels, zowel voor- als achterin! Rij-
den zonder veiligheidsgordels verhoogt
bij een ongeval het risico op ernstige
verwondingen en kan zelfs de dood tot
gevolg hebben.
ATTENZIONE
Het demonteren of aanpas-
sen van onderdelen van de
veiligheidsgordel of gordelspanner is
ten strengste verboden. Werkzaam-
heden aan deze onderdelen moeten
worden uitgevoerd door gekwalifi-
ceerd en erkend personeel. Neem al-
tijd contact op met het Fiat Service-
netwerk.
ATTENZIONE
Nadat een gordel aan een
zware belasting is blootge-
steld (bijvoorbeeld bij een ongeval),
moet de gordel compleet met de ver-
ankeringen, bevestigingsbouten en de
gordelspanner worden vervangen.
Ook als er geen zichtbare schade is,
kan de gordel toch verzwakt zijn.
ATTENZIONE
Elke gordel kan slechts een
enkele persoon beschermen.
Vervoer nooit kinderen op de schoot
van inzittenden met één veiligheids-
gordel voor beiden . Steek geen enkel
voorwerp tussen de gordel en het li-
chaam van een inzittende.
ATTENZIONE
097-118 SCUDO LUM NL 02/04/14 11:03 Pagina 102
Page 121 of 227

117
STARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTENVEILIGHEID
ALGEMENE INSTRUCTIES
Als, wanneer de sleutel in de
stand M gedraaid wordt, het
¬lampje niet gaat branden of tijdens
het rijden blijft branden, dan is er mo-
gelijk een storing in de veiligheidssys-
temen. In dat geval kunnen de airbags
of gordelspanners niet geactiveerd
worden bij een botsing of, in een zeer
beperkt aantal gevallen, per ongeluk
geactiveerd worden. Laat het systeem
controleren door het Fiat Servicenet-
werk alvorens verder te rijden.
ATTENZIONE
Voor bepaalde versies/mark-
ten, als de waarschuwings-
lampjes ¬
en
“
blijven branden,
neem dan contact op met het Fiat
Servicenetwerk om het systeem on-
middellijk te laten controleren.
ATTENTIE!
BELANGRIJK Reinig de stoelen niet met
water of stoom onder druk (met de hand
of in een automatisch wasapparaat).
BELANGRIJK De frontairbags en/of zij-
airbags kunnen geactiveerd worden bij
krachtige stoten aan de onderzijde van de
carrosserie (bijv. heftige botsing tegen
drempels of stoepranden, grote gaten of
verzakkingen in het wegdek etc.).
BELANGRIJK Wanneer de airbag opge-
blazen wordt, ontsnapt er een kleine hoe-
veelheid poeder. Dit poeder is niet
schadelijk en duidt niet op het begin van
een brand. Verder kan het oppervlak van
de opgeblazen airbag en het interieur van
het voertuig zijn bedekt met een fijn poe-
derlaagje: dit poeder kan irriterend zijn
voor ogen en huid. Na aanraking onmid-
dellijk wassen met water en neutrale zeep.
BELANGRIJK De controle, reparatie en
vervanging van de airbags moeten door
het Fiat Servicenetwerk worden uitge-
voerd.
BELANGRIJK Als het voertuig wordt ge-
sloopt, moet het airbagsysteem onbruik-
baar gemaakt worden door het Fiat Ser-
vicenetwerk.BELANGRIJK Gordelspanners, frontair-
bags en zijairbags aan de voorkant worden
op verschillende manieren geactiveerd, af-
hankelijk van het type botsing. Als een of
meerdere van deze voorzieningen niet in
werking treden, dan duidt dat niet op een
storing in het systeem.
Het knipperen van het lamp-
je ¬duidt op een storing van
het
“
waarschuwingslampje: in dat
geval worden de pyrotechnische la-
dingen van de passagiersairbag gede-
activeerd (voor bepaalde versies/mark-
ten). Laat het systeem onmiddellijk
controleren door het Fiat Servicenet-
werk.
ATTENTIE!
Wanneer de contactsleutel in
de stand M gedraaid wordt,
gaat het lampje
“
(bij ingeschakelde
frontairbag aan passagierszijde) enke-
le seconden branden, om u eraan te
herinneren dat de passagiersairbag bij
een botsing geactiveerd wordt. Hierna
moet het lampje doven.
ATTENTIE!
Bedek bij voertuigen met zij-
airbags de rugleuning van de
voorstoelen niet met extra hoezen.
ATTENTIE!
097-118 SCUDO LUM NL 02/04/14 11:03 Pagina 117
Page 122 of 227

118STARTEN EN
RIJDENLAMPJES EN
BERICHTENNOODGEVALLENONDERHOUD
EN ZORGTECHNISCHE
GEGEVENSALFABETISCH
REGISTERDASHBOARD EN
BEDIENINGSE-
LEMENTEN
VEILIGHEID
Laat na diefstal of poging tot
diefstal van het voertuig,
vandalisme of overstromingen het air-
bagsysteem door het Fiat Servicenet-
werk controleren.
ATTENTIE!
Als de contactsleutel in stand
M staat of wanneer de mo-
tor is uitgezet, kunnen de airbags ook
geactiveerd worden als de auto door
een andere auto wordt aangereden.
Daarom, ook als de auto stilstaat, en
de passagiersairbag is ingeschakeld,
GEEN tegen de rijrichting in gemon-
teerd kinderzitje op de voorstoel in-
stalleren.Als bij een botsing de airbag
wordt opgeblazen, kan dit leiden tot
ernstig letsel en zelfs tot de dood van
het kind. Daarom moet de passagier-
sairbag altijd uitgeschakeld worden
als een kinderzitje tegen de rijrichting
in gemonteerd wordt op de voorste
passagiersstoel. Bovendien moet de
passagiersstoel zo ver mogelijk naar
achteren zijn geschoven om te voor-
komen dat het kinderzitje eventueel
in aanraking komt met het dash-
board. Schakel de passagiersairbag
onmiddellijk weer in als het kinder-
zitje is verwijderd.Vergeet evenmin
dat, als de sleutel in de stand S staat,
bij een ongeval geen enkel veilig-
heidssysteem (airbag of gordelspan-
ners) geactiveerd wordt. In dat geval
duidt de niet-activering niet op een
storing van het systeem.
ATTENTIE!
De activeringsdrempel van
de airbag is hoger dan die
van de gordelspanners. Bij aanrijdin-
gen die tussen deze twee drempel-
waarden liggen, treden alleen de gor-
delspanners in werking.
ATTENTIE!
De airbag vervangt niet de
veiligheidsgordels, maar ver-
hoogt hun doeltreffendheid Omdat
de frontairbags niet worden geacti-
veerd bij frontale botsingen bij lage
snelheden, zijdelingse botsingen, bots-
ingen achterop en over de kop slaan,
worden in deze gevallen de inzitten-
den uitsluitend door de veiligheids-
gordels beschermd, die dus altijd ge-
dragen moeten worden.
ATTENTIE!
Reis niet met voorwerpen op
schoot of voor de borst en
houd niets in de mond (pijp, pen, etc.).
Dit kan ernstig letsel veroorzaken als
de airbag in werking treedt.
ATTENTIE!
097-118 SCUDO LUM NL 02/04/14 11:03 Pagina 118