service FIAT TALENTO 2018 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2018, Model line: TALENTO, Model: FIAT TALENTO 2018Pages: 244, PDF Size: 4.75 MB
Page 188 of 244

54)Voorzichtig: een ontbrekende of slecht
vastgedraaide ventieldop kan van invloed
zijn op de grip van de band en
spanningsverlies veroorzaken. Gebruik altijd
ventieldoppen die identiek zijn aan de
originele en zorg ervoor dat ze volledig zijn
vastgedraaid.
55)Op 17”-banden kunnen geen
sneeuwkettingen worden aangebracht.
Vraag daarvoor een speciale uitrusting aan
bij het Fiat Servicenetwerk.
56)Sneeuwkettingen kunnen alleen worden
aangebracht op banden met dezelfde
afmetingen als de originele banden van het
voertuig.
57)Als u kettingen wilt aanbrengen, neem
dan contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
58)Beperk uw snelheid wanneer er
sneeuwkettingen gemonteerd zijn;
overschrijd de 50 km/h niet. Vermijd
putdeksels, rijd niet over treden of trottoirs
en rijd geen lange afstanden over wegen
zonder sneeuw, om beschadigingen aan
zowel het voertuig als het wegoppervlak te
voorkomen.RUITENWISSER/
ACHTERRUITWISSER
WISSERBLADEN
BELANGRIJK Controleer de toestand
van de wisserbladen. De duur hangt af
van een goed onderhoud:
reinig de ruitenwissers van zowel de
voorruit als de achterruit regelmatig met
zeepwater;
gebruik de wisserbladen niet als de
voor- en achterruit droog zijn;
maak de wisserbladen los van de
voor- of achterruit als ze lange tijd niet
gebruikt zijn.
59) 60) 61)
Vervang de wisserbladen met
geïntroduceerde startinrichting en
afgezette motor:
breng de wisserarm volledig omlaag;
til de wisserarmen 1 en 2
fig. 276 omhoog;
trek aan de tong 4
fig. 277 (beweging A) en duw het blad
3 omhoog.
Hermontage
Ga in omgekeerde volgorde te werk om
de wisser weer te monteren. Zorg
ervoor dat het blad goed op zijn plaats
vastzit.
Ruitenwisser op openslaande
achterportieren
til de achterruitwisser 5 fig. 278 op;
draai het blad 6 fig. 278 tot u
weerstand voelt;
maak de wisser los door eraan te
trekken (beweging C fig. 278 ).276T36702
277T25516
186
ONDERHOUD EN ZORG
Page 190 of 244

portieren) en kunststof gelakte delen
aan de buitenkant (zoals bumpers)
reinigen met hogedrukreinigers of
producten die niet zijn goedgekeurd
door het Fiat Servicenetwerk. Dit zou
kunnen leiden tot roest of een slechte
werking.
Het voertuig in de zon of bij lage
temperaturen wassen.
Modder of vuil afschrappen zonder het
eerst zachter te maken met water.
Vuil aan de buitenkant laten ophopen.
Beschadigde delen van de carrosserie
laten verroesten.
Vlekken oplossen met oplosmiddelen
die niet zijn goedgekeurd door het Fiat
Servicenetwerk; deze zouden de lak
kunnen beschadigen.
Door sneeuw of modder rijden zonder
het voertuig nadien te reinigen, vooral
de wielkuipen en de onderkant van de
carrosserie.
Wat te doen
Was uw voertuig regelmatig, met
afgezette motor, met shampoos
goedgekeurd door de monteurs van het
Fiat Servicenetwerk (nooit met
schuurmiddelen) en spoel de volgende
zaken grondig af met sproeiend water:
hars uit bomen of industriële
middelen;
modder, die een natte massa onder
de wielkuipen en de onderkant van de
carrosserie vormt;
vogelpoep, die een chemische
reactie met de lak veroorzaakt,
waardoor de lak verkleurt en zelfs af
kan bladderen;
deze vlekken moeten worden
verwijderd, aangezien ze na verloop van
tijd zelfs niet weggepoetst kunnen
worden;
zout, vooral in de wielkuipen en aan
de onderkant van de carrosserie, nadat
op wegen is gereden waar zout is
gestrooid.
Verwijder regelmatig hars, bladeren,
enz. die op het voertuig zijn gevallen.
Volg de plaatselijke wetten omtrent het
wassen van voertuigen (was uw
voertuig bijv. niet op de openbare weg).
Om schade aan de carrosserie te
voorkomen, voldoende afstand
bewaren van andere auto’s die voor u
rijden wanneer u op grind rijdt.
Als de lak beschadigd is, retoucheer
deze dan zo spoedig mogelijk om
roestvorming voorkomen.
Als het voertuig een garantie tegen
roestvorming heeft, laat het dan
regelmatig controleren. Raadpleeg het
Geprogrammeerde
Onderhoudsschema.
Als u mechanische onderdelen (bijv.
scharnieren) moet reinigen, moet de
bescherming worden vernieuwd met
producten die zijn goedgekeurd door
het Fiat Servicenetwerk.BELANGRIJK We hebben specifiek
voor onderhoud bestemde producten
geselecteerd die beschikbaar zijn bij de
verkooppunten van Fiat.
Matgelakte versies
Dit type auto vereist een paar
voorzorgsmaatregelen.
Wat niet te doenop was gebaseerde producten
(glansmiddel) gebruiken;
grondig poetsen;
automatische wasstraten gebruiken;
de auto met hogedrukreinigers
wassen;
stickers op gelakte oppervlakken
plakken (die zouden resten achter
kunnen laten).
Wat te doen
Het voertuig met de hand, met veel
water en een zachte doek of spons
wassen.
Door een automatische wasstraat
rijden
Zet de ruitenwisser in de stopstand (zie
de paragraaf "Ruitenwisser/
achterruitwisser" in het hoofdstuk
"Kennismaking met het voertuig").
Controleer of de externe uitrusting goed
vast zit (extra lampen,
achteruitkijkspiegels) en verwijder de
radio-antenne (voor bepaalde
versies/markten).
188
ONDERHOUD EN ZORG
Page 192 of 244

Vaste of kleverige vlekken
Verwijder direct en voorzichtig het
overtollige vaste of kleverige materiaal
met een spatel (vanaf de randen naar
het midden, zodat de vlek niet groter
wordt). Reinig zoals aangegeven voor
vloeibare vlekken.
Speciale procedure voor snoep,
kauwgom
Houd er een ijsblokje op om de vlek te
kristalliseren en ga vervolgens te werk
zoals bij vaste vlekken.
BELANGRIJK Raadpleeg het Fiat
Servicenetwerk voor advies over het
onderhoud van het interieur of voor
tegenvallende resultaten.
Demonteren/hermonteren
verwijderbare originele uitrusting
van het voertuig
Als u onderdelen van de originele
uitrusting uit het interieur moet
verwijderen (zoals de matten) om ze te
reinigen, plaats ze dan zorgvuldig terug
aan de correcte zijde (de
bestuurdersmat moet aan de
bestuurderszijde) en bevestig ze met de
bijbehorende componenten (de
bestuurdersmat moet bijv. op zijn plaats
worden gehouden met standaard
bevestigingsonderdelen).Controleer in ieder geval als het voertuig
stilstaat, of niets het rijden kan
verhinderen (dat het gebruik van de
pedalen bijv. niet wordt verhinderd
doordat hakken vast komen te zitten
aan de mat, enz.).
Wat niet te doen
Voorwerpen bij de luchtroosters
aanbrengen, zoals deodorant,
luchtverfrissers, enz., waardoor de
bekleding van het dashboard zou
kunnen beschadigen.
BELANGRIJK
213)Gebruik nooit ontvlambare producten
zoals petroleum of wasbenzine voor het
reinigen van het interieur van het voertuig.
De elektrostatische lading die door het
wrijven tijdens het reinigen ontstaat, kan
brand veroorzaken.
214)Bewaar geen spuitbussen in het
voertuig: ontploffingsgevaar. Spuitbussen
mogen niet blootgesteld worden aan
temperaturen boven 50°C. Wanneer het
voertuig in de zon staat, kan de
binnentemperatuur deze waarde ruim
overschrijden.
215)Er mogen geen voorwerpen op de
vloer onder de pedalen liggen; verzeker u
ervan dat de matten altijd vlak liggen en
geen contact met de pedalen maken.
BELANGRIJK
62)We raden gebruik van een
hogedrukreiniger in het interieur af: zonder
de nodige voorzorgsmaatregelen kunnen
de elektrische of elektronische
componenten in het voertuig beschadigen.
63)Gebruik nooit alcohol, benzine en
hiervan afgeleide producten om het
dashboard en het glas van het
instrumentenpaneel te reinigen.
190
ONDERHOUD EN ZORG
Page 212 of 244

VOLUMES
De aangegeven volumes zijn de volumes voor een basisvoertuig zonder opties: ze variëren, afhankelijk van de uitrusting van uw
voertuig. Neem contact op met het Fiat Servicenetwerk. Volumes worden aangegeven in kg.
Versies (markt volgens land) Standaard BESTELWAGEN Verhoogde BESTELWAGEN
Max. toegestaan volume met volledige belasting
(MMAC)
Totaal circulatievolume (MTR)Gewichten aangegeven op het plaatje van de fabrikant (zie de paragraaf
"identificatieplaatje")
Gewicht van aanhanger met remmen (kg)
(*)2000
Gewicht van aanhanger zonder remmen (kg)
(*)750
Toegestane belasting op trekpunt (kg)
(*)80
Max. toegestane belasting op dak 200 (inclusief dakkoffer) 150 (inclusief dakkoffer)
(*) Belasting aanhanger (camper, boot, enz.)U dient de sleepvoorschriften zoals bepaald in de wegenverkeerswetgeving op te volgen. Neem voor aanpassingen van de
trekhaak contact op met het Fiat Servicenetwerk.
Als een voertuig wordt gesleept, mag het totale circulatievolume (voertuig + aanhanger) niet worden overschreden. De
achterste MMTA mag echter overschreden worden binnen een limiet van 15% en de MMAC mag overschreden worden binnen
een limiet van 10% of 100 kg (de eerste van deze twee limieten die wordt bereikt). In beide gevallen mag de maximumsnelheid
van 80 km/h (afhankelijk van de plaatselijke wetgeving) niet overschreden worden en moet de bandenspanning met 0,2 bar
(3 PSI) verhoogd worden.
Aangezien de motorprestaties en het gedrag heuvelopwaarts dalen, raden we aan het max. toegestane volume met 10% te
verlagen op hoogten vanaf 1.000 m en met 10% voor iedere daaropvolgende 1.000 m.
210
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 222 of 244

BELANGRIJK
217)Gebruik alleen AdBlue (Ureum)
additief overeenkomstig DIN 70 070 en ISO
22241-1. Andere vloeistoffen kunnen
schade aan het systeem veroorzaken:
tevens zou de uitstoot van uitlaatgassen
niet meer voldoen aan de wet.
218)De distributiebedrijven zijn
verantwoordelijk voor de naleving van hun
product. Neem de voorzorgsmaatregelen
voor opslag en service in acht, teneinde de
oorspronkelijke eigenschappen te
behouden. De fabrikant van het voertuig
geeft geen enkele garantie in geval van
storingen en schade aan het voertuig door
het gebruik van AdBlue (Ureum) dat niet in
overeenstemming is met de regelgeving.
219)Alvorens in de motorruimte
werkzaamheden te verrichten, moet de
motor worden afgezet (en niet op
stand-by): u moet de motor afzetten
(raadpleeg de paragraaf "De motor starten”
in het hoofdstuk ”Starten en rijden”).
220
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 231 of 244

WAT TE DOEN ALS...
Met het advies dat hieronder wordt gegeven, kunt u snel en tijdelijk verschillende problemen verhelpen: neem uit
veiligheidsoverwegingen zo snel mogelijk contact op met het Fiat Servicenetwerk.
PROBLEEM MOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOEN
De elektronische sleutel gebruiken
De portieren kunnen niet met de
elektronische sleutel worden vergrendeld of
ontgrendeld.De batterij van de sleutel is leeg.Vervang de batterij. Uw voertuig kan toch
worden vergrendeld/ontgrendeld en worden
gestart (raadpleeg de paragrafen "Portieren
vergrendelen/ontgrendelen" en "De motor
starten en afzetten").
Er worden apparaten met dezelfde frequentie
als die van de kaart gebruikt (mobiele
telefoon, enz.).Zet deze apparaten uit of gebruik de
geïntegreerde sleutel (zie de paragraaf
"Elektronische sleutel").
Het voertuig bevindt zich in een gebied dat
bekendstaat om de grote aanwezigheid van
elektromagnetische golven. De accu van het
voertuig is leeg.Gebruik de sleutel ingebouwd in de sleutel
(zie de paragraaf "Electronische sleutel” in het
hoofdstuk “Kennismaken met uw voertuig”)
Het voertuig is gestart.Het is niet mogelijk om de portieren met de
sleutel te vergrendelen/ontgrendelen terwijl
de motor draait. Schakel de startinrichting uit.
229
Page 232 of 244

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOEN
De afstandsbediening gebruiken
De portieren kunnen niet met de
afstandsbediening worden vergrendeld of
ontgrendeld.De batterij van de afstandsbediening is leeg. Gebruik de sleutel.
Er worden apparaten met dezelfde frequentie
als die van de afstandsbediening gebruikt
(mobiele telefoon, enz.).Zet de andere apparaten uit of gebruik de
sleutel.
Het voertuig bevindt zich in een gebied dat
bekendstaat om de grote aanwezigheid van
elektromagnetische golven. De batterij is
leeg.Vervang de batterij. Uw voertuig kan toch
worden vergrendeld/ontgrendeld en worden
gestart (raadpleeg de paragrafen "Portieren
vergrendelen/ontgrendelen" en "De motor
starten en afzetten").
Het voertuig is gestart.Het is niet mogelijk om de portieren met de
sleutel te vergrendelen/ontgrendelen terwijl
de motor draait. Schakel de startinrichting uit.
De startmotor gebruiken
De waarschuwingslampjes op het
instrumentenpaneel branden zwak of gaan
niet aan, de startmotor slaat niet aan.Accupool los, ontkoppeld of verroest.Zet hem vast, sluit hem opnieuw aan of reinig
hem als hij verroest is.
Accu leeg of defect.Sluit een andere accu op de defecte accu
aan. Zie de paragraaf "Noodstart" of vervang
de accu, indien nodig. Duw het voertuig niet
als het stuurslot is ingeschakeld.
Defect circuit.Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
De motor start niet.Er is niet aan de startvoorwaarden voldaan.Zie de paragraaf "De motor starten” in het
hoofdstuk "Kennismaken met uw voertuig”.
De functie "easy access" met de
elektronische sleutel werkt niet.Plaats de sleutel in de lezer om de motor te
starten. Zie de paragraaf "De motor starten”
in het hoofdstuk "Kennismaken met uw
voertuig”.
230
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 233 of 244

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOEN
De motor stopt niet.Elektronische sleutel niet herkend. Steek de sleutel in de lezer.
Elektronisch probleem.Druk vijf keer achter elkaar snel op de
startknop.
Het stuurwiel blijft vergrendeld.Stuurwiel vergrendeld.Draai aan het stuur en druk tegelijkertijd op
de startknop (zie de paragraaf "Start de
motor” in het hoofdstuk “Kennismaken met
uw voertuig”).
Defect circuit.Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
Tijdens het rijden
Er komt witte rook uit de uitlaat.Dit hoeft niet op een defect te wijzen: de rook
is afkomstig van de regeneratie van het
roetfilter.Raadpleeg de paragraaf "Gegevens over de
dieselversie".
Er komt rook onder het voertuig vandaan als
de verwarming wordt aangezet.Dit hoeft niet op een storing te wijzen: de
rook is afkomstig van de boiler.
In dit geval verdwijnt de rook geleidelijk als
het interieur op de juiste temperatuur is.
Er komt rook uit de motorruimte. Kortsluiting of lekken in het koelcircuit.Zet het voertuig stil, neem de startinrichting
uit, verlaat het voertuig en neem contact op
met het Fiat Servicepunt.
Het controlelampje van de oliedruk gaat aan
in bochten of tijdens het remmen.Het oliepeil is te laag.Vul de motorolie bij (zie de paragraaf
"Lampjes en berichten" in het hoofdstuk
"Kennismaking met het instrumentenpaneel").
Het controlelampje van de oliedruk gaat aan
en gaat laat uit of blijft aan als er gas wordt
gegeven.Oliedruk te laag.Zet het voertuig stil en neem contact op met
het Fiat Servicenetwerk.
Sturen wordt zwaar. Stuurbekrachtiging oververhit.Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
231
Page 234 of 244

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOEN
Trillingen.Lage bandenspanning, slecht gebalanceerde
of beschadigde banden.Controleer de bandenspanning; als het
defect aanhoudt, laat het dan controleren bij
een Fiat Servicepunt.
De motor raakt oververhit. De
temperatuurindicator van de koelvloeistof
staat in de alarmzone en het controlelampje
STOPgaat aan.De koelventilator werkt niet meer.Zet het voertuig stil, zet de motor af en neem
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
Koelvloeistoflek.Controleer het koelvloeistofreservoir: er zou
vloeistof in moeten zitten. Is dat niet het
geval, neem dan zo snel mogelijk contact op
met het Fiat Servicenetwerk.
Koelvloeistof kookt in het reservoir.
64)Mechanisch defect: hoofdpakking
beschadigd.Zet de motor af en neem contact op met het
Fiat Servicenetwerk.
Elektrische systemen
Ruitenwissers voorruit werken niet.Wisserbladen voorruit geblokkeerd.Maak het wisserblad los voordat de
ruitenwisser wordt bewogen.
Defect elektrisch circuit.Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
Zekering beschadigd.Vervang de zekering, in verwijzing naar de
paragraaf “Passagiersruimte zekeringen” in
het hoofdstuk “In een noodgeval”.
De ruitenwisser van de voorruit stopt niet. Defecte elektrische bedieningen.Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
Richtingaanwijzers knipperen sneller. Lamp doorgebrand.Raadpleeg de paragraaf "Een lamp
vervangen" in het hoofdstuk "Noodgevallen".
De richtingaanwijzers werken niet.Defect elektrisch circuit of
bedieningselement.Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
Zekering beschadigd.Vervang de zekering, in verwijzing naar de
paragraaf “Passagiersruimte zekeringen” in
het hoofdstuk “In een noodgeval”.
232
TECHNISCHE GEGEVENS
Page 235 of 244

PROBLEEM MOGELIJKE OORZAKEN WAT TE DOEN
De koplampen gaan niet aan of uit.Defect elektrisch circuit of
bedieningselement.Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk.
Zekering beschadigd.Vervang de zekering, in verwijzing naar de
paragraaf “Passagiersruimte zekeringen” in
het hoofdstuk “In een noodgeval”.
Elektrische systemen
Tekenen van condensatie in de lampen.Tekenen van condensatie kunnen natuurlijke
oorzaken hebben die verband houden met
temperatuurschommelingen. In dit geval
verdwijnen ze geleidelijk wanneer u de
lampen aandoet.
Het controlelampje van de veiligheidsgordels
van de voorstoelen gaat aan, zelfs als de
veiligheidsgordels zijn bevestigd.Een voorwerp is tussen de bodemplaat en de
stoel terecht gekomen, waardoor de werking
van de sensor wordt belemmerd.Verwijder eventuele voorwerpen onder de
voorstoelen.
BELANGRIJK
64)Radiateur: indien er niet genoeg koelvloeistof is, vergeet dan niet dat als de motor zeer heet is, de koelvloeistof niet met koude
koelvloeistof mag worden bijgevuld. Als na mechanische ingrepen de koelvloeistof moet worden ververst of bijgevuld, moet deze van een
specifiek type zijn. Vergeet niet dat alleen producten dienen te worden gebruikt die zijn geselecteerd door het Fiat Servicenetwerk.
233