service FIAT TALENTO 2018 Instructieboek (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: FIAT, Model Year: 2018, Model line: TALENTO, Model: FIAT TALENTO 2018Pages: 244, PDF Size: 4.75 MB
Page 145 of 244

DE AUTO PARKEREN
146) 147)
26) 27) 28)
Ga als volgt te werk bij het parkeren en
het verlaten van het voertuig:
schakel een versnelling in (1e
versnelling als op een helling omhoog
wordt geparkeerd en achteruit bij een
helling omlaag) en zet de wielen iets
gedraaid;
zet de motor af en trek de handrem
aan;
verwijder altijd de contactsleutel.
Als het voertuig op een steile helling
wordt geparkeerd, blokkeer de wielen
dan met wiggen of stenen.
BELANGRIJK Laat de autoNOOIT
achter met de versnelling in de
vrijstand.
HANDREM
Om de handrem in te schakelen, de
hendel omhoog trekken en controleren
of het voertuig goed stilstaat. Het
waarschuwingslampje
op het
instrumentenpaneel gaat branden.
Om de handrem los te laten, de hendel
iets omhoog trekken, druk dan op knop
2 fig. 208en begeleid de hendel omlaag
naar zijn ruststand. Het indicatielampje
schakelt uit.
BELANGRIJK
146)Laat nooit kinderen zonder toezicht in
het voertuig achter. Verwijder bovendien
altijd de contactsleutel als het voertuig
wordt verlaten en neem deze mee.
147)Bij auto's met een armsteun voor,
moet deze armsteun worden opgetild om
te voorkomen dat deze de werking van de
hendel in de weg zit.
BELANGRIJK
26)Afhankelijk van de helling en/of
belasting kan het nodig zijn de rem nog
twee klikken aan te trekken.
27)Controleer of tijdens het rijden de
handrem volledig omlaag zit en is
uitgeschakeld (het rode lampje is uit): de
handrem zou oververhit of beschadigd
kunnen raken.28)Na een botsing met een stoeprand, een
hoge opstap, of andere soorten
stadsobstakels, moet u uw voertuig laten
controleren door het Fiat Servicenetwerk
om risico’s op ongelukken te voorkomen:
het kan een beschadigde as-schacht,
stuurwiel of ander onderdeel zijn.
208T36534
143
Page 148 of 244

SNELHEIDS-
BEGRENZER
152)
De snelheid van het voertuig kan
permanent beperkt worden afhankelijk
van de versie van het voertuig en de
plaatselijke regelgeving.
Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk om de snelheidslimiet
te wijzigen of de functie te
activeren/deactiveren.
Het kan zijn dat het niet mogelijk is
deze functie voor specifieke markten te
deactiveren.
Etiket 1 fig. 215 op het dashboard
herinnert u aan de snelheidslimiet.OPMERKING Als het voertuig uitgerust
is met de Snelheidsbegrenzer gaat u bij
het hard intrappen of helemaal
intrappen van het gaspedaal (voorbij het
“resistentiepunt”) voorbij de
snelheidslimiet (zie de paragraaf
“Snelheidsbegrenzer”).
BELANGRIJK In bepaalde situaties
(bijvoorbeeld een steile helling) kan de
snelheidsbegrenzer een klein beetje
overschreden worden, omdat het
apparaat niet op het remsysteem
inbreekt.
BELANGRIJK
152)Deze functie is geen vervanging van
de bestuurder. De functie geeft ook niet het
recht om de snelheidslimieten te
overschrijden en sneller te rijden dan
toegestaan. De functie ontheft de
bestuurder geenszins van normaal veilig
rijgedrag noch van enige
verantwoordelijkheid.
MINIMUMSNELHEID
Druk op bediening 1 fig. 216 en de
functie wordt na een paar seconden
geactiveerd.
Minimumsnelheid wijzigen
Raadpleeg het Fiat Servicenetwerk om
de instelling te verhogen of verlagen.
Functie onderbreken
De functie wordt onderbroken,
wanneer:
het koppelings- en/of gaspedaal
wordt gebruikt;
de voertuigsnelheid hoger is dan
0 km/h;
gaat het hetSTOP
waarschuwingslampje op het
instrumentenpaneel branden;
Het waarschwuingslampjeop
het instrumentenpaneel gaat branden;
Het waarschwuingslampjeop het
instrumentenpaneel gaat branden.
215T36705
216T36559
146
STARTEN EN RIJDEN
Page 152 of 244

NOODGEVALLEN
Een lekke band of een doorgebrand
lampje?
Soms kan een probleem uw reis in
gevaar brengen.
De pagina's over noodsituaties kunnen
u helpen om op zelfstandige en kalme
wijze kritieke situaties op te lossen.
Wij adviseren om in een noodsituatie
het gratis telefoonnummer te bellen dat
in het garantieboekje is vermeld.
U kunt ook het gratis landelijke of
internationale universele
telefoonnummer bellen om het
dichtstbijzijnde Fiat Servicepunt te
vinden.ALARMLICHTEN............151
LAMP BINNENVERLICHTING
VERVANGEN...............151
LAMP BUITENVERLICHTING
VERVANGEN...............153
ZEKERINGEN IN HET INTERIEUR .156
IN GEVAL VAN EEN LEKKE BAND .161
EEN WIEL VERVANGEN........161
BANDENOPBLAASKIT.........164
STARTEN MET HULPACCU.....166
ACCU OPLADEN............168
SLEPEN VAN HET VOERTUIG. . . .169
150
NOODGEVALLEN
Page 155 of 244

LAMP
BUITENVERLICHTING
VERVANGEN
157) 158) 159) 160) 161)
29)
Dagrijlichten
Draai de lamphouder A fig. 230 een
kwartslag, draai linksom en trek hem
uit.
Typen lampen: W21W/5W.
Vervang de lamp en breng de houder
weer op zijn plaats aan.
Grootlicht en dimlicht
Draai de afscherming B fig. 230 een
kwartslag linksom.
Sluit connector 2 fig. 231 af.
Haak de veer 1 fig. 231 los en verwijder
de lamp.
Type lamp: H4.Raak het glas van de lamp niet aan.
Houd de lamp bij de uiteinden vast.
Vervang de lamp, haak de veer terug en
sluit de connector weer aan, en plaats
ook de afscherming B fig. 230 terug.
Richtingaanwijzer
Draai de lamphouder C fig. 232 een
kwartslag linksom en trek hem uit.BELANGRIJK Koop, afhankelijk van de
plaatselijke wetgeving of uit voorzorg,
een nooddoos met een serie lampen en
zekeringen bij een Fiat Servicepunt.
Typen lampen: PY21W (oranje lamp).
Mistvoorlichten
De lampen 3 fig. 233 vervangen:
Ga onder het voertuig door om bij de
lamphouder te komen;
haak de klep los;
draai de lamphouder een kwartslag.
Typen lampen: H16LL.
Type lampen voor voertuigen met
bochtlampen: H11LL.
230T36663
231T36664
232T36665
233T36667
153
Page 156 of 244

Richtingaanwijzers zijkant
Laat de lens los (indicatie) 5
fig. 234 (met gebruik van de
schroevendraaier, dek de top met een
doek af, zodat het de lak niet
beschadigt).
Draai de lamphouder 4 fig. 234 een
kwartslag linksom en trek de lamp uit.
Typen lampen: W5W of, afhankelijk van
het voertuig, WY5 W.
Extra lampen
Neem contact op met het Fiat
Servicenetwerk, als u het voertuig wilt
uitrusten met "mistlampen" of
"grootlicht".Achterlichtunit Type A
Draai de schroeven 1 fig. 235 los.
Draai de unit A fig. 235 een klein stukje
en maak hem los om lamphouder 2
fig. 236 te bereiken.
Haak de lamphouder los door hem een
kwartslag linksom te draaien.
Haak de lampen los door er zachtjes
tegen te drukken en ze tegelijkertijd een
kwartslag linksom te draaien.
Richtingaanwijzers 3 fig. 237:
bajonetlamp PY 21W.
Parkeer- en remlichten 4 fig. 237:
bajonetlamp P 21/5W.
Achterlichtunit Type B
Draai de schroeven 5 fig. 238 los.
Ontkoppel de lichtunit B fig. 238.
Draai de lamphouder 6 of 7 fig. 239 en
maak hem los.
234T36674
235T36675
236T36676
237T36677
238T36679
154
NOODGEVALLEN
Page 158 of 244

Verwijder de afdekking om bij de lamp
te kunnen komen.
Typen lampen: W5W.
BELANGRIJK
157)Wijzigingen of reparaties aan het
elektrisch systeem die niet correct zijn
uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt
gehouden met de technische
systeemgegevens, kunnen storingen in de
werking en zelfs brand tot gevolg hebben.
158)In halogeenlampen bevindt zich gas
onder druk. Als ze breken, kunnen er
glassplinters wegschieten.
159)Vervang lampen alleen wanneer de
motor uit is. Controleer ook of de motor
koud is, RISICO OP BRANDWONDEN!
160)Tijdens werkzaamheden onder de
motorkap zou de magneetklep op ieder
willekeurig moment automatisch kunnen
starten. Gevaar voor letsel.
161)De lampen staan onder druk en
kunnen ontploffen tijdens vervanging.
Gevaar voor letsel.
BELANGRIJK
29)Raak alleen het metalen gedeelte van
halogeenlampen aan. Het aanraken van de
bol met de vingers kan de lichtopbrengst
en de levensduur van de lamp reduceren.
Als de lamp per ongeluk toch wordt
aangeraakt, moet hij worden
schoongewreven met een doekje
bevochtigd met alcohol en laat hem
vervolgens drogen.
ZEKERINGEN IN HET
INTERIEUR
Zekeringen in dashboardkastje A
Controleer de toestand van de
zekeringen als de elektrische systemen
niet werken. Maak het dashboardkastje
A fig. 246 open.
162) 163) 164) 165) 166)
30) 31)
BELANGRIJK Koop, afhankelijk van de
plaatselijke wetgeving of uit voorzorg,
een nooddoos met een serie lampen en
zekeringen bij een Fiat Servicepunt.
Tang voor het verwijderen van
zekeringen
Gebruik de tang 1 fig. 247, achter klep
A, om de zekeringen uit te trekken.
Schuif de zekering opzij om deze uit de
tang te verwijderen. We raden u aan de
vrije posities voor zekeringen niet te
gebruiken.
245T38814
246T36573
156
NOODGEVALLEN
Page 161 of 244

Nr. Locatie Nr. Locatie Nr. Locatie
1APC-lader voor voertuigen met
elektronische sleutel10 Voorbereiding voor treksysteem 19 Verwarmingselement
2 Beschikbaar 11 Timeraccu, centrale eenheid interieur 20Achterruitenwissers,
ruitensproeierpomp, claxon
3 Beschikbaar 12Dagrijlichten, voorste parkeerlichten,
grootlicht rechts, dimlicht links21 Algemene APC-lader
4+ accu voor voertuigen met
elektronische sleutel13 Alarmknipperlichten, richtingaanwijzers 22 Achteruitrijlichten
5 Extra airconditioning 14 Vergrendeling opengaande delen 23 Rempedaalschakelaar
6 Extra interieurverwarming 15Dagrijlichten links, parkeerlichten
achter, grootlicht links, dimlicht rechts24
Inspuiting, ontsteking
(1)
7Elektrische buitenspiegels, extra
centrale regeleenheid16Kentekenplaatverlichting,
mistkoplampen en mistachterlichten25
Airbag, stuurslot(1)
8 Buitenspiegelverwarming 17Alarmen, geluidssignalen, hendels voor
lampen en ruitenwissers26Elektrische ruitbediening
passagierszijde
9Autoradio, multimediasysteem,
achteruitkijkspiegel,
diagnose-aansluiting.18 Instrumentenpaneel 27
Stuurbekrachtiging
(1)
(1) Neem contact op met een dealer van het Fiat Servicenetwerk om deze zekeringen te vervangen.
159
Page 162 of 244

Nr. Locatie Nr. Locatie Nr. Locatie
28 Remlichten 34 Interieurverlichting, airconditioning 40 Extra stopcontact achter
29APC-lader voor voertuigen met
elektronische sleutel35Startmotor voor voertuigen met
elektronische sleutel41
Starter BCM
(1)
30 Extra algemeen 36 Ruitenwisser achter 42 Verwarmde stoelen
31Sigarenaansteker,
hulpstopcontact37 Elektromagnetische waarschuwing 43 Snelheidsmeter
32 Verwarmingselement 38 Extra stopcontact in laadruimte 44 Voorruitwisser
33
Remlichten, ABS, zender
(1)39Motor elektrische ruitbediening
bestuurderszijde45 Verwarming en klimaatregeling
(1) Neem contact op met een dealer van het Fiat Servicenetwerk om deze zekeringen te vervangen.
BELANGRIJK
162)Als de zekering opnieuw doorbrandt, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
163)Vervang een zekering nooit door een exemplaar met een grotere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.
164)Als een hoofdzekering voor veiligheidsinrichtingen (MAXI-FUSE, MEGA-FUSE, MIDI-FUSE) doorbrandt, probeer dan niet eigenhandig
reparaties uit te voeren maar neem contact op met het Fiat Servicenetwerk.
165)Controleer voordat een zekering wordt vervangen, of de contactsleutel verwijderd is van de startschakelaar en of alle stroomverbruikers
uitstaan en/of zijn ontkoppeld.
166)Als een hoofdzekering voor veiligheidsinrichtingen (airbagsysteem, remsysteem), motorsysteem (motor, versnellingsbak) of stuurinrichting
doorbrandt, neem dan contact op met het Fiat Servicenetwerk.
BELANGRIJK
30)Vervang een doorgebrande zekering nooit door metalen draden of ander materiaal.
31)Als de motorruimte moet worden gewassen, zorg er dan voor dat de waterstraal niet rechtstreeks op de zekeringenkast en de motortjes
van de ruitenwissers terechtkomt.
160
NOODGEVALLEN
Page 167 of 244

druk op schakelaar 4 fig. 259 om de
band op te pompen tot de
voorgeschreven spanning (zie paragraaf
"Bandenspanning” in het hoofdstuk
“Onderhoud en verzorging”);
stop na hooguit 15 minuten met
pompen;
OPMERKING Tijdens het legen van de
bus (ongeveer 30 seconden) geeft de
drukmeter 5 fig. 259 kortstondig een
spanning van max. 6 bar aan en daalt
dan weer.
herstel de spanning: ga verder met
oppompen van de band met de kit als
de spanning moet worden verhoogd;
druk op knop 6 fig. 259 als de spanning
moet worden verlaagd.
Als na 15 minuten nog geen
minimumspanning van 1,8 bar is
bereikt, kan de band niet worden
gerepareerd; rijd niet verder en neem
contact op met het Fiat Servicenetwerk.
Verwijder de kit als de band eenmaal
correct is opgepompt: schroef
langzaam de oppompslang 1
fig. 259 los zodat de inhoud van het
product niet spettert en plaats de bus in
een plastic zak zodat het product niet
kan lekken.
Bevestig het instructielabel op het
dashboard, waar de bestuurder het kan
zien;
plaats de kit weer in de
gereedschapstas en leg hem onder de
bestuurdersstoel;
als de eerste pomphandelingen zijn
verricht, blijft de band leeglopen en
moet eerst met het voertuig worden
gereden om het gat te stoppen.
Vertrek onmiddellijk en rijd met een
snelheid uiteenlopend van 20 tot
60 km/h om het product gelijkmatig
door de band te verdelen en stop na
3 km om de spanning te controleren;
als de spanning hoger is dan 1,3 bar,
maar lager dan voorgeschreven, moet
de spanning hersteld worden (zie het
etiket op het bestuurdersportier);
raadpleeg anders het Fiat
Servicenetwerk: u kunt de band niet
repareren.
BELANGRIJK
173)Er mogen geen voorwerpen op de
vloer aan de bestuurderszijde liggen: als er
hard moet worden geremd kunnen ze
onder de pedalen terechtkomen en het
gebruik daarvan verhinderen.
BELANGRIJK
32)Met de kit kunnen banden worden
gerepareerd waarvan het profiel A fig. 257
is beschadigd door vreemde objecten
kleiner dan 4 mm. Het kan niet alle soorten
lekke banden repareren, zoals insnijdingen
dieper dan 4 milimeter en die aan zijde B
fig. 257 van de band. Zorg er ook voor dat
de velgen in goede staat verkeren. Als het
vreemde object dat het gat heeft
veroorzaakt nog in de band zit, verwijder
het dan niet.
33)Gebruik de opblaaskit niet als de band
beschadigd is geraakt door het rijden met
een gat in de band. Controleer de zijkanten
van de band zorgvuldig voordat enige
werkzaamheden worden verricht. Rijden
met geheel of gedeeltelijk leeggelopen (of
lekke) banden kan gevaarlijk zijn en de band
onherstelbaar beschadigen. Deze reparatie
is tijdelijk. Een lekke band moet zo snel
mogelijk onderzocht (en indien mogelijk
gerepareerd) worden door een specialist.
Als een band wordt vervangen die is
gerepareerd met de kit, breng de
reparateur hier dan altijd van op de hoogte.
Tijdens het rijden kunt u trillingen
waarnemen die worden veroorzaakt door
het product in de band.
165
Page 168 of 244

34)De kit is alleen goedgekeurd voor het
oppompen van banden van voertuigen die
oorspronkelijk met de kit zijn uitgerust. De
kit mag nooit gebruikt worden om de
banden van een ander voertuig of andere
voorwerpen (reddingsvesten, luchtbedden,
enz.) mee op te pompen. Voorkom spetters
op de huid als u de reparatiebus gebruikt.
Als het product in contact komt met de
huid, spoel de huid dan grondig af. Houd
de kit buiten bereik van kinderen. Laat lege
bussen niet achter in de omgeving. Lever
deze af bij een Fiat Servicepunt of een
afvalverwerkingsbedrijf. De
houdbaarheidsdatum van de bus is
aangegeven op het etiket. Controleer de
houdbaarheidsdatum. Ga naar een Fiat
Servicepunt om de opblaasslang en de
reparatiebus te vervangen.
35)Parkeer het voertuig voordat u de kit
gebruikt dusdanig dat het uit de buurt van
het verkeer staat, zet de
alarmknipperlichten aan, trek de handrem
aan en zorg ervoor dat alle inzittenden het
voertuig verlaten en ver uit de buurt van het
verkeer blijven.
36)Als u langs de rijbaan bent gestopt,
waarschuw dan de overige weggebruikers
dat uw voertuig daar staat door de
gevarendriehoek te plaatsen of andere
wettelijk toegestane middelen in het land
waar u zich bevindt.
37)Voorzichtig: een ontbrekende of slecht
vastgedraaide ventieldop kan van invloed
zijn op de grip van de band en
spanningsverlies veroorzaken. De
ventieldoppen moeten identiek zijn aan de
originele en stevig vastgedraaid worden.38)Rijd na reparaties met de kit niet meer
dan 200 km. Rijd bovendien met lagere
snelheid en ga in ieder geval niet sneller
dan 80 km/h. Het etiket moet op een
zichtbaar gedeelte op het dashboard
worden aangebracht. Afhankelijk van het
land of de plaatselijke wetten, moet een
band die is gerepareerd met de opblaaskit,
worden vervangen.STARTEN MET
HULPACCU
174) 175) 176) 177) 178)
39)
De motor starten die elektrische stroom
levert en op een middelmatig toerental
houden.
Als de accu van een ander voertuig
wordt gebruikt om de motor te starten,
moeten daarvoor de juiste kabels (maat
large) van een Fiat Servicepunt worden
gebruikt. Als u zelf over de juiste kabels
beschikt, moet u controleren of ze in
perfecte staat verkeren.
De twee accu's moeten dezelfde
nominale spanning hebben: 12 V. De
accu die de spanning levert moet een
capaciteit (Ampère/uur, Ah) hebben die
minimaal gelijk is aan die van de lege
accu.
260T36708
166
NOODGEVALLEN