ABS Hyundai Azera 2011 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2011, Model line: Azera, Model: Hyundai Azera 2011Pages: 304, PDF Size: 33.4 MB
Page 12 of 304

UW AUTO IN ÉÉN OOGOPSLAG
F12B255A02TG-GXT WAARSCHUWINGS- EN CONTROLELAMPEN OP HET INSTRUMENTENPANEEL * Een gedetailleerde uitleg van deze onderdelen treft u aan op pagina 1-62.
Controlelamp richtingaanwijzers Controlelamp grootlicht
Storingscontrole-lamp
Onderhoudsindicatie (SRI) Van airbag systeem "Passagiersairbag Off"-Lamp (Indien gemonteerd)
Controlelamp ABS
Controlelamp Cruise Control (Indien gemonteerd)
Controlelampen elektronischstabiliteitsprogramma (Indien gemonteerd)
Indicator ingeschakelde cruise controle (Indien gemonteerd)
Controlelamp immobilizer (Diefstalbeveiliging)
Waarschuwingslamp Water In Brandstoffilter (Dieselmotor)
Controlelamp Voorgloeien (Dieselmotor)
Controlelamp niet goed gesloten achterklep
Controlelamp oliedruk
Controlelamp parkeerrern/ remvloeistofpeil
Controlelamp laadstroom
Controlelamp voor niet goed gesloten portieren
Controlelamp benzine-reserve
Waarschuwingslamp laag ruitensproeiervloeistofniveau
Gordel-waarschuwingslamp
Controlelamp mistlampen
Controlelampje lichten aan (Indien gemonteerd)
Page 71 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
59
1. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL)
2. Controlelamp oliedruk
3. Controlelamp laadstroom
4. "Passagiersairbag OFF"-lamp (Indien gemonteerd)
5. Airbag systeem
6. Toerenteller
7. Controlelamp richtingaanwijzers
8. Controlelamp grootlicht
9. Controlelampen elektonisch stabiliteitsprogramma (ESP) (Indien gemonteerd)
10. Verlichting schakelkwadrant van automatische transmissie
11. Controlelamp automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
12. Controlelamp mistlampen, voor
13. Indicator ingeschakelde cruise controle (Indien gemonteerd) 14. Snelheidsmeter
15. Waarschuwingslamp laag ruitensproeiervloeistofniveau
16. Controlelamp niet goed gesloten achterklep
17. Controlelamp voorgloeien (Dieselmotor)
18. Controlelamp startbeveiliging
19. Waarschuwingslamp water in brandstoffilter
(Dieselmotor)
20. Koelvloeistoftemperatuurmeter
21. Controlelamp ABS systeem
22. Controlelamp niet goed gesloten portieren
23. Gordel-waarschuwingslamp (Bestuurder)
24. Controlelamp remsysteem/aangetrokken parkeerrem
25. Kilometerteller / Boordcomputer
26. Controlelamp benzinereserve
27. Benzinemeter
Page 73 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
61
1. Controlelamp elektronische motorregeling (MIL)
2. Controlelamp laadstroom
3. Controlelamp oliedruk
4. Controlelamp remsysteem/aangetrokken parkeerrem
5. Toerenteller
6. Controlelamp niet goed gesloten portieren
7. Controlelamp richtingaanwijzers
8. Kilometerteller / Boordcomputer / Waarschuwing
9. Snelheidsmeter
10. Controlelamp niet goed gesloten achterklep
11. Controlelamp automatische snelheidsregeling (Indien gemonteerd)
12. Indicator ingeschakelde cruise controle (Indien gemonteerd)
13. Controlelamp startbeveiliging
14. Koelvloeistoftemperatuurmeter 15. Waarschuwingslamp laag ruitensproeiervloeistofniveau
16. "Passagiersairbag OFF"-lamp (Indien gemonteerd)
17. Airbag systeem
18. Controlelamp ABS systeem
19. Controlelampen elektonisch stabiliteitsprogramma (ESP)
(Indien gemonteerd)
20. Gordel-waarschuwingslamp (Bestuurder)
21. Controlelamp grootlicht
22.Verlichting schakelkwadrant van automatische
transmissie
23. Controlelamp mistlampen, voor24. Controlelampje lichten aan (Indien gemonteerd)
25. Controlelamp voorgloeien (Dieselmotor)
26. Waarschuwingslamp water in brandstoffilter (Dieselmotor)
27. Controlelamp benzinereserve
28. Benzinemeter
Page 80 of 304

1BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
68
B230T02NF-GAT "Passagiersairbag off"-
lamp (Indien gemonteerd)
De "passagiersairbag OFF"-lamp gaat gedurende ongeveer 4 secondenbranden nadat het contactslot in de stand "ON" is gezet of nadat de motor is gestart. Vervolgens dooft de lamp na3 seconden. De "passagiersairbag OFF"-lamp gaat ook branden als de AAN/UIT-schakelaarvoor de passagiersairbag in de stand "OFF" staat en brandt niet als de AAN/ UIT-schakelaar voor depassagiersairbag in de stand "ON" staat.
B260P01TG-GXT Controlelamp ABS
Als de contactsleutel in de stand "ON" wordt gedraaid, zal de controlelampvoor het ABS gaan branden en na enkele seconden doven. Als de controlelamp blijft branden, gaat brandentijdens het rijden of niet gaat branden als de contactsleutel in de stand "ON" wordt gedraaid, betekent dit dat er eenstoring in het ABS systeem is opgetreden. Laat uw auto in dit geval zo snel mogelijk door een Hyundai dealercontroleren. Het normale remsysteem blijft echter werken, maar zonder de assistentie van het ABS systeem.
! LET OP:
o Bij een storing in de AAN/UIT- schakelaar voor de passagiersairbag gaat de"passagiersairbag OFF"-lamp niet branden en wordt de passagiersairbag bij een frontalebotsing opgeblazen, ook als de AAN/UIT-schakelaar in de stand "OFF" staat.
o Als de passagiersairbag OFF-lamp niet gaat branden als de ON/OFF-schakelaar voor de passagiersairbag in de OFF-stand wordt gezet, laat dan een Hyundaidealer de ON/OFF-schakelaar en het airbagsysteem zo snel mogelijk controleren.
Page 81 of 304

1
BIJZONDERHEDEN VAN UW HYUNDAI
69
!WAARSCHUWING:
Als de waarschuwingslampen voor ABS SRI en handrem/ remvloeistofpeil beide blijvenbranden met het contactslot in de stand "ON", of tijdens het rijden gaan branden, betekent dit dat er mogelijkeen storing is in het EBDSysteem (elektronische remkrachtverdeling). Indien dit het geval is moet sterkafremmen worden voorkomen en moet de auto zo snel mogelijk door uw Hyundai dealer worden gecontroleerd.
B260P02TG
Als uw auto is uitgerust met een regeleenheid/instrumentenpaneel, dan wordt de waarschuwing op het displayherhaald. De waarschuwing blijft gedurende ongeveer 20 seconden aanwezig. Als de RESET-knop achterhet stuurwiel wordt ingedrukt, dan verdwijnt de waarschuwing.
B265C01NF-AXT Controlelampen elektronischstabiliteitsprogramma(Indien gemonteerd)
De controlelampen van het elektronisch stabiliteitsprogramma treden in werking afhankelijk van de stand van decontactsleutel en of het systeem is ingeschakeld of niet. Ze gaan branden als het contact wordtaangezet, maar moeten na drie seconden doven. Indien de controlelampen van het ESP of ESP-OFF blijven branden, ga dan naar een geautoriseerde Hyundai dealer en laat het systeem controleren. Zie hoofdstuk2 voor meer informatie over het ESP.
Page 186 of 304

2
Uitlaatgassen kunnen gevaarlijk zijn! ........................... 2-2
Alvorens de motor te starten ........................................ 2-3Sleutelstanden .............................................................. 2-4
Het starten van de motor .............................................. 2-5
Automatische transmissie ............................................ 2-7
Antiblokkeersysteem (ABS) ... .....................................2-12
Elektronische stabiliteitsregeling (ESP ) .......................2-13
Parkeerhulp .......................................... ....................... 2-15
Opmerkingen met betrekking tot de remmen ............... 2-17
Economisch rijden ....................................................... 2-18
Bochite n ....................................................................... 2-19
Rijden onder winterse omstandigheden ....................... 2-20
Het rijden met hoge snelheden ....................................2-22
Rijden met een aanhanger of slepen ...........................2-23
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
2
Page 197 of 304

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
12
o Nooit de geldende snelheidslimiet
overschrijden.
o Als uw auto vast komt te zitten in sneeuw, modder, zand enz., dan kan de auto mogelijk loskomen door de auto voor- en achteruit tebewegen (schommelen). Probeer dit niet als mensen of objecten zich in de buurt van de autobevinden. Tijdens het "schommelen" kan de auto opeens voor- of achteruit bewegen als deauto loskomt en daarbij de personen of objecten in de nabijheid verwonden/beschadigen.
ANTIBLOKKEERSYSTEEM (ABS)
C120A01FC-GXT Het antiblokkersysteem (ABS) is ontworpen om, tijdens plotseling remmen of bij gevaarlijke wegomstandigheden, het blokkerenvan een wiel te voorkomen. Een regeleenheid registreert de snelheid van het wiel en controleert dedruk naar iedere rem. Op deze wijze zal, in een noodsituatie of bij een glad wegdek het anti-blokkeersysteem decontrole over het voertuig tijdens het remmen verbeteren. N.B.:
o Er kan een klik-geluid in de
motorruimte worden gehoord als de auto begint te bewegen, nadat de motor is gestart. Dit is normaalen geeft aan dat het anti- blokkeersysteem (elektronische stabiliteitsregeling) op de juistewijze werkt.
!WAARSCHUWING:
o Voorkom hoge bochtsnelheden.
o Maak geen snelle stuurwielbewegingen, zoals plotseling van rijbaan veranderen of snelle scherpe bochten.
o Draag altijd veiligheidsgordels. Bij een ongeval heeft een inzittendedie geen veiligheidsgordel gebruikt duidelijk meer kans op ernstig letseldan iemand die wel een veiligheidsgordel gebruikt.
o Als bij hogere snelheden de macht over het stuur verloren gaat, neemtde kans op omkantelen sterk toe.
o De macht over het stuur gaat vaak verloren als twee of meer wielennaast de weg komen en de bestuurder het stuur te ververdraait om weer op de weg terug te komen.
o Als de auto naast de weg raakt, moet niet scherp wordenteruggestuurd, maar moet de snelheid worden verminderdvoordat wordt geprobeerd om de auto weer op de weg terug te krijgen.
Page 198 of 304

2
HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
13
o Op wegen met een ruwe wegdek of
als ze zijn bedekt met grind of sneeuw.
o Bij het rijden met
sneeuwkettingen.
o Op wegen waar kuilen in het wegdek aanwezig zijn of waar dehoogte van het wegdek ongelijkis.
Op deze wegen moet metverminderde snelheid worden gereden. De veiligheidsvoorzieningen van eenauto met ABS(ESP) mogen niet worden uitgeprobeerd bij hoge snelheid of in bochten. Hierdoor kande veiligheid van uzelf of van anderen in gevaar komen.
WAARSCHUWING:
Het ABS(ESP) voorkomt geen ongelukken als gevolg van onjuist en gevaarlijk rijgedrag. Zelfs al is de beheersing van de auto tijdensnoodremmingen verbeterd, toch moet altijd een veilige afstand worden aangehouden. Onder extremewegomstandigheden moet de snelheid altijd worden verminderd. Onder de volgende omstandighedenkan de remweg voor auto's met ABS(ESP) zelfs langer zijn dan voor auto's zonder ABS (ESP).
!
o Indien het antiblokkeersysteem
(elektronische stabiliteitsregeling) in werking treedt, kan in het rempedaal een lichte reactie gevoeld worden, tijdens hetremmen. Ook is een klikkend geluid in het motorcompartiment onder hetrijden waarneembaar. Dit zijn normale verschijnselen ten teken dat uw antiblokkeersysteem(elektronische stabiliteitsregeling) goed functioneert.
ELEKTRONISCHE STABILITEITSREGELING(ESP)
C310A01JM-AXT (Indien gemonteerd) De elektronische stabiliteitsregeling (ESP: Electronic Stability Program)dient voor het stabiel houden van de auto in bochten. Het ESP controleert waar u heen stuurt en waar de auto inwerkelijkheid heengaat. ESP bedient de remmen van de afzonderlijke wielen en regelt hetmotormanagementsysteem, zodat de auto stabiel blijft. B310A01TG-1
Page 201 of 304

2HET RIJDEN MET UW HYUNDAI
16
LET OP:
1. Het waarschuwingssignaal klinkt mogelijk niet regelmatig als het voorwerp achter de auto beweegtof een grillige vorm heeft.
2. De correcte werking van de
parkeerhulp kan verstoord rakenals de bumperhoogte of de inbouwpositie van de sensoren is gewijzigd. Achteraf gemonteerdeaccessoires kunnen het bereik van de sensoren beïnvloeden.
3. Voorwerpen die kleiner zijn dan 40 cm worden mogelijk niet of nietgoed geregistreerd. Wees alert.
4. Als de sensor bedekt is met sneeuw, ijs of vuil, werkt dezemogelijk niet goed totdat deze weer schoon en droog is gemaakt meteen zachte doek.
5. Druk, kras of stoot niet met harde
voorwerpen tegen de sensor.Anders kan het oppervlak van de sensor beschadigd raken. Hierdoor werkt de sensor mogelijkniet goed meer.
! LET OP:
Het systeem werkt alleen in het gebied waar de parkeersensoren zijn geplaatst. Kleine of smallevoorwerpen die zich tussen twee sensoren in bevinden, worden mogelijk niet geregistreerd. Kijkdaarom altijd zelf mee tijdens het achteruitrijden. Informeer bestuurders die onbekendzijn met de auto over de mogelijkheden en beperkingen van het systeem.Schade aan de auto en persoonlijk letsel, ontstaan vanwege het onjuist functioneren van de parkeerhulp,vallen niet onder de garantie. Rijd daarom altijd veilig en voorzichtig.!
5. Bij zware regenval of opspattend
water.
6. Door zenders of mobiele telefoons in de buurt van de sensors.
7. Als de sensor bedekt is met sneeuw. 8. Rijden met een aanhanger. Het sensorbereik kan in de volgende gevallen afnemen: 1. Als de sensor vuil is (de sensor werkt
weer normaal zodra deze schoon is).
2. Bij extreem hoge of lage buitentemperaturen.
De volgende voorwerpen wordenmogelijk niet opgemerkt door de sensoren:
1. Smalle voorwerpen als touwen, kettingen enz.
2. Voorwerpen die de hoogfrequente signalen van de sensor absorberen, zoals kleding, sponsachtige materialen en sneeuw.
3. Bij voorwerpen lager dan 1 meter en smaller dan 14 cm.
Page 230 of 304

44CORROSIEBESCHERMING EN ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE
4ONDERHOUD VAN DE CARROSSERIE
ZE040A2-AX Uw wagen wassen Was uw wagen niet als de carrosserie warm is. Was de wagen altijd in deschaduw. Was uw wagen regelmatig. Stof en vuil kunnen krassen in de lak veroorzakenals het niet tijdig wordt verwijderd. Luchtvervuiling of zure regen heeft een chemische inwerking op de lak en desierlijsten tot gevolg als ze lang op het oppervlak blijven zitten. Als u in kustgebieden woont of in gebieden waarveel gladheidbe- strijdingsmiddelen worden gebruikt of luchtvervuiling voorkomt, moet bijzondere aandachtaan de onderzijde van de wagen worden besteed. Spoel uw wagen met veel water af zodat stof en los vuil wordtverwijderd. 's Winters, of als de wagen door modder is gereden, moet ook de onderzijde grondig worden gereinigd.Gebruik een harde waterstraal waardoor alle vuilafzetting wordt weggespoeld. Gebruik een shampoo van eengerenommeerd merk en volg de gebruiksaanwijzing op. Onderhoudsmiddelen voor de carrosserie zijn bij uw dealer of auto-accessoirewinkel verkrijgbaar. Gebruik geen huishoudmiddelen, benzine, sterke oplosmiddelen of schurendeproducten omdat deze het oppervlak aantasten. Gebruik een schone spons, spoel hem regelmatig uit en oefen niet teveel druk uit. Maak hardnekkig vuil goed nat enwas slechts kleine oppervlakken. Voor het reinigen van de banden moet een harde borstel worden gebruikt. Dewieldoppen moeten m.b.v. een schone spons of een zachte doek en water worden gereinigd. Voor het reinigen vanaluminium velgen moet een zachte zeep of een niet agressief reinigingsmiddel worden gebruikt. Gebruik geen cleaner.Behandel aluminium velgen met speciaal daarvoor verkrijgbare producten. Doordat aluminium door corrosie wordtaangetast, moeten de lichtmetalen velgen vooral in de winter worden beschermd. Als pekel is gestrooid,moeten de velgen grondig worden gereinigd. Na het wassen moet de shampoo zorgvuldig worden weggespoeld. Alsshampoo op de carrosserie opdroogt laat dit strepen na. Bij warm weer en een lage vochtigheidsgraad kan het nodig zijn het oppervlak direct na het wassen af tespoelen om strepen te voorkomen. Droog de wagen na het wassen af met een vochtige zeem of een zachte, vochtabsorberende doek. Hierdoor blijven er geen waterdruppels op decarrosserie achter. Als waterdruppels opdrogen laten ze vlekken na. Oefen bij het drogen niet teveel druk uit aangeziendit de lak kan beschadigen. Als u bij het wassen lakbeschadigingen ontdekt, werk de desbetreffende plaatsen dan bij met hiervoor verkrijgbare lakstiften; op deze wijzewordt corrosie tegengegaan.