dashboard Hyundai Genesis Coupe 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2013, Model line: Genesis Coupe, Model: Hyundai Genesis Coupe 2013Pages: 443, PDF Size: 39.11 MB
Page 259 of 443

Kenmerken van uw auto
128
4
Opbergvak middenconsole
In deze opbergvakken kunnen kleine
voorwerpen voor de bestuurder of de
voorpassagier worden bewaard.
Trek de hendel omhoog om het
opbergvak in de middenconsole teopenen. Dashboardkastje
Druk om het dashboardkastje te openen
op de schakelaar (1) en hetdashboardkastje gaat automatisch open.
Sluit het dashboardkastje na gebruik.
OPBERGVAK
WAARSCHUWING
Houd het dashboardkastje tijdens
het rijden altijd gesloten om de
kans op letsel in geval van eenaanrijding of bij plotseling remmente verminderen.
WAARSCHUWING -
Brandbare materialen
Bewaar geen aanstekers of andere
brandbare of explosieve materialen
in de auto. Deze kunnen ontploffen
of vlam vatten wanneer de auto
gedurende lange tijd blootgesteld
staat aan hoge temperaturen.
OPMERKING
Laat geen waardevolle spullen achter in de opbergvakken, om
diefstal te voorkomen.
Houd de deksels van de opbergvakken tijdens het rijdengesloten. Plaats niet te veel
voorwerpen in de opbergvakken om te voorkomen dat de dekselsniet gesloten kunnen worden.
OBK049076OBK049075
Page 260 of 443

4129
Kenmerken van uw auto
Opbergvak voor zonnebril
Druk op het afdekkapje om het
opbergvak langzaam te openen. Plaats
uw zonnebril met de glazen naar boven
gericht in het opbergvak. Druk het
opbergvak dicht.
WAARSCHUWING
Bewaar geen andere voorwerpen dan een zonnebril in het
opbergvak. Andere voorwerpenkunnen bij een aanrijding of een
noodstop uit het opbergvak
worden geslingerd, waardoor deinzittenden letsel kunnenoplopen.
Open het opbergvak voor de zonnebril niet als de auto rijdt.
Het openen van het opbergvak
kan het zicht naar achteren in de
binnenspiegel belemmeren.
OBK049077N
OPMERKING
Bewaar geen etenswaren
gedurende langere tijd in het
dashboardkastje.
Page 314 of 443

447
Kenmerken van uw auto
Dashboardverlichting
Met behulp van de draaiknop kan de
verlichtingssterkte voor het dashboard
geregeld worden wanneer de
parkeerlichten of de dimlichten branden.
OBK049028
Meters
Snelheidsmeter (2,0L Motor)
De snelheidsmeter geeft de snelheid aan als de auto vooruit rijdt.
De snelheidsmeter is gekalibreerd in kilometers per uur en/of mijl per uur.
■Type B
■
Type A
■Type C■Type E
■ Type D
■Type F
OBK042029E/OBK042029/OBK042029U/OBK042030E/OBK042030/OBK042030U
2,0L Motor
WAARSCHUWING
Stel het instrumentenpaneel nooit
af tijdens het rijden. Hierdoor kunt
u de controle over de auto verliezen
waardoor een ongeluk met ernstig
letsel of schade het gevolg kan zijn.
Page 325 of 443

Kenmerken van uw auto
58
4
Parking assist warning (Waarschuwing
parkeerhulp) (indien van toepassing)
Geeft de omgeving weer als er een
obstakel wordt gesignaleerd terwijl de
auto voor- of achteruitrijdt.
Zie “Parkeerhulpsysteem” in hoofdstuk 4
voor meer informatie.
(Zet zekering swich op)
De aanwijzing verschijnt om de
bestuurder te informeren dat hij de
zekeringschakelaar in het dashboard
onder het stuurwiel aan moet zetten.
Zie voor details “Zekeringen” in deel 7.
(Batterij Smart Key bijna leeg)
Als de toets engine start/stop naar de
stand OFF gaat wanneer de Smart Key
in de auto leeg raakt, gaat de
waarschuwing gedurende ongeveer 10
seconden branden op het LCD-scherm.
Ook klinkt de waarschuwingszoemereenmaal.
Vervang de batterij door een nieuwe.
OBK042240LOBK042211L
OBK042222L
OBK042237L
■ Type A
■ Type B
Page 354 of 443

487
Kenmerken van uw auto
Bediening verlichting
De lichtschakelaar heeft een stand voor
het dimlicht en het parkeerlicht.
Draai, om de verlichting te bedienen, de
knop op het uiteinde van de
combischakelaar naar een van de
volgende standen: (1) 0/UIT
(2) Parkeerlicht(3) Dimlicht
(4) Stand automatische verlichting(indien van toepassing)Parkeerlicht ( )
Als de lichtschakelaar in de stand
parkeerlicht staat (1e stand), branden de
achterlichten, de
kentekenplaatverlichting. de
dashboardverlichting en het
controlelampje van het achterlicht (indien
van toepassing).Stand dimlicht ( )
Als de lichtschakelaar in de stand dimlicht staat (2e stand), gaan de
koplampen, de achterlichten, de
kentekenplaatverlichting en de
dashboardverlichting branden.
✽✽AANWIJZING
Om de verlichting in te kunnen
schakelen moet het contact in stand ON
staan.
OBK049046N
OAM049041
■
Type B
■
Type A
OBK049045N
OBK049045
■
Type B
■
Type A
OBK049047N
OAM049042
■
Type B
■
Type A
Page 355 of 443

Kenmerken van uw auto
88
4
❋❋
Wisselen tussen links en rechts rijdend
verkeer (Europa)
De dimlichtbundel is asymmetrisch.
Als u naar een land gaat waar het
verkeer links rijdt, kan dit asymmetrische
deel tegemoetkomend verkeer
verblinden. Voorkomen van verblinding.
Deze koplampen zijn zo ontworpen dat
ze tegemoetkomend verkeer niet
verblinden.
Daarom hoeft u de koplampafstelling niet
te veranderen als u in een landt rijdt waar
het verkeer aan de andere kant rijdt dan
in Nederland.
Stand automatische verlichting (indien van toepassing)
Als de lichtschakelaar in stand AUTO
staat, worden de achterlichten en
koplampen automatisch in- of
uitgeschakeld, afhankelijk van hoe
donker het buiten is.
OBK049048
■
Type B
■
Type A
OBK049048N
OPMERKING
Bedek de sensor (1) op het
dashboard nooit, zodat een
optimale werking van de automatische verlichtinggegarandeerd blijft.
Reinig de sensor niet met een ruitenreiniger. Deze laat eendunne laag achter op de sensor,waardoor deze niet meer goed werkt.
Als de voorruit van uw auto getint glas heeft of is voorzien van eenmetaalhoudende coating,functioneert het automatische verlichtingssysteem mogelijk niet
goed.
Page 365 of 443

Kenmerken van uw auto
98
4
Bagageruimteverlichting
De bagageruimteverlichting gaat
branden zodra de achterklep wordtgeopend. Verlichting dashboardkastje
De verlichting in het dashboardkastje
gaat branden als het dashboardkastje
wordt geopend.
De verlichting in het dashboardkastje
werkt alleen als de parkeerlichten of
koplampen in de stand ON staan.Verlichting make-upspiegel
(indien van toepassing)
Als u de zonneklep naar beneden trekt,
kunt u door het indrukken van de
schakelaar de make-upspiegelverlichting
in- en uitschakelen.
: Inschakelen van de verlichting.
O : Uitschakelen van de verlichting.
OBK049056
OPMERKING
De bagageruimteverlichting brandt
zolang de achterklep is geopend.Sluit de achterklep volledig nagebruik van de bagageruimte om te
voorkomen dat het laadsysteemonnodig ontladen raakt.
OPMERKING
Schakel de verlichting na gebruik
uit met de schakelaar om tevoorkomen dat het laadsysteemonnodig ontladen raakt.
OBK049057OTD049088
Page 371 of 443

35
Veiligheidsysteem van uw auto
Afstellen van de zittinghoogte(bestuurdersstoel)
Duw de hendel omhoog of omlaag om de
hoogte van de zitting te veranderen.
• Duw de hendel een aantal maal omlaag om de zitting lager af te stellen.
Trek de hendel een aantal maal omhoog om de zitting hoger af te stellen. Afstellen van voorstoel
- elektrisch (bestuurdersstoel)
(indien van toepassing)
De voorstoel kan worden afgesteld met
de bedieningsschakelaar aan de
buitenzijde van de zitting. Stel voor het
rijden de stoel af in de juiste stand zodathet stuurwiel, de pedalen en de
schakelaars op het dashboard
gemakkelijk bediend kunnen worden.
OBK032004WAARSCHUWING
De elektrisch verstelbare stoelen
kunnen bediend worden met het
contact in stand OFF.
Laat kinderen daarom nooit alleen
achter in de auto.
OPMERKING
Elektrisch verstelbare stoelen worden aangedreven door
elektromotoren. Laat de schakelaar los als de stoel juistafgesteld is. Anders kunnen deelektrische onderdelen
beschadigd raken.
Het verstellen van de stoelen kost behoorlijk veel stroom. Beperkdaarom het verstellen van de
stoelen tot een minimum zolang de motor niet loopt.
Bedien niet meerdere schakelaars tegelijkertijd. Anderskunnen de elektromotoren of
andere elektrische onderdelenbeschadigd raken.
Page 388 of 443

Veiligheidsysteem van uw auto
22
3
✽✽
AANWIJZING
Omdat de sensor die de airbag activeert
in verbinding staat met de
gordelspanner, zal het
waarschuwingslampje airbag ( ) in
het dashboard gedurende ongeveer 6
seconden gaan branden nadat het
contact in stand ON wordt gezet.
Daarna zou het lampje uit moeten gaan.OPMERKING
Als de gordelspanner niet goed werkt, zal dit waarschuwingslampje
gaan branden, ook al is er geendefect aan het airbagsysteem. Alshet waarschuwingslampje van het airbagsysteem niet gaat branden
als het contact in stand ON wordtgezet, als hetwaarschuwingslampje niet dooft
nadat het gedurende ongeveer 6seconden heeft gebrand of als hetwaarschuwingslampje tijdens hetrijden gaat branden, laat het
systeem dan zo snel mogelijkcontroleren door een officiëleHYUNDAI-dealer.WAARSCHUWING
Gordelspanners zijn ontworpen voor eenmalig gebruik. Nadat een
gordelspanner is geactiveerd,
moet deze worden vervangen.
Alle veiligheidsgordels dietijdens een aanrijding zijn
gebruikt, moeten compleet
vervangen worden.
Het mechanisme van de gordelspanners wordt tijdens het
activeren heet. Raak de
onderdelen van het
gordelspannersysteem niet aan
nadat ze geactiveerd zijn.
Probeer nooit zelf de gordelspanners te controleren of
te vervangen. We adviseren u het
systeem te laten controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
Sla niet op de onderdelen van het gordelspannersysteem.
Probeer nooit, op wat voor manier dan ook, onderhoud of
reparaties uit te voeren aan het
gordelsysteem.
(Vervolg)
Page 404 of 443

Veiligheidsysteem van uw auto
38
3
Werking van airbagsysteem
De airbags kunnen alleen worden
geactiveerd als het contact in stand
ON of START staat.
De airbags worden bij zwaardere aanrijdingen van voren of opzij (indien
zijairbags en/of curtain airbags
aanwezig zijn) onmiddellijk
geactiveerd om de inzittenden te
beschermen tegen letsel.
Er is geen bepaalde snelheid waarbij de airbags worden geactiveerd.
Of de airbags worden geactiveerd,
hangt voornamelijk af van de kracht en
de richting van de aanrijding. Deze
twee factoren bepalen of de sensoren
een elektronisch activeringssignaal
uitzenden.
Of de airbags al dan niet opgeblazen worden, is afhankelijk van een aantal
factoren, zoals de rijsnelheid, de hoek
van de aanrijding, de massa en de
stijfheid van de bij de aanrijding
betrokken auto's of objecten. Ook
andere factoren kunnen een rolspelen. De airbags vóór worden direct volledig
opgeblazen, waarna ze meteen weerleeglopen.
Het is vrijwel onmogelijk om tijdens
een ongeval waar te nemen dat de
airbags opgeblazen worden. Het is
aannemelijker dat u de leeggelopen
airbags na de aanrijding uit hetstuurwiel of het dashboard ziethangen.
Om bij een zware aanrijding bescherming te bieden, moeten de
airbags snel opgeblazen worden. De
snelheid waarmee de airbag
opgeblazen wordt is het gevolg van de
extreem korte tijd waarbinnen een
aanrijding plaatsvindt en de noodzaakom de airbag tussen de inzittende en
de delen van de auto te krijgen voordat
de inzittende in contact komt met delen
van de auto. De snelheid waarmee de
airbags worden opgeblazen, beperkt
de kans op ernstig letsel bij een zware
aanrijding en vormt daarom een
belangrijk deel van het ontwerp van de
airbags.(Vervolg)
Houd de onderdelen van hetaanvullend veiligheidssysteem
en de bedrading uit de buurt van
water en andere vloeistoffen. Als
de onderdelen van het aanvullendveiligheidssysteem niet meer
werken door blootstelling aan
water of andere vloeistoffen, kanbrand of ernstig letsel ontstaan.