roof Hyundai Genesis Coupe 2013 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2013, Model line: Genesis Coupe, Model: Hyundai Genesis Coupe 2013Pages: 443, PDF Size: 39.11 MB
Page 55 of 443

Onderhoud
38
7
Controleren bandenspanning Controleer de bandenspanning minstens eenmaal per maand.
Controleer ook de spanning van het
reservewiel.
Controle
Gebruik een goed kwaliteit meter om
de bandenspanning te meten. Het isonmogelijk de bandenspanning tebeoordelen door alleen naar de
banden te kijken. Radiaalbanden
lijken ook op de juiste spanning tezijn als de bandenspanning te laag
is. Controleer de bandenspanning bij
koude banden. - "Koude" banden wil
zeggen dat er de laatste drie uur nietmet de auto is gereden of niet meerdan 1,6 km. Verwijder de ventieldop. Druk de
bandenspanningsmeter stevig op het
ventiel om de spanning te meten. Als
de bandenspanning overeenkomt
met de aanbevolen druk op de band
en het informatielabel, hoeft hij niet
te worden aangepast. Corrigeer de
bandenspanning tot het aanbevolen
niveau als de spanning te laag is.
Druk als de bandenspanning te hoog is het metalen pennetje in het
midden van het ventiel in om lucht uit
de band te laten lopen. Controleer debandenspanning opnieuw met de
bandenspanningsmeter. Plaats de
ventieldopjes altijd terug op de
ventielen. Ze zorgen ervoor dat er
geen vuil of vocht in de ventielen
terechtkomt waardoor er lekkenkunnen ontstaan.
OPMERKING - Bandenspanning
Let altijd op het volgende:
Controleer de bandenspanning bij koudebanden. (Nadat er de laatste drie uur niet met de auto isgereden of niet meer dan 1,6km.)
Controleer ook altijd de spanning van het reservewiel.
Overschrijd het laadvermogen van de auto niet. Plaats niet teveel bagage op het roof rackals uw auto hiermee isuitgerust.
Versleten, oude banden kunnen ongelukkenveroorzaken. Vervang eenband als het profiel ergversleten is of als de band beschadigd is.
Page 76 of 443

759
Onderhoud
Hoofdzekeringkast motorruimte
Naam zekeringSymboolStroomsterktezekeringBeveiligd onderdeel
MULTI-
ZEKERING
C/FAN60ARelais koelventilator (hoog), relais koelventilator (laag)
B+160ASmart Junction-box (zekering - F31/F32/F33/F34/F35, IPS 2, IPS-module)
BLOWER40ASmart Junction-box (aanjagerrelais)
ABS240AMultifunctionele servicestekker, ESP-module
ABS140AMultifunctionele servicestekker, ESP-module
ALT150ADynamo, MULTIZEKERING - F1/F2/F3/F4/F5, zekering - F12/F13/F14/F15/F18
RR HTD40ARR HTD-RELAIS
B+260ASmart Junction-box (Zekering - F3/F4/F20/F21/F29/F30, IPS 1, ARISU 2, IPS-module)
B+360ASmart Junction-box (automatische lekstroomonderbreking, relais automatische
lekstroomonderbreking, zekering - F1/F2/F5/F7/F8, ARISU 1, IPS-module)
ZEKERING
IG230AStartrelais, relais IG2, contact
IG140ARelais IG1, relais ACC, contact
S/ROOF FRT20ARegelmodule schuif-/kanteldak
Page 300 of 443

433
Kenmerken van uw auto
Waarschuwing geopend schuif- /kanteldak
(indien van toepassing) Als de bestuurder de sleutel uit het
contact haalt (Smart Key: het contact
uitschakelt) en het bestuurdersportieropent terwijl het schuif-/kanteldak niet
volledig is gesloten, klinkt er gedurende
ongeveer 7 seconden een
waarschuwingszoemer en verschijnt de
melding “Schuifdak open (sunroof open)”
op het LCD-display.
Sluit het schuif-/kanteldak goed wanneer
u de auto verlaat.Open-/dichtschuiven van het
schuif-/kanteldak
Voor het openen of sluiten van het schuif- /kanteldak (handmatige bediening), trekt
u de hendel van het schuif-/kanteldak
naar achteren of u drukt deze naar vorenin de eerste stand.
Als u de hendel van het schuif-/kanteldak omlaag trekt, sluit het schuif-/kanteldakook.Als u het schuif-/kanteldak volledig wiltopenen of sluiten als de hendel is
ontgrendeld (automatische bediening)
trekt of duwt u de bedieningshendel vanhet schuif-/kanteldak naar achteren of
naar voren tot de tweede stand. Het
schuif-/kanteldak zal volledig open- of
dichtschuiven. Als u het schuiven van hetschuif-/kanteldak wilt stoppen, trekt of
duwt u de hendel even kort in de
tegengestelde richting van de beweging
van het dak.
OBK044280LOBK049016