dashboard Hyundai Grand Santa Fe 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2015, Model line: Grand Santa Fe, Model: Hyundai Grand Santa Fe 2015Pages: 710, PDF Size: 44.66 MB
Page 257 of 710

Kenmerken van uw auto
158
4
Toets luchtcirculatie
De luchtcirculatietoets regelt de circulatie
van de lucht door het ventilatiesysteem.
De lucht kan naar de voetenruimte, de uitstroomopeningen in het dashboard of
naar de voorruit stromen. Er worden zes
symbolen gebruikt om de standen. VENTILEREN, BI-LEVEL,
VERWARMEN, VERWARMEN /
ONTWASEMEN en ONTWASEMEN. Stand FACE (B, D, F)
De lucht stroomt naar de romp en naar
het hoofd. Daarnaast kan iedere
uitstroomopening versteld worden om de
richting van de luchtstroom te wijzigen.
Stand BI-LEVEL
(B, C, D, E, F)
De lucht stroomt naar het hoofd en naar
de voetenruimte. Stand FLOOR (A, C, D, E)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en een klein gedeelte
stroomt naar de voorruit en de
zijruitontwaseming.
Stand FLOOR/DEFROST
(A, C, D, E)
De meeste lucht stroomt naar de
voetenruimte en de voorruit en een kleingedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming.
Stand DEFROST (A, D)
De meeste lucht stroomt naar de voorruiten een klein gedeelte stroomt door de
zijruitontwaseming.
ODMECL2002
Page 258 of 710

4159
Kenmerken van uw auto
Stand MAX A/C (indien van toepassing) Om de airconditioning op de hoogste
stand te laten werken draait u de
aanjagerknop naar rechts en drukt u
daarna op de toets MAX A/C.
De lucht stroomt naar het bovenlichaam en het hoofd.
In deze stand worden de airconditioning
en de stand RECIRCULATIEautomatisch aangestuurd.Uitstroomopeningen dashboard De uitstroomopeningen kunnen
afzonderlijk worden geopend of gesloten
met het wieltje.
Met de hendel in de ventilatieroosters
kunt u de richting van de luchtstroom uit
deze ventilatieroosters afstellen, zoals in
de afbeelding is aangegeven.
Temperatuurregeltoets
Met de temperatuurregeltoets kunt u de
temperatuur van de luchtstroom in deauto regelen.
Wijzigen van de temperatuur:
Druk op de (rode) schakelaar om
de temperatuur te verhogen.
Druk op de (blauwe) schakelaar om de temperatuur te verlagen.
De temperatuur wordt als indicatie
weergegeven op het bovenstaande
schakelaarpaneel.
ODM042277ODM042279
ODM042280
Page 264 of 710

4165
Kenmerken van uw auto
Na gebruik van de airconditioning kanonder de rechterzijde van de auto een
plas heldere vloeistof gelekt zijn. Dit is
een normaal verschijnsel tijdens de
werking van het systeem.
Als de stand RECIRCULATIE wordt gebruikt wanneer het airconditionings-
systeem ingeschakeld is, wordt wel
een maximaal koeleffect bereikt, maar
kan het gebruik van deze stand
gedurende een langere tijd ertoe
leiden dat de lucht in het interieur muf
wordt.
Tijdens de werking van de aircondi- tioning ziet u het motortoerental zo nu
en dan iets veranderen wanneer de
aircocompressor inschakelt. Dit is een
normaal verschijnsel tijdens de
werking van het systeem. Interieurfilter
Het interieurfilter, dat achter het
dashboardkastje is gemonteerd, filtert de
lucht die via het verwarmings- enairconditioningssysteem naar het
interieur wordt gevoerd. Als het filter in de
loop van de tijd verstopt raakt door stof
en andere verontreinigingen, neemt de
luchttoevoer via de uitstroomopeningen
af en kan de voorruit aan de binnenzijdebeslaan, ook al is de stand
BUITENLUCHT gekozen. Als dat het
geval is, adviseren we u het interieurfilter
te laten vervangen door een officiële
HYUNDAI-dealer.✽✽
AANWIJZING
Vervang het filter overeenkomstig het onderhoudsschema.
Als er onder ongunstige omstandig
-heden gereden wordt, bijvoorbeeld in
een stoffige omgeving of op slechte
wegen, moet het interieurfilter vaker
worden gecontroleerd en indien nodig
worden vervangen.
We adviseren u het systeem te laten
controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer als de
luchtopbrengst plotseling afneemt.
1LDA5047
Buitenlucht
Gerecirculeerde lucht
Interieurfilter Aanjager
erdamper
Kachelradiateur
Page 269 of 710

Kenmerken van uw auto
170
4
✽✽
AANWIJZING
Bedek de sensor op het dashboard nooit,
zodat een optimale werking van het
verwarmings- en airconditionings
-systeem gegarandeerd blijft.
Handmatig bediende verwarming
en airconditioning
Het verwarmings- en airconditioningssysteem kan ook
handmatig geregeld worden met
drukknoppen of met andere toetsen dan
de toets AUTO. In deze stand werkt het
systeem sequentieel, afhankelijk van de
gekozen toetsen of knoppen.
1. Start de motor.
2. Zet de luchtcirculatietoets in de gewenste stand.
Voor een effectieve verwarming en koeling:
- Verwarmen :
- Koelen :
3. Stel de temperatuur in op de gewenste waarde.
4. Schakel de stand BUITENLUCHT in met de luchttoevoertoets.
5. Zet de aanjager op de gewenste snelheid.
6. Als u de uitstromende lucht gekoeld wilt hebben, kunt u het
airconditioningssysteem aanzetten.
Druk op toets AUTO om weer over te
schakelen naar de volledig automatischeregeling.Luchtcirculatie
De luchtcirculatietoets regelt de circulatie
van de lucht door het ventilatiesysteem.
De lucht wordt op de volgende manier
over de uitstroomopeningen verdeeld: Zie de afbeelding in "Handbediend
verwarmings- en ventilatiesysteem".
ODM042336
ODM042288
Page 271 of 710

Kenmerken van uw auto
172
4
Uitstroomopeningen dashboard De uitstroomopeningen kunnen
afzonderlijk worden geopend of gesloten
met het wieltje.
Met de hendel in de ventilatieroosters
kunt u de richting van de luchtstroom uit
deze ventilatieroosters afstellen, zoals in
de afbeelding is aangegeven.
Temperatuurregeltoets
Als op de toets wordt gedrukt, neemt
de temperatuur maximaal (HIGH) toe.
Als op de toets wordt gedrukt, neemt
de temperatuur minimaal (LOW) af.
De temperatuur wordt telkens met 0,5°C
verhoogd of verlaagd. Als de laagste
temperatuur is ingesteld, zal de
airconditioning continu werken. De temperatuur afzonderlijk instellen
voor bestuurder en passagier
1. Druk op toets DUAL om de tempera-
tuur afzonderlijk te kunnen regelen
voor de bestuurderszijde en de
passagierszijde. Bovendien zal, als de
temperatuurregeltoets voor de
passagierszijde wordt ingedrukt,
automatisch de stand DUAL worden
ingeschakeld.
2. Bedien de temperatuurregeltoetsen voor de bestuurderszijde om de
temperatuur aan bestuurderszijde in
te stellen. Bedien de
temperatuurregel-toetsen voor de
passagierszijde om de temperatuuraan passagierszijde in te stellen.
ODMECL2003
■
Bestuurderszijde
■Passagierszijde
ODM042291
■
Type A
■Type BODM042279
Page 278 of 710

4179
Kenmerken van uw auto
Na gebruik van de airconditioning kanonder de rechterzijde van de auto een
plas heldere vloeistof gelekt zijn. Dit is
een normaal verschijnsel tijdens de
werking van het systeem.
Als de stand RECIRCULATIE wordt gebruikt wanneer het airconditionings-
systeem ingeschakeld is, wordt wel
een maximaal koeleffect bereikt, maar
kan het gebruik van deze stand
gedurende een langere tijd ertoe
leiden dat de lucht in het interieur muf
wordt.
Tijdens de werking van de aircondi- tioning ziet u het motortoerental zo nu
en dan iets veranderen wanneer de
aircocompressor inschakelt. Dit is een
normaal verschijnsel tijdens de
werking van het systeem. Interieurfilter
Het interieurfilter, dat achter het
dashboardkastje is gemonteerd, filtert de
lucht die via het verwarmings- enairconditioningssysteem naar het
interieur wordt gevoerd. Als het filter in de
loop van de tijd verstopt raakt door stof
en andere verontreinigingen, neemt de
luchttoevoer via de uitstroomopeningen
af en kan de voorruit aan de binnenzijdebeslaan, ook al is de stand
BUITENLUCHT gekozen. Als dat het
geval is, adviseren we u het interieurfilter
te laten vervangen door een officiële
HYUNDAI-dealer.✽✽
AANWIJZING
Vervang het filter overeenkomstig het onderhoudsschema.
Als er onder ongunstige omstandig
-heden gereden wordt, bijvoorbeeld in
een stoffige omgeving of op slechte
wegen, moet het interieurfilter vaker
worden gecontroleerd en indien nodig
worden vervangen.
We adviseren u het systeem te laten
controleren door een officiële
HYUNDAI-dealer als de
luchtopbrengst plotseling afneemt.
1LDA5047
Buitenlucht
Gerecirculeerde lucht
Interieurfilter Aanjager
erdamper
Kachelradiateur
Page 284 of 710

4185
Kenmerken van uw auto
Opbergvak middenconsole
Druk de hendel in en til het deksel
omhoog om het opbergvak in demiddenconsole te openen.Dashboardkastje
De klep van het dashboardkastje kan
met een sleutel vergrendeld en
ontgrendeld worden (1).
Druk om het dashboardkastje te openen op de knop (2) en het dashboardkastjegaat automatisch open (3).
Sluit het dashboardkastje na gebruik.
OPBERGVAK
WAARSCHUWING - Brandbare materialen
Bewaar geen aanstekers of andere
brandbare of explosieve materialen
in de auto. Deze kunnen ontploffen
of vlam vatten wanneer de auto
gedurende lange tijd blootgesteld
staat aan hoge temperaturen.
OPMERKING
Laat geen waardevolle spullen achter in de opbergvakken, om
diefstal te voorkomen.
Houd de deksels van de opbergvakken tijdens het rijdengesloten. Plaats niet te veel
voorwerpen in de opbergvakken om te voorkomen dat de dekselsniet gesloten kunnen worden.
ODMECO2033
ODMECO2032
■ Type A
■Type BODM042304
Page 285 of 710

Kenmerken van uw auto
186
4
Koelbox (indien van toepassing)
U kunt blikjes frisdrank en andere zaken
koelen in het dashboardkastje.
1. Schakel de airconditioning in.
2. Schuif het hendeltje (1) van de
uitstroomopening in het dashboard- kastje in de stand open.
3. Sluit de uitstroomopening met het hendeltje (1) als de koelbox niet wordt
gebruikt.
✽✽AANWIJZING
Als voorwerpen in de koelbox de
ventilatie blokkeren, wordt de efficiëntie
van het koelen van de koelbox
verminderd.
WAARSCHUWING
Leg geen bederfelijke etenswaren
in de koelbox, want deze kan
mogelijk niet de vereiste lagetemperatuur behouden die
noodzakelijk is om deze
etenswaren vers te houden.WAARSCHUWING
Houd het dashboardkastje tijdens
het rijden altijd gesloten om de
kans op letsel in geval van eenaanrijding of bij plotseling remmente verminderen.
OPMERKING
Bewaar geen etenswaren gedurende langere tijd in het
dashboardkastje.
ODM042306
Page 308 of 710

4209
Kenmerken van uw auto
(Vervolg) Zet het contact AAN voordat u dit apparaat gebruikt. Gebruik hetaudiosysteem niet gedurendelangere perioden met het contact
UIT omdat hierdoor de accu leegkan raken.
Stel het apparaat niet bloot aan ernstige schokken en laat het niet
vallen. Directe druk op devoorzijde van de monitor kanschade veroorzaken aan het LCD of touchscreen.
Wanneer u het apparaat schoonmaakt, moet u hetapparaat uitschakelen en eendroge, zachte doek gebruiken.Gebruik nooit ruwe materialen,
chemische doeken ofoplosmiddelen (alcohol, benzeen,thinner, enz.) omdat dergelijkemiddelen het paneel van het
apparaat kunnen beschadigen ofverkleuringen kunnen veroorzaken.
(Vervolg)(Vervolg) Plaats geen dranken in de buurt van het audiosysteem. Als umorst met dranken kan dit leidentot storingen in het systeem.
Als er sprake is van een storing, neem dan contact op met uwleverancier of servicecentrum.
Wanneer het audiosysteem in een elektromagnetische omgeving
wordt geplaatst, ontstaat mogelijkruis.
Voorkom dat bijtende vloeistoffen als parfum en cosmetische oliënin aanraking komen met het
dashboard, omdat deze beschadiging of verkleuringkunnen veroorzaken.OPMERKING
Als u het apparaat gebruikt tijdens het rijden, kan dit leiden
tot ongelukken omdat uonvoldoende op uw omgeving let.Parkeer eerst de auto voordat u het apparaat gebruikt.
Pas het volume zodanig aan dat u ook de geluiden buiten de autokunt horen. Als het volume te hoog is en u geluiden buiten de
auto niet kunt horen, kan datleiden tot ongelukken.
Let op het volume wanneer u het apparaat inschakelt. Eenplotseling zeer hoog volume bij
het inschakelen van het apparaatkan leiden totgehoorbeschadigingen. (Pas het volume aan tot een aanvaardbaar
niveau voordat u het apparaatinschakelt.)
Als u het apparaat op een andere positie wilt installeren, informeerdan bij uw leverancier of
servicecentrum. Er is technischekennis vereist om het apparaat teinstalleren of te demonteren.
(Vervolg)
Page 533 of 710

565
Rijden met uw auto
Het systeem signaleert de rijstrook met
de sensor op de voorruit en waarschuwt
u wanneer de auto de rijstrook verlaat.LANE DEPARTURE WARNING SYSTEM (LDWS) (INDIEN VAN TOEPASSING)
WAARSCHUWING
Het LDWS helpt de bestuurder niet bij het veranderen van
rijstrook. Het is de
verantwoordelijkheid van de
bestuurder om altijd de
verkeerssituatie te controleren.
Geef geen ruk aan het stuurwiel wanneer het LDWS u waarschuwt
dat de auto de rijstrook verlaat.
Als de sensor de rijstrook niet kan signaleren of als de
rijsnelheid niet hoger is dan 60
km/h, dan waarschuwt het LDWS
u niet, zelfs als de auto de
rijstrook verlaat.
Als de voorruit van uw auto getint glas heeft, als hij is voorzien vaneen coating of als er een
accessoire op is bevestigd,
functioneert het LDWS mogelijkniet goed.
Laat geen water of andere vloeistoffen op de LDWS-sensor
terechtkomen.
Verwijder de onderdelen van de sensor niet en stel de sensor niet
bloot aan krachtige schokken.
(Vervolg)(Vervolg)
Plaats geen voorwerpen op hetdashboard die lichtstralen reflecteren.
Controleer altijd de verkeerssituatie, omdat u de
waarschuwingszoemer mogelijk
niet hoort doordat het
audiosysteem is ingeschakeld of
door geluiden van buitenaf.
ONCDCO3052
ODM052048