display Hyundai Grand Santa Fe 2015 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2015, Model line: Grand Santa Fe, Model: Hyundai Grand Santa Fe 2015Pages: 710, PDF Size: 44.66 MB
Page 462 of 710
![Hyundai Grand Santa Fe 2015 Handleiding (in Dutch) 4363
Kenmerken van uw auto
Klok/kalender instellen
Klokinstelling
Druk op de toets Selecteer
[Clock/Calendar] (klok/kalender)
Selecteer [Clock Settings](klokinstellingen)
Gebruik de toetsen , om Hyundai Grand Santa Fe 2015 Handleiding (in Dutch) 4363
Kenmerken van uw auto
Klok/kalender instellen
Klokinstelling
Druk op de toets Selecteer
[Clock/Calendar] (klok/kalender)
Selecteer [Clock Settings](klokinstellingen)
Gebruik de toetsen , om](/img/35/14773/w960_14773-461.png)
4363
Kenmerken van uw auto
Klok/kalender instellen
Klokinstelling
Druk op de toets Selecteer
[Clock/Calendar] (klok/kalender)
Selecteer [Clock Settings](klokinstellingen)
Gebruik de toetsen , om het uur,
de minuten en de optie AM/PM in testellen.
✽✽AANWIJZING
Houd de toets ingedrukt
(langer dan 0,8 seconden) om de klok en
de kalender in te stellen.
Kalenderinstellingen
Druk op de toets Selecteer
[Clock/Calendar] (klok/kalender)Selecteer [Calendar Settings]
(kalenderinstellingen)
Gebruik de toetsen , om de dag, de maand en het jaar in te stellen.
Klokweergave
Druk op de toets Selecteer
[Clock/Calendar] (klok/kalender)
Selecteer [Clock Display (Power off)]
(klokweergave bij audio uit)
Deze functie wordt gebruikt om een klok
op het scherm weer te geven wanneer
het audiosysteem is uitgeschakeld.SETUP SETUP
CLOCK
SETUP
Page 483 of 710

515
Rijden met uw auto
Zelfs als de Smart Key zich in de autobevindt, maar op enige afstand van u, zal de motor mogelijk niet aanslaan.
Wanneer de toets Engine Start/Stop in stand ACC of daarboven staat,
controleert het systeem of de Smart
Key aanwezig is wanneer een van de
portieren geopend wordt. Als de Smart
Key zich niet in de auto bevindt, gaathet controlelampje “”
branden en
verschijnt op het instrumentenpaneel
en het LCD-display de melding "Smart
Key niet in auto" (of "Key not in
vehicle"). En wanneer alle portieren
gesloten worden, zal de zoemer 5
seconden klinken. Het controlelampje
of de waarschuwing dooft wanneer de
auto rijdt. Zorg dat u altijd de Smart
Key bij u hebt.
OPMERKING
Probeer de selectiehendel niet in
stand P te zetten wanneer de motor tijdens het rijden afslaat. Als de verkeersomstandigheden hettoelaten kunt u de selectiehendel in
stand N (vrijstand) zetten terwijl deauto nog rijdt en vervolgens de toets Engine Start/Stop indrukkenom te proberen de motor opnieuw
te starten.WAARSCHUWING
De motor zal alleen aanslaan
wanneer de Smart Key zich in de
auto bevindt. Laat kinderen of anderen die niet
vertrouwd zijn met de auto nooit de
toets Engine Start/Stop of
aanverwante onderdelen aanraken.
Page 534 of 710

Rijden met uw auto
66
5
Om het LDWS in te schakelen, drukt u op de toets terwijl de toets ENGINE
START/STOP in stand ON staat. Hetcontrolelampje op het
instrumentenpaneel gaat branden. Druk
opnieuw op de toets om het LDWS uit te
schakelen.
De kleur van het symbool is afhankelijk
van de conditie van het LDWS.
- Wit : De sensor signaleert geen
rijstrookmarkering.
- Groen : De sensor signaleert de
rijstrookmarkering. Als uw auto de rijstrook verlaat terwijl het
LDWS is ingeschakeld en de rijsnelheid
hoger is dan 60 km/h, dan werkt de
waarschuwing als volgt:
1. Visuele waarschuwing
Als u de rijstrook verlaat, knippert de
rijstrook die u verlaat geel op het LCD-
display met een interval van 0,8 s.
2. Hoorbare waarschuwing
Als u de rijstrook verlaat, klinkt het
waarschuwingsgeluid met een interval
van 0,8 s.
ONC053002
ONC053003
ONC053004
ONC053005
■
Wanneer de sensor de rijstrookmarkering
signaleert■ Waarschuwing bij het overschrijden van de
linker rijstrookmarkering
■ Wanneer de sensor de rijstrookmarkering niet
signaleert
■ Waarschuwing bij het overschrijden van de
rechter rijstrookmarkeringONC053001
Page 570 of 710

69
Wat te doen in een noodgeval
CONTROLESYSTEEM LAGE BANDENSPANNING (TPMS) - TYPE A (INDIEN VAN TOEPASSING)(1) Waarschuwingslampje lagebandenspanning /
Controlelampje storing TPMS
(2) Waarschuwingslampje positie lage bandenspanning
(aangegeven op LCD-display)
Controleer iedere maand bij koude
banden of de bandenspanning van
alle banden, inclusief het reservewiel
(indien van toepassing),
overeenkomt met de aanbevolen
spanning op het voertuigplaatje of
het bandenspanningslabel. (Als de
bandenmaat van uw auto niet
overeenkomt met de bandenmaat op
het voertuigplaatje of hetbandenspanningslabel, dient u de
juiste spanning voor deze banden tebepalen.)
Voor extra beveiliging is uw auto
uitgerust met een controlesysteemlage bandenspanning (TPMS) dat
ervoor zorgt dat een
waarschuwingslampje lage
bandenspanning gaat branden
wanneer de bandenspanning vaneen of meerdere band(en)
aanmerkelijk te laag is. Wanneer het waarschuwingslampje
lage bandenspanning brandt, dient u
de auto dus stil te zetten, de banden
zo snel mogelijk te controleren en zeop de juiste spanning te brengen.
Rijden op banden waarvan de
bandenspanning te laag is, heeft
oververhitte en mogelijk
beschadigde banden tot gevolg. Te
lage bandenspanning levert een
hoger brandstofverbruik op, verkort
de levensduur van de banden en
heeft mogelijk invloed op de
rijeigenschappen van de auto en de
remweg.
Het TPMS dient niet ter vervanging
van onderhoud van de banden te
worden gebruikt. Het is de
verantwoordelijkheid van debestuurder dat de banden op dejuiste spanning zijn, ook al is de
bandenspanning nog niet zo laag dat
het waarschuwingslampje gaat
branden.
Uw auto is tevens uitgerust met een
controlelampje storing TPMS dat
aangeeft wanneer het systeem niet
goed werkt.
ODMEEM2004
ODM062002■
Type A
■Type C
ODMEEM2005/ODMEEM2005HO
■ Type B
Page 572 of 710

611
Wat te doen in een noodgeval
Wanneer de waarschuwingslampjes
van het controlesysteem lage
bandenspanning branden en een
waarschuwingsmelding wordt
weergegeven op het LCD-display in
het instrumentenpaneel, is de
bandenspanning van een of
meerdere band(en) te laag. Het
waarschuwingslampje positie lage
bandenspanning geeft aan welkeband een te lage bandenspanningheeft doordat het bijbehorende
lampje gaat branden.
Wanneer een van deze
waarschuwingslampjes gaat
branden of wanneer een
waarschuwingsmelding verschijnt op
het LCD, verminder dan onmiddellijk
snelheid, vermijd scherp aansnijden
van bochten en anticipeer op een
langere remweg. Zet de auto zo snelmogelijk stil en controleer debanden. Breng de banden op de juiste
spanning zoals aangegeven op het
voertuigplaatje of hetbandenspanningslabel op de
middenstijl aan bestuurderszijde.Vervang de band met een te lagebandenspanning door het
reservewiel als u geen tankstation
kunt bereiken of als de band lek is.
Wanneer u de band met lage druk
vervangen hebt door de reserveband
en u rijdt ongeveer 10 minuten met
een snelheid boven 25 km/uur, zal
een van de volgende dingengebeuren:
Het controlelampje storing TPMS
knippert gedurende ca. 1 minuut
en blijft daarna branden omdat deTPMS-sensor niet op het
reservewiel is gemonteerd.
(reservewiel met sensor niet inauto)
Het controlelampje storing TPMS blijft continu branden tijdens het
rijden omdat de TPMS-sensor niet
op het reservewiel is gemonteerd.
(reservewiel met sensor in auto)OPMERKING
Mogelijk gaat het
waarschuwingslampje lagebandenspanning in de winter of bij koud weer branden als debanden bij warm weer op deaanbevolen spanning zijngebracht. Het betekent niet dat uw TPMS defect is, omdat delagere temperatuur eenevenredig lagere bandenspanning tot gevolgheeft.
Controleer de bandenspanningen stel deze af wanneer u vaneen warm gebied naar een koud gebied of vice versa rijdt, ofwanneer de buitentemperatuuraanmerkelijk toe- of afneemt.
Page 576 of 710

615
Wat te doen in een noodgeval
CONTROLESYSTEEM LAGE BANDENSPANNING (TPMS) - TYPE B (INDIEN VAN TOEPASSING) (1) Waarschuwingslampje lage
bandenspanning/controlelampje
storing TPMS
(2) W aarschuwingslampje positie
lage bandenspanning enaanduiding bandenspanning
(aangegeven op LCD-display)
❈ TPMS : Tire Pressure Monitoring
System Controleer de bandenspanning
U kunt de bandenspanning
controleren in de informatiemodus
op het instrumentenpaneel.
- Zie "Modus gebruikersinstellingen"in hoofdstuk 4.
ODM064024L
■ Type A
■ Type B
ODM064021L/ODM064021HO
ODM064023L
ODM062002■Type A
ODM064020L/ODM064020HO
■Type B
Page 577 of 710

Wat te doen in een noodgeval
16
6
De bandenspanning wordt 1 - 2
minuten na het rijden weergegeven.
Als de bandenspanning niet wordt weergegeven nadat de auto tot
stilstand is gebracht, wordt de
melding "Rijden om weer te geven"
(Drive to display) getoond.Controleer de bandenspanning na
het rijden.
U kunt de bandenspanningseenheid wijzigen
in de Modus gebruikersinstellingen
op het instrumentenpaneel.
- psi, kpa, bar (zie "Modusgebruikersinstellingen" in hoofdstuk 4). Bandenspanningscontrole-
systeem
Controleer iedere maand bij koude
banden of de bandenspanning van
alle banden, inclusief het reservewiel
(indien van toepassing),
overeenkomt met de aanbevolen
spanning op het voertuigplaatje of
het bandenspanningslabel. (Als de
bandenmaat van uw auto niet
overeenkomt met de bandenmaat op
het voertuigplaatje of hetbandenspanningslabel, dient u de
juiste spanning voor deze banden tebepalen.) Voor extra beveiliging is uw auto
uitgerust met eenbandenspanningscontrolesysteem
(TPMS) dat ervoor zorgt dat een
waarschuwingslampje lage
bandenspanning gaat branden
wanneer de bandenspanning vaneen of meerdere band(en)
aanmerkelijk te laag is. Wanneer het
waarschuwingslampje lage
bandenspanning brandt, dient u de
auto dus stil te zetten, de banden zo
snel mogelijk te controleren en ze op
de juiste spanning te brengen. Rijden
op banden waarvan de
bandenspanning te laag is, heeft
oververhitte en mogelijk
beschadigde banden tot gevolg. Te
lage bandenspanning levert een
hoger brandstofverbruik op, verkort
de levensduur van de banden en
heeft mogelijk invloed op de
rijeigenschappen van de auto en de
remweg.
WAARSCHUWING
Een te hoge of te lage bandenspanning kan de
levensduur van de band
reduceren, een negatief effect
hebben op de rijeigenschappenen tot een klapband leiden
waardoor u de macht over het
stuur kunt verliezen, hetgeen
kan leiden tot een ongeval.