radio Hyundai H-1 (Grand Starex) 2006 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2006, Model line: H-1 (Grand Starex), Model: Hyundai H-1 (Grand Starex) 2006Pages: 247, PDF Size: 11.05 MB
Page 6 of 247

SA050A1-FXWAARSCHUWING M.B.T. STEREO GELUIDSINSTALLATIES
Uw wagen is voorzien van elektronische componenten en in sommige gevallen van een elektronische benzine-inspuiting. Een onvakkundig gemonteerde stereo radio kan een zeernadelige invloed op dergelijke elektronische systemen uitoefenen. Daarom adviseren wij ude inbouwinstructies van de fabrikant van het radiotoestel strikt op te volgen of de montagevan een radio aan uw Hyundai dealer over te laten.
!
SA040A1-FX
LET OP : WIJZIGINGEN AAN UW HYUNDAI
Het uitvoeren van wijzigingen kan het verlies van garantie tot gevolg hebben. Het is niet toegestaan uw Hyundai op welke manier dan ook te wijzigen. Wijzigingen kunneneen zeer nadelige invloed hebben op de veiligheid, betrouwbaarheid en de prestaties vanuw Hyundai. Het wijzigen van componenten of het monteren van extra componentenhetgeen schade tot gevolg heeft, vallen niet onder de garantie van de wagen.
Page 112 of 247

2INSTRUMENTEN & BEDIENINGSORGANEN
46STEREO GELUIDSINSTALLATIE
Bergen
Gebouwen
Belemmerd gebied
FM radiostation
ijzeren bruggenOnbelemmerd gebied
FM signalen worden met een hoge frequentie uitgezonden en volgen hierbij niet het aardoppervlak. Daaromontstaat bij FM uitzendingen op een relatief korte afstand van het radiostation vervorming. Bovendienondervinden FM signalen nadelige invloeden door gebouwen, bergen of andere obstakels. Dit kan eengeluidsweergave tot gevolg hebben waardoor u veronderstelt dat uw geluidsinstallatie niet in orde is. Devolgende condities zijn normaal en duiden niet op een storing:
radiostation, andere krachtige stations of de aanwezigheid van gebouwen,bruggen of grotere obstakels in het desbetreffende gebied.
SR010A1-FX (Indien gemonteerd) De werking van een autoradio
FM-ontvangst Ionosfeer
AM en FM radiosignalen worden door het radiostation uitgezonden. Deze signalen worden ontvangen door de radioantenne op het spatscherm vanuw wagen. Dit signaal wordt dan ontvangen door de radio en doorgestuurd naar de luidsprekers.Als een krachtig radiosignaal uw wagen bereikt zorgt de moderne techniek van uw geluidsinstallatie voor een hogekwaliteit van de geluidsweergave. In sommige gevallen is het ontvangen signaal echter niet krachtig en helder.Dit kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld de afstand tot het
B750A01L AM-ontvangst
Ionosfeer
B750A02L
B750A03L
In het algemeen is de ontvangst van AM signalen beter dan van FM signalen. Dit komt doordat AMradiogolven met een lage frequentie worden uitgezonden. Deze lange golven met een lage frequentie volgenhet aardoppervlak en verplaatsen zich niet recht in de atmosfeer. Bovendien ontwijken ze obstakels zodat over hetalgemeen een betere signaal- weergave het gevolg is. Daarom kan een AM uitzending over een grotereafstand dan een FM uitzending worden ontvangen.
Page 113 of 247

2
INSTRUMENTEN & BEDIENINGSORGANEN
47
B750B02Y-AXT Gebruik van een mobiele telefoon of radiozender Bij gebruik van een mobiele telefoon in de auto kan de audio-apparatuurstorende geluiden voortbrengen. Dit betekent niet dat er iets verkeerd is met de audio-apparatuur. In dat gevalmoet de mobiele telefoon op een zo groot mogelijke afstand van de audio- apparatuur worden gebruikt.
!
LET OP:
Bij gebruik van een mobiele telefoon of een radiozender in de auto, moet een afzonderlijke antenne wordengemonteerd. Door het gebruik van een mobiele telefoon of radiozender met een interne antenne, kunnenstoringen aan de elektrische installatie van de auto worden veroorzaakt en kan de veiligewerking van de auto in gevaar komen.
o Vervorming. Tijdens het rijden kan
de afstand ten opzichte van het radiostation gewijzigd worden, hetsignaal wordt zwakker en er treedt vervorming op. In een dergelijk geval adviseren wij u op een ander enkrachtiger station af te stemmen.
o "Flutter" - Zwakke FM signalen of
grote obstakels tussen de zendenen de radio vervormen het signaal waardoor er flutter ontstaat. Deze storing kan iets worden onderdruktdoor de hoge tonen te verminderen. o Bij het zwakker worden van het FM
signaal is het mogelijk dat het signaalvan een nabij gelegen, krachtigezender op dezelfde frequentie wordt ontvangen. Dit komt omdat uw radio is ontworpen om op het sterkste signaalaf te stemmen. In dit geval adviseren wij u een andere zender op te zoeken.
o Als radiosignalen vanuit diverse
richtingen worden ontvangen heeft ditvervorming tot gevolg. Dit kan worden veroorzaakt door een direct en eengereflecteerd signaal van hetzelfde station of door signalen van twee sta- tions met dicht bij elkaar liggendefrequenties. In dit geval adviseren wij u op een andere zender af te stemmen.
B750A04L
B750A05L
Page 117 of 247

2
INSTRUMENTEN & BEDIENINGSORGANEN
51ANTENNE
SR050B1-FX Handbediende antenne De wagen is voorzien van een handbediende roestvrijstalen antenne voor het ontvangen van zowel AM als FM signalen. Trek de antenne uit zoalsop de afbeelding wordt aangegeven. N.B.: Let erop dat de antenne geheel is ingeschoven voordat u een automatische wasinstallatie of een lage ruimte binnenrijdt. B870C02P
Wanneer een cassette erg koud ofwarm is, moet worden gewacht totdeze weer de normale temperatuur heeft bereikt alvorens hem in het toestel aan te brengen.
YB790B2-AX Elektrische antenne (Indien aanwezig)
De antenne zal automatisch omhoog komen zodra de radio wordt aangezet, en de contact sleutel op "ON" of "ACC" staat. De antenne zal automatisch teruggaan als de radio wordt uitgezet, of het contactslot op "LOCK" wordt gezet. B870B02P
Page 118 of 247

2INSTRUMENTEN & BEDIENINGSORGANEN
52
!
LET OP:
o Voordat u de radio aanzet zorg ervoor dat niemand door de antenne gewond kan raken.
o Zorg ervoor dat de antenne is ingeduwd als de auto door eenwasstraat gaat of onder een laagvoorwerp doorrijdt.
o Houd de antenne schoon i.v.m.
gebreken voorkoming.
Page 122 of 247

3RIJDEN MET UW HYUNDAI
4
C070C01E-1
SC090D1-FX Het verwijderen van de contactsleutel(Handgeschakeldeversnellingsbak)(Indien gemonteerd)
1. Plaats de contactsleutel in de stand
"ACC".
2. Druk de contactsleutel in en draai
deze tegelijkertijd tegen de klok in van stand "ACC" naar stand "LOCK".
3. De sleutel kan in de stand "LOCK"
verwijderd worden.LOCK
ACC
ON
START
N.B.: Bedien de startmotor niet langer dan 15 seconden achtereen.
o "ON" In deze stand is de ontsteking ingeschakeld en kunnen alleelektrische accessoires in werking worden gesteld. Als de motor niet draait mag de contactsleutel niet in de "ON"stand blijven staan. Hierdoor wordt de accu ontladen en kan schade aan het ontstekingssysteem ontstaan. N.B.: Zie voor meer informatie de rubriek "Starten van de motor".
o "ACC" Met de contactsleutel in de stand "ACC" kunnen de radio en sommige andereelektrische verbruikers worden ingeschakeld. o "LOCK" In deze stand kan de contactsleutel worden verwijderd of aangebracht.Als beveiliging tegen diefstal treedt het stuurslot in werking als de contactsleutel wordt verwijderd. N.B.: Om het stuurwiel te ontgrendelen moet de contactsleutel wordenaangebracht en moeten het stuurwiel en de sleutel gelijktijdig worden gedraaid.
Page 177 of 247

4
CORROSION PREVENTION AND APPEARANCE CARE
29
4
IN GEVAL VAN PECH
29
zekeringen worden gecontroleerd.
4. Druk de nieuwe zekering met
hetzelfde amperage op zijn plaats. De zekering moet goed worden aangebracht. Als u niet in het bezitbent van een extra zekering, gebruik dan een zekering van hetzelfde of een lager amperage van eenverbruiker die u tijdelijk buiten werking kunt stellen. Bijvoorbeeld de radio of de sigarettenaansteker.Vergeet niet deze zekering te vervangen.
G200B02A
Goed
Doorgebrand
!
LET OP:
Een doorgebrande zekering is een indicatie van een storing in een elektrisch circuit. Als de zekering na het vervangen direct weerdoorbrandt, moet de storing door een Hyundai dealer worden opgespoord en verholpen. Eenzekering mag nooit door een zekering met een hoger amperage worden vervangen. De montage vaneen zwaardere zekering kan beschadigingen of brand tot gevolg hebben. N.B.: Zie bladzijde 4-40 voor de beschrijving van de zekeringhouder. KOPLAMPEN AFSTELLEN
G290A03P-GXT Bij het afstellen van de koplampen moet de volgende procedure worden aangehouden.
1. Controleer of de spanning van alle banden correct is.
2. Plaats de auto op een vlakke vloer
en druk de voorbumper en de achterbumper enkele malen naar beneden.
3. Zorg ervoor dat de auto niet is beladen (het peil van de koelvloeistofen de motorolie moet correct zijn ende brandstoftank gevuld; reservewiel, krik en gereedschap moeten zich op hun plaatsbevinden). De bestuurder of een voorwerp met een overeenkomstig gewicht moet zich op debestuurdersstoel bevinden.
4. Reinig de koplampglazen en schakel
het dimlicht in.