Lamp Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 345 of 540

5-67
Rijden met uw auto
5
• Bij het rijden op een nat wegdek.
• Bij het rijden door een groot gebiedmet weinig auto's of gebouwen e.d.
in de buurt, zoals een woestijn, hetplatteland, enz.
• Er is een groot voertuig in de buurt, zoals een bus of vrachtwagen.
• Als andere voertuigen zich dicht bij uw auto bevinden.
• Als het andere voertuig zeer dicht nadert.
• Wanneer het gesignaleerde voertuig ook achteruitrijdt terwijl
uw auto achteruitrijdt.
• Tijdens het wisselen van rijstrook.
• Als uw auto gelijktijdig weggereden is met de auto naast u en geaccelereerd heeft.
• Als het andere voertuig met zeer hoge snelheid passeert. • Als het voertuig op de
naastliggende rijstrook één
rijstrook opschuift ten opzichte van
u OF als het voertuig op de tweede
rijstrook naast u opschuift naar de
naastliggende rijstrook.
• De auto slaat links- of rechtsaf op een kruising.
• Er is een (motor)fiets in de buurt.
• Er bevindt zich een platte aanhanger in de buurt.
• Als er zich kleine objecten binnen het detectiebereik bevinden, zoals
een winkelwagen, een
wandelwagen of een voetganger
• Bij een auto met een geringe hoogte, zoals een sportauto.
Het controlelampje BCW in de
buitenspiegel werkt mogelijk niet
goed wanneer:
•Het buitenspiegelhuis beschadigd is.
• De spiegel bedekt is met vuil,sneeuw e.d.
•
De ruit bedekt is met vuil, sneeuw e.d.
• De ruit getint is.
Page 347 of 540

5-69
Rijden met uw auto
5
Het waarschuwings- lampje in het LCD-
display gaat branden alsu het FCA -systeem
uitschakelt. De bestuurder kan de
AAN/UIT-status van de FCA aflezen
op het LCD-display. Het
waarschuwingslampje gaat ook
branden als de ESC (Electronic
Stability Control) is uitgeschakeld.
Als het waarschuwingslampje AAN
blijft terwijl de FCA geactiveerd is,
adviseren we u het systeem te laten
nakijken door een officiële Hyundai-
dealer.
• De bestuurder kan de waarschuwingstijd instellen op het
LCD-display.
Ga naar 'Gebruikersinstellingen →
Bestuurdershulp →FCW
(Waarschuwing kop-staartbotsing →
Late waarschuwing/Normaal/Vroege
waarschuwing' Dit zijn de opties voor Forward
Collision Warning:
- Vroeg waarschuwing:
Bij deze keuze wordt Forward
Collision Warning eerder
geactiveerd dan normaal. Deze
instelling hanteert een maximale
afstand tussen het voorgaande
voertuig of een voetganger voordat
de eerste waarschuwing wordt
geactiveerd.
Hoewel 'Vroeg waarschuwing' is
geselecteerd, lijkt de aanvankelijke
waarschuwings-activeringstijd
mogelijk niet snel wanneer uw
voorligger plotseling stopt.
Als u vindt dat de waarschuwing te
vroeg gegeven wordt, stelt u dan de
Forward Collision Warning in op
"Normal".
- Normaal: Bij deze keuze wordt Forward
Collision Warning op de
standaardwijze geactiveerd. Deze
instelling hanteert eenstandaardafstand tussen het
voorgaande voertuig of een
voetganger voordat de eerste
waarschuwing wordt geactiveerd. - Late waarschuwing
Bij deze keuze wordt het Forward
Collision Warning later geactiveerd
dan normaal. Deze instelling
hanteert een geringere afstand
tussen het voorgaande voertuig of
een voetganger voordat de eerste
waarschuwing wordt geactiveerd.
Selecteer 'Late waarschuwing'
wanneer er weinig verkeer is en
wanneer de rijsnelheid laag is.
Voorwaarden voor activeren
De FCA kan worden geactiveerd als FCA is geselecteerd in het LCD-
display en als aan de volgende
voorwaarden is voldaan.
- De ESC (Electronic StabilityControl) is ingeschakeld.
- De rijsnelheid is hoger dan 10 km/h. (De FCA wordt uitsluitend
geactiveerd binnen een bepaaldsnelheidsbereik.)
- Het systeem signaleert een voetganger of een voorligger die u
mogelijk zal raken. (De FCA wordt
mogelijk niet geactiveerd of er klinkt
mogelijk een waarschuwingsgeluid
overeenkomstig de rijsituatie of de
toestand van de auto.)
Page 348 of 540

5-70
Rijden met uw auto
FCA-waarschuwingsmelding
en systeemregeling
De FCA geeft waarschuwings-
meldingen en waarschuwings-
alarmen overeenkomstig het risico
op een aanrijding, zoals bij het
plotseling stoppen van de auto vóór
u, een te korte remafstand of het
signaleren van een voetganger.
Verder regelt het systeem het
remsysteem overeenkomstig het
risico op een aanrijding. De bestuurder kan in de
Gebruikersinstellingen op het LCD-
scherm de waarschuwingstijd
instellen. De opties voor de
waarschuwingstijd voor de Forward
Collision Warning zijn Vroeg
waarschuwing, Normaal en Late
waarschuwing.
Botsing waarsch.(Eerste waarschuwing)
Deze waarschuwingsmelding
verschijnt op het LCD-display en er
klinkt een waarschuwingszoemer.
Daarnaast grijpt het
motormanagementsysteem in in
sommige voertuigsystemen om deauto te helpen decelereren.
- Uw rijsnelheid neemt mogelijkenigszins af.
- Het FCA-systeem regelt de remmen in beperkte mate om
preventief de impact van een
aanrijding te beperken.
•Breng de auto op een veilige
plaats volledig tot stilstand
voordat u de schakelaar op hetstuurwiel bedient om het FCA-
systeem in/uit te schakelen.
•De FCA wordt automatisch
geactiveerd nadat de
startknop in stand ON is gezet.
De bestuurder kan de FCAdeactiveren door desysteeminstelling in het LCD-
display uit te schakelen.
•De FCA wordt automatisch
gedeactiveerd als de ESC
(elektronische stabiliteitsre-
geling) wordt uitgeschakeld.
Als de ESC is uitgeschakeld,
kan de FCA niet worden
geactiveerd in het LCD-display.
Het waarschuwingslampje FCA
gaat branden. Dit is normaal.
WAARSCHUWING
OOS057016L
Page 351 of 540

5-73
Rijden met uw auto
5
• Probeer de camera NOOIT zelf tedemonteren en stel de camera
niet bloot aan schokken.
• Als het volume van het audiosysteem van de auto hoog
is, zijn de waarschuwings-
signalen van het systeem
mogelijk niet hoorbaar.
Informatie
We adviseren u het systeem te laten
controleren door een officiële Hyundai-
dealer als:
• De voorruit is vervangen.
• De radarsensor of het afdekkapje raakt beschadigd of is vervangen.Waarschuwingsmelding en
waarschuwingslampje
Syst. Voor hulp bij vermijden kop-
staartbotsing (FCA) uitgeschakeld.
Radar is geblokkeerd
Wanneer de behuizing van de lens
van de sensor wordt geblokkeerd
door vuil, sneeuw, e.d., wordt de
werking van het FCA-systeem
mogelijk tijdelijk uitgeschakeld. Als
dit gebeurt, wordt er een waarschu-
wingsmelding weergegeven op het
LCD-display. Verwijder het eventueel aanwezige
vuil, sneeuw e.d en reinig de
behuizing van de lens van de
radarsensor voordat u het FCA-
systeem gebruikt.
Het systeem werkt normaal wanneer
vuil, sneeuw, e.d. is verwijderd.
De FCA werkt mogelijk niet goed in
een gebied (bijvoorbeeld een open
terrein) waar objecten niet wordengesignaleerd nadat het contact in
stand ON is gezet.
i
OOS057080L
Page 352 of 540

5-74
Rijden met uw auto
Storing in het systeem
Check syst. voor hulp bij vermijden
kop-staartbotsing
• Als de FCAniet goed werkt, gaat het
waarschuwingslampje FCA()
branden en verschijnt er gedurende
enkele seconden een
waarschuwingsmelding. Nadat de
melding is verdwenen, gaat het
hoofdwaarschuwingslampje ( )
branden. In dat geval adviseren we ude auto te laten controleren door
een officiële HYUNDAI-dealer.
• Als de
FCA -waarschuwingsmelding
wordt weergegeven, gaat mogelijk
ook het waarschuwingslampje ESC(elektronische stabiliteitsregeling)
branden.
•De FCA is een aanvullend systeem dat het
gebruiksgemak voor de
bestuurder vergroot. De
bestuurder blijft zelf
verantwoordelijk voor het
bedienen van de auto.
Vertrouw niet blindelings op
het FCA-systeem. Bewaar
altijd voldoende afstand tot de
voorligger, zodat u de autoveilig tot stilstand kunt
brengen en trap indien nodighet rempedaal in om de
rijsnelheid te verlagen.
•In bepaalde gevallen en onder bepaalde rijomstandigheden
wordt het FCA-systeem
mogelijk onbedoeld
geactiveerd. Deze eerste
waarschuwingsmelding ver-
schijnt op het LCD-display en
er klinkt een waarschuwings-
zoemer.
WAARSCHUWING ■ Type A■Type B
OOS057081L/OOS057082L Ook wordt in bepaalde
gevallen de voorligger of de
voetganger mogelijk niet
gesignaleerd door de
radarsensor voor of hetcameraherkenningssysteem.
Het FCA-systeem wordt
mogelijk niet geactiveerd en
de waarschuwingsmelding
wordt niet weergegeven.
•Zelfs als er een probleem is
met de remregelfunctie vanhet
FCA-systeem, werkt het
remsysteem in basis normaal.
De remregelfunctie voor het
vermijden van een aanrijding
wordt echter niet geactiveerd.
•Als zich een storing voordoet
in het FCA-systeem, wordt de
Forward Collision-Avoidance
Assist niet geactiveerd, ook alwerkt het remsysteemnormaal.
•Het FCA-systeem kan
geactiveerd worden tijdens het remmen en de auto kan
plotseling tot stilstand worden
gebracht, waardoor losse
objecten naar de passagiers
kunnen schuiven. Zet losse
objecten altijd goed vast.
Page 360 of 540

5-82
Rijden met uw auto
Werking LKA
In-/uitschakelen van het LKA- systeem:
Druk met het contact in stand ON op
de toets van het LKA-systeem op het
dashboard, links van het stuurwiel. Het controlelampje in het
instrumentenpaneel zal in eerste
instantie wit branden. Dit geeft aandat het LKA-systeem in de status
READY (gereed) en NOT ENABLED
(niet ingeschakeld) staat.
•Het systeem herkent
rijstrookmarkeringen via eencamera en bedient het
stuurwiel. Als de
rijstrookmarkeringen moeilijk
te herkennen zijn, werkt het
systeem daardoor mogelijkniet goed.
Raadpleeg “Beperkingen van het systeem”.
•Verwijder of beschadig geen
onderdelen die gerelateerd zijnaan het LKA-systeem.
•Het waarschuwingssignaal van
het LKA-systeem is mogelijkniet hoorbaar als het
geluidsvolume van hetaudiosysteem te hoog is
ingesteld.
•Plaats geen voorwerpen op het
dashboard die licht reflecteren,
zoals spiegels, wit papier enz.
Het systeem werkt mogelijk
niet goed wanneer zonlicht
wordt gereflecteerd.
•Houd het stuurwiel altijd vast wanneer het LKA-systeem is
ingeschakeld. Als u blijftrijden terwijl u het stuurwiel
niet vasthoudt nadat de
waarschuwing "Houd uwhanden op het stuur" is
gegeven, wordt het systeem
automatisch uitgeschakeld.
•Het stuurwiel wordt niet
continu bediend; als derijsnelheid te hoog is wanneer
u van rijstrook wisselt, wordt
de auto mogelijk niet door het
systeem bediend. De
bestuurder moet zich altijdaan de snelheidslimiethouden als het systeem
gebruikt wordt.
•Als u objecten aan het
stuurwiel bevestigt, assisteerthet systeem de besturing
mogelijk niet goed of werkt de
waarschuwing handen van
het stuur mogelijk niet goed.
•Als met een aanhanger rijdt moet u het LKA-systeem
uitschakelen.
OOS057034
Page 361 of 540

5-83
Rijden met uw auto
5
Onthoud dat de rijsnelheid ten minste
ongeveer 60 km/h moet zijn om de
status van het LKA-systeem te laten
overschakelen naar ENABLE
(inschakelen). Het controlelampje in
het instrumentenpaneel gaat groen
branden.De kleur van hetcontrolelampje is
afhankelijk van de status
van het LKA-systeem.
- Wit: De sensor signaleert geen
rijstrookmarkeringen of de
rijsnelheid is lager dan 60km/h.
- Groen: De sensor detecteert
rijstrookmarkeringen en hetsysteem is in staat de
besturing van de auto tebedienen.
Informatie
Wanneer het controlelampje (wit)
tijdens de vorige contactcyclus is
geactiveerd, wordt het systeem
ingeschakeld zonder extra regeling.
Als u nogmaals op de toets LKA
drukt, gaat het controlelampje in het
instrumentenpaneel uit. Activeren van het LKA-systeem
• Om het scherm van het LKA- systeem op het LCD-display van
het instrumentenpaneel weer te
geven, selecteert u de modus
ASSIST ( ). Zie "LCD-
displaymodi" in hoofdstuk 3 voor
meer informatie. • Wanneer beide rijstrookmarkeringen
worden gesignaleerd en aan alle
voorwaarden voor activering van het
LKA-systeem wordt voldaan, gaat
het stuurwielcontrolelampje groen
branden en verandert het
controlelampje van het LKA-systeem
van wit naar groen. Dit geeft aan dat het LKA-systeem zich in de status ENABLED
(ingeschakeld) bevindt en dat het
stuurwiel kan worden bediend.
i
OOS057035L
Het Lane Keeping Assist- systeem (LKA) is een systeem
dat moet voorkomen dat de
bestuurder onbedoeld zijn
rijstrook verlaat. De bestuurder
moet echter niet uitsluitend op
het systeem vertrouwen maartijdens het rijden altijd op derijomstandigheden letten.WAARSCHUWING
Page 364 of 540

5-86
Rijden met uw auto
Waarschuwingslampje en -melding
Check LKA
Bij een storing in het systeem
verschijnt er gedurende enkele
seconden een melding. Als het
probleem blijft bestaan, gaat het
controlelampje storing LKA-systeem
branden.
Controlelampje storing LKA-systeem
Het controlelampje
storing LKA-systeem
(geel) zal gaan brandenals het LKA-systeem niet
goed werkt. We adviseren u hetsysteem te laten controleren door
een officiële Hyundai-dealer.
Handel bij een probleem met het
systeem als volgt:
• Zet de motor uit en vervolgens weer aan en schakel het systeem in.
• Controleer of het contact in stand ON staat.
• Controleer of het systeem wordt beïnvloed door het weer (mist,
zware regenval, enz.).
• Controleer of de lens van de camera vuil is.
Is het probleem niet opgelost, dan
raden we u aan het systeem door
een officiële HYUNDAI-dealer na te
laten kijken.
In de volgende gevallen zal het
LKA-systeem zich niet in de status
ENABLED (ingeschakeld) bevinden
en wordt het stuurwiel niet bediend:
• De richtingaanwijzer is aan voordat er van rijstrook gewisseld wordt.
Als u van rijstrook wisselt zonder
de richtingaanwijzer te gebruiken,
wordt het stuurwiel mogelijkbediend.
• Er wordt niet in het midden van de rijstrook gereden wanneer het
systeem is ingeschakeld of direct
na het wisselen van rijstrook.
• De ESC (elektronische stabiliteits- regeling) of het VSM (VehicleStability Management) is
geactiveerd.
• De auto maakt een scherpe bocht.
• De rijsnelheid is lager dan 60 km/h of hoger dan 180 km/h.
• De auto wisselt abrupt van rijstrook.
• De auto remt plotseling af.
• Er is slechts één rijstrook- markering gesignaleerd.
• De rijstrook zeer breed of smal is.
• De auto maakt een scherpe bocht.
• De auto remt plotseling af.
OOS057084R
Page 365 of 540

5-87
Rijden met uw auto
5
• Er wordt plotseling aan hetstuurwiel gedraaid.
Beperkingen van het systeem
Het LKA-systeem treedt mogelijk
vroegtijdig in werking, ook al verlaat
de auto de rijstrook niet OF het LKA-
systeem waarschuwt u mogelijk niet
als de auto de rijstrook onder de
volgende omstandigheden verlaat:
Als de rijstrook- en wegcondities
slecht zijn
• De rijstrookmarkering is lastig teonderscheiden ten opzichte van
het wegdek of de
rijstrookmarkering is vervaagd ofonduidelijk.
• De kleur van de rijstrookmarkering is lastig te onderscheiden ten
opzichte van het wegdek.
• Er bevinden zich markeringen op het wegdek die lijken op een
rijstrookmarkering. Deze worden
onbedoeld door de cameragesignaleerd. • De rijstrookmarkering gaat op in
een andere of splitst zich
(bijvoorbeeld bij een tolpoort).
• Het aantal rijstroken neemt toe of af of de rijstrookmarkeringen lopendoor elkaar heen.
• Er zijn meer dan twee rijstrookmarkeringen op de weg
voor u.
• De rijstrookmarkering is zeer breed of smal.
• De rijstroken voor de auto zijn niet zichtbaar als gevolg van regen,
sneeuw, water op de weg, een
beschadigd of vuil wegdek, enz.
• Er valt dankzij een middenberm, bomen, enz. een schaduw over de
rijstrookmarkering.
• De rijstroken zijn incompleet of er zijn wegwerkzaamheden.
• Er zijn zebrapadmarkeringen of andere symbolen op het wegdek
aangebracht.
• De rijstrookmarkering in een tunnel is vervuild door olie, enz.
• De rijstrook houdt plotseling op, zoals op een kruising. Als externe condities wijzigen
• De helderheid van het omgevings-
licht verandert plotseling, bijvoor-
beeld wanneer u een tunnel in of
uit rijdt of onder een brug door rijdt.
• De helderheid van het omgevingslicht is te laag, zoals
wanneer de koplampen in het
donker uitgeschakeld zijn of als de
auto door een tunnel rijdt.
• Er bevindt zich een rijstrookafbakening, zoals
betonblokken, een geleiderail en
reflectorpaal op de weg, die
onbedoeld door de camera wordtgesignaleerd.
• Wanneer licht van een straatlan- taarn of tegemoetkomende auto op
een nat wegdek of een plas op de
weg wordt gereflecteerd.
• Het blikveld voor wordt gehinderd door de schittering van de zon.
• Er is onvoldoende ruimte tussen u en uw voorligger om de
rijstrookmarkering te kunnen
signaleren of de voorligger rijdt op
de rijstrookmarkering.
Page 371 of 540

5-93
Rijden met uw auto
5
Bediening snelheidsbegrenzer
U kunt de snelheidslimiet instellen
wanneer u een bepaalde snelheid
niet wilt overschrijden.
Wanneer u de ingestelde
snelheidslimiet overschrijdt, treedt
het waarschuwingssysteem in
werking (de ingestelde snelheid
wordt knipperend weergegeven en
er klinkt een zoemer) totdat u weer
langzamer gaat rijden dan deingestelde snelheid.Informatie
Wanneer de snelheidsbegrenzer in
werking is, kan het cruise control-
systeem niet worden geactiveerd.
Schakelaar snelheidsbegrenzer
: Wijzigt de modus tussen cruise control-systeem enSpeed Limit Control-systeem.
RES+: Her v atten of verhogen
snelheid snelheidsbegrenzer.
SET-: Instellen of verlagen snelheid snelheidsbegrenzer
O (annuleren): Schakelt de
snelheidsbegrenzeruit.
Snelheidslimiet instellen
1. Druk op de toets om het
systeem in te schakelen. Hetcontrolelampje snelheidslimiet in
het instrumentenpaneel gaat
branden.i
SNELHEIDSBEGRENZINGSSYSTEEM (INDIEN VAN TOEPASSING)
OPDE056114OOS057053
Systeem off
Speed Limit Control
Cruise Control