Groot licht Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 350 of 540

5-72
Rijden met uw auto
FCA-sensor
Om ervoor te zorgen dat het AEB-
systeem goed werkt, moet de
behuizing van de sensor en de sensor
zelf schoon zijn en vrij zijn van vuil,sneeuw enz.Vuil, sneeuw e.d. op de behuizing van
de lens zelf kan de prestaties van de
sensor negatief beïnvloeden.
• Breng geen kentekenplaat-
houder of vreemde voorwerpen,
zoals een bumpersticker of
bumperbescherming, aan in de
buurt van de radarsensor.
• Houd de radarsensor en de behuizing altijd schoon en vrij
van vuil e.d.
• Gebruik alleen een zachte doek voor het wassen van de auto.
Spuit geen water onder hogedruk direct op de sensor of de
behuizing van de sensor.
• Oefen geen onnodige kracht uit op de radarsensor of de
behuizing van de sensor. Als de
sensor met kracht uit zijn juiste
positie wordt bewogen, werkt
het FCA-systeem mogelijk niet
goed. In dit geval wordt er
mogelijk geen waarschuwings-
melding weergegeven. Laat deauto nakijken door een officiële
HYUNDAI-dealer. • Als het gedeelte van de
voorbumper rondom de
radarsensor beschadigd raakt,
werkt het FCA-systeem mogelijk
niet goed. We adviseren u deauto te laten nakijken door een
officiële HYUNDAI-dealer.
• Gebruik alleen originele onderdelen om een
beschadigde sensor of
behuizing van de sensor te
repareren of te vervangen.
Breng geen verf aan op de
behuizing van de sensor.
• Plaats GEEN accessoires of stickers op de voorruit en breng
geen getinte coating aan op de
voorruit.
• Plaats GEEN reflecterende objecten (bijv. wit papier,
spiegel) op het dashboard.
Iedere vorm van lichtreflectiekan een storing in het systeem
veroorzaken.
• Voorkom met de grootste zorgvuldigheid dat de camera in
aanraking komt met water.
AANWIJZING
AANWIJZING
OOS057018
OOS057033
■ Radar voor
■ Camera voor
Page 370 of 540

5-92
Rijden met uw auto
Het Driver Attention Warning-
systeem (DAW) maakt gebruik van
de camerasensor op de voorruit. Om de camerasensor in optimale conditie te houden moeten de
volgende aanwijzingen worden
opgevolgd:
• Plaats GEEN accessoires ofstickers op de voorruit en breng
geen getinte coating aan op de
voorruit.
• Plaats GEEN reflecterende objecten (bijv. wit papier,
spiegel) op het dashboard. Elke
lichtreflectie kan een storing in
het Driver Attention Warning-
systeem (DAW) veroorzaken.
• Voorkom met de grootste zorgvuldigheid dat decamerasensor in aanraking
komt met water.
• Probeer de camera NOOIT zelf te demonteren en stel de camera
niet bloot aan schokken.
• Haal de camera niet uit elkaar, bijvoorbeeld om de ruit extra tetinten of coatings of accessoires
aan te brengen. ls u de camera uit elkaar hebt
gehaald en weer in elkaar hebt
gezet, adviseren we u de
kalibratie van het systeem te
laten controleren door een
officiële Hyundai-dealer.
AANWIJZING•Het rijgedrag van de auto in
voorwaartse richting laat
ernstig te wensen over (door
een groot verschil in
bandenspanning, ongelijk-
matige bandenslijtage, onjuisttoespoor/uitspoor).
•De auto rijdt op een slechte weg.
•De auto rijdt op een
slingerende weg.
•De auto rijdt door een gebied
waarin het hard waait.
•De volgende rijbegeleidings- systemen zijn actief:
- Lane Keeping Assist-
systeem (LKA)
- Forward Collision- Avoidance Assist (FCA)
Het Driver Attention Warning-
systeem (DAW) werkt mogelijk
niet goed en waarschuwt inbeperkte mate onder de
volgende omstandigheden:
•De rijstrook wordt slecht
herkend. (Zie "Lane KeepingAssist-systeem (LKA)" in dit
hoofdstuk voor meer
informatie.)
•Er wordt wild met de auto
gereden of er wordt abrupt om
een obstakel heen gestuurd
(bijv. wegwerkzaamheden,
andere voertuigen, gevallen
objecten, slechte wegen).
OPMERKING
Als het volume van het
audiosysteem van de auto hoog
is, zijn de
waarschuwingssignalen van
het Driver Attention Warning-
systeem (DAW) mogelijk niet
hoorbaar.
OPMERKING
Page 388 of 540

5-110
Rijden met uw auto
Voorkom vastvriezen van de arkeerrem Onder bepaalde omstandigheden
kan de parkeerrem in geactiveerde
toestand vastvriezen. De kans daar
op is het grootst als er rond de
achterremmen sprake is van een
opeenhoping van sneeuw of ijs of alsde remmen nat zijn. Zet de selectiehendel in stand P
(parkeren) als er een kans is dat de
parkeerrem bevriest. Leg ook
blokken voor en achter de
achterwielen om te voorkomen dat
de auto weg rolt. Deactiveer daarna
de parkeerrem.Voorkom dat ijs en sneeuw zich
ophopen aan de onderzijde vande auto
In sommige gevallen kunnen sneeuw en ijs zich ophopen onder de
schermen en de bewegingen van de
stuurinrichting belemmeren. Controleer regelmatig de onderzijde
van de auto om er zeker van te zijn
dat de voorwielen en onderdelen van
de stuurinrichting vrij kunnen
bewegen als onder zware winterse
omstandigheden wordt gereden. Neem de benodigde uitrusting
voor noodgevallen mee
Afhankelijk van de weersomstandig- heden, kan het nodig zijn de
benodigde uitrusting voor
noodgevallen mee te nemen. Onder
deze zaken vallen bijvoorbeeld
sneeuwkettingen, een sleepkabel of
-ketting, een zaklantaarn, een
alarmknipperlicht, zand, een schep,
hulpstartkabels, een ruitenkrabber,
handschoenen, een stuk zeil of een
kleed, een deken, enz.Plaats geen voorwerpen ofmaterialen in de motorruimte
Het plaatsen van voorwerpen of
materialen in de motorruimte die
koeling van de motor verhinderen
kan een storing of brand
veroorzaken. De schade die hierdoor
kan ontstaan valt niet onder de
fabrieksgarantie.
Page 499 of 540

7-51
7
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR3S310AVerbindingsblok motorruimte (RLY.7)
ECU4E415AECM
KOPLAMP10ARelaiskast PCB (relais koplamp (grootlicht))
CLAXON15ARelaiskast PCB (claxonrelais)
Zekeringkast motorruimte
■ Kappa 1.0 T-GDI
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
SENSOR2S210ARelaiskast PCB (relais A/CON), verbindingsblok motorruimte (RLY.9),
RCV-magneetklep, magneetklep dampafvoer, oliedrukregelklep #1 - #3
ECU2E210AECM
ECU1E120AECM
INJECTORINJECTOR15A-
SENSOR1S115ALambdasensor (voor), lambdasensor (na)
Page 500 of 540

7-52
Onderhoud
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
IGN COILIGN COIL20ABobine #1- #3
ECU3E315AECM
A/CON10ARelaiskast PCB (relais A/CON)
ECU5E510AECM
SENSOR4S415A-
ABS3310AMultifunctionele servicestekker, ESC-module
TCM2T215A-
SENSOR3S310AVerbindingsblok motorruimte (RLY.7)
ECU4E415AECM
KOPLAMP10ARelaiskast PCB (relais koplamp (grootlicht))
CLAXON15ARelaiskast PCB (claxonrelais)
Page 503 of 540

7-55
7
Onderhoud
Vervangen van gloeilamp
koplamp, Statische verlichting
Low Beam Assist, parkeerlicht,
richtingaanwijzer en
dagrijverlichting
Type A
(1) Koplamp (grootlicht)
(2) Koplamp (dimlicht)
(3) Dagrijverlichting (indien vantoepassing)/parkeerlicht
(4) Richtingaanwijzer
(5) Mistlampen voor (indien van toepassing) • Behandel halogeenlampen altijd
voorzichtig om krassen te
voorkomen. Voorkom contact met
vloeistoffen wanneer de lampen
branden.
• Raak het glas nooit met de vingers aan. Door achtergebleven vet kan
de lamp te heet worden en
knappen wanneer deze brandt.
• De lamp mag alleen in gemonteerde toestand worden
ingeschakeld.
• Vervang een beschadigde of gebarsten lamp direct en gooi deze
niet zomaar weg.
•Behandel halogeenlampen
voorzichtig. Halogeenlampen
bevatten gas onder druk,zodat er kleine glasdeeltjes
vrijkomen die letsel kunnen
veroorzaken als de lampbreekt.
•Draag bij het vervangen van een lamp een veiligheidsbril.
Laat de lamp alvorens hem te
vervangen afkoelen.
WAARSCHUWING
OLMB073042L
OOS077033
Page 504 of 540
![Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 7-56
Onderhoud
[1] : Grootlicht, [2] : Dimlicht
Koplamp en parkeerlicht
1. Open de motorkap.
2. Neem de minpool los van de accu.
3. Verwijder de afdekkap van degloeilamp door de kap linksom te
draai Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 7-56
Onderhoud
[1] : Grootlicht, [2] : Dimlicht
Koplamp en parkeerlicht
1. Open de motorkap.
2. Neem de minpool los van de accu.
3. Verwijder de afdekkap van degloeilamp door de kap linksom te
draai](/img/35/16237/w960_16237-503.png)
7-56
Onderhoud
[1] : Grootlicht, [2] : Dimlicht
Koplamp en parkeerlicht
1. Open de motorkap.
2. Neem de minpool los van de accu.
3. Verwijder de afdekkap van degloeilamp door de kap linksom te
draaien.
4. Neem de stekker van de lampfitting los. (dimlicht en
grootlicht)
5. Verwijder de gloeilamp uit de koplampunit.
6. Plaats een nieuwe lamp.
7. Sluit de stekker van de gloeilamp aan. (dimlicht en grootlicht) 8. Plaats de afdekkap van de
gloeilamp door hem rechtsom te
draaien.
Richtingaanwijzer
1. Open de motorkap.
2. Neem de minpool los van de accu.
3. Verwijder de fitting (1) uit delichtunit door deze linksom te
draaien tot de nokjes van de fitting
in lijn liggen met de uitsparingen
van de lichtunit. 4. Verwijder de lamp uit de fitting
door de lamp in te drukken en te
draaien tot de nokjes van de lamp
in lijn liggen met de uitsparingen
van de fitting. Trek de lamp uit defitting.
5. Plaats een nieuwe lamp in de fitting en draai de lamp tot hij
vastzit.
6. Plaats de fitting in de lichtunit door de nokjes op de fitting in lijn te
brengen met de uitsparingen in delichtunit.
7. Duw de fitting in de unit en draai de fitting rechtsom.
Dagrijverlichting
We adviseren u, als de LED-
verlichting niet werkt, de auto te latencontroleren door een officiële
Hyundai-dealer.
OOS077034
OOS077038
Page 505 of 540

7-57
7
Onderhoud
Type B
(1) Koplamp (dimlicht/grootlicht)
(2) Statische verlichting Low BeamAssist
(3) D a g r i j v e r lichting/parkeerlicht
(indien van toepassing)
(4) Richtingaanwijzer(5) Mistlampen voor (indien van toepassing) • Behandel halogeenlampen altijd
voorzichtig om krassen te
voorkomen. Voorkom contact met
vloeistoffen wanneer de lampen
branden.
• Raak het glas nooit met de vingers aan. Door achtergebleven vet kan
de lamp te heet worden en
knappen wanneer deze brandt.
• De lamp mag alleen in gemonteerde toestand worden
ingeschakeld.
• Vervang een beschadigde of gebarsten lamp direct en gooi deze
niet zomaar weg.
Koplamp
We adviseren u, als de LED-
verlichting niet werkt, de auto te latencontroleren door een officiële
Hyundai-dealer.
OOS077052•Behandel halogeenlampen
voorzichtig. Halogeenlampen
bevatten gas onder druk,zodat er kleine glasdeeltjes
vrijkomen die letsel kunnen
veroorzaken als de lampbreekt.
•Draag bij het vervangen van een lamp een veiligheidsbril.
Laat de lamp alvorens hem te
vervangen afkoelen.
WAARSCHUWING
OLMB073042L
Page 507 of 540

7-59
7
Onderhoud
Mistlampen voor
(indien van toepassing)
1. Draai de bevestigingspennen vande onderplaat los en verwijder de
onderplaat.
2. Steek uw hand in de opening achter de voorbumper.
3. Neem de voedingsstekker los van de aansluiting.
4. Verwijder de fitting uit het huis door deze linksom te draaien tot
de nokjes van de fitting in lijn
liggen met de uitsparingen van het
huis. 5. Plaats een nieuwe fitting in de
behuizing door de nokjes op defitting in lijn te brengen met de
uitsparingen in de behuizing. Duw
de fitting in de behuizing en draaide fitting rechtsom.
Afstellen van koplamp en
mistlamp voor (Europa)
Afstellen van koplamp
1. Breng de banden op de voorgeschreven spanning en
verwijder alle lading uit de auto
behalve het reservewiel en het
gereedschap. Laat iemand in autoplaatsnemen op debestuurdersstoel. 2. De auto moet op een vlakke
ondergrond staan.
3. Trek verticale lijnen (lijnen die door het hart gaan van de
respectievelijke koplamp) en een
horizontale lijn (die door het hart
gaat van de koplamp) op het
scherm.
4. Controleer of de accu voldoende geladen is, schakel de koplampen
in en stel de koplampen zo af dat
het helderste gedeelte van de
lichtbundel op de horizontale en
verticale lijnen valt.
5. Draai de schroevendraaier rechtsom of linksom om de
dimlichtbundel naar links of rechts
te verstellen. Draai de
schroevendraaier rechtsom of
linksom om de dimlichtbundel
omhoog of omlaag te verstellen.
Verdraai de schroevendraaierrechtsom of linksom om de
grootlichtbundel omhoog of
omlaag te verstellen.
OOS077059L
■Type halogeen■Type LED
OOS077060L/OOS077061L
Page 509 of 540

7-61
7
Onderhoud
Richtpunt
■Halogeenlamp
■ LED-lamp
OOS077063L/OOS077063L
Conditie auto Type lamp H1 H2 H3 W1 W2 W3
Zonder bestuurder mmHalogeen 625 617
3321,506 1,320
880
LED 628
1,503
Met bestuurder mmHalogeen 617 608
3231,504 1,320
LED 620 1,503
H1: Hoogte tussen hart gloeilamp en grond (dimlicht)
H2: Hoogte tussen hart gloeilamp en grond (grootlicht)
H3: Hoogte tussen hart gloeilamp en grond
W1: Afstand tussen het hart van beide gloeilampen (dimlicht)
W2: Afstand tussen het hart van beide gloeilampen (grootlicht)
W3: Afstand tussen het hart van beide gloeilampen