buitenspiegel Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 206 of 540

3-122
Kenmerken van uw auto
ONTWASEMING
Gebruik om beschadiging van de
verwarmingsdraden te voorkomen
nooit scherpe voorwerpen of
reinigingsmiddelen met
schurende bestanddelen om de
achterruit te reinigen.Informatie
Zie "Voorruit ontdooien en
ontwasemen" in dit hoofdstuk als u
condens en ijs van de voorruit wilt
verwijderen.
Achterruitverwarming
De achterruitverwarming ontdoet de
achterruit van rijp, condens en ijs als
de motor is gestart. • Druk op de toets in de midden-
console om de achterruit-
verwarming in te schakelen. Hetcontrolelampje in de toets gaat
branden wanneer de achterruit-
verwarming ingeschakeld is.
• Druk de toets opnieuw in om de achterruitverwarming uit te
schakelen.
Informatie
• Verwijder eerst eventueel aanwezige sneeuw van de achterruit voordat de
achterruitverwarming ingeschakeld
wordt.
• De achterruitverwarming schakelt na ongeveer 20 minuten automa-
tisch uit of wanneer het contact in
stand OFF wordt gezet.
Buitenspiegelverwarming
(indien van toepassing)
De buitenspiegelverwarming wordt
gelijktijdig met de achterruitver-
warming ingeschakeld.
i
i
AANWIJZING
OOS047302L
■ Handbediend verwarmings- en ventilatiesysteem
OOS047303L
■ Automatisch verwarmings- en ventilatiesysteem
Page 225 of 540

3-141
Kenmerken van uw auto
3
• Zet de temperatuurregelknop in dehoogste stand en de aanjagerknop op de hoogste snelheid om de
voorruit maximaal te ontwasemen.
Selecteer de toets voorruitont-
waseming op het display van het
verwarmings- en ventilatiesys-
teem. Nadat de motor is opge-
warmd, wordt er warme lucht naar
de voorruit geleid.
• Zet de knop voor de luchtcirculatie in stand VERWARMEN/
ONTWASEMEN, wanneer tijdens
het ontdooien of ontwasemen
warme lucht in de voetenruimte
gewenst wordt.
• Verwijder voor het rijden alle sneeuw en ijs van de voorruit, de
achterruit, de buitenspiegels en
alle zijruiten.
• Verwijder alle sneeuw en ijs van de motorkap en van de
luchtaanvoeropening in het
paravanrooster om de werking van
de kachel en het ventilatiesysteem
te verbeteren en de kans op het
beslaan van de voorruit te
verminderen. Informatie
Als de motortemperatuur na het
starten nog laag is, moet de motor
korte tijd worden opgewarmd om
ervoor te zorgen dat de luchtstroom
wordt verwarmd.i
VOORRUIT ONTDOOIEN EN ONTWASEMEN
Voorruitverwarming
Gebruik de standen of niet in combinatie met
koelen bij een extreem hoge
luchtvochtigheid. Door het
temperatuurverschil tussen de
buitenlucht en de voorruit, kan
de voorruit plotseling beslaan,
waardoor het zicht wegvalt. Zet
in dat geval de modusselectie in
de stand en de aanjager op
de laagste stand.
WAARSCHUWING
Page 283 of 540

5-5
Rijden met uw auto
5
Voor het instappen
• Zorg ervoor dat alle ruiten,buitenspiegel(s) en lampen schoon en onbedekt zijn.
• Verwijder rijp, sneeuw of ijs.
• Controleer de banden visueel op ongelijkmatige slijtage en beschadigingen.
• Controleer of er geen sporen van lekkage onder de auto te zien zijn.
• Controleer of er zich geen obstakels achter de auto bevinden
wanneer u achteruit wilt rijden.
Vóór het starten
• Controleer of de motorkap, deachterklep en de portieren goed
gesloten en vergrendeld zijn.
• Stel de positie van de stoel en het stuurwiel af.
• Stel de binnen- en buitenspiegels af.
• Controleer of alle verlichting werkt.
• Doe uw veiligheidsgordel om. Controleer of alle passagiers hun
veiligheidsgordel omgedaan
hebben.
• Controleer de meters en controlelampjes in het
instrumentenpaneel en de
waarschuwingen die in het display
van het instrumentenpaneel
worden weergegeven als hetcontact in stand ON staat.
• Controleer of alle voorwerpen die u bij u hebt goed opgeborgen of
goed vastgezet zijn.
VÓÓR HET RIJDEN
Om de kans op ERNSTIG
LETSEL te beperken, moeten de
volgende voorzorgsmaatregelen
getroffen worden:
•Doe uw veiligheidsgordel
ALTIJD om. Alle inzittendenmoeten tijdens het rijden de
veiligheidsgordel op de
juiste manier dragen. Zie
“Veiligheidsgordels” in
hoofdstuk 2 voor meer
informatie.
•Rijd altijd defensief. Houd er rekening mee dat andere
bestuurders of voetgangers
onachtzaam kunnen zijn en
fouten kunnen maken.
•Blijf u concentreren op het
rijden. Een bestuurder die
zich laat afleiden kan een
ongeval veroorzaken.
•Bewaar ruim voldoende
afstand tot uw voorligger.
WAARSCHUWING
Page 338 of 540
![Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 5-60
Rijden met uw auto
[A]: Dode hoek, [B]: Nadert met hoge snelheid
Het Blind-Spot Collision Warning-
systeem (BCW) maakt gebruik van
radarsensoren in de achterbumper omde situatie in de gaten te Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch) 5-60
Rijden met uw auto
[A]: Dode hoek, [B]: Nadert met hoge snelheid
Het Blind-Spot Collision Warning-
systeem (BCW) maakt gebruik van
radarsensoren in de achterbumper omde situatie in de gaten te](/img/35/16237/w960_16237-337.png)
5-60
Rijden met uw auto
[A]: Dode hoek, [B]: Nadert met hoge snelheid
Het Blind-Spot Collision Warning-
systeem (BCW) maakt gebruik van
radarsensoren in de achterbumper omde situatie in de gaten te houden en de
bestuurder te waarschuwen wanneer
een voertuig nadert in de dode hoek.
Het systeem bewaakt het gedeelte
achter de auto en levert informatie
aan de bestuurder door middel vaneen geluidssignaal en een
controlelampje in de buitenspiegels.(1) BCW: Dode hoek
Het bereik van de BCW is
afhankelijk van de rijsnelheid.
Onthoud dat als uw auto veel
sneller rijdt dan de voertuigen om u
heen, de waarschuwing niet zal
worden gegeven.
(2) BCW: Nadert met hoge snelheid De Nadert met hoge snelheid
waarschuwt u wanneer een voertuig
met hoge snelheid nadert vanuit een
aangrenzende rijstrook. Als de
bestuurder de richtingaanwijzer
inschakelt wanneer het systeem
een naderend voertuig signaleert,laat het systeem een geluidssignaal
horen. De afstand tot het naderende
voertuig kan variëren, afhankelijk
van de relatieve snelheid.
(3) RCCW (Rear Cross-Traffic Collision Warning)
De RCCW houdt verkeer van links
en rechts in de gaten wanneer uw
auto achteruitrijdt. De functie werkt
wanneer de auto achteruitrijdt met
een snelheid lager dan ongeveer10 km/h. Als naderend verkeer van links of
rechts wordt gesignaleerd, klinkt
er een waarschuwingszoemer.De afstand tot het naderende
voertuig kan variëren, afhankelijk
van de relatieve snelheid.
BLIND-SPOT COLLISION WARNING-SYSTEEM (BCW) (INDIEN VAN TOEPASSING)
•Houd tijdens het rijden altijd de wegomstandigheden in de
gaten en wees alert op
onverwachte situaties, zelfswanneer het Blind-Spot
Collision Warning (BCW)systeem in werking is.
•Het Blind-Spot Collision
Warning-systeem (BCW) is
geen vervanging voor een
juist en veilig rijgedrag. Rijdaltijd veilig en wees
voorzichtig bij het wisselen
van rijstrook of
achteruitrijden. Het Blind-Spot
Collision Warning-systeem
(BCW) signaleert mogelijk nietalle objecten naast de auto.
WAARSCHUWING
OOS057099L
A
B
Page 339 of 540

5-61
Rijden met uw auto
5
BCW (Blind-Spot Collision
Warning-systeem)
(indien van toepassing)
Werking
Inschakelen:
Druk op de BCW-schakelaar terwijl het contact in stand ON staat.
Het controlelampje in de BCW-
schakelaar gaat branden. Als de
rijsnelheid hoger wordt dan 30 km/h,
wordt het systeem geactiveerd.Uitschakelen:
Druk nogmaals op de BCW-
schakelaar. Het controlelampje in de
schakelaar gaat uit.
Schakel het systeem met behulp van
de schakelaar uit wanneer het
systeem niet in gebruik is.
Informatie
• Als de auto wordt uitgezet en weer wordt gestart, keert het BCW-
systeem terug naar de vorige status.
• Als het systeem wordt ingeschakeld, brandt er gedurende 3 seconden een
waarschuwingslampje in de
buitenspiegel.
De functie wordt geactiveerd als:
1.Het funcite is ingeschakeld.
2.De rijsnelheid is hoger dan ongeveer 30 km/h.
3.Er wordt een naderende auto gesignaleerd in de dode hoek.
Eerste waarschuwing
Als er een auto wordt gesignaleerd
binnen de grenzen die door hetsysteem zijn gesteld, zal er een
Geel waarschuwingslampje gaan
branden Rin de buitenspiegel.
Zodra de gesignaleerde auto zich niet
langer in de dode hoek bevindt,
verdwijnt de waarschuwing
overeenkomstig de rijomstandigheden
van de auto.
i
OOS057023
OOS057024
■ Links
■ Rechts
Page 340 of 540

5-62
Rijden met uw auto
• De waarschuwingszoemer wordtmogelijk geactiveerd.
- Uitschakelen van dewaarschuwingszoemer:
Ga naar 'Gebruikersinstellingen →
Bestuurdershulp en selecteer
Geluid voor BCW (Waarschuwingdodehoekbotsing)' op het LCD
display.
- Inschakelen van de waarschuwingszoemer:
Ga naar 'Gebruikersinstellingen →
Bestuurdershulp en deselecteer
Geluid voor BCW (Waarschuwingdodehoekbotsing)' op het LCD
display.
Informatie
De waarschuwingszoemerfunctie
helpt de bestuurder te waarschuwen.
Deactiveer deze functie alleen als dat
noodzakelijk is.
Zie "Modus Gebruikersinstellingen"
in dit hoofdstuk voor meer informatie.
i
OOS057025
■ Links
OOS057026
■ Rechts
[A]: Waarschuwingssignaal
Tweede waarschuwing
Er klinkt in de volgende gevallen een waarschuwingszoemer om de
bestuurder te waarschuwen:
1. Er wordt door het radarsysteem een auto gesignaleerd in de dode hoek (het waarschuwingslampje in de buitenspiegel gaat branden (d.w.z. in
de eerste waarschuwingsfase)) EN
2. De richtingaanwijzer is ingeschakeld (aan dezelfde kant als waar de auto is gesignaleerd).
Wanneer deze waarschuwing wordt geactiveerd, gaat het
waarschuwingslampje in de buitenspiegel ook knipperen.
Als u de richtingaanwijzer uitschakelt, wordt de tweede
waarschuwingsfase (waarschuwingszoemer en knipperend
waarschuwingslampje in de buitenspiegel) gedeactiveerd.
Page 341 of 540

5-63
Rijden met uw auto
5
RCCW (Waarschuwing botsing
kruisend verkeer achterkant)
(indien van toepassing)
De Waarschuwing botsing kruisend
verkeer achterkant houdt verkeer
van links en rechts in de gaten
wanneer uw auto achteruitrijdt.
Werking
Inschakelen:
Ga naar 'Gebruikersinstellingen →
Bestuurdershulp en selecteer
Waarschuwing botsing kruisend
verkeer achterkant' op het LCD
display.
Het systeem wordt automatisch
ingeschakeld en in de stand-
bymodus gezet om te worden
geactiveerd. Als u deze functie in het
instrumentenpaneel deactiveert,
wordt het systeem uitgeschakeld.
Zie Modus Gebruikersinstellingen in
hoofdstuk 3 voor meer informatie. Informatie
Als de auto wordt uitgezet en weer
wordt gestart, keert het BCW-systeem
terug naar de vorige status.
Het systeem wordt geactiveerd als de
rijsnelheid lager is dan 10 km/h en de
selectiehendel in stand R (achteruit)
staat.
Het Waarschuwing botsing kruisend
verkeer achterkant is ongeveer 0,5 m -
20 m. Het detectiebereik van de Rear
Cross Traffic Alert (RCTA) is
ongeveer 0,5 - 20 m links en rechts
opzij van de auto. Een naderende auto
wordt gesignaleerd als de rijsnelheid
ervan tussen 4 km/h en 36 km/h is.
Het detectiebereik is mogelijk
afhankelijk van de omstandigheden.
Rijd altijd voorzichtig en houd uw
omgeving goed in de gaten wanneer u
achteruitrijdt.
Type waarschuwing
Als de auto die door de sensoren is
gesignaleerd uw auto nadert, klinkt
de waarschuwingszoemer, knippert
het waarschuwingslampje in de
buitenspiegel en verschijnt er een
melding in het LCD-display.
i
■ Links■ Rechts
OOS057031/OOS057032
Page 342 of 540

5-64
Rijden met uw auto
Informatie
• De waarschuwingszoemer gaat uit als:
- Het gesignaleerde voertuig buitenhet detectiebereik van uw auto
komt of
- De auto zich recht achter uw auto bevindt of
- De auto uw auto niet nadert of
- De andere auto langzamer gaat rijden.
• Het systeem werkt mogelijk niet goed door andere factoren of
omstandigheden. Let altijd op uw
omgeving.
• Als het detectiegebied in de buurt van de achterbumper wordt
geblokkeerd door een muur,
barrière of geparkeerde auto, wordt
het detectiebereik mogelijk
verkleind. • Het systeem werkt mogelijk niet
goed wanneer de achterbumper
beschadigd is of als hij is
vervangen of gerepareerd.
• Het detectiebereik is deels afhankelijk van de breedte van de
weg. Als de weg smal is, kan het
systeem mogelijk andere
voertuigen signaleren op de
naastliggende rijstrook.
Wanneer de weg breed is, kan het
systeem mogelijk andere
voertuigen op de naastliggende
rijstrook niet signaleren.
AANWIJZING
i
•Als BCW is ingeschakeld, zal
er een waarschuwingslampjegaan branden in de
buitenspiegel op het momentdat door het system aan de
achterzijde een voertuig wordt
gedetecteerd.
Vertrouw niet alleen op het
waarschuwingslampje maar
houd ook de omgeving rond
de auto goed in de gaten, om
aanrijdingen te voorkomen.
•Drive safely even though the
vehicle is equipped with a
Blind-spot Collision Warning
(BCW) system and Rear Cross
Traffic Alert (RCTA). Vertrouw
niet blindelings op het
systeem, maar controleer
altijd de omgeving bij het
wisselen van rijstrook of
achteruitrijden.
Het systeem waarschuwt de
bestuurder mogelijk niet in
alle gevallen, dus houd uw
omgeving tijdens het rijdenaltijd goed in de gaten.
WAARSCHUWING •The Blind-spot Collision
Warning (BCW) system and
RCCW (Waarschuwing botsing
kruisend verkeer achterkant)
are not a substitute for proper
and safe driving practices.
Always drive safely and use
caution when changing lanes
or backing up your vehicle. The
Blind-spot Collision Warning
(BCW) system may not detect
every object alongside the
vehicle.
Page 345 of 540

5-67
Rijden met uw auto
5
• Bij het rijden op een nat wegdek.
• Bij het rijden door een groot gebiedmet weinig auto's of gebouwen e.d.
in de buurt, zoals een woestijn, hetplatteland, enz.
• Er is een groot voertuig in de buurt, zoals een bus of vrachtwagen.
• Als andere voertuigen zich dicht bij uw auto bevinden.
• Als het andere voertuig zeer dicht nadert.
• Wanneer het gesignaleerde voertuig ook achteruitrijdt terwijl
uw auto achteruitrijdt.
• Tijdens het wisselen van rijstrook.
• Als uw auto gelijktijdig weggereden is met de auto naast u en geaccelereerd heeft.
• Als het andere voertuig met zeer hoge snelheid passeert. • Als het voertuig op de
naastliggende rijstrook één
rijstrook opschuift ten opzichte van
u OF als het voertuig op de tweede
rijstrook naast u opschuift naar de
naastliggende rijstrook.
• De auto slaat links- of rechtsaf op een kruising.
• Er is een (motor)fiets in de buurt.
• Er bevindt zich een platte aanhanger in de buurt.
• Als er zich kleine objecten binnen het detectiebereik bevinden, zoals
een winkelwagen, een
wandelwagen of een voetganger
• Bij een auto met een geringe hoogte, zoals een sportauto.
Het controlelampje BCW in de
buitenspiegel werkt mogelijk niet
goed wanneer:
•Het buitenspiegelhuis beschadigd is.
• De spiegel bedekt is met vuil,sneeuw e.d.
•
De ruit bedekt is met vuil, sneeuw e.d.
• De ruit getint is.
Page 491 of 540

7
Onderhoud
Zekeringkast bestuurderszijde
Naam zekeringSymboolStroomsterkte zekeringBeschermd circuit
P/OUTLET2POWER
OUTLET
220ARelaiskast interieur (relais 12V-aansluiting)
INT. VERLICHTING7,5AVerlichting dashboardkastje, make-upverlichting links/rechts, interieurverlichting,
verlichting dakconsole, draadloze-laderunit, consoleschakelaar bestuurder
(met draadloze-laderunit), bagageruimteverlichting
RESERVESpare7,5AReserve
Inbraakalarm10AICM-relaiskast (relais claxon alarmsysteem)
GEHEUGENMEMORY10AModule klimaatregeling, head-up display, instrumentenpaneel, BCM,
relaiskast interieur (relais inklappen/uitklappen buitenspiegels), regensensor
RESERVESpare20AReserve
AMPAMP30AISG DC-DC-converter, AMP
MODULE6MODULE
67,5AISG DC-DC-converter, AMP
MDPS17,5AMDPS-unit
MODULE1MODULE
17,5AActive Air Flap, consoleschakelaar bestuurder (zonder draadloze-laderunit),
schakelaar alarmknipperlichten, diagnosestekker
MODULE7MODULE77,5AModule voorstoelventilatiesysteem, module voorstoelverwarming
A/BAG INDIND7,5AInstrumentenpaneel, module klimaatregeling
7-43