dashboard Hyundai Kona 2018 Handleiding (in Dutch)
[x] Cancel search | Manufacturer: HYUNDAI, Model Year: 2018, Model line: Kona, Model: Hyundai Kona 2018Pages: 540, PDF Size: 9.01 MB
Page 82 of 540

2-66
Veiligheidssysteem van uw auto
De airbags worden soms niet
geactiveerd bij een aanrijding tegen
een boom of paal, waarbij de
botskracht zich concentreert en de
botsingsenergie door de constructie
van de auto wordt geabsorbeerd.
Onderhoud aanvullend veiligheidssysteem
Het aanvullende veiligheidssysteem
is nagenoeg onderhoudsvrij en bevat
geen onderdelen waaraan u zelf
veilig onderhoud kunt plegen. Als het
waarschuwingslampje AIRBAG niet
gaat branden wanneer het contact in
stand ON wordt gezet of continu blijft
branden, laat het systeem danonmiddellijk controleren door een
officiële HYUNDAI-dealer.
We adviseren u alle werkzaamheden
aan het aanvullend
veiligheidssysteem, zoals het
verwijderen, het plaatsen of het
repareren ervan, of werkzaamhedenaan het stuurwiel, het
dashboardpaneel boven het
dashboardkastje, de voorstoelen en
de dakstijlen te laten uitvoeren door
een officiële HYUNDAI-dealer. Een
onjuiste behandeling van het
aanvullend veiligheidssysteem kan
leiden tot ernstig letsel.Om de kans op ernstig letsel te
beperken, moeten de volgende
voorzorgsmaatregelen getrof
-
fen worden:
•Wijzig onderdelen van het
aanvullend veiligheids-systeem of de bedrading niet,
neem deze onderdelen of de
bedrading ervan niet los,
breng geen stickers, enz. op
afdekkappen van het systeemaan en wijzig niets aan de
carrosseriestructuur.
•Plaats geen voorwerpen op of
in de buurt van de
airbagmodules in het
stuurwiel, op het dashboard
of op het dashboardpaneel
boven het dashboardkastje.
WAARSCHUWING
OOS037056
Page 87 of 540

Extra voorzieningen verwarmings-
en ventilatiesysteem..........................................3-145Luchtreiniger instrumentenpaneel ..........................3-145
Automatische ventilatie ...............................................3-145
Luchtcirculatie ...............................................................3-145
Opbergvak ...........................................................3-146 Opbergvak middenconsole..........................................3-146
Dashboardkastje ...........................................................3-146
Opbergvak voor zonnebril ..........................................3-147
Multifunctioneel vak ....................................................3-147
Opbergvak bagageruimte ............................................3-148
Overige voorzieningen ......................................3-149 Bekerhouder...................................................................3-149
Zonneklep .......................................................................3-150
12V-aansluiting..............................................................3-151
Draadloos laadsysteem mobiele telefoon...............3-152
Klok ...................................................................................3-153
Jashaak ............................................................................3-154
Bevestigingspunt (EN) vloermat ................................3-155
Bagagenet (houder) .....................................................3-155
Hoedenplank ..................................................................3-156
Exterieur .............................................................3-157 Roof rack ........................................................................3-157
3
Page 131 of 540

3-47
Kenmerken van uw auto
3
Bediening instrumentenpaneel
Dashboardverlichting
Met behulp van de bedieningstoets
kan de sterkte van de
dashboardverlichting geregeld
worden wanneer de parkeerlichten
of de dim-/grootlichten branden.
Wanneer de bedieningstoets van de
dashboardverlichting wordt
ingedrukt, wordt ook de sterkte van
de verlichting van de schakelaarsaangepast.• De helderheid van de
dashboardverlichting wordt
weergegeven.
• Als de lichtintensiteit het maximale of minimale niveau bereikt, klinkteen geluidssignaal.
Stel het instrumentenpaneelnooit af tijdens het rijden.
Hierdoor kunt u de controle
over de auto verliezen waardoor
een ongeluk met ernstig letsel
of schade aan de auto het
gevolg kan zijn.
WAARSCHUWING
OOS047120
■
Type B, C
■
Type A
OGC044138/OPDE046110
Page 177 of 540

3-93
Kenmerken van uw auto
Het head-up display is een
transparant display waarmee een
bepaald type informatie van het
instrumentenpaneel en het
navigatiesysteem op het display
boven het dashboard wordtgeprojecteerd.
Voorzorgsmaatregelen bij hetgebruik van het head-up display
In de volgende situaties kan het
moeilijk zijn de informatie op het
head-up display af te lezen.
- De bestuurder zit niet goed in de bestuurdersstoel.
- De bestuurder draagt een zonnebril met polariserende
glazen.
- Er bevindt zich een object boven de kap van het head-up display.
- Er wordt met de auto op een natte weg gereden.
- Er is een niet-geschikt verlichtingsaccessoire gemonteerd
in de auto of er is invallend licht
van buiten de auto.
- De bestuurder draagt een bril.
- De bestuurder draagt contactlenzen.
Als het moeilijk is de informatie op
het head-up display af te lezen, stel
dan de hoek van het head-up display
bij of stel de helderheid van het
head-up display bij in de modus
Gebruikersinstellingen. Zie "LCD-
display" in dit hoofdstuk voor meer
informatie.
HEAD-UP DISPLAY (HUD) (INDIEN VAN TOEPASSING)
3
OOS047079
•Bevestig geen stickers of accessoires op of aan het HUD
of het dashboard.
•Stel de afsluitklep en lens van
het HUD niet met de hand af.
•Mogelijk is het beeld niet
zichtbaar als gevolg van
vingerafdrukken. Ook kan het
display beschadigd rakenwanneer er tijdens het
functioneren te veel kracht op
wordt uitgeoefend.
•Plaats geen objecten in de
buurt van het HUD. Wanneer
het HUD is geactiveerd,kunnen objecten de werking
hinderen of het display
beschadigen.
•Plaats geen dranken in de
buurt van het HUD. Als er
vloeistof in het HUD stroomt,
kan het display beschadigdraken.
WAARSCHUWING
Page 178 of 540

3-94
Head-up display AAN/UIT
Wanneer de motor is ingeschakeld,
kunt u het HUD in- of uitschakelendoor op de HUD-toets op het
dashboard te drukken.
Wanneer de motor is uitgeschakeld,
wordt het HUD automatisch gesloten
wanneer het portier wordt
vergrendeld met de
afstandsbediening of de Smart Key.
Wanneer uw auto is voorzien van
een Smart Key, wordt het HUD
automatisch gesloten wanneer het
portier wordt vergrendeld door op de
toets op de buitenportiergreep te
drukken.
Wanneer de motor is uitgeschakeld
en het portier niet wordt vergrendeld,
wordt het HUD na ongeveer 5
minuten automatisch gesloten.
Kenmerken van uw auto•
Plaats geen objecten op het
HUD. Bevestig ook geen
stickers o.i.d. op de lens,
anders kan de zichtbaarheid
van het beeld worden
gehinderd.
•Voorkom dat er felle
lichtstralen op de lens vallen.
Anders kunnen de lens en de
inwendige onderdelen
beschadigd raken.
•Plaats geen objecten op, in of
in de buurt van het display,
ongeacht of het HUD is
geopend of gesloten. Bevestig
ook geen objecten aan
onderdelen van het systeem ensteek ook niets in het systeem.
•Reinig het HUD met een zachte
doek. Gebruik geen organische
oplosmiddelen, bijtende
middelen of een poetsdoek.
•Zet voor uw veiligheid de auto
stil voordat u de instellingenwijzigt.
•Wanneer u het HUD opent of
sluit, is er mogelijk een geluid
hoorbaar van de elektromotorof het apparaat.
•Wanneer u de hoogte van het
beeld van het HUD afstelt, is
er mogelijk een geluid
hoorbaar van de elektromotorof het apparaat.
* HUD staat voor head-up display.
OPMERKING
OOS047080
Page 180 of 540

3-96
Kenmerken van uw auto
Verlichting buitenzijde
Bediening verlichting
Draai, om de verlichting te bedienen,
de knop op het uiteinde van de
combischakelaar naar een van de
volgende standen: (1) Stand UIT
(2) Stand automatische verlichting(indien van toepassing)
(3) Stand parkeerlicht(4) Stand dimlicht
Stand automatische verlichting
(indien van toepassing)
Als de lichtschakelaar in stand AUTO
staat, worden de parkeerlichten en
koplampen automatisch in- of
uitgeschakeld, afhankelijk van hoe
donker het buiten is.
Ook wanneer de stand AUTO is
ingeschakeld, is het raadzaam om
de verlichting handmatig in te
schakelen wanneer u 's nachts of in
de mist rijdt of wanneer u een
donkere omgeving, zoals tunnels en
parkeergarages, inrijdt. • Dek de sensor (1) op het
dashboard niet af en mors erook niets op.
• Reinig de sensor niet met een ruitenreiniger. Deze laat een
dunne laag achter op de sensor,
waardoor deze niet meer goedwerkt.
• Als de voorruit van uw auto getint glas heeft of is voorzien
van een coating, functioneert
de automatische verlichting
mogelijk niet goed.
AANWIJZING
VERLICHTING
OPDE046065
OOS047050L
Page 181 of 540

3-97
Kenmerken van uw auto
3
Stand parkeerlicht ( )
De parkeerlichten, de kentekenplaat-
verlichting en de dashboardver-
lichting gaan branden.
Stand koplampen ( )
De koplampen, de parkeerlichten,
de kentekenplaatverlichting en de
dashboardverlichting gaan branden.Informatie
Om de koplampen in te kunnen
schakelen moet het contact in stand
ON staan.
Werking grootlicht
Druk de hendel van u af om het
grootlicht in te schakelen. De hendel
keert terug in zijn oorspronkelijke
positie. Het controlelampje voor het
grootlicht gaat branden wanneer het
grootlicht wordt ingeschakeld.
Trek de hendel naar u toe om het
grootlicht uit te schakelen. Het
dimlicht gaat branden.
i
Gebruik het grootlicht niet wanneer andere auto's u
naderen. Het gebruik van
grootlicht kan het zicht van de
andere bestuurders belemmeren.
WAARSCHUWING
OAE046469LOAE046467LOAE046453L
Page 185 of 540

3-101
Kenmerken van uw auto
3
Richtingaanwijzers
Als u richting wilt aangeven, beweeg de hendel dan omlaag als u linksafslaat en omhoog als u rechtsafslaat, in stand (A).
Beweeg de hendel gedeeltelijk naar
beneden of naar boven en houd hem
vast in stand (B) om een wisseling
van rijstrook aan te geven. De hendel
keert terug naar de stand OFF als hij
wordt losgelaten of wanneer de auto
weer rechtuit rijdt.
Wanneer een controlelampje blijft
branden, niet knippert of abnormaal
knippert, kunnen één of meer
lampen doorgebrand zijn en dienen
deze vervangen te worden.
Functie one-touch
passeerknipperlicht
Beweeg de hendel iets en laat hem
dan weer los om de functie one-
touch passeerknipperlicht in te
schakelen. De richtingaanwijzers
knipperen 3, 5 of 7 keer. U kunt de functie one-touch
passeerknipperlicht in-/uitschakelen
of het aantal keren knipperenselecteren (3, 5 of 7) met de modus
Gebruikersinstellingen op het
LCDdisplay.Zie “LCD-display” in
dit hoofdstuk voor meer
informatie.
OTLE045284
•Plaats geen voorwerpen op
het dashboard die licht
reflecteren, zoals spiegels, wit
papier, enz. Het systeem werkt
mogelijk niet goed wanneer
zonlicht wordt gereflecteerd.
•Soms werkt het High Beam
Assist-systeem (HBA) mogelijk
niet goed. Het systeem dient
alleen ter vergroting van het
gebruiksgemak. Het is de
verantwoordelijkheid van de
bestuurder om veilig te rijden
en altijd de verkeerssituatie te
controleren.
•Als het systeem niet normaal
werkt, wissel dan handmatig
tussen groot- en dimlicht.
Page 208 of 540

3-124
Kenmerken van uw auto
Verwarming en airconditioning
1. Start de motor.
2. Zet de luchtcirculatietoets in degewenste stand.
Kies voor een effectieve
verwarming en koeling: - Verwarmen:
- Koelen:
3. Stel de temperatuur in op de gewenste waarde.
4. Schakel de stand BUITENLUCHT in met de luchttoevoertoets.
5. Zet de aanjager op de gewenste snelheid.
6. Als u de uitstromende lucht gekoeld wilt hebben, kunt u het
airconditioningssysteem aanzet-ten.
Toets luchtcirculatie
De luchtcirculatietoets regelt de circulatie van de lucht door het
ventilatiesysteem.
De lucht kan naar de voetenruimte, de uitstroomopeningen in het dashboard
of naar de voorruit stromen.
OOS047304
Page 210 of 540

3-126
Kenmerken van uw auto
Uitstroomopeningen dashboard
De uitstroomopeningen kunnen
afzonderlijk worden geopend of
gesloten ( ) met het wieltje. Met de hendel in de
ventilatieroosters kunt u de richting
van de luchtstroom uit deze
ventilatieroosters afstellen, zoals in
de afbeelding is aangegeven.
Temperatuurregelknop (2)
Door de knop naar rechts te draaien,
wordt de temperatuur verhoogd.
Door de knop naar links te draaien,
wordt de temperatuur verlaagd.
Luchttoevoertoets (7)
Deze wordt gebruikt om de stand
BUITENLUCHT of de stand
RECIRCULATIE te kiezen.
Druk op de desbetreffende toets om
de stand van de luchttoevoer tewijzigen.
Stand RECIRCULATIE
In de standRECIRCULATIE wordt de lucht uit het
passagierscompartiment door het systeemgerecirculeerd en,
afhankelijk van de
gekozen functie,
gekoeld of verwarmd.
Stand BUITENLUCHT
In de stand BUITENLUCHT stroomt
de lucht van buitenaf inhet passagierscompar-
timent. Deze lucht wordt,
afhankelijk van de
gekozen functie, ver-
warmd of gekoeld. Informatie
We raden u aan het systeem in de
stand BUITENLUCHT te gebruiken.
Door langdurig gebruik van de
verwarming in de stand
RECIRCULATIE (als de
airconditioning niet is ingeschakeld)
kunnen de voorruit en de zijruiten
beslaan en zal de lucht in het
passagierscompartiment muf worden.
Daarnaast kan de lucht in het
passagierscompartiment extreem
droog worden bij langdurig gebruik
van de airconditioning in de stand
RECIRCULATIE.
i
OOS047306